Pinoccio, heet de winkel, en ze voeren er 'retouches' uit aan kleren. Ik kom er om de zoveel maanden, als een broek moet worden ingekort of als een rits het liet afweten. Voorin heb je een grote spiegel en twee paskamers. Achterin werken schimmige dames die je soms een glimlach of oogopslag schenken van achter hun Singer. Dat er van zo'n naaiatelier iets erotisch uitgaat, heeft niets te maken met flauwe woordspelingen. Wel met fluweel, en met vrouwen die zich een beetje vervelen.
...

Pinoccio, heet de winkel, en ze voeren er 'retouches' uit aan kleren. Ik kom er om de zoveel maanden, als een broek moet worden ingekort of als een rits het liet afweten. Voorin heb je een grote spiegel en twee paskamers. Achterin werken schimmige dames die je soms een glimlach of oogopslag schenken van achter hun Singer. Dat er van zo'n naaiatelier iets erotisch uitgaat, heeft niets te maken met flauwe woordspelingen. Wel met fluweel, en met vrouwen die zich een beetje vervelen. Dit keer is er een knoopje gesprongen van een button-downoverhemd. Ik hou niet van button-downoverhemden maar hey, er is groter kwaad om te bestrijden. Ik vind het stiekem wel fijn iets in het naaiatelier binnen te dragen. Ik sla dan een praatje met de zaakvoerder, een man met zwarte krullen en een vriendelijke babbel, over de grote dingen of de kleine. Dat houdt ons gaande, in een wereld die almaar meer op een e-loket lijkt. Van op de drukke steenweg, altijd op weg naar nergens, zie ik dat de rolluiken van de Pinoccio half zijn neergelaten, wat het rijhuis er ontevreden doet uitzien. In de weken daarop bel ik af en toe om te horen wanneer ze weer open zijn. Nooit wordt er opgenomen. Dat vind ik eigenaardig. Ik kan mij niet herinneren dat de winkel ooit langer dan twee dagen achtereen was gesloten. Na de zoveelste vruchteloze poging kom ik op het idee de naam van de zaak eens te googelen. Er verschijnt een advertentie, waarin staat dat de zaakvoerder 'onverwacht is overleden'. Op de dag van de arbeid. Twee jaar ouder dan ik was hij. Een koude vinger loopt mijn ruggengraat af, dartel als een herfstblad. Ik denk aan de zwarte krullen die blijkbaar al maanden gecremeerd zijn. Aan de behendige hand waarmee de zaakvoerder de lengte van rokken met krijt aftekende. Ik denk aan het rouwprentje op zijn toonbank, van zijn moeder die ook al te vroeg is doodgegaan. Het nam mij voor hem in dat hij dat daar liet staan, als een aandenken dat ook een protest leek. Af en toe krijg je zo'n vingerwijzing dat je niet te veel tijd aan pruts moet besteden. De plotse dood van een leeftijdsgenoot werkt daarvoor beter dan zo'n raket van Noord-Korea. Het zal wel typisch zijn voor mensen om zelfs uit de domste noodlottigheden een levensles te willen distilleren. Pof kastanjes, maan ik mezelf aan. Rij op een herfstige zondag naar Rijsel. Geniet van de rijp op het gras en van de geur van een vrouw die je toevallig opvangt. Luister naar katten die spinnen. Wijs nooit een blijk van liefde af en wees niet bang voor aanslagen. Ik blijf hangen op de website van het naaiatelier, dat straks wellicht plaatsmaakt voor een broodjeszaak en vervolgens voor een winkel in zoetwateraquaria. 'Passen de winterkleren niet meer zo goed?', klonk het een jaar geleden nog strijdvaardig. 'Kom even langs... We kunnen ze inleggen!' 'Kun je schoenmaten ook aanpassen?', heeft iemand gepost met een exotische achternaam. 'Heb een schoenmaat 36, zou 45 moeten worden. Heb mij miskeken.' Dat vind ik grappig, niettemin en desondanks. Op de rouwpagina leg ik virtuele bloemen neer. Op wikiHow leer ik hoe je knopen naait aan kleren. Zonder praatje. jean-paul.mulders@knack.be