WALTER VAN BEIRENDOCK

Walter Van Beirendonck is al jaren een vaste waarde tijdens de mannenmodeweek in Parijs. Als kleinschalig, onafhankelijk label dwingt hij respect af tussen de modegiganten.
...

Walter Van Beirendonck is al jaren een vaste waarde tijdens de mannenmodeweek in Parijs. Als kleinschalig, onafhankelijk label dwingt hij respect af tussen de modegiganten. 'Onafhankelijkheid is een zegen, maar heeft ook een prijs. Als je de vrijheid wilt om voor honderd procent je eigen ding te doen, komt alles op je schouders terecht. Behalve voor het creatieve, sta je ook in voor de opvolging van de productie en het financiële plaatje. Je moet daarin een evenwicht vinden en dat is niet eenvoudig. Ik heb die balans min of meer gevonden, maar het blijft een zware opgave. In de modewereld moet je voortdurend blijven investeren. Als je weinig middelen hebt, word je gedwongen om creatiever te zijn en oplossingen te zoeken. De video die ik gemaakt heb voor de digitale modeweek in juli had enorm veel impact, maar is gemaakt met een piepklein budget. Met veel creativiteit en met de juiste enthousiaste mensen in je team raak je al ver. Omdat we door de lockdown de productie niet op tijd rondkregen, hebben we miniatuurversies gemaakt van de collectie. De klanten waardeerden dat we geen enkele moeite gespaard hebben om een creatieve collectie neer te zetten, terwijl veel andere, grote modehuizen collecties herkauwd hebben of gewoon bullshit gebracht hebben. De keerzijde van de medaille is dat je in crisistijden zeer kwetsbaar bent. In tegenstelling tot de grote groepen heb je geen financiële buffer om moeilijke momenten op te vangen. Je hangt af van de verkoop in de boetieks. Gelukkig hebben weinig klanten hun bestellingen geannuleerd. Dat heeft deels te maken met de menselijke relatie die we onderhouden met onze klanten. Zo ontvang ik zelf mijn klanten in de showroom. We beleven nu een echt scharniermoment waarbij het hele modesysteem ter discussie wordt gesteld. Velen hopen dat er weer een avant-gardescene opstaat, wat je wel meer ziet in crisistijden. Ik geloof sterk in kleine modebedrijven met een duidelijke signatuur en een heel eigen statement. Echte creativiteit zal in de toekomst belangrijker worden. De impact van social media biedt mogelijkheden voor kleinschalige ontwerpers. Met weinig middelen kun je een groot publiek bereiken.' waltervanbeirendonck.comJean-Paul Knott studeerde in 1988 af aan het Fashion Institute of Technology in New York. Voordat hij in 2000 zijn eerste collectie onder zijn eigen naam lanceerde, werkte hij jaren voor Yves Saint Laurent en ontwierp hij collecties voor Krizia en Louis Féraud.'Toen ik begon bij Yves Saint Laurent, zag de modewereld er heel anders uit. Je had de ontwerper, zijn creatieve equipe, veel vaklui in het atelier en een klein administratief team. Het product en de creativiteit stonden centraal, de business vloeide er spontaan uit voort. Met de jaren hebben de business en de marketing de overhand genomen. Na elf jaar Yves Saint Laurent vond ik het tijd voor iets anders, maar ik kende geen modehuis dat interessanter was. Daarom ben ik zelfstandig geworden. Ik doe alles op mijn manier en zo goed mogelijk, dat is mijn leidmotief, zowel in mijn werk als in mijn leven. Als je voor een grote, kapitaalkrachtige groep werkt, heb je als designer alle middelen om je creatieve ideeën tot in de kleinste details te realiseren. Als zelfstandig ontwerper bots je op je beperkingen, die je verplichten om creatieve oplossingen uit te dokteren