In 2020 vierde Fragile haar dertigste verjaardag. Nathalie Vleeschouwer stampte het merk uit de grond toen ze 22 was en vulde een gat in de markt met haar stijlvolle zwangerschapskleding. Het tweede geesteskind van Nathalie Vleeschouwer, haar gelijknamige vrouwenlabel, bestaat dit jaar een decennium. Opnieuw reden tot vieren. Sinds enkele jaren werkt naast echtgenoot Jan ook dochter Felix voor het familiebedrijf. Moeder en dochter vullen elkaar aan zoals enkel familie dat kan. Het voorbije jaar dwong de coronacrisis hen in een nieuwe richting en werd hun samenwerking nog intenser.
...

In 2020 vierde Fragile haar dertigste verjaardag. Nathalie Vleeschouwer stampte het merk uit de grond toen ze 22 was en vulde een gat in de markt met haar stijlvolle zwangerschapskleding. Het tweede geesteskind van Nathalie Vleeschouwer, haar gelijknamige vrouwenlabel, bestaat dit jaar een decennium. Opnieuw reden tot vieren. Sinds enkele jaren werkt naast echtgenoot Jan ook dochter Felix voor het familiebedrijf. Moeder en dochter vullen elkaar aan zoals enkel familie dat kan. Het voorbije jaar dwong de coronacrisis hen in een nieuwe richting en werd hun samenwerking nog intenser. Felix: Als vrienden me vroeger vroegen of ik in de voetsporen van mama zou treden, antwoordde ik resoluut 'neen' (lacht). Intussen heb ik geleerd dat werken voor een modebedrijf eigenlijk heel veelzijdig is en me wel ligt. Tijdens mijn studie moest ik me te hard specialiseren, terwijl ik het net boeiend vind om verschillende soorten taken uit te voeren. In de retail kon ik m'n creatieve ei dan weer niet kwijt. Nathalie: Tijdens de zes maanden dat ze stage bij ons liep, vervulde ze uiteenlopende functies. Van administratie tot grafisch ontwerp: Felix heeft veel capaciteiten en is heel toegewijd. Eigenschappen die je nodig hebt om te kunnen werken in een familiebedrijf. Tegenwoordig neemt ze zelfs wat te veel hooi op haar vork. Felix: Altijd alles zelf willen doen is een eigenschap die ik van jou en papa heb. Jullie vinden het ook moeilijk om werk uit handen te geven, maar dan wordt het inderdaad al snel te veel. Gelukkig kunnen we dit soort zaken als gezin open en eerlijk met elkaar bespreken. Nathalie: Toen Felix een puber was had ik me nooit kunnen voorstellen dat we ooit vlot zouden samenwerken als collega's (lacht). Het is dus heel fijn om te merken dat we elkaar goed aanvullen en constructieve kritiek durven geven. Als je een bedrijf leidt, zijn mensen vaak heel voorzichtig met commentaar. Nochtans leer je meer bij van directe reacties. Die wisselwerking is net positief. Felix: Ik ben ook zo. Als iemand te subtiel is met kritiek, zie ik het gewoon niet. Omdat we elkaar zo goed kennen, weten we wanneer de andere positieve aanmoediging nodig heeft of net op zoek is naar wat weerwerk. De zomercollectie die momenteel in de rekken ligt en jullie tienjarige bestaan viert, werd aan het begin van de pandemie ontworpen. Jullie moesten het plots over een andere boeg gooien. Nathalie: Je hebt tegenwoordig niet alleen IQ en EQ nodig, maar ook AQ, waarbij de A voor anticipatie staat. Je moet jezelf en je bedrijf constant heruitvinden. Begin maart hadden we afspraken in Italië, maar heel onze planning viel in het water. Net zoals de rest van het land zaten we plots thuis. Felix en ik zonderden ons af en gebruikten de tijd die we normaal in Italië zouden spenderen om zelf prints te ontwerpen. We hadden dat nog nooit van A tot Z zelf gedaan, dus het was een uitdaging. Felix: We hebben samen geknutseld en geëxperimenteerd tot we tevreden waren. Van aquarellen tot knip-en-plakwerk: we hebben veel gemaakt. Er is ook veel in de vuilnisbak beland (lacht). Nathalie: Het waren uiteindelijk vooral Felix' creaties die we tot prints hebben uitgewerkt. Het heeft veel voeten in de aarde gehad om vanop afstand met de Italiaanse fabrikanten tot het einderesultaat te komen, maar dat we de tijd hadden voor deze creativiteit was wel heel leuk. Dat is een luxe die we ons normaalgezien niet kunnen permitteren. We konden even in een creatieve bubbel verdwijnen. Zo krijgt dat woord toch nog een positieve connotatie (lacht). Felix: Voor buitenstaanders klinkt het misschien alsof we niet aan het werken waren, maar er kruipt meer tijd in prints maken dan je denkt. Nathalie: Het was een plezante fase, maar het was niet