Iets meer dan elf jaar geleden, tijdens opzoekingswerk in de archieven van Maison Dior, begon de Britse journaliste Justine Picardie zich te verdiepen in de buitengewone levensloop van Catherine, de zus van Christian Dior. 'Het klinkt wat vreemd, maar het was alsof ik plots haar aanwezigheid voelde naast mij', vertelt ze. 'Telkens als ik over iemand schrijf, gebeurt dat. Het is als een spook dat in mijn leven komt en mij niet meer verlaat.'
...

Iets meer dan elf jaar geleden, tijdens opzoekingswerk in de archieven van Maison Dior, begon de Britse journaliste Justine Picardie zich te verdiepen in de buitengewone levensloop van Catherine, de zus van Christian Dior. 'Het klinkt wat vreemd, maar het was alsof ik plots haar aanwezigheid voelde naast mij', vertelt ze. 'Telkens als ik over iemand schrijf, gebeurt dat. Het is als een spook dat in mijn leven komt en mij niet meer verlaat.' Het vergde jaren van onderzoek om het bijzondere parcours van deze uiterst discrete Dior-'muze' na te gaan. Om haar leven te vertellen, en via haar ook het verhaal van een tijdperk, stapte de schrijfster - die ook een biografie van Coco Chanel schreef - in de voetsporen van de latere Miss Dior (zie kader). Een voor een bezocht ze de plaatsen die een rol speelden in het leven van Catherine. Van villa Les Rhumbs in Granville (Normandië), nu het museum Christian Dior, tot het domein Les Naÿsses in de heuvels rond Grasse, waar zij tot het einde van haar dagen rozen en jasmijn teelde. Heel belangrijk uiteraard waren ook het appartement in de Parijse rue Royale, waar ze bij haar broer schuilde tijdens de oorlog, en de rozentuin van Ravensbrück, het concentratiekamp waarheen de jonge vrouw in augustus 1944 werd gedeporteerd, samen met andere Franse verzetsvrouwen. Ze kreeg er het registratienummer 57813. Nochtans deed niets vermoeden dat Ginette Dior - het was haar broer Bernard die, toen ze nog een baby was, besliste om haar bij haar derde voornaam, Catherine, te noemen - zo'n bewogen levensloop zou kennen. Ze was de jongste in een gezin met vijf kinderen. Ze werd geboren in een burgerlijke familie die fortuin had gemaakt met kunstmeststoffen. Al snel werd ze de lievelingszus van Christian. Met haar moeder Madeleine deelde zij een uitgesproken liefde voor tuinieren en vooral voor het telen van rozen. Een strenge opvoeding moest Catherine klaarstomen voor een goede partij en een huwelijk in de betere kringen van Normandië. Maar de economische crisis van 1929 leidde tot het faillissement van vader Maurice. Hij verloor daarbij niet alleen zijn fabriek, maar moest ook het familiehuis verkopen, slechts enkele maanden na het plotse overlijden van zijn vrouw in 1931. Catherine was toen veertien. In één klap stortte haar wereld in elkaar en kwamen alle zekerheden op de helling te staan. 'Niemand wil dergelijke dingen meemaken op die leeftijd,' schrijft Justine Picardie, 'maar het was juist de manier waarop Catherine met die uitdagingen omging die haar toekomst bepaalde. Sommigen zouden eronderdoor gaan, maar Catherine oversteeg de moeilijkheden waarmee ze geconfronteerd werd. Ze schudde de conventies van zich af, bevrijdde zich van de rol die voorbestemd was voor een meisje van goede komaf. Ze had geen andere keuze dan te proberen haar eigen kost te verdienen. Het is die duur verworven vrijheid die van haar zo'n moderne heldin maakt.' De familieleden dankten hun redding aan Marthe Lefebvre, de trouwe gouvernante die zij 'ma' noemden en die hen nooit zou verlaten. Zij hielp hen om zich in Callian in de Provence te vestigen, in een spartaans uitgeruste herenboerderij ('mas') die later het huis van Catherine zou worden. Maar in die tijd verveelde het jonge meisje zich op het platteland en ze trok naar haar broer Christian in Parijs. De ex-student politieke wetenschappen werkte in die tijd freelance. Hij presenteerde zijn schetsen eerst aan Edward Molyneux, voor hij voltijds werd