Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: ‘Er is continuïteit in dit huis’

© PAOLO ROVERSI

Na vijftien jaar aan de zijde van Raf Simons treedt ontwerper Pieter Mulier uit de schaduw. “Toen Alaïa belde, wist ik binnen de seconde: dit wil ik doen.”

Azzedine Alaïa emigreerde van Tunis naar Parijs in 1957. Hij kon er aan de slag bij Christian Dior, maar werd al na een week weggestuurd. Vervolgens werkte hij twintig jaar als kleermaker. Het duurde tot 1979 voor Alaïa zijn eigen maison begon. Alaïa, drie appels groot, kleedde Greta Garbo, Grace Jones en Tina Turner. Naomi Campbell noemde hem ‘papa’. Hij was een perfectionist die lichamen sublimeerde zonder ze te exploiteren. Hij vond dat hij vrouwen macht gaf.

Alaïa bouwde mettertijd een paleis voor zichzelf, een wirwar van panden in de schaduw van grootwarenhuis BHV in Le Marais, tussen een goedkoop sushirestaurant en Le Quetzal, een intussen historische homobar. Hij vestigde er een studio en ateliers, de keuken waar hij tot het ochtendgloren gasten ontving, een door Marc Newson ingerichte boetiek en drie met vintage meubilair ingerichte hotelsuites. De Fondation Azzedine Alaïa, die zijn nalatenschap beheert, organiseert er tentoonstellingen. De archieven van Alaïa worden bewaard in de immense kelders. De man was een verwoed verzamelaar. Zijn kledingcollectie, naar schatting twintigduizend stukken van onder anderen Madame Grès, Cristóbal Balenciaga en Martin Margiela, kreeg twee volledige verdiepingen toegewezen.

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ ALAÏA

Na een korte alliantie met Prada rond de eeuwwisseling ging Alaïa in 2007 in zee met luxegroep Richemont, de eigenaar van onder meer Cartier, Net-a-Porter en sinds kort ook Delvaux. De mastodont liet hem min of meer zijn zin doen. Zijn maison bleef relatief klein, twee winkels in Parijs, een winkel in Londen. Na zijn dood, in november 2017, op zijn tweeëntachtigste, liet Richemont in eerste instantie alles begaan. De ontwerper heette onvervangbaar te zijn, of toch niet meteen vervangbaar.

Vorig jaar werd alsnog een opvolger aangeduid: de Belg Pieter Mulier, een ontwerper die net als Alaïa nooit modeschool heeft gevolgd en die bovendien ook kleren verzamelt. ‘Ik koop alles wat ik interessant vind,’ zegt hij, ‘maar tegenwoordig toch vooral vintage Alaïa, koffers vol. Mijn laatste aankoop is een broekpak in wit linnen uit 1986. Gevonden in Amerika, wat niet echt verbazingwekkend is. Alaïa is er in de eighties doorgebroken ( dankzij het enthousiasme van enkele Amerikaanse journalistes, red.). Hij realiseerde er tachtig procent van zijn omzet, had winkels in New York en L.A., nog voor Parijs. Het huis voelt nog altijd internationaal aan, minder bourgeois en traditioneel dan bijvoorbeeld Dior.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ ALAÏA

Al verzamelend deed Mulier een vaststelling. ‘Toen de FedEx-dozen met mijn vondsten begonnen toe te stromen, zag ik zo dat je er nog altijd mensen mee kon kleden. In de volgende collectie hebben we een aantal archiefstukken bijna letterlijk gereproduceerd en deze maand lanceren we badpakken die geïnspireerd zijn op Azzedines eerste badpakken, uit 1982. Dat is mooi: het toont aan dat er een cirkel is bij Alaïa, dat er continuïteit is. Niet ieder huis heeft dat. Je kunt een stuk van Ferré voor Dior uit de jaren tachtig niet zomaar naar nu verplaatsen. Lagerfeld voor Chanel uit de eighties, dat werkt niet. Met Alaïa gaat dat wel.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Mulier, die op weekdagen in Parijs vertoeft en tijdens de weekenden in de voormalige woning van architect Léon Stynen, 108 meter boven Linkeroever, ontvangt ons bij Alaïa in de woonkamer van een van de voormalige hotelsuites met uitzicht op rue de Moussy, de straat waar hij in juli zijn eerste collectie showde.