simpel om onze ideeën tot op een rol stof te krijgen. Dat het ons toch gelukt is, maakt me trots. Intussen begint de crisis wel echt te wegen. Inspiratie opdoen op Instagram is niet hetzelfde. De vrijheid om te gaan en staan waar we willen, mis ik enorm. Tegelijkertijd ben ik heel dankbaar dat ik een goede relatie heb, een warme thuis en een leuke job. We mogen onszelf echt gelukkig prijzen, dat besef ik maar al te goed. Veel mensen hebben niet zoveel geluk en zitten er mentaal volledig door. Nathalie: Als je perfectionistisch bent, is het moeilijk om te beseffen dat je niet meteen kunt evolueren naar een honderd procent duurzaam modemerk. Dat werkte in eerste instantie demotiverend. Ik begon mezelf af te vragen of werken als ontwerpster wel zin had en of ik niet beter dokter had kunnen worden, dan had ik tenminste iets nuttig kunnen doen. Uiteindelijk ben ik wel uit die gedachtenspiraal geraakt. Mijn talent is niet mensen genezen, maar ik kan wel mooie collecties maken waar vrouwen zich zelfzeker in kunnen voelen. Dat besef heeft de liefde voor m'n stiel terug aangewakkerd. Wat me optimistisch stemt, is dat onze leveranciers er zelf ook mee bezig zijn. Hun aanbod duurzame stoffen groeit en de prijsverschillen tussen conventioneel en ecologisch textiel zijn kleiner aan het worden. Ik sta er dus niet alleen voor. De ideale oplossing bestaat niet. Als ontwerper moet je telkens op zoek naar de beste opties voor je collectie. Ik vraag elke keer aan al mijn leveranciers wat de ecologische alternatieven zijn en ga na of die opties een match zijn met wat ik wil creëren. Kwaliteit is overigens altijd al een belangrijk aspect van Nathalie Vleeschouwer geweest. Kleding waar je lang plezier aan hebt: ook dat is duurzaamheid. Daarnaast is het belangrijk om zo min mogelijk overschotten te creëren. Niet alleen voor het milieu, maar ook economisch gezien is dat de beste optie voor een modebedrijf. Nathalie: Het idee om iets te doen voor mannen broedde al langer. Mijn zoon en man zeuren al jaren om ook eens een Nathalie Vleeschouwer-collectie voor hen te maken. Toen de coronacrisis begon, kwam dit idee in een stroomversnelling terecht. Ik werk al twintig jaar samen met een naaiatelier in Deurne. Het is een klein atelier, dat maar moeilijk kan concurreren met ateliers in het buitenland. De Belgische prijzen liggen nu eenmaal hoger dan gemiddeld. Toch ben ik heel blij met onze samenwerking. Ze leveren fantastisch werk en kunnen op zeer korte termijn stuks voor me maken. Dat is een enorme luxe. Ik wil dus heel graag dat ze blijven bestaan. Normaalgezien schakelen we hen in om stuks bij te maken die uitverkocht zijn. Door de crisis was dat niet nodig en kon ik hen dus geen werk bieden. Ik dacht na over hoe ik dit euvel kon verhelpen. Uiteindelijk vielen de puzzelstukjes in elkaar. De overschot van de stoffen konden gebruikt worden voor een mannencollectie. Mijn patroonmaakster was blij met de uitdaging, het naaiatelier in Deurne kon toch aan de slag en mannen reageerden enthousiast op de collectie. Felix: Het zorgde voor een frisse wind. Iets waar we tijdens deze periode allemaal naar snakken. Dankzij onze webshop konden we de collectie ook meteen aan de man brengen, zonder te hoeven wachten op de heropening van de winkels. Nathalie: Het sloeg aan en ook onze mannen thuis zijn verslaafd. Er komen in de toekomst dus zeker nog mannencollecties van Nathalie Vleeschouwer. Nathalie: Een beetje van beide (lacht). Technologische ontwikkelingen kunnen ons vooruithelpen, in de vorm van betere productiemethodes of verkoop via een webshop wanneer het land in lockdown is. Zonder gsm zou ik ook niet ver meer geraken, het is m'n geheugen, m'n agenda en m'n gps. Maar soms neemt technologie ook wel de magie weg. De digitale modeshows doen me bijvoorbeeld weinig. Daarnaast maken webshops het ook moeilijk om het soldensysteem te veranderen. Online zijn er immers altijd koopjes te rapen. Dat is jammer, want ik vind het echt zonde om zomerkleding al in juli te solderen en winterkleding al af te prijzen nog voor de winterprik is gestart. Op ons eentje krijgen we dat helaas niet veranderd. Het is met pijn in het hart dat we hieraan deelnemen, maar de concurrentie is moordend. Felix: Ik hou zelf heel erg van technologie en ben een grote gadgetfan. Ik vind de combinatie van offline en online