Wim Mertens (49) is conservator en hoofd collectie van het MoMu. Hij hielp mee om de verhuizing van het archief in goede banen te leiden.
...

'Twee medewerkers zijn anderhalf jaar lang voltijds bezig geweest met het inpakken en verhuizen van de collectie. Zo'n 20.000 stukken in totaal. Dat zijn 28 vrachtwagens vol. Elk stuk is eerst nagekeken, gefotografeerd en geïnventariseerd voor het is opgeborgen. Kleding die niet op hangers kon worden bewaard, is ingepakt in een van de vierhonderd door het team ontworpen dozen van polypropyleen. Dat is een inert materiaal dat, in tegenstelling tot karton, geen schadelijke gassen afgeeft. Stukken die in het archief vlak worden bewaard bleven in hun zuurvrije kartonnen dozen, dikwijls op maat gemaakt. Ook lang niet alles past in een doos. Voor een pluimenjurk van Olivier Theyskens die te groot en te zwaar was om in een doos op te bergen, hebben we een kist laten bouwen die rond de pop past die de jurk draagt. En voor de collectie van Stephen Jones is voor elke hoed een op maat gemaakte mal ter ondersteuning ontworpen. Alles is verhuisd in vijf dagen, verspreid over vier maanden tijd. Op een van die dagen was het museum open. Toen stonden de dozen beneden in de hal van het museum klaar, terwijl de bezoekers er gewoon rondliepen. Dat was leuk voor het publiek, maar vooral heel stresserend voor ons. Een professionele kunsttransportfirma heeft de collectie naar depots in Mechelen, Den Haag en in de Antwerpse Katoennatie gebracht, waar al enkele jaren onze historische collectie wordt bewaard. Uiteindelijk zal alles daar in 2020 in één groot depot worden ondergebracht. Enkel kleding en accessoires van kunststof zullen nog in het museum worden bijgehouden. We hebben lang gedacht dat de historische collectie de meest fragiele is, en dus het moeilijkst om te bewaren. Maar dat is niet het geval. Van natuurlijke stoffen weten we hoe ze gaan verouderen. Van materialen als plastic, dat gebruikt wordt voor onder andere 3D-printing, weten we dat nog niet. Daarom zal één conservator-restaurator zich daar na de heropening in specialiseren en die collectie constant opvolgen. We zijn begonnen met het verhuizen van de designers die het minst worden opgevraagd. Martin Margiela is als allerlaatste de deur uitgegaan, voorafgegaan door Raf Simons, Van Beirendonck en de andere van de Zes. Onze directeur Kaat (Debo, red.) en de curator wilden die collecties zo lang mogelijk kunnen raadplegen, want ook voor hen is de collectie tot eind volgend jaar niet meer toegankelijk.'