Artikel uit het archief van 1998
...

Er wacht Pierre Cardin een rustig leven. Tenminste, dat zou het toch moeten zijn. 'Als ik mijn zaak verkoop,' klaagt de rijkste couturier ter wereld, 'beginnen mijn problemen pas. Kom ik dan 's ochtends mijn bed uit om wat rond te hangen en te denken: wat zal ik vandaag eens doen? Nietsdoen is geen leven voor mij. Nee, nee, helemaal niet.' Cardin, die er al net zo broos en spiritueel uitziet als Chopin na verscheidene zware rondjes met George Sand, is duidelijk een gekweld man. Hij heeft een leeftijd bereikt waarop de last van de big business op hem begint te wegen. Dat kan ook moeilijk anders. Pierre Cardin is het machtigste label in de modewereld. De omzet bedraagt maar liefst twee miljard dollar per jaar, waarvan zo'n 400 miljoen dollar in de Verenigde Staten alleen al. Hij heeft 840 fabrieken in 107 landen, waar alles samen zo'n 200.000 mensen werken. Het Cardin-logo is alomtegenwoordig: op auto's, op vliegtuigen, op gegeerde consumptiegoederen, van chique pakken tot zeep, op taksvrije sjaals, hemden en parfums, van Singapore tot Stanstead. Met zijn gevestigde reputatie en de Franse chic die zijn signatuur uitstraalt, lag Cardin aan de basis van een nieuw verschijnsel: licenties voor designerlabels. Intussen hebben alle andere modehuizen zijn voorbeeld gevolgd, maar die halen nooit de schaal van Cardin. Om een idee te geven: Cardin heeft meer franchises (900) dan Dior, Saint-Laurent en Calvin Klein samen. Bedrijven die Pierre Cardin een licentie willen vragen, weten dat de 7 tot 10% royalties die hij vraagt, goed besteed zijn. Want producten die de naam Pierre Cardin dragen, zijn meestal een goudmijn. Zijn imperium omvat ook twintig winkels en verschillende fabrieken in China, en de snobistische restaurants Maxims, verspreid over drie continenten. Vanuit zijn somber, onverzorgd kantoor in de Parijse rue du Faubourg Saint-Honoré kijkt hij uit op het Elysée (bij het ontbijt in hun respectieve eetkamers wuiven hij en president Chirac naar elkaar). Voor de rest bezit hij zowat alles binnen zijn blikveld: anderhalve vierkante kilometer die het vorstendom Pierre Cardin vormen. Links ligt Maxims, onder hem zijn modehuis, vlakbij zijn prêt-à-porterwinkels en Espace Cardin, een complex met theaterzaal en restaurant. Ook in de buurt ligt La Résidence, zijn eigen exclusieve hotel. 'Ik kan mijn leven helemaal binnen mijn imperium leiden', zegt hij. 'Ik kan tussen mijn lakens slapen in mijn hotel, dineren in mijn restaurant, mijn eigen kleren dragen, op mijn sofa zitten.' Hij wijst naar het gouden PC-logo op de lederen sofa in zijn kantoor. Hij is gekleed in wat je haast zijn uniform zou kunnen noemen: een grijze pantalon met een ruimzittende blauwe blazer. Hij werkt nog altijd hard, is robuust, creatief, maakt tijd om kleren te ontwerpen voor vooraanstaande klanten zoals Bernadette Chirac, de vrouw van de president. Wat is de toekomst van zijn onderneming als hij ze verkoopt? Dat houdt hem nu bezig. Het idee dat hij bij het grote leger gepensioneerden zal behoren, schrikt hem af. Hij staat op het hoogtepunt van zijn verbluffende successtory en niets kan hem tegenhouden, maar toch moet hij er eens mee stoppen. Hij beseft wat hij achter zich zal laten. 'Ik ben al een eind in de zeventig en het wordt tijd dat ik mijn naam verkoop en daarmee ook het hele bedrijf, alles', zegt Cardin. 'Ik moet er dringend over nadenken wat er met mijn bedrijf gebeurt als ik morgen doodga. Elke dag komen er mensen bij me langs die het willen kopen omdat de naam zo sterk is, ik ben momenteel nummer één in de wereld. Maar ik wil de juiste voorwaarden en de juiste koper. Mijn bedrijf is mijn familie en ik heb mijn familie altijd iets persoonlijks meegegeven. Ik hou niet van het idee dat het door een groot concern wordt opgeslokt. Ik verkoop alles pas als ik zeker weet dat het persoonlijke aspect behouden blijft. Het heeft me vijftig jaar gekost om mijn naam uit te bouwen, en dus wil ik zeker weten dat mijn naam en mijn personeel in goede handen zijn.' 