met de middelen die je hebt. Zelfs na twintig jaar blijft het vechten om te overleven. Om de zoveel jaar gebeurt er wel een ramp die al je plannen op de helling zet. Toen ik in 2000 begon, werd mijn collectie meteen internationaal goed onthaald. Een seizoen later had ik al veel klanten in Amerika. In 2001, na 11 september, annuleerden de Amerikaanse klanten echter massaal hun bestellingen. Het was een uppercut. In 2008 kwam de bankencrisis en dit jaar werd onze sector nog harder getroffen door de coronacrisis, wat verscheidene projecten on hold zet. Grote bedrijven lijden nu grote verliezen, kleinschalige structuren verliezen minder en zijn ook flexibeler om snel te reageren. Mijn mensen zijn momenteel technisch werkloos, we houden het bedrijf nu recht met twee personen, mezelf inbegrepen. Ik sta in de winkel, volg de naaisters in het atelier op, sta mijn klanten te woord, net als in mijn beginjaren. Het heeft iets van een nieuwe start. Tijdens de lockdown heb ik besloten de geplande productie te annuleren. In plaats daarvan stel ik drie formules voor: mijn archiefstukken, mijn klassiekers en nieuwe, unieke stukken die ik gemaakt heb van stoffen uit mijn voorraad of van bestaande stukken die ik herwerk. Ik verkoop ze niet alleen in mijn boetiek, maar ook via multimerkenboetieks die al lang klant zijn. Door de jaren heen heb ik een cliënteel van gelijkgestemden opgebouwd, als een soort clan. Ik verkies authenticiteit boven kwantiteit. Als ontwerper met een uitgesproken identiteit kun je niet iedereen plezieren.' jeanpaulknott.com Stephan Schneider trok bijna dertig jaar geleden naar de Antwerpse Modeacademie. Meteen na zijn studie, nu 25 jaar geleden, richtte hij zijn eigen modehuis op.'Als tiener was ik een echte modefanaat, ik kwam uit Duitsland naar Antwerpen om er te shoppen. Toen ik de afstudeershow van de Antwerpse Modeacademie zag, was ik zo onder de indruk dat ik mode wilde studeren. Ik heb mij ingeschreven en kon na vier jaar afstuderen. Drie maanden later heb ik mijn bedrijf opgericht. Nog een jaar later opende ik mijn winkel in Antwerpen. Ik stond ook zelf in de winkel. Het was best confronterend om als jonge ontwerper op tekorten in je collectie gewezen te worden. Mocht ik het opnieuw doen, dan zou ik eerst een paar seizoenen in alle vrijheid ontwerpen, zonder beperkingen. Maar ik heb er veel uit geleerd. Het heeft mij ook voeling gegeven met mijn doelgroep. De eerste tien jaar zijn een echte strijd: je moet je constant bewijzen, tegenover iedereen. Om te beginnen tegenover mijn familie. Mode leek voor mijn ouders een onzekere toekomst, toch steunden ze mijn keuze. Ik wou bewijzen dat ik het kon waarmaken. Eenmaal opgestart, moet je het vertrouwen winnen van je leveranciers en van je klanten. De volgende tien jaar kun je de vruchten plukken van het harde werk. In die groeifase heb ik mij weleens afgevraagd of het allemaal wel goed genoeg was. Of ik die kleine winkel niet moest ruilen voor een grote, luxueuze boetiek, of een duurdere showroom huren tijdens de Parijse modeweek. Die fase is voorbij, het is goed zoals het nu is. Als ik met jonge modestudenten spreek, merk ik dat ze bang zijn om een eigen collectie op te starten. Wellicht ook omdat jongeren de lat te hoog leggen voor zichzelf. Ze zien alles meteen groot: een uitgebreide collectie, een pr-agent, een mooie showroom, allemaal zaken die handenvol geld kosten. Het kan ook met minder en het hoeft niet allemaal perfect te zijn. Ik heb door de jaren de charme leren inzien van de imperfectie. Ik vergelijk