Christian Wijnants
...

Het resultaat: 'De truien zijn prototypes die nooit in de collectie zijn opgenomen. Ik had er nog twee, net genoeg om een patchworkjurk van te maken. Omdat het een model voor heren is, zijn ze ook wat groter en had ik meer materiaal om mee te werken. Breigoed drapeert mooi en het is rekbaar, dus kun je minder nauwkeurig te werk gaan. Door de felle kleuren en de speelse, grafische belijning oogt het fris en zomers. Toen ik eind jaren negentig aan de modeacademie studeerde, was ik zoals veel generatiegenoten gefascineerd door Martin Margiela. Hij was 25 jaar geleden al bezig met upcycling. Ik herinner me bijvoorbeeld een trui gemaakt van oude, aan elkaar genaaide legersokken. Zelf werk ik niet op die manier. Upcycling is een artisanaal proces, waardoor je minder grip hebt op de aantallen. Wij laten soms honderden stukken van één model maken. Dat is een ander businessmodel. Stel dat we twintig jassen hebben om te herwerken, dan kun je er achteraf ook maar twintig verkopen. We hebben niet zo veel overschotten, omdat we alleen produceren wat onze klanten bestellen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles uitverkocht is achteraf. We hebben een eigen winkel en we ontvangen soms retours. Die stukken gaan dan naar de stockverkoop, en we onderzoeken ook andere opties. Want hoe groter je bedrijf wordt, hoe meer stock je hebt. Wat we sowieso doen, is stoffen recycleren. Stel dat we van één stof te veel hebben aangekocht, dan doen we die niet weg of wachten we niet op een stockverkoop om ze te verkopen, maar hergebruiken we ze in een andere collectie. We hebben als bedrijf die investering al gedaan, dan is het leuk als je alles kunt gebruiken. We bekijken ook de mogelijkheden om onverkochte stukken weer uit elkaar te laten halen, zodat er op die manier nieuw garen van gemaakt kan worden.'Het resultaat: 'Ik was eerst vertrokken van een veel eenvoudiger stuk, want daar kun je opvallende, maffe dingen mee doen. Maar dat ben ik niet. Daarom koos ik voor de Lola: een witte, mouwloze jurk met een klein opstaand kraagje en een ruche die van voren naar achteren loopt. De Toos Franken-signatuur. Zelfs nu het geüpcycled is, herken je het origineel nog. Deze jurk is nog altijd te koop. Onze stukken gaan langer dan één seizoen mee, hoelang hangt af van stuk tot stuk. Er wordt te lang en door te veel mensen aan gewerkt om het na amper een seizoen al uit de rekken te halen. De jurk wordt er ook niet minder mooi op. Een goed stuk is en blijft een goed stuk. Dat verandert niet in een jaar tijd. Voor ik er mijn schaar in zette, heb ik een patroon gemaakt en alles nauwkeurig afgespeld. Ik wilde absoluut niet verkeerd knippen. Ik wist dat ik er een jas van wilde maken, want dat vind ik als ontwerper het meest uitdagende kledingstuk. Een broek blijft een broek. Ik heb er mouwen aan gezet, een kraag en ik heb het gewatteerd met een oud donsdeken dat ik nog had liggen. De zijzakken staan nu vooraan op de jas en van de onderkant van de jurk heb ik biesjes gemaakt. Je kunt de jas ook helemaal openleggen als een deken. Elk seizoen breien we verder op het vorige, waardoor we heel weinig overschotten hebben. Als er toch stof over is, bewerken we die. Eigenlijk deden wij al aan upcycling, dat zit van in het begin in ons DNA, als een bewuste keuze. Omdat de winkel het afgelopen jaar lang gesloten was, hebben we wat stock liggen. Daar gaan we iets nieuws mee doen. Niet zoals ik met dit stuk deed, het gaat veeleer om kleine ingrepen. Sommige jurken kunnen worden ingekort tot blouses en tops. De jassen uit de wintercollectie worden gilets. Daar gaan we ook openlijk over communiceren. Upcycling doet geen afbreuk aan de waarde van een kledingstuk.' Het resultaat: 'Om deze poncho een nieuw leven te geven, moest ik hem drastisch veranderen, anders zou het niet interessant zijn. Ik moest daarbij denken aan mijn grootmoeder, die vroeger carnavalskostuums voor me naaide uit de kleren van mijn nicht - van een suède rok maakte ze bijvoorbeeld indianenlaarzen. En toen ik als tiener kleren kocht op de rommelmarkt, verknipte zij die, paste ze aan en transformeerde ze. Toegegeven, toen ik mijn schaar nam en in deze poncho knipte, deed dat aanvankelijk een beetje pijn. Ik ben erg gehecht aan mijn stukken. Ik verkortte de poncho, maakte twee vleermuismouwen, bevestigde een elastiek onderaan en verknipte een trui om de geribde randen van de mouwen en een kraag te kunnen maken. Het is nu een kort jasje. Al sinds mijn start in 1991 ben ik nogal duurzaam ingesteld. Mijn collecties gaan lang mee omdat de materialen van goede kwaliteit zijn, ze verouderen mooi en ze zijn nooit té modieus of té klassiek. Dat zorgt ervoor dat mijn kleding trends kan overleven. 