Onder de kerktoren

Pieter Mulier: ‘Ik ben heel beschermd opgegroeid in Middelkerke, letterlijk onder de kerktoren. Ons gezin was Vlaams, bourgeois en katholiek. Mijn vader was huisarts. Op zondag trokken we onze mooie kleren aan. Er goed uitzien was belangrijk. Ik ging minstens twee keer per jaar met mijn moeder winkelen. Maar met mode waren we niet meteen bezig.

Toen ik elf was, hebben mijn ouders me op internaat gestuurd in Brugge. Ik volgde Latijn-Grieks en dan was het logisch dat je rechten zou gaan studeren. Ik heb die opleiding twee jaar volgehouden, daarna ben ik overgeschakeld op architectuur aan Sint-Lukas in Brussel. In het laatste jaar zat Raf Simons in mijn jury. Na de presentatie zei hij: ‘Eigenlijk moet jij in de mode.’ Hij voelde dat ik anders in elkaar zat dan de doorsneearchitect. Hij heeft me zijn telefoonnummer gegeven, de volgende dag heb ik hem gebeld en drie maanden later ben ik bij Raf een stage begonnen. Ik ben vervolgens vijftien jaar aan zijn zijde gebleven. Ik heb nooit als architect gewerkt.

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Die stage heeft een jaar geduurd. Ik heb er alles geleerd. Knopen besteld, productie opgevolgd, de beginselen. Ik kende niets, nul. Niets van patronen, niets van stoffen. Het was allemaal nieuw. Raf had een klein team, we waren met drie. Je leert sneller bij in zo’n kleine structuur en je krijgt ook meer kansen. De eerste collectie waaraan ik heb meegewerkt was lente 2002, Woe Unto Those Who Spit On The Fear Generation, met jongens in arafatsjaals. Toen Rafs rechterhand vertrok, heeft hij mij voor de job gevraagd. Kleren ontwerpen kwam vanzelf. Of je nu een gebouw ontwerpt of een stoel of kleren, dat maakt niet zoveel uit. Natuurlijk: onder Raf werken betekent dat je voor iemand anders ontwerpt, en dat maakt het net iets gemakkelijker. De wereld van Raf stond er al. De vormtaal was duidelijk.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Wat heb je van Raf geleerd?

‘Dat je open van geest moet zijn, op alle vlakken. Dat je anders moet zijn dan de anderen. En dat er niets gaat boven een show die weerspiegelt wat er op dat moment leeft in de maatschappij. Dat is heel moeilijk, maar de schoonheid van mode zit dáár.’

Mulier werkte een jaar of acht voor het label van Raf Simons en volgde de ontwerper naar achtereenvolgens Jil Sander, Dior en Calvin Klein. ‘Voor Jil Sander ontwierp ik schoenen en tassen. In het begin werkte ik drie dagen per week in Antwerpen bij Raf en de andere twee dagen in Milaan bij Jil. Ik was gepassioneerd door schoenen. Maar ik had nog nooit een vrouwenschoen ontworpen. Toen we bij Dior begonnen, had ik nog nooit vrouwenkleren ontworpen. De drieënhalf jaar bij Dior waren ongelooflijk. Mijn passie voor mode is er ontploft. Ik had nooit met een eigen atelier gewerkt. Bij de meeste merken stuur je je schetsen naar fabrikanten en krijg je na verloop van tijd prototypen terug. Maar bij een huis als Dior zitten die naaisters gewoon een verdieping lager. Dat is pure luxe, ook omdat het zo zeldzaam is. Hier bij Alaïa hebben we ook een eigen atelier met dertig mensen. Beter wordt het niet als je in de mode werkt.

Azzedine Alaïa
Azzedine Alaïa© GETTY IMAGES

Ik was eerlijk gezegd graag langer gebleven bij Dior. Ik wist al redelijk vroeg dat Raf zijn contract niet wilde verlengen. Dat hield in dat het voor mij ook gedaan was. Ze hebben me gevraagd om te blijven, maar hoe graag ik er ook werkte, het ritme was zot. Acht collecties per jaar, zes defilés in Parijs, plus nog eens vier of vijf shows elders in de wereld. Dat wilde en wil ik niet meer.’

Zou je Raf hebben opgevolgd?

‘Dat weet ik niet.’ (lacht)

Bij Dior was je design director, bij Calvin Klein werd je global creative director.