mijn zaak met een kind. Als ouder kun je je kind nog zo goed proberen op te voeden, je schiet altijd wel ergens tekort, terwijl je op bepaalde punten net wel fantastisch scoort. Dat is ook zo met mijn bedrijf: we investeren nauwelijks in marketing, maar we focussen op het product. Als het product sterk genoeg is, vindt het zijn weg. Financiële onafhankelijkheid geeft je veel vrijheid. Ik kijk heel gelukkig terug op de voorbije 25 jaar, als ontwerper en ondernemer. Alle beslissingen, zowel creatief als zakelijk, neem ik vanuit mijn buikgevoel. En ze bleken achteraf heel juist te zitten. Voor mij was die manier van werken de enige juiste om het zo lang vol te houden en er nog steeds zin in te hebben. Hoe langer ik bezig ben, hoe trotser ik ben op het parcours dat ik afgelegd heb.' stephanschneider.be In 2016 richtte de tweeling Ségolène en Alexandra Jacmin denimlabel Façon Jacmin op. Ségolène is burgerlijk ingenieur en volgde een managementopleiding aan de Vlerick Business School. Alexandra studeerde mode aan La Cambre en werkte bij Jean Paul Gaultier en Maison Martin Margiela. 'Ik heb na mijn studie gewerkt als consultant, maar ik voelde dat het mijn ding niet was. Ik wilde zelf iets kunnen realiseren, van A tot Z', zegt Ségolène. 'Op een gegeven moment heb ik Alexandra gevraagd of ze het zag zitten om samen een bedrijf op te richten. Introvert als ze is, reageerde ze niet meteen enthousiast, maar de volgende keer dat we elkaar zagen, had ze al schetsen klaar. We hebben ons avontuur anderhalf jaar voorbereid. We hebben in die periode ook een beurs ontvangen van het Waals Gewest, een initiatief dat jonge ondernemers in spe steunt. Om kans te maken moesten we ons project gedetailleerd voorstellen. Dat heeft ons geholpen om onze waarden en plannen heel concreet te formuleren. Als we terugblikken, zien we dat onze principes altijd overeind gebleven zijn. Vanaf het begin wilden we een toegankelijk merk zijn, down-to-earth, innovatief en integer. De hele collectie is gemaakt van Japans denim, een kwalitatief en functioneel materiaal dat mooier wordt met de wasbeurten. We zijn altijd bewust en voorzichtig met onze investeringen omgegaan. In plaats van meteen een boetiek te openen, hebben we een vintage camionette gekocht: onze mobiele boetiek. Door het contact met de klanten kreeg ik veel feedback op de collectie. Op die manier kwam ik ook te weten welke buurten geschikt waren om een boetiek in te vestigen. We hebben ook vrij snel geïnvesteerd in een webshop, waardoor onze verkoop niet stilviel tijdens de lockdown. Uiteraard heeft het ondernemerschap ook mindere kanten: het laat je nooit los, ook tijdens vakanties ben ik constant met het bedrijf bezig. En je moet blijven investeren, maar we doen het langzaamaan. Als we de balans van de voorbije vier jaar opmaken, mogen we stellen dat die heel positief is. Ondernemen vraagt een flinke dosis lef, maar de vrijheid en creativiteit geven ons veel voldoening. We zijn gelukkig met de weg die we ingeslagen zijn.' faconjacmin.comAnna Heylen studeerde in 1988 af aan de Antwerpse Modeacademie. Daarna werkte ze als freelance ontwerpster. In 1993 lanceerde ze haar eigen label. Dertien jaar geleden stapte Heylen uit het traditionele modesysteem omdat ze er niet meer in geloofde. Ze renoveerde een voormalige papierfabriek in de Antwerpse Lombardenstraat en vestigde er Maison Anna Heylen, haar moderne interpretatie van een couturesalon met een atelier.'Op een gegeven moment had ik het gehad met het systeem. Het tempo waarin collecties op de markt gebracht werden, lag almaar hoger. Nog meer produceren ten koste van de planeet: het voelde niet goed aan. Ik was zo gepassioneerd bezig met mijn vak dat ik wilde blijven ontwerpen, maar dan wel in mijn tempo en op een duurzame manier. Het was een radicale beslissing, maar voor mij wel de juiste. Het vergt moed om tegen de stroom in te roeien. Nu past mijn filosofie helemaal binnen de huidige 'minder maar beter'-tijdgeest, maar dertien jaar geleden fronsten velen de wenkbrauwen. Ik heb mij nooit laten leiden door het verlangen naar roem of rijkdom. Ik wil gewoon schoonheid creëren, kleren ontwerpen die kwalitatief en integer gemaakt zijn. Ik heb een publiek van vrouwen die kiezen voor de luxe van unieke, op maat gemaakte stukken.''De stoffen, kleuren en modellen kies ik in functie van de persoonlijkheid en de morfologie van de klant, los van alle trends. Geen enkele outfit is identiek en elk stuk wordt in het eigen atelier met de hand gemaakt. Het is een heel intensieve manier van werken die tijd kost, maar het persoonlijke contact met mijn klanten biedt mij veel voldoening. Duurzaam en rendabel werken kunnen perfect samengaan: naast het pure maatwerk, bied ik ook een beperkte collectie van tijdloze stukken die nooit afgeprezen worden. Mijn bedrijf is kleinschalig, maar gezond. Het biedt mij alles wat ik nodig heb om comfortabel en gelukkig te leven en te werken.' annaheylen.be Toen Toos Franken zich aanmeldde voor haar toelatingsexamen aan de Modeacademie, had ze geen plan B: ze zou modeontwerpster worden. Door een onvoorziene zwangerschap borg ze die droom op. Ze werd naaister bij Ann Demeulemeester en Haider Ackermann. Om haar gezin en werk in balans te brengen, besloot ze in 2014 een eigen label op te starten. 'Het was altijd al mijn plan om ooit een eigen collectie op de markt te brengen, maar eerst enkele jaren ervaring op te doen. Door omstandigheden kwam dat vroeger dan voorzien. Ik ben heel klein begonnen, met de snijtafel en de naaimachine in mijn living. Alles is traag en organisch gegroeid. Het gaat niet vanzelf: als startende zelfstandige moet je offers kunnen brengen en hard werken. Die drive heb ik van thuis meegekregen. Ik ben blij met mijn keuze: het is zalig om met hart en ziel iets te kunnen opbouwen, om mooie creatieve verhalen te brengen en mijn eigen waarden in mijn collectie te leggen. Ik geloof sterk in duurzaamheid, op alle niveaus. Zo creëer ik tijdloze stukken die je lang kunt dragen, met een twist die het verschil maakt. Kleren zijn geen wegwerpproducten. Dat is ook de reden waarom we niet aan de solden meedoen. Als je weet hoeveel energie en tijd er in een kledingstuk kruipt voor het in de winkel hangt, is het respectloos om al dat werk na drie maanden al te dumpen voor de helft of minder. Het is ook niet fair tegenover de loyale klanten die in het begin van het seizoen kopen. Voor een jonge ontwerper als ik komt de coronacrisis hard aan. Het wordt sowieso een moeilijk jaar. Mentaal ben ik hierop voorbereid en mijn wonden zullen wel helen, maar ik heb schrik voor mijn klanten, de boetiekeigenaars. Ook los van de crisis, beheerst mijn bedrijf mijn hele leven. Ik ben een ongelooflijke doorzetter en tast vaak mijn grenzen af. In de drukke periodes draai ik puur op adrenaline. Nu werken we met een klein team van vier vaste mensen. Ik wil wel nog groeien, maar het is niet mijn bedoeling om een groot modehuis met een klinkende naam te worden. Ik wil een stille vaste waarde worden en een rendabel bedrijf uitbouwen.' toosfranken.com