Het Parijse prêt-à-porter huis zit al in financiële moeilijkheden sinds de dood van zijn iconische maker in 2016. In april dit jaar werd het onder curatele geplaatst en ging het actief op zoek naar een nieuwe koper.

Initieel toonde een dozijn kopers belangstelling voor het merk. Drie aanbiedingen sprongen in het oog: een dossier geleid door Emmanuel Diemoz, voormalig leider van Balmain, een voorstel van een Chinese groep en een ander geformuleerd door ondernemers in de vastgoedsector. Uiteindelijk gooiden ze allemaal de handdoek in de ring. Volgens verschillende bronnen lag er voor de rechters geen concreet voorstel op tafel om een liquidatie te voorkomen.

Zo'n 131 medewerkers staan op straat, de activa en de resterende voorraad kleding wordt nu verkocht. 'Een deel van dat geld zal gebruikt worden om de medewerkers uit te betalen', aldus advocaat Thomas Hollande na de hoorzitting in Parijs.

In 2018 heeft het label een omzet van 35 miljoen euro gerealiseerd, voor een nettoverlies van 30 miljoen euro. Het steunt op een netwerk van zes winkels en vier verkooppunten. Zo'n vijftig procent van de omzet wordt gedraaid in Frankrijk.