Business as usual voor de modesector? Niet echt. De modeweek van Parijs verloopt dit seizoen deels online - ik ga straks met mijn avatar op zoek naar Christian Louboutin in de game-app Zepeto - en deels in parken, theaters en balzalen.
...

Business as usual voor de modesector? Niet echt. De modeweek van Parijs verloopt dit seizoen deels online - ik ga straks met mijn avatar op zoek naar Christian Louboutin in de game-app Zepeto - en deels in parken, theaters en balzalen.Van de elf shows op de officiële kalender vandaag, vindt er slechts één offline plaats: Yohji Yamamoto, om 19u in de vergulde salons van het Hôtel de Ville. Of we zeker kwamen, vroeg de persattaché gisteren nog. Lege stoelen in de zaal zijn, zeker nu, geen goed signaal.De week duurt dit seizoen acht dagen en er staat een twintigtal shows gepland. Luxegroep LVMH gelooft in Parijs: Dior en Louis Vuitton doen mee (net als Fendi in Milaan). Chanel en Hermès staan ook op de kalender. Concurrent Kering is minder enthousiast. Geen shows dit seizoen voor Saint Laurent, Balenciaga en Alexander McQueen (in Milaan was ook Gucci afwezig). De buitenlandse ontwerpers die doorgaans in Parijs showen - van Dries Van Noten tot Sacai - kiezen grotendeels voor een online presentatie, met Yamamoto en Acne Studios als belangrijkste uitzonderingen. Je hoort op de frontrows vooral Frans. Er zijn geen Chinezen en geen Amerikanen, tenzij ze in Parijs als correspondent werken. Ik ben de enige verslaggever uit de Benelux op de modeweek. Het is, kortom, een modeweek in mineur.Hier en daar heeft een huis een of meerdere celebrities opgetrommeld. Bij Coperni zit ik naast zanger Bilal Hassani, de blondine die Frankrijk heeft vertegenwoordigd op het Eurovisiesongfestival, en tegenover Mica Arganaraz, zowat ieders favoriete topmodel.Bij de Franse wonderboy Victor Weinsanto, in een nachtclub in een kelder met plek voor misschien 50 mensen, is modemuze Daphne Guinness mijn overbuur.Bij de lingerieshow van Etam lipsynct een van de zangers van eightiesgroep Imagination zijn megahit It's Just An Illusion ("Ooh ooh ooh ah ah"). Het merk heeft twee gigantische tribunes geplaatst rond de flagshipstore tegenover Galeries Lafayette, een hoekpand. Het trottoir dient als catwalk. In de finale dansen modellen in ondergoed op rollerskates, zoals de Dolly Dots in 1981. Het is geen illusie: het is allemaal echt. Maar wat dat dan betekent, is onduidelijk.Balmain heeft zijn frontrow langs één kant van de catwalk vervangen door 58 high-definition televisieschermen (een collab met een technologiereus), waarop telkens één celebrity de show volgt, van Megan Thee Stallion over Jennifer Lopez tot Kris Jenner (dat is wel een illusie: ze zijn op voorhand gefilmd). Anna Wintours hoofd gaat de hele show als een metronoom van links naar rechts. Op het eind applaudisseert ze niet. Dat is goed: Wintour blijft in character. Tot in de kist, allicht.Op het eind van de show van Balmain moet ik, echt waar, bijna huilen. Daar zit je dan, op een tribune in de Jardin des Plantes, tussen twee regenbuien door, te staren naar die vertrouwde gezichten op televisieschermen en, met een half oog, naar de modellen op de catwalk in een collectie die er gerust mag zijn, maar die toch niet honderd procent overtuigt (zoals elders: ik heb dit seizoen nog geen enkele overweldigend goede collectie gezien, en dat is om allerlei redenen ook niet erg: doorbijten, daar gaat het nu om).De muziek is tegelijk upbeat en apocalyptisch: Fade to Grey van Visage, Mad World van Tears For Fears, Life On Mars van David Bowie. De show wordt afgesloten door twee kinderen die, elk met een afstandsbediening in de hand, de celebs weg zappen. Hoofdstuk afgesloten, tijd voor iets anders? God save the children, en anders biedt Mars misschien soelaas. Nog over Balmain: op de livestream, online, is de soundtrack vervangen door Blinding Lights van The Weekend, allicht om copyrightredenen. Je ziet hetzelfde, maar je hoort iets anders, en daardoor is de ervaring helemaal anders.De grootste show tot nog toe: Dior, dat zoals gewoonlijk een imposante tent heeft gebouwd, dit keer in de Jardin des Tuileries. Het pad dat er naartoe leidt, is speciaal voor de gelegenheid aangelegd in fijn zand, maar is door de aanhoudende regen herleid tot een plakkerige smurrie. De tent is wit aan de buitenkant en pikzwart van binnen, met digitale glasramen van kunstenaar Lucia Marcucci. Er is plek