'Ik ben bankier, ik ben ontwerper, ik ben manager', zegt hij. 'Ik kan tekenen, ik kan patronen maken, ik kan naaien, ik kan in de fabriek werken.' Hij heeft inderdaad de vierkante handen van een arbeider; misschien is dit tekenend voor een ontwerper die zich vooral heeft laten leiden door de realiteit en niet door zijn zelfgenoegzame fantasie. 'Ik heb mijn restaurants, ik weet alles van mode, koken, hotels en fabrieken. Mijn grootmoeder heeft me alles geleerd. Ik ben een man van de praktijk. Ik doe graag alles zelf.' Hij keurt inderdaad persoonlijk elk contract goed en ondertekent elke cheque, wat naar verluidt bijna al zijn weekends in beslag neemt. Zonder financiële bureaus, advocaten of general managers speelt hij cavalier seul. De laatste vijftig jaar was hij alleen maar geprogrammeerd om te werken. Zonder ironie verklaart hij dan ook dat hij wel de mogelijkheid en het geld bezit om alles te hebben, maar niet de tijd. Deze zoon van verpauperde Italiaanse immigranten (net als Johnny Haliday en Georges Simenon is deze archetypische Fransman niet Frans) is intussen de op negen na rijkste man van Frankrijk. Onderzoek heeft uitgewezen dat hij inzake naambekendheid bij verbruikers in de VS net iets lager scoort dan Rolex en Jaguar, maar hoger dan alle andere ontwerpers. Vergeet Armani, Versace, Lauren en anderen. Het Amerikaanse Forbes Magazine noemt Cardin steevast de rijkste ontwerper ter wereld. Maar nu hij op het punt staat zijn onderneming te verkopen, kan één cruciaal punt niet langer over het hoofd worden gezien: deze onverbeterlijke vrijgezel heeft geen erfgenaam. Het oplossen van dat probleem dreigt hem meer hoofdpijn te bezorgen dan zijn hele carrière. 'Ik wil mijn familie niet in mijn bedrijf, omdat het mijn bedrijf meer kwaad zou doen dan goed', benadrukt hij. 'Maar ze hoeven zich geen zorgen te maken, ik zal hen niet vergeten. Mijn geld en mijn huizen mogen gerust naar hen gaan. Maar mijn werk met de licentiehouders moet ik beschermen, omdat het me rijk heeft gemaakt.' De naam Cardin vind je overal: in Spanje op vloer- en wandtegels; in Amerika op wekkers en elektrische toestellen; in Japan op zowat alles, van braadpannen tot koffie. Lang voor het einde van de Koude Oorlog waren Cardin-producten al aan een opmars in China en Rusland begonnen. Je kan haast geen product noemen of Cardin ziet het zitten - een heel verschil met zijn snobistische rivalen Dior en Saint-Laurent. In Duitsland verkopen ze gordijnroedes met de PC-initialen. De Zwitsers maken sigaretten Pierre Cardin. In Zuid-Korea vind je schoonheidsproducten met het label. In Frankrijk wordt ecologisch Cardin-ondergoed verkocht, verpakt in gerecycleerd karton. Het label siert gespen van rode vinylschoenen met naaldhakken in Vietnam. Kwatongen in Parijs beweren wel eens dat Cardin zich in de jaren zeventig op de merchandising heeft gestort omdat hij als ontwerper van dameskleding van het eerste plan was verdreven. Waar of niet, in elk geval besefte de schrandere zakenman dat de tijd gekomen was om nieuwe afzetmarkten te zoeken door nieuwe producten te creëren. Welke klant beseft dat zijn Cardin-portefeuille in New York City kan zijn ontworpen en in India gemaakt, zodat je nauwelijks nog van een band met de ontwerper kunt spreken? Cardin houdt vol dat hij elk ontwerp goedkeurt, maar een paar ontstemde vroegere medewerkers suggereren het tegendeel. Het is niet verwonderlijk dat hij kribbig in het defensief gaat als het onderwerp van de franchising wordt aangesneden. Kregelig en prikkelbaar zet hij zijn modetheorieën graag in het lang en het breed uiteen. Daarbij stelt hij opgewekt de vraag die onbeantwoordbaar blijft: 'Waarom ben ik slecht als ik een braadpan ontwerp?' 