aangenomen door Robert Figuet. Catherine werkte als verkoopster van handschoenen en hoeden, of poseerde als model voor de eerste ontwerpen van haar broer. De twee leidden een vrij onbezorgd bohemienleven. Maar dat was helaas van korte duur. In 1939 wordt Christian opgeroepen. Pas na de capitulatie zal hij Catherine in Callian vervoegen. Samen beginnen ze met het telen van groenten die ze twee keer per week verkopen op de markt van Cannes. Het is daar dat zij in 1941 de man van haar leven leert kennen. Hervé des Charbonneries is een elegante, charismatische man. Verzetsstrijder van het eerste uur, getrouwd, vader van drie kinderen. Het is liefde op het eerste gezicht tussen de twee fervente vrijheidsstrijders. Hervé zal nooit scheiden, maar zijn relatie met Catherine blijft niet geheim. 'Laurent, een van de kleinzonen van Hervé, heeft mij verteld dat hij als kind vaak op bezoek ging bij het koppel en dat hij Catherine beschouwde als een grootmoeder, net als Lucie, de vrouw van Hervé', vertelt Justine Picardie. 'Hervé en Catherine zijn overigens dicht bij elkaar begraven. Een liefdesrelatie met een getrouwde man was voor Catherine in zekere zin ook een daad van verzet tegen het patriarchale en autoritaire regime van Vichy.' Catherine sluit zich aan bij het verzetsnetwerk F2, onder de codenaam Caro, en wordt verbindingsagent. Gezocht door de Gestapo, vlucht ze in maart 1944 naar haar broer in Parijs. Christian is officieel niet op de hoogte van wat zij doet, ook al heeft hij zijn vermoedens. Hij werkt voor een industrie die maar kan overleven door handel te drijven met de Duitsers en de mannen en vrouwen die hen steunen. Zijn zus wordt op 6 juli 1944 aangehouden en naar de rue de la Pompe 180 gebracht, waar ze gruwelijk wordt gefolterd door Friedrich Berger en zijn Franse helpers, onder wie een vrouw, Denise Delfau, belast met het optekenen van de bekentenissen van de gefolterde gevangenen. Maar Catherine zal haar vrienden nooit verraden en redt op die manier het leven van de netwerkleden die nog op vrije voeten zijn, onder wie haar minnaar Hervé en haar beste vriendin Liliane Dietlin. Enkele weken later wordt ze op de trein gezet en gedeporteerd naar Ravensbrück. 'Zoals veel overlevenden van de kampen heeft Catherine nooit veel verteld over wat ze heeft meegemaakt', zegt Justine. 'Om die vreselijke maanden in het kamp te kunnen beschrijven heb ik getuigenissen doorgenomen van vrouwen die daar samen met haar waren en dezelfde wreedheden hebben ondergaan. Met dit verhaal wilde ik een stem geven aan al die vrouwen die in de loop van de geschiedenis het zwijgen werd opgelegd. Omdat ze daar gestorven zijn of omdat niemand na hun terugkeer hun verhaal wilde horen.' Christian leed erg onder de verdwijning van zijn zus. Het is moeilijk om je voor te stellen hoe hij er in mei 1945, minder dan twee jaar na Catherines terugkeer, in slaagde zijn couturehuis op te richten. 'Toen zij uit de trein stapte, herkende hij haar niet', vertelt Justine Picardie, tevens voormalige hoofdredactrice van Harper's Bazaar. 'Zodra bekend was dat zij gearresteerd was, stelde hij alles in het werk om haar terug te vinden. Het scheelde maar enkele uren of hij was er, dankzij de tussenkomst van de Zweedse diplomaat Raoul Nordling, in geslaagd om haar uit de trein te halen. Zolang zij weg was, leek het alsof ook zijn leven was opgeschort. Het was pas na haar terugkeer dat hij zijn creativiteit ten volle kon uitleven. Vaak heb ik mij tijdens mijn opzoekingen afgevraagd hoe die man zoveel schoonheid heeft kunnen creëren na zoveel gruwel. Ik denk dat het zijn manier van verzet was. Zelfs in een hel als Ravensbrück bleven gevangenen tekenen en schilderen, met gevaar voor eigen leven. Net omdat schoonheid ons humaan maakt.' De legende wil dat Miss Dior, het eerste parfum van het huis, zijn naam dankt aan Catherine. In 1949 werd een lange bustierjurk uit de lente-zomercollectie