voor 350 mensen. We zitten relatief gespreid, maar wel binnen, in het donker. Een koor zingt oorverdovende begrafenismuziek uit de negentiende eeuw: dat stemt om te beginnen al niet vrolijk, maar na een minuut of tien word ik letterlijk misselijk van het schrille gekrijs -- ik ben allicht geen melomaan.Nadien schrijft iedereen over de finale. Een meisje van Extinction Rebellion, de milieuactivisten, sluit de show af met een doek waarop te lezen staat: WE ARE ALL FASHION VICTIMS. Niemand lijkt zeker of dat moment gepland is, en dus deel uitmaakt van de show. Zelfs de bazen van LVMH, de eigenaars van Dior, twijfelen.Maria Grazia Chiuri, de artistiek directeur van Dior, heeft in het verleden vaak gegrepen naar protestbewegingen om haar mode te contextualiseren. We Are All Fashion Victims is een duidelijke referentie naar We Are All Feminists, de slogan die ze voor haar eerste Dior-collecties op T-shirts van 700 euro liet afdrukken.Maar het bleek dus een écht protest, tegen consumptie en voor het milieu. Daar kan van alles in worden gelezen: dat Dior in het bijzonder, en de mode in het algemeen, ondanks allerlei inspanningen misschien toch niet zo woke is.Of dat die actievoerders niet zo snugger zijn: op zich is We Are All Fashion Victims een nietszeggende slogan. Fake bloed over bontmantels gieten is veel efficiënter, maar zo goed als niemand draagt nog bontmantels. Iedereen doet zijn best, ook de modemastodonten, en je bouwt beter bruggen met het establishment dan ze te verbranden. Of dat Chiuri geluk had: haar vele critici konden over iets anders schrijven of spreken dan haar oubollige kleren, zònder de toorn van het machtige LVMH over zich te halen.Ik voelde mij de voorbije dagen vaak onzeker in Parijs. Over de gezondheidssituatie, die elke dag nog verslechtert. Maandag worden misschien bijkomende veiligheidsmaatregelen genomen en het is vooralsnog onduidelijk of dat gevolgen zal hebben voor de modeweek, die loopt tot dinsdag, met shows van Chanel en Louis Vuitton. Ik weet ook nog altijd niet wat ik nu van deze modeweek moet vinden. Echte shows, in deze omstandigheden: voor of tegen?Je leest hier en daar dat de modeweken nu veel democratischer zijn, dat iederéén kan meedoen, maar dat lijkt mij onzin, en het wordt ook tegengesproken door de cijfers van gespecialiseerde analisten: deze modeweek resoneert minder dan vorige edities, en genereert ook minder waarde voor de merken. Ik kan me inbeelden dat je graag kijkt naar wat je favoriete labels doen. Maar je moet al heel erg geobsedeerd zijn om zo'n modeweek consequent te volgen via een scherm. Ik doe het zelf uit plichtsbesef, en omdat het mijn job is. Maar heel veel plezier beleef ik er niet aan. Als ik één video mag aanraden, dan zeker die van Thebe Magugu, met getuigenissen van vrouwelijke spionnen onder het apartheidsregime.Zeker, ik was blij dat ik dinsdagochtend bij die show van Coperni kon zijn, op het dak van de Tour Montparnasse, op de 56ste verdieping, tweehonderd meter hoog, het op één na hoogste gebouw van Parijs. Maar ik had een beetje hetzelfde gevoel als bij de show van Jacquemus, de eerste echte show in Frankrijk na de lockdown, in een korenveld buiten Parijs. Ik was niet uitgenodigd, en keek online. Het was bevreemdend om hier en daar een trosje invités te zien. Alsof de Apocalyps net had plaatsgevonden, en dit de enige overlevenden waren.Nu behoorde ik zelf bij die honderd uitverkorenen. Het regende zachtjes. Parijs lag onder onze voeten, grijs en stil, half verscholen in de ochtendmist. Wat nu? De mooiste show tot nog toe was die van Koché, langs de vijver van het Parc des Buttes-Chaumont, het mooiste park van Parijs. We stonden recht. Er waren doedelzakspelers, niet meer dan drie schijnwerpers, en een legertje modellen uit Parijs, grotendeels amateurs. In de finale liepen ze twee per twee, met telkens een gedicht op een lint. Ontwerpster Christelle Kocher noemde haar show een zaak van weerstand, een zaak van emotie. 'It's about being alive, living souls in living bodies. Physicality is not dead, physicality is evolving, as it always been.'Misschien, zei Kocher, zullen er de komende jaren geen shows meer zijn. 'Maybe in the future, fashion will be represented only through images. But we're not in the future, we are TODAY... So fuck it and enjoy this one! Let's walk, talk and dream. The future lasts long.'En dat klopt. De toekomst duurt nog wel even. Doorbijten.