'Maar dat blikje sardines, verdiende dat zijn naam eigenlijk wel?' suggereer ik plagend. Hij leunt naar voren en het bloed stijgt hem naar de wangen. De man die 40 miljoen dollar heeft betaald om zijn parfumrechten terug te kopen van American Cyanamid, repliceert: 'Wat is het verschil tussen een bedrijf dat parfum maakt en een modehuis dat zijn naam leent voor het parfum van een ander? Er is geen verschil. Wat is het verschil tussen een bedrijf dat ingeblikte sardines verkoopt en een huis als Cardin dat zijn naam op zulke blikjes zet? Er is geen verschil. Het doel is hetzelfde: sardines verkopen. Ik verkoop er veel.' Zijn critici verwijten hem dat hij zijn naam leent voor prullige Taiwanese sleutelhangers en goedkope vinyl bagagesets. Maar Cardin roept verontwaardigd: 'Die koffers brengen veel op, heel veel.' Zijn dassen zijn dan wel niet zo stijlvol als die van Hermès, 'maar als we elk jaar al onze dassen aan elkaar knoopten, zouden we twee keer de omtrek van de wereld hebben.'Maar goed, hij wil zijn zaak verkopen. 'Ik denk er al een zestal jaar over na', zegt de man die als Unesco-ambassadeur voor de Vrede de wereld rondreist. 'Het is een harde en pijnlijke beslissing geweest. Maar ik ben er klaar voor. Het bedrijf waaraan ik verkoop moet heel eerlijk, heel prestigieus, heel professioneel en sympathiek zijn. Maar ik hoop als adviseur betrokken te blijven.' Is het op zulke momenten dat hij wou dat hij getrouwd was en kinderen had om zijn bedrijf aan na te laten? 'Kinderen erven niet altijd het talent van hun ouders. Mijn talent heb ik opgebouwd door veel en hard te werken, door bij de avant-garde te zijn, door almaar te proberen een pionier te zijn: ik was de eerste met een licentie voor mannendassen, de eerste die mannelijke mannequins gebruikte, de eerste couturier die confectiekleding ontwierp, de eerste couturier die mode voor mannen ontwierp, de eerste die vinyl gebruikte, die eerste die plastic stoelen in zijn modeshows gebruikte, de eerste die een aansluitende jurk ontwierp, en, ja, de eerste couturier die zijn naam buiten de modewereld in licentie gaf.'Toen Richard Morais, een schrijver die gespecialiseerd is in het zakenmilieu, in 1991 uitkwam met zijn niet-geautoriseerde biografie Pierre Cardin: The Man Who Became A Label, vroeg de ontwerper al zijn vrienden-journalisten om het niet te bespreken, en zo gebeurde het. Cardin beweert dat het niet Morais' beschrijving van zijn biseksuele milieu was dat hem beledigd had. 'Ik heb met vrouwen geslapen; ik heb met mannen geslapen. Het maakt niet uit. Ik ben viriel. Ik ben een vrij man. Buitengewone mensen hebben van me gehouden, me gevleid en begeerd.' In het begin van de jaren '60 had hij een druk becommentarieerde, langdurige en ietwat mysterieuze verhouding met de actrice Jeanne Moreau, die toen internationaal doorbrak dankzij haar rol in François Truffauts Jules et Jim. Ze was zes jaar jonger dan hij en werd vaak gefotografeerd in een van zijn typische ruimtetijdperkjurken. In interviews liet ze zich wat graag uit in de trant van: 'Als we trouwen, Mr. Cardin en ik, zullen we daar geen geheim van maken, maar intussen is onze liefde heel bijzonder en privé.' En: 'Ik kende zijn reputatie als homoseksueel. Het kon me niet schelen. Hij was in staat om een vrouw lief te hebben.' Cardin, die zelf lang de ambitie koesterde om acteur en/of balletdanser te worden, was een van de medespelers van Moreau in de film Jean, the French Lady. Welke rol speelde hij? 'Ik was de Franse consul... En ik kwam er al gauw achter dat acteren niets voor mij was. Ik moest aldoor wachten en herhaalde voor mezelf alsmaar dezelfde replieken. Wachten staat niet in mijn woordenboek. Ik moet in beweging zijn.' Maar hij leerde er Moreau kennen. 'Ik heb zes jaar zielsveel van haar gehouden', zegt hij weemoedig. 'Ik wou een kind met haar, maar ze kon er geen krijgen. Maar onze relatie was voor mij meer dan seks. Het was liefde. Het was mijn meest poëtische liefdesaffaire en ik heb er veel gehad.' Misschien maar goed ook dat Moreau en Cardin geen kinderen kregen. 