'Het maakt niet uit hoeveel interviews ik geef, ik zal die stempel nooit kwijtraken', zegt Griffiths lachend. 'Maar daar heb ik het niet moeilijk mee. Ik ben niet met mode begonnen om beroemd te worden.'
...

'Het maakt niet uit hoeveel interviews ik geef, ik zal die stempel nooit kwijtraken', zegt Griffiths lachend. 'Maar daar heb ik het niet moeilijk mee. Ik ben niet met mode begonnen om beroemd te worden.' Hij heeft geen Wikipediapagina en niet meer dan 5500 volgers op Instagram. Tot twee jaar geleden had zelfs niemand behalve de incrowd van Ian Griffiths gehoord. Max Mara, al 32 jaar zijn werkgever, heeft er in tegenstelling tot andere zwaargewichten op de Milanese modekalender altijd voor gekozen om zijn hoofdontwerpers op de achtergrond te houden. De kleren moesten voor zich spreken. Griffiths carrière is bovendien kort samen te vatten. In 1987 won hij als student aan de London Royal College of Art een wedstrijd om bij Max Mara te werken en hij is er nooit meer weggegaan. 'Ik ben in het verleden uiteraard ook door andere modehuizen benaderd, maar daar wilde ik nooit op ingaan', zegt Griffiths. 'Ik kan me niet voorstellen dat ik voor een ander modehuis zou werken. Als ik de stoelendans zie die zich elk seizoen in de mode afspeelt, vraag ik me af hoe een ontwerper naar een merk kan verhuizen en daar meteen de boel helemaal kan omgooien. Het heeft twintig jaar geduurd voor ik hier iets te zeggen had, maar tegen die tijd kende ik het merk wel door en door.' Sinds zijn aanstelling als artistiek directeur - een titel die hij zelf overbodig vindt: 'Het is de ontwerper met de langste staat van dienst' - heeft de bescheiden Brit uit Derbyshire in alle stilte maar consistent subtiele, draagbare klassiekers uitgebracht: het perfecte witte hemd, de sigarettenbroek en natuurlijk zijn bekende Teddy Bear coat. 'Echte kleren voor echte mensen', zegt Griffith. 'Dat was ook de visie van Achille Maramotti (de oprichter van Max Mara, red.), toen hij het merk opstartte. Zelfs als we een show organiseren, wat toch een stukje theater is, wil ik dat de vrouw in de zaal zich kan identificeren met wat ze op de catwalk ziet. Elke collectie is het resultaat van een optelsom van ideeën, maar het denkwerk dat daarvoor nodig is, mag je niet zien in het eindproduct. Ik wil niet dat iemand naar een ontwerp van me kijkt en zegt wat voor een slimme designer ik ben. Het enige wat telt is dat de kleren mooi zijn en een plezier om te dragen.' Ook van trends moet hij niets weten. 'De mode is zo geëvolueerd dat er geen trends meer bestaan. In de jaren tachtig en negentig had je vijf trends per seizoen, nu zijn dat er vijf per dag. Ik kijk naar wat er gaande is in de wereld en wat me raakt, maar met trends houd ik me niet bezig. Het heeft geen zin om daarover na te denken, want in de wereld van vandaag - waarin alles instant gecommuniceerd wordt - is iets al voorbij nog voor het goed en wel begonnen is. Als je al een sterke eigen identiteit hebt zoals Max Mara, waarom zou je die dan elk seizoen willen omgooien?' Zelf draagt de Brit elke dag een op Savile Row gemaakt kostuum, met in zijn borstzak een net gevouwen zijden zakdoekje. ('Als je één keer een maatpak hebt gepast, voelt al de rest als karton.') Zijn bruine haar in een strak gekamde zijstreep. Griffiths is de best geklede punker die je ooit zult ontmoeten. 'Ik was een echte club kid. Ik studeerde architectuur in Manchester, maar na een jaar ben ik gestopt omdat ik het te druk had met feesten. Je kunt je voorstellen hoe mijn ouders reageerden: hun brave zoon was van het rechte pad geraakt', lacht hij. 'Uiteindelijk bleken die jaren in Manchester de meest vormende van mijn leven. Ik maakte mijn eigen kleren en mocht gratis in alle clubs binnen.' Toen Margaret Thatcher ermee dreigde alle werklozen op te roepen voor de Falklandoorlog, besloot Griffiths mode te gaan studeren in Londen. 