De ontwerpster en haar fabrikant, Onward Luxury Group, zetten vandaag, na vijf jaar, een punt achter hun samenwerking.
...

De ontwerpster en haar fabrikant, Onward Luxury Group, zetten vandaag, na vijf jaar, een punt achter hun samenwerking. De show voor de collectie van dit najaar, afgelopen maart, was voorlopig de laatste van het merk. Die dag in Parijs besloot Branquinho haar défilé (een en al tailoring, witte collants en swarovski-kristallen) al redelijk onheilspellend met Que sera, sera, de evergreen van Doris Day: whatever will be, will be. En wat moet zijn, dat zal zijn. "Van spannende muzikale keuzes gesproken," schreven we na afloop in Knack Weekend. "Wat bewaart de toekomst voor een van 's lands meest getalenteerde ontwerpers?"Branquinho, opgegroeid in Vilvoorde, kwam voor het eerst in het nieuws als studente aan de Antwerpse Academie, in 1995, toen haar eindejaarscollectie uit haar auto werd gestolen (ik interviewde destijds haar moeder voor een artikel op de binnenlandpagina's van De Morgen). Ze begon haar eigen label in 1997 (de eerste kleren lagen in de winkel in voorjaar 1998), showde voor het eerst tijdens de modeweek van Parijs in 1998, en lanceerde een jaar later haar schoenencollectie, die erg populair werd. In 2003 volgden een eerste winkel in de Nationalestraat in Antwerpen, en een veelgesmaakte mannencollectie (want heel draagbaar en rechttoe rechtaan, met een toets seventies nostalgie). Branquinho werd beschouwd, met Raf Simons, Olivier Theyskens, Bruno Pïeters en Jurgi Persoons, als een van belangrijkste figuren van de tweede generatie van Belgische ontwerpers: ze waren het bijzonder succesvolle bewijs dat de Belgische mode geen eenmalig fenomeen was, en dat er leven was na de Zes van Antwerpen. Met haar coole zwarte froufrou, haar vintage Opel Manta en haar passie voor Kate Bush en de film Picnic At Hanging Rock, was Branquinho bovendien helemaal een stijlicoon. Haar lange plissé rokken, mantelpakken en capes waren alomtegenwoordig. Maar haar succes bleef niet duren, of misschien wilde Branquinho gewoon iets anders doen met haar leven (ook ontwerpers hebben het recht wispelturig te zijn, of drastisch): ze zette een punt achter haar bedrijf James nv in 2009, net nadat het MoMu een tentoonstelling aan haar werk had gewijd, TOuTe Nue (zoek zelf de woordspeling). Wat er precies mis is gegaan, bleef altijd onduidelijk.Tijdens haar retraite bleef ze wel aan de slag: ze werkte als art director voor Delvaux, voor lingeriefabrikant Marie Jo, en voor de Spaanse schoenenfabrikant Camper. Haar schoenenlijn, een licentie, werd eveneens verdergezet.Ze maakte haar comeback in 2012 onder de paraplu van de Onward Luxury Group (voorheen: Gibo), het vanuit Milaan bestuurde filiaal van een Japanse textielgigant dat kleren en schoenen produceert voor een rist merken, en onder meer ook eigenaar is van Jil Sander.De tweede incarnatie van het merk Veronique Branquinho geraakt van beginsafaan moeilijk van de grond. Branquinho had overduidelijk talent (en een reputatie voor perfect geknipte rokken en pantalons), maar misschien zat ze te zeer vast in haar eigen visie. Haar shows waren vaak beeldschoon, maar niet altijd even relevant in het veranderende modelandschap. Olivier Theyskens, die andere Belgische modegod, heeft een beetje hetzelfde probleem; Ann Demeulemeester ook. Misschien is het moment voor hun tere, romantische esthetiek vervlogen.Het persbericht dat vanmiddag werd uitgestuurd was beknopt: "Ik wil Franco Pené en het team van de Onward Luxury Group bedanken om me de voorbije vijf jaar de kans te hebben gegeven mijn visie uit te drukken," zei Branquinho. "Werken met Veronique Branquinho was een privilege," zei Pené, de baas van Onward. Branquinho wenste zelf geen verder commentaar te geven. Que sera, sera.