'Ik weet zeker dat ik nooit alles zou hebben bereikt wat ik nu heb, als ik gezinshoofd was geweest', geeft hij toe. 'U moet begrijpen dat ik obsessioneel was, een uiterst gedreven persoonlijkheid. Toen ik twintig was en mijn vrienden in nachtclubs van die stomme dansen stonden te doen, was ik aan het werken en plannen aan het smeden. En ook nu nog haat ik wat anderen in hun vrije tijd doen: golf- of kaartspelen of op reis gaan. Voor mij is dat een saaie tijdverspilling, hoewel ik het niemand kwalijk neem. Als vader zou ik heel streng geweest zijn. In plaats van speelgoed te kopen, zou ik voor de verjaardag van mijn kind altijd geld hebben geïnvesteerd. Voor de rest zijn grote persoonlijkheden zoals ik dikwijls niet oplettend genoeg, en hun kinderen worden dan jaloers en kunnen niet concurreren. Als je te hartstochtelijk liefhebt, wordt het agressief en negatief.'Met zijn scherpe gelaatstrekken, zijn bedrieglijk tenger figuur en zijn laconieke stijl ziet Cardin er niet echt als een magnaat uit. Op vierentwintig januari vierde hij de vijfenveertigste verjaardag van zijn eerste damescollectie, hoewel velen in 1953 niet in zijn succes geloofden. Hij werd geboren als Pietro-Costante Cardin op 2 juli 1922. Hoewel hij later vaak zei dat hij niemand heeft op deze wereld, was hij de jongste van elf kinderen. Zijn ouders herinnert hij zich als afstandelijk en weinig zorgzaam. Alessandro, zijn vader, was aanvankelijk een goed boerend wijnbouwer met eigen wijngaarden. Zijn moeder werkte voor een operazanger en bezat wat familiekapitaal. Maar toen de kleine Piero, zoals hij in zijn jeugd werd genoemd, in het Italiaanse plaatsje Sant Andrea di Barbana (in de buurt van Venetië) ter wereld kwam, had het gezin het niet breed. De verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog hadden ook hen zwaar getroffen. 'We waren landeigenaars en we hadden alles verloren', legt hij zacht uit, nog altijd onder de indruk van de gebeurtenissen. Om aan de armoede te ontsnappen, verhuisde vader Alessandro in 1926 met zijn gezin naar Frankrijk, waar ze zich ten slotte vestigden in Saint-Etienne. Pietro Costante werd Pierre Cardin, en op zijn veertiende was hij een Frans staatsburger. 'Toen we naar Frankrijk emigreerden, was mijn vader al 65. Hij sprak geen Frans en de wil ontbrak hem om een nieuw leven op te bouwen. Ik denk dat ik onbewust op dat gebrek aan ambitie heb gereageerd door zelf heel hard te werken.' Die ambitie werd nog gevoed door het feit dat de gezinsleden als immigranten op de laagste sport van de sociale ladder terechtkwamen. De jongste telg van het gezin was niet erg gelukkig met die status. Op zijn zeventiende ging Cardin aan de slag bij een kleermaker voor heren in Vichy, waar hij leerde knippen en aanpassen. Maar toen al verlangde hij er vurig naar om couturier te worden in Parijs. In de lichtstad ging hij werken voor de modeontwerper Paquin en ontwierp hij de kostuums voor La Belle et la Bête, een film van Jean Cocteau. Zo kwam hij in het bruisende leven van de artistieke kringen terecht, waar hij Christian Dior leerde kennen, die later zijn werkgever werd. Tegen 1950 had Cardin genoeg geld bij elkaar om met een eigen zaak te beginnen, en negen jaar later kwam deze geboren rebel uit met de eerste prêt-à-portercollectie, en daarvoor werd hij prompt uit de Kamer van Couturiers geschopt. Maar zijn rivalen beseften snel dat prêt-à-porter de redding zou betekenen voor een industrie die op sterven na dood was, en hij mocht er opnieuw bij. Algauw begon hij een uitgelezen cliëntèle aan te trekken. De Beatles droegen zijn kraagloze jasjes en naar de enkels toe smal uitlopende broeken. Hij kleedde de mooiste vrouwen van die generatie: Brigitte Bardot, Jackie Kennedy, Marlene Dietrich, Sophia Loren en Bianca Jagger. Rusteloos, op het randje van de arrogantie, heeft hij sindsdien van de naam Cardin een symbool gemaakt van moderne, elegante