eveneens aan haar opgedragen, ook al heeft de verzetsvrouw hem nooit gedragen. De outfits die Christian zijn zus elk seizoen schonk waren veel minder flamboyant. Catherine kwam overigens nog zelden naar de avenue Montaigne, waar de ontwerper zijn studio had ondergebracht. Ze hield zich liever, samen met Hervé des Charbonneries, bezig met haar bloemenhandel. Ze zegde haar naoorlogse concessie in de hallen van Parijs op en legde zich toe op het telen van rozen en jasmijn in de heuvels van Grasse, niet ver van La Colle Noire, het domein dat Christian in 1951 zou kopen met het idee om er zijn oude dag te slijten en weer dichter bij zijn geliefde zus te zijn. De tijd van vergeten en verzoenen was aangebroken. Enkele maanden na het proces van de folteraars van de rue de la Pompe in 1951, waar Catherines getuigenis totaal onopgemerkt aan de media voorbijging - nu is zo'n onverschilligheid ondenkbaar - organiseerde de Franse ambassadeur in Duitsland, zelf een gewezen verzetsstrijder, samen met het huis Dior een defilé voor het goede doel. Het defilé vond plaats in de Krupp-villa Hügel, eigendom van een bekende nazi die profiteerde van de slavenarbeid in de concentratiekampen. 'Vandaag begrijpen we dat men een soort streep moest trekken onder de problematiek van de collaboratie om de eenmaking van Europa mogelijk te maken. Om vrede te installeren en de economie aan te zwengelen', oppert Justine Picardie, die in haar onderzoek een volledig hoofdstuk wijdt aan deze kwestie. 'Blijven vasthouden aan die herinneringen was niet langer houdbaar, maar ook het gedwongen geheugenverlies was moeilijk te dragen. Christian Dior was een idealist, een ingoede en vriendelijke man. Hij geloofde in de verzoening tussen de volkeren en wilde daar op zijn manier toe bijdragen.' Catherine van haar kant kon het nooit meer opbrengen om naar Duitsland terug te gaan. Ze kon geen Duits meer horen en verkrampte als ze auto's met een Duitse nummerplaat zag passeren. In haar huis kwam geen enkel product 'Made in Germany' binnen. 'Een van haar buurvrouwen herinnert zich dat ze tot op het eind van haar leven heel hard werkte op haar velden', schrijft Justine in haar boek. 'Ze had een sterk, gecompliceerd karakter.' Als fervente gaulliste miste ze geen enkele herdenking ter ere van de verzetsmannen en -vrouwen die het leven lieten voor de goede zaak. In 1994 verleende François Mitterrand haar de Légion d'honneur. Het is pas op het einde van haar leven, dat zij, die zo lang had gezwegen, bereid was om in scholen te praten over haar engagement in het verzet. Een van die scholen, in La Haye-Pesnel, niet ver van Granville, draagt nu ook haar naam. 'Ondanks de pijn en de littekens waarmee zij heeft moeten leren overleven, incarneert Catherine het idee van heropstanding, van wedergeboorte', benadrukt de schrijfster. 'De bloemen die ze kweekte zijn daar een mooie metafoor voor. De idealen die ze koesterde leunen dicht aan bij de bekommernissen van de jeugd van vandaag, die streeft naar sociale rechtvaardigheid en die bereid is om te vechten voor de toekomst van onze planeet. Catherines levensverhaal is in die zin een mooie waarschuwing: er is weinig nodig om de oudste democratieën van de wereld te doen kantelen en te vervallen in barbarij. Elke nieuwe generatie is ervan overtuigd dat zoiets nooit meer zal gebeuren. Maar om dat waar te maken is het essentieel dat we ons de mechanismen herinneren die de opkomst van het fascisme mogelijk hebben gemaakt.' Van haar tocht door de rozenvelden van Grasse bracht de journaliste enkele stekken van meirozen mee naar Engeland. Ze vreesde dat die de winter niet zouden overleven, maar de bloemen - die je overigens terugvindt in de nieuwe versie van het parfum Miss Dior - hebben de vrieskou overleefd en bloeien opnieuw. 'Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik ernaar ga kijken. Als ik in de tuin werk, is Catherine altijd dicht bij mij.'