'Maar die rebel zit nog steeds in mij. Ook al zie ik er vandaag niet meer zo uit.' Hoe belandt een punker dan bij een klassiek merk als Max Mara? 'Daar heb ik zelf ook over nagedacht. Waarom hebben ze toen voor mij gekozen?' Hij pauzeert. 'Eigenlijk is Max Mara altijd een rebels merk geweest. Want klassiek is niet hetzelfde als conservatief. Toen Maramotti in de jaren vijftig met Max Mara begon, richtte hij zich op een nieuwe, opkomende doelgroep: de werkende vrouw. Dat was nooit eerder gedaan. Als je het zo bekijkt, is het niet zo verrassend dat ze toen voor een rebel zijn gegaan.' Bauhaus en Bowie Griffiths punkverleden is nog alive and kicking. Dat bleek ook tijdens de laatste resortshow van Max Mara in Berlijn, net voor de zomer. Niet toevallig op de dertigste verjaardag van de val van de Muur. 'Ik wil met deze show een politiek statement, met kleine p, maken over openheid en het doorbreken van barrières. Zeker nu er in de Verenigde Staten opnieuw gesproken wordt over de bouw van een muur. Heeft de geschiedenis ons dan niks geleerd?' Griffiths kent de stad goed. Hij heeft er vrienden wonen en gaat er regelmatig naartoe. 'Ik werkte al voor Max Mara toen ik Berlijn voor het eerst bezocht, en toch heb ik er als kunststudent in de jaren tachtig altijd een band mee gehad. Bowie, Bauhaus, Marlene Dietrich... dat was mijn leefwereld. Al die invloeden komen terug in de collectie: een onberispelijk wit pak, een trenchcoat... Het zijn stukken die zowel Bowie als Dietrich droegen. De Thin White Duke en de Blue Angel. Ze hadden heel veel bewondering voor elkaar, ook al hebben ze elkaar nooit ontmoet. Ze hebben samen in de film Just a Gigolo van David Hemmings gespeeld, maar haar scènes werden opgenomen in Parijs en die van hem in Berlijn.' 'Wat ze nog gemeen hebben? Ze zetten zich af tegen conventies. Marlene Dietrich droeg al mannenpakken in de jaren dertig, wat toen absoluut not done was. En toch kwam ze ermee weg. Meer nog, ze werd de best betaalde actrice van haar tijd. Bowie en Dietrich waren allebei, en dat is heel relevant voor mijn generatie ontwerpers, meesters in het manipuleren van hun zelfbeeld. Want dat is wat je als designer doet. Ze wisten als geen ander hoe ze door te experimenteren met hun imago een boodschap naar buiten konden brengen.' Twee jaar geleden trad Griffiths eindelijk uit de schaduw. 'Na dertig jaar vonden ze dat ik te vertrouwen was', zegt hij lachend. Toen hij in februari van dat jaar Halima Aden castte voor het herfst-winterdefilé van Max Mara, mocht hij het meteen gaan uitleggen. Het was de eerste keer dat een Italiaans merk een model met hoofddoek liet meelopen in zijn show. 'Als je over Bond Street in Londen loopt, zou je niet opkijken van een vrouw in een jas van Max Mara en een hidjab. Waarom zou je dat dan wel doen als zij over de catwalk loopt? Maar ik geef toe: het heeft veel meer reacties uitgelokt - gelukkig alleen positieve - dan ik had verwacht. Voor de show moest ik meneer Maramotti, de president van het bedrijf, bellen om te vertellen dat er een model met hoofddoek zou meelopen. Hij vond het goed, als het maar niet te veel de aandacht van de collectie zou afleiden. 'Ik denk niet dat iemand het zal merken', zei ik toen nogal naïef. De dag erna stond het wereldwijd in alle kranten.' 'Luister, Max Mara wordt verkocht in meer dan honderd landen. Als je wilt dat vrouwen van over de hele wereld zich identificeren met je merk, dan moet je daar ook rekening mee houden in de manier waarop je als merk naar buiten treedt. In het National Museum of Scotland loopt momenteel een expo over mode en diversiteit, The Body Beautiful. Er hangt een foto van Halima Aden met een quote van mij. Daar ben ik heel trots op. Mensen hebben graag kritiek op de mode, maar tegelijk is het een industrie die zich heel snel aanpast. Als de mode beweegt, beweegt ze snel.'