couture. Hoewel dat symbool de afgelopen tien jaar wat op de achtergrond is geraakt, mag de invloed van Cardin niet worden onderschat. Hij is een iconoclast, een commercieel genie. Zijn mannelijke modellen droegen motorlaarzen met onconventioneel gesneden pakken toen zijn leerling Jean-Paul Gaultier nog strips van Superman las. Hij tekende al contracten met Japanners nog voor ze hun eerste wolkenkrabbers bouwden. Hij gaf zijn naam aan ontelbare producten voor massaconsumptie. Cardin praat voorover leunend aan zijn grote bureau. Hij is ongeduldig, prikkelbaar, makkelijk enthousiast, maar altijd verwaand. 'In de jaren '60 schreven de kranten dat ik een van de drie beroemdste Fransen was van...' (hij wacht even en slaat de ogen neer, heel even terughoudend) '... van de hele wereld.' Hij lacht jongensachtig. De vraag dringt zich op wie de andere twee waren. 'Generaal De Gaulle en Brigitte Bardot', antwoordt hij. 'Brigitte leeft nu teruggetrokken in Saint-Tropez. Terwijl de generaal...' (weer een veelbetekenende pauze) '... dood is.' Sommigen noemen hem een opschepper. Een vriend van hem, de journalist G.Y. Dryansky, merkt op: 'Wat je ziet, is één kant van hem die kinderlijk verbaasd is over de prestaties van zijn andere kant... een gewone, hardwerkende man van bescheiden afkomst, met grove handen, die voortdurend verbazend opkijkt naar die andere, de artiest met zijn prerafaëlitische kop.' 'Mijn werk is biologie, de kosmos, het universum, alles.' Dat meent hij ernstig. Naïef schept hij op: 'In de geschiedenis van de couture is, denk ik, geen naam ooit zo belangrijk geweest als Cardin.' Na twee uur in zijn gezelschap begin je te beseffen dat Pierre Cardin een meer dan lichte neiging tot megalomanie heeft. Maar er schuilt ook een paradox in hem: deze egotripper van wereldformaat is tegelijk helemaal niet pretentieus. Natuurlijk heeft hij overal ter wereld een huis: een villa in de buurt van Cannes, een palazzo in Venetië, een pied-à-terre in Barcelona, een appartement in New York, een landhuis net buiten Parijs, een futuristisch droomhuis met uitzicht over Port-Calère in het zuiden van Frankrijk, en zijn Parijse appartement in de rue du Faubourg Saint-Honoré. 'Ik gebruik mijn geld voor mijn zaak, niet voor mij persoonlijk.' Dat zegt de man die voor zijn bedrijf net een boot heeft gekocht die nu op de Seine ligt. 'In mijn privé-leven ben ik niet extravagant. Ik koop dingen omdat ze belangrijk zijn, niet om er mee uit te pakken. Ik leef heel eenvoudig. Ik heb jaren met een oude Peugeot gereden. Mijn chauffeur schaamde zich daar vreselijk voor. Hij zei: 'U hebt een mooie auto nodig die weerspiegelt wat u waard bent.' 'Goed,' zei ik, 'ik koop een Jaguar.' En nu is mijn chauffeur gelukkig! Maar voor mij was die oude Peugeot perfect, omdat ik niet wil beoordeeld worden naar wat ik bezit.' Ook over de huidige modetrends wil hij geen verklaring afleggen, behalve dat hij niet mee is met Gaultiers uitdagende stijl, dat hij niet naar Britse modedefilés gaat en dus geen mening heeft over de Britse mode, en dat de jeugd van vandaag een hogere opleiding volgt, een paar schetsen maakt en meteen al denkt dat ze ontwerper is. Meestal hebben die jongeren een rijke geldschieter. 'Maar ik heb mezelf altijd gefinancierd.' Binnenkort opent hij een keten van dertig winkels, gericht op een jong publiek en verspreid over de hele wereld. Hij rekent op heel wat inkomsten. Wat zal hij met het geld doen? 'Allereerst schenk ik een aanzienlijk bedrag aan een ziekenhuis om ongelukkige, ongezonde mensen te helpen', zegt Pierre Cardin. Zijn grijze ogen dwalen over de Parijse daken. 'En dan,' zegt hij stralend, 'ga ik van het leven genieten en blijf ik reizen en help ik om de vreugde van de vrede te verspreiden. Ik zou kunnen thuisblijven en een fantastisch leven kunnen leiden met alles wat ik nodig heb, maar waarom zou ik in bed blijven liggen met al mijn miljoenen?'Ian Woodward