Charlie Magazine interviewde hoogleraar cultuursociologie Giselinde Kuipers over beeldvorming in lifestylemedia. Aan de Universiteit van Amsterdam leidt professor Kuipers een grootschalig Europees onderzoeksproject waarin ze schoonheidsidealen van de voorbije dertig jaar bestudeert.

De vrouwelijke schoonheid die wordt geportretteerd door lifestylemagazines in verschillende landen is enerzijds erg gelijkaardig: een gave blanke huid, slank, glanzende haren. Anderzijds is de manier waarop de vrouwelijke modellen poseren wel erg verschillend voor de lifestylebladen die Giselinde Kuipers en haar promovenda Elise van der Laan bestudeerden. Ze onderzochten en analyseerden meer dan 13.000 foto's van modellen in Italiaanse, Britse en Nederlandse lifestylemagazines.

Kil, zwoel & vrolijk

Op de covers van luxebladen zoals Vogue zien we nooit lachende modellen. Als lezer voelen we geen band met deze modellen en hun schoonheid is ook van een minder toegankelijke aard. Wat niet in het interview aan bod komt is de link met de luxemode-industrie, waarin modellen over het algemeen als paspop worden gezien. Ze zijn daarom, zo beweren casting agents, ook magerder dan gemiddelde vrouwen: het doel van deze modellen is om de luxueuze kleding te showen, niet om zelf de aandacht te trekken. Op de modeweken wandelen de modellen met een strakke blik over de catwalk, elke zweem van amusement of persoonlijkheid wordt weg gefilterd. Modemagazines zoals Vogue associëren zichzelf met deze kant van de mode en kiezen dus bijgevolg voor hetzelfde soort modellen op hun cover.

De Cosmpopolitans van deze wereld verkiezen dan weer covermodellen die heel erg sexy poseren: naakte look, open mond, sexy blik. In bladen zoals Libelle en Flair portretteren modellen die knapper zijn dan de gemiddelde vrouw, maar wel toegankelijk lijken en altijd vrolijk lachen. Het ene ideaalbeeld is dus het andere niet. De manier waarop de modellen worden voorgesteld varieert van object (Vogue) tot subject (Libelle).

Wanneer de modellen in luxebladen in weinig verhullende kleren worden voorgesteld, worden ze toch niet geseksualiseerd, maar eerder op een esthetische wijze geobjectiveerd.

Objectivering

In de voorbije dertig jaar worden zowel mannelijke als vrouwelijke modellen steeds vaker als object getoond. Vroeger was dit eerder weggelegd voor vrouwen, maar er is een tendens om ook mannen steeds meer te objectiveren.

De researchers merken ook op dat in de 21ste eeuw objectivering niet per se gelijkstaan aan ondergeschiktheid. Een voorbeeld is dat je steeds minder vrouwelijke modellen ziet die hun hoofd scheefhouden. Objectivering kan dus bestaan naast een maatschappelijke statusverhoging.

Lees het volledige artikel op Charliemag.be: Waarom vrouwen in Vogue nooit lachen en in Cosmopolitan altijd

(LP)