'Als ik deze poncho transformeer, is dat niet om hem te moderniseren of om hem een tweede leven te geven, want hij was niet dood, maar om hem een andere look te geven en plezier te beleven aan het veranderen van de verhoudingen. Ik krijg er een creatieve boost van en dat is fijn omdat ik momenteel de laatste hand leg aan mijn herfst-wintercollectie '21-'22. Gezien de omstandigheden is de collectie kleiner, maar ik vind dat prettig, want zo kan ik me op elk stuk concentreren - we evolueren allemaal naar een minder hysterisch tempo.' Het resultaat: 'Dit is een jurk die ik sheet dress noem, lakenjurk. Dit model maak ik elk seizoen, al 21 jaar lang. Jawel, in feite ben ik nog altijd bezig met hetzelfde stuk. Ik geloof in duurzaamheid - kleding maken die lang meegaat en waar je seizoen na seizoen op kunt voortbouwen. Het maakt deel uit van mijn aanpak: terugkijken naar het verleden en herscheppen wat ik heb gemaakt. Daarom geloof ik niet in trends en werk ik met momenten in plaats van met seizoenen. 'Ik kies ook voor deze sheet dress omdat ik denk dat er weinig mooier is dan een vrouw die zich in een laken wikkelt wanneer ze wakker wordt. De jurk was eerst blauw, ik heb hem in bleekmiddel ontkleurd en heb er dan met inkt overheen geschilderd. Een beetje zoals Jackson Pollock, ik hou van vlekken en imperfecties. Daarna heb ik dit stuk satijnen stof van Italiaanse zijde in de stijl van een kimono ontworpen: niet knippen maar vouwen, en dan pas naaien. Kimono's hebben mijn hart al gestolen tijdens mijn eerste reis naar Japan, 32 jaar geleden, toen ik assistent was in het atelier van Yves Saint Laurent. Sindsdien verzamel ik ze, en voor mijn JPKnott Special Edition heb ik er nog eens mijn eigen interpretatie aan gegeven. 'Ik hou ervan om de stof onverknipt intact te houden en ermee te spelen terwijl ze om het lichaam wordt gewikkeld. Kimono's zijn ook codetaal: de lengte van de mouwen, de manier om de obi te knopen, zelfs de kleuren betekenen iets. Deze benadering van kleding ligt dicht bij mij: ik wil teruggaan naar de bron. Zoals vroeger: no season, no colour, no sex, no fashion.' Roxane Baines Het resultaat: 'Ik vind het erg belangrijk om ecologisch te denken, zowel in mijn werk als in mijn privéleven. Als je weet dat het verfafval van de mode-industrie verantwoordelijk is voor ongeveer 20% van de watervervuiling op deze planeet, dan besef je dat we hier niet meer nonchalant mee mogen omgaan. Voor dit hemd ben ik vertrokken van een ruimvallende witte blouse, in een katoen uit een vorig seizoen. Ik probeer vooral ecologisch verantwoorde, lokale stoffen te gebruiken. Voor de kleur wilde ik met een natuurlijk verfproces werken. Dus heb ik in de keuken van mijn Brusselse atelier natuurlijke kleurstoffen getest: met bosbessen, rode vruchten en avocadopitten kwam ik tot een heel zacht roze, met kurkuma kreeg ik een prachtig geel. Ik denk dat we op dit moment allemaal kleur en licht nodig hebben. Deze kleurstoffen zijn zo levendig, ze veranderen door de zon en met de tijd. 'Ik heb echt genoten van het in elkaar zetten van dit hemd, het voelde als een oefening in nieuwsgierigheid, zoals vroeger toen ik nog studeerde. Het is meer dan tien jaar geleden dat ik mijn studie aan La Cambre afrondde. In het begin was ik vooral gespecialiseerd in juwelen en accessoires, voor Givenchy en Louis Vuitton. Daarna, in maart 2015, wilde ik mijn eigen zaak beginnen omdat het kriebelde om weer achter de naaimachine te gaan zitten - ik hou ervan om bezig te zijn en de confrontatie met het materiaal aan te gaan. 'Ik wilde een comfortabele collectie brengen die je elke dag kunt dragen, met een onberispelijke techniek en in kleine oplages, die dicht bij mijn klanten staat en die ik koester. Want dat is vandaag misschien wel het belangrijkste: dat je als ontwerper het gevoel hebt dicht bij de persoon te blijven die dat kledingstuk koopt waar je zoveel liefde in hebt gestoken.'