heel interessant. Het ambachtelijke gaat nooit helemaal verdwijnen, maar technologie kan wel aanvullen waar nodig en bepaalde innovaties teweegbrengen. Nathalie: Net door de digitalisering komt er ook meer respect voor ambacht. Wanneer alles snel gaat, is traagheid net iets moois. Ik vergelijk het graag met de voedingsindustrie. In ons gezin kookt mijn man vooral. Hij gaat dus meestal ook naar de winkel. Dat is nu eenmaal efficiënt. Maar waar ik van kan genieten, is rondneuzen bij de hoevewinkel van de bioboerderij de Dobbelhoeve bij ons in Schilde. Ik vind dat heel ontspannend. Ze hebben ook echt prachtige groenten in de aanbieding. Ik stal ze uit in onze keuken. Ze zijn bijna even mooi als een boeket bloemen (lacht). Nathalie: Nee, dat denk ik niet. Toch niet volledig. Ooit was er een werkneemster die schoorvoetend moest toegeven dat ze pas besefte dat er echt nog met de hand wordt gewerkt sinds ze bij ons in dienst trad. Ze dacht dat alles machinaal gebeurde. Felix: Vrienden vragen soms of mama de collecties nog met de hand tekent. (lacht). Ze denken dat alles computer- en fabriekswerk is, maar niets is minder waar. Nathalie: En niet alleen wat ik doe is voor een stuk nog ambachtelijk. Elke menselijke schakel is belangrijk in een modebedrijf. Een kledingstuk gaat door heel wat handen voor het in de kledingkast van een klant belandt.Felix: Beseffen hoeveel mensen er werken aan een collectie, van idee tot uitvoering, distributie en verkoop, zorgt voor meer respect voor de sector. Ik merk dat er nog veel vooroordelen heersen over mode, terwijl het hard werken is en de sector zorgt voor tewerkstelling op veel verschillende plekken. Heel wat mensen lijken te denken dat mode vooral glitter en glamour is. Ook wordt de prijs van een kledingstuk snel te duur bevonden, maar van die prijs moeten mensen in heel de keten een eerlijk loon kunnen krijgen.Nathalie: Ik herinner me de periode dat fast fashion in de Belgische winkelstraten populair werd nog goed. Dat was een tegenvaller voor ons. Ik vind het uiteraard heel jammer dat sommige mensen fast fashion verkiezen boven kleinere, meer lokale bedrijven. Tegelijkertijd versta ik het ook. Ik vind niet dat we het de eindconsument kwalijk kunnen nemen dat ze in fast fashion-winkels shoppen. Zeker wanneer je een kleiner budget hebt, is die stap snel gezet. Er zou vanuit de overheid moeten worden ingegrepen. Het is hun taak om te waken over onze winkelstraten. Als je een stad aantrekkelijk wil maken, moet je investeren in je lokale merken. Het is erg dat je als eindconsument producten kunt kopen die onethisch en zonder respect voor het milieu geproduceerd werden. Het kan er bij mij niet in dat daar niet strenger tegen wordt opgetreden vanuit Europa. Op andere vlakken zijn ze wél heel streng, dus waar blijft de wetgeving rond een eerlijke productieketen? Felix: Toch wel. Dat is iets wat we beseft hebben toen de winkels gesloten waren: mensen blijven fysiek winkelen belangrijk vinden.Nathalie: Je mag het sociaal contact daar ook niet bij vergeten. Onze klanten waren heel blij na de lockdown om onze verkoopsters terug te zien. In een winkel waar je graag komt, gaat het om meer dan alleen kleding passen en kopen. Dat babbeltje tijdens het shoppen is belangrijker dan mensen dachten. Het advies dat je krijgt over maten, kleuren en snits is natuurlijk ook een meerwaarde. Het was ook enorm hartverwarmend dat onze klanten doelbewust kwamen shoppen na de lockdown om ons te steunen. Dat viel vooral op in de kleinere steden en gemeenten. Felix: Door de coronacrisis is het besef gegroeid dat het lokale heel belangrijk is. Nathalie: In de buurt shoppen is dan ook echt gezellig. Ik vind het wel spijtig dat ze de parkings op de Gedempte Zuiderdokken hier in Antwerpen zo duur hebben gemaakt. Felix: Minder auto's in de stad vind ik niet verkeerd. Dat moeten we net toejuichen. Nathalie: Correct, maar dan moeten de alternatieven wel bestaan. Als je vanuit de Kempen naar Antwerpen wilt geraken met het openbaar vervoer ben je eeuwen onderweg. Daar mogen ze ook eens werk van maken. En zo sluiten we ons gesprek tussen twee generaties af met huiswerk voor het Vlaamse openbaar vervoer: zodat iedereen gemakkelijk kan komen winkelen bij lokale ondernemers, zonder Koning Auto van stal te moeten halen. Lezen jullie mee, NMBS en De Lijn?