Mijn ouders stuurden me op mijn dertiende naar school in het Zwarte Woud. Een moeilijke periode, want ik was een metropool gewend en sprak geen andere talen. Het voordeel was dat ik me snel moest aanpassen aan een vreemde omgeving en cultuur, en uitzoeken hoe ik me ergens thuis kon voelen en toch mezelf blijven. Daar ben ik dankbaar voor, want ik werk met een multicultureel designteam en voel me net zo op mijn gemak bij onze Italiaanse leermakers als in onze Zwitserse horlogemanufactuur.

Ik heb zelden de zekerheid van een vaste job gekend. Toen ik afstudeerde, ging het de modewereld niet voor de wind en werden Britse ontwerpers nog vaak als een beetje gek bekeken. Toen John Galliano in 1995 naar Givenchy trok, werd het voor designstudio's hip om een Britse ontwerper in huis te hebben, maar tot dan deden we wat we konden. Ik maakte minicollecties, huurde met andere ontwerpers een pand of een kraam in Portobello Market of Camden Lock en maakte van de gelegenheid gebruik om ideeën uit te testen. Moeilijke omstandigheden hebben me nooit tegengehouden om te doen wat ik graag deed, integendeel. Uitdagingen maken je dubbel zo creatief.

Twintigers van nu schuwen risico's. Hoe kun je zo pragmatisch zijn? Als je jong bent, heb je toch niks te verliezen?

Een designer is geen kunstenaar. Ontwerpers zoeken reproduceerbare oplossingen voor bepaalde problemen, terwijl kunstenaars hun ideeën en emoties doorgaans uitdrukken in één enkel werk. Ik teken en werk met kleuren en wilde aanvankelijk in de kunstwereld werken, maar ik besefte algauw dat ik het veel leuker vond om een designer te zijn. Daar heb ik me zonder problemen bij neergelegd: je moet doen wat je graag doet, maar ook je sterktes en zwaktes kennen.

Ik ben een kind van de seventies. Op esthetisch vlak, maar ook in de manier waarop ik in het leven sta. Zo zagen mijn ouders het aanvankelijk helemaal niet zitten dat ik modeontwerper wilde worden. Dat is geen beroep, hoorde ik thuis. Voor mijn generatie was het vanzelfsprekend om daar tegenin te gaan en je zin door te drijven. Iedereen zegt dat het niet zal lukken? Daar trokken we ons niets van aan. Veel twintigers van nu schuwen zulke risico's. Hoe kun je zo pragmatisch en planmatig zijn, denk ik vaak. Als je jong bent, heb je toch niets te verliezen? Volg gewoon je hart en panikeer niet als het fout gaat - op die leeftijd kun je altijd opnieuw beginnen.

Permanent bijleren is een voorrecht. Ik ben van opleiding geen horlogemaker of leerbewerker, maar dat is niet erg. Zolang onze ingenieurs en artisans me maar kunnen uitleggen waarom ideeën niet uitvoerbaar zijn en me als designer blijven uitdagen en voortstuwen. Als een job dat niet doet, ga je onvermijdelijk op je lauweren rusten.

Er bestaan geen perfecte ouders

Het platteland laat me toe om de knop uit te zetten. Ik ben een stadsmens en ben pas in 2017 naar een dorpje in West Sussex verhuisd, maar daar heb ik nog geen moment spijt van gehad. Het contrast met de luxesector en mijn nomadische leven is groot, maar net daardoor kan ik ook mijn hoofd leegmaken. Ook paardrijden of een ritje op mijn Honda Fireblade werkt altijd goed: zodra je aan iets anders denkt, vlieg je in de gracht. ( lacht)

Ik werk op de lange termijn. Als modeontwerper maakte ik soms stukken waar ik niet honderd procent gelukkig mee was, maar dan kon ik het volgende seizoen weer met een schone lei beginnen. Bij Montblanc moet ik voorzichtiger te werk gaan, omdat de levensduur van de collecties veel langer is. Als je niet alle voor- en nadelen afweegt en zeker bent van elke beslissing, is de kans groot dat je nog jarenlang met de implicaties daarvan moet leven.

Kinderen moeten hun eigen keuzes maken. Als vader probeer ik mijn dochter waarden mee te geven en haar te begeleiden, maar uiteindelijk is het haar leven. Zolang ze zich maar niet beperkt of voor de gemakkelijkste weg kiest, en later ongelukkig is. Hoe dan ook zijn er geen perfecte ouders. Niet cool zijn, je kinderen voor schut zetten, er in hun ogen vreselijke ideeën op nahouden - daar ontsnapt niemand aan. ( lacht)