1. Heroin chic

'Tegen de achtergrond van een economische recessie en een pessimistisch toekomstbeeld stak in de tweede helft van de jaren negentig een nieuw schoonheidsideaal de kop op: heroin chic. Modeshoots en defilés van ontwerpers als Ann Demeulemeester, Vivienne Westwood en Alexander McQueen toonden tengere, fragiele modellen die er gedrogeerd uitzagen met uitgelopen make-up.
...

'Tegen de achtergrond van een economische recessie en een pessimistisch toekomstbeeld stak in de tweede helft van de jaren negentig een nieuw schoonheidsideaal de kop op: heroin chic. Modeshoots en defilés van ontwerpers als Ann Demeulemeester, Vivienne Westwood en Alexander McQueen toonden tengere, fragiele modellen die er gedrogeerd uitzagen met uitgelopen make-up. Films over heroïneverslaving als Trainspotting werd destijds verweten de junkiecultuur op te hemelen, en dezelfde kritiek was er op de heroin chic-look in de mode. Na de aan heroïne gelinkte dood van fotograaf Davide Sorrenti, toen twintig, waarschuwde zelfs president Bill Clinton voor de schadelijke gevolgen van een modebeeld dat verslaving als glamoureus en sexy voorstelt. Omdat we ze nu met meer afstand kunnen bekijken, ben ik die beelden zelf ook anders gaan beoordelen. Voor mij was heroin chic lange tijd een fascinerende, haast aantrekkelijke esthetiek, nu zie ik vooral ongezonde lichamen van vrouwen die niet veel geluk uitstralen. Ik denk dat geen enkele ontwerper of fotograaf destijds echt heroïnegebruik wilde propageren, maar als je stilstaat bij de enorme aantallen heroïnedoden blijft het moeilijk om zulke beelden louter artistiek te bekijken, zonder stil te staan bij de boodschap die ze geven.' 'In dit beeld van Peter Lindbergh voor de Italiaanse Vogue uit 2000 zie je Amber Valletta wegstappen van een zwaar auto-ongeval in New York, een krachtig voorbeeld van de disaster pictures die eind jaren negentig enorm populair waren in editorials en advertenties. Leken de modellen niet op overlevenden van een car crash, dan poseerden ze wel te midden van explosies en andere rampen of in een ruïne. Ontwerpers als Alexander McQueen lieten hen defileren met bandensporen, modder of bloed op hun lichaam, terwijl Olivier Theyskens zijn collectie voor herfst-winter '98-'99 met doorbloede aders en harten borduurde. Met die aandacht voor de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam, geweld en de eindigheid van het leven vertaalden ontwerpers bewust of onbewust de angstgevoelens die de millenniumwissel, de torenhoge werkloosheid en ook de aidscrisis destijds opriepen, al vervaagde dat wel na een tijdje en werden rampenfoto's ook gewoon een populair genre op zich. Het effect ervan is vaak een beetje beangstigend en verontrustend, al hebben zulke beelden ook iets escapistisch en hoopvols - zo van 'dit overkomt ons nu, maar we overleven het wel.'' (lacht)'Nieuwe bewegingen rond radicale inclusie, bodypositivity en body neutrality stellen de laatste jaren kritische vragen bij de schadelijke schoonheidsidealen in de modewereld en de aanhoudende druk op vrouwen om aan hun lichaam te werken, maar in het algemeen hebben de zoektocht naar het perfecte lichaam, de angst voor imperfectie en veroudering en de disciplinering van ons eigen lichaam een hoge vlucht genomen. Voorbeelden zijn de toenemende populariteit van plastische chirurgie en de manier waarop we voortdurend ons zelfbeeld regisseren op de sociale media. We kijken naar onszelf met de blik van een buitenstaander terwijl anderen ons bekijken en omgekeerd, en zo houdt iedereen elkaar in de gaten. Deze foto van Gisele Bündchen door Vincent Peters voor Big Magazine hintte daar in '99 al op. Het archetypische glamourmodel van de vroege jaren 2000 dat als koopwaar tentoongesteld en gretig bekeken wordt: dat is een krachtige metafoor voor de manier waarop met name het vrouwenlichaam continu onder toezicht staat, ook in de modewereld.' 'De aanslagen in 2001 vonden plaats op de vierde dag van de modeweek in New York. De collecties voor het volgende zomerseizoen waren maanden van tevoren bedacht en uitgewerkt, maar na 11 september werden sommige daarvan heel anders geïnterpreteerd. Zo zagen journalisten plotseling terroristische sympathieën in een show met toortsen, hoofddoeken en slogans als 'kollaps' van Raf Simons, terwijl Miguel Adrover het faillissement moest aanvragen wegens de verwijzingen naar het Midden-Oosten in zijn collecties. Het label Aesthetic Terrorists van Walter Van Beirendonck zat op een bepaald moment vast bij de douane en moest uiteindelijk van naam veranderen. Modemagazines schrapten op het laatste nippertje shoots met vallende of zwaargehavende modellen uit angst dat lezers ze als ongepast zouden beoordelen.' 'Dat geeft aan dat de betekenis en boodschap van mode altijd een kwestie van interpretatie is, maar ook dat de mode vaak een moeilijke verhouding heeft met de actualiteit en de tijd in het algemeen. De driedimensionale handjes die Rei Kawakubo voor de herfst-winter van 2007-2008 toevoegde aan de heupen of taille van bepaalde kledingstukken: dat zou geen enkele journalist nu louter aan een 'imaginair vriendje' doen denken. De context waarin dingen gemaakt worden, de omstandigheden op het moment dat pers en publiek ze voor het eerst ontdekken, hoe ze jaren later op ons overkomen: daar zitten enorme verschillen op.''Supriya Lele is een jonge Londense ontwerper wier ouders van Indiase afkomst zijn. Dit beeld uit haar zomercollectie 2020 geeft goed weer waar ze voor staat: minimalistische, maar ook feministische vrouwenkleding waarin ze herinneringen aan haar familie en bepaalde rituelen verwerkt, maar ook haar jeugd en leven in Londen. Ze grijpt terug naar haar eigen achtergrond, en doet daar iets heel vernieuwends en artistieks mee. Die boeiende, authentieke manier van werken zie ik bij veel jonge ontwerpers. Simone Rocha die inspiratie zoekt in haar roots in Ierland en Hongkong, Kenneth Ize die Nigeriaanse kennis en technieken herinterpreteert en met zijn werk wevers en vakmensen in zijn thuisland ondersteunt: dat zijn allemaal voorbeelden van ontwerpers die de mode-industrie dekoloniseren. Hun werk omvat op een heel persoonlijke en oprechte manier een mix aan referenties, met name naar gemeenschappen en verhalen die tot nog toe zelden aan bod kwamen in de mode.' 'Een blik op dertig jaar mode leert dat ontwerpers uit verschillende tijdvakken vaak rond dezelfde thema's werken. Zo heeft de staat van de economie een invloed op onze drang om onze rijkdom en status te etaleren aan de hand van logo's en it-bags, dan wel om mode ingetogen te beleven. De recessie in de vroege jaren 90, na 9/11, na de kredietcrisis in 2008 of het voorbije anderhalf jaar: in economische crisissen is het meestal de minimalistische mode die de toon aangeeft. In de jaren 90 namen onder meer Ann Demeulemeester, Martin Margiela, Helmut Lang, Marc Jacobs en Miuccia Prada afstand van opzichtige statussymbolen, na de kredietcrisis presenteerde Phoebe Philo een nieuw minimalisme in haar eerste collectie voor Céline.''In dit campagnebeeld uit 2015 met schrijver Joan Didion zitten veel tijdloze kenmerken van de strekking: de bijrol van het product - het merk zelf is nauwelijks aanwezig in de foto - en de vooral symbolische waarde van de campagne, maar ook het feit dat jeugdigheid er minder toe doet en de kunstzinnige dubbelzinnigheid van veel campagnes en winkels van minimalistische labels. Het uitdrukken van status is niet verdwenen, maar de codes zijn veranderd. Denk aan de vier stiksels op de kleding van Martin Margiela: van aan de overkant van de straat zie je niet om welk label het gaat, maar van dichtbij herkennen ingewijden ze meteen.'