‘Dat was een veel te grote titel. Maar ik was wel voor alles verantwoordelijk, onder Raf. Voor de zestien lijnen, wereldwijd, en voor de zevenentwintig licenties. We hadden vierhonderd designers, teams in Brazilië en India, in Londen en Tokio. Een enorm team in Amsterdam, een satellietkantoor in Los Angeles. Mijn job bestond uit rondreizen en ervoor zorgen dat iedereen op dezelfde lijn zat. Ik moest de hele bende samenhouden. Het was een totaal andere wereld dan die van Dior, anders dan alles wat ik tot dan toe gezien had. Ik heb er veel geleerd op menselijk vlak. Hoe je met grote teams moet omgaan en hoe vermoeiend dat is.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Had je nog tijd over om echt te ontwerpen?

‘Ik ontwierp voor de toplijn (het sindsdien stopgezette 205W39NYC, red.) en voor het ondergoed: de twee motoren van het bedrijf, hoog en laag. Het was een toffe periode, zelfs al is het uiteindelijk ‘slecht afgelopen’ (in december 2018, red.). Maar achteraf dacht ik wel: nu is het afgelopen met mode.’

Waarom?

‘Ik was geestelijk uitgeput. Ik ging iedere week op en af van New York naar Amsterdam, waar Calvin Klein Jeans wordt ontworpen, met onderweg een nacht thuis in Antwerpen. Soms vloog ik tussenin nog snel naar Tokio of São Paulo. Voor één dag naar Hongkong, dat was normaal. Na covid kun je je dat amper nog voorstellen. Ik wilde stoppen met mode. Ik heb bijna twee jaar niks gedaan. Ik ben met mijn hond gaan wandelen, heb leren tuinieren. Ik heb gekookt voor vrienden, wat ik nooit had gedaan. Ik heb tijd doorgebracht met mijn familie, wat er vijftien jaar bijna niet van was gekomen. Ik heb een normaal leven geleid.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Je partner werkt voor Bottega Veneta. Praten jullie thuis in Antwerpen de hele tijd over het werk?

‘Dat niet, maar samenleven met iemand die de mode kent, heeft ook veel voordelen. We weten allebei wat het is. Ik hoef niet uit te leggen dat ik alweer laat thuis zal zijn. We praten veel over mode, maar nooit over werk. We hebben al jaren een regel: we tonen elkaar niks tijdens het seizoen, maar voor de dag van het defilé tonen we elkaar alles. Ik aan hem, hij aan mij. Dat is een mooie traditie en je weet ook meteen of het goed is wat je gedaan hebt.’

In de categorie ‘ook toevallig’: tijdens ons gesprek kondigde Bottega Veneta het vertrek aan van ontwerper Daniel Lee. Muliers partner Matthieu Blazy, tot dan de rechterhand van Lee, kreeg enkele dagen later de baan van creatief directeur bij het Italiaanse label.

Godinnen op straat

Tijdens de eerste lockdown, anderhalf jaar geleden, werd Mulier gevraagd voor de baan bij Alaïa. De legendarische ontwerper was na zijn dood, vier jaar geleden, niet vervangen. Zijn trouwe medewerkers lieten zich voor nieuwe collecties inspireren door oude schetsen van Alaïa. Het merk bleef overeind, zij het ternauwernood. Een huis dat als het ware door een geest wordt geleid, zit per definitie vast in het verleden. ‘Ik was eerder door andere huizen gepolst,’ zegt Mulier, ‘maar ik had nooit het gevoel: dit is het. Je neemt de telefoon op, je hoort voor welk huis ze je willen en dan weet je onmiddellijk of je het wilt doen of niet. Met Alaïa wist ik binnen de seconde: dit wil ik. Ik was klaar. Ik heb alle andere afspraken en plannen afgezegd.’ Hij denkt even na. ‘Alaïa voelde juist aan. Wat het huis betekent, hoe het bedrijf is gestructureerd. Alaïa is, zeker na covid, een uitermate modern huis: twee shows per jaar, twee collecties, en dat is het. Er is tijd om met élk product bezig te zijn. Het woord ’trend’ wordt hier niet gebruikt. De langetermijnvisie primeert. Neem bijvoorbeeld mijn contract. Ik heb getekend voor vijf jaar in plaats van de normale drie jaar. Dat betekent dat je de tijd krijgt om iets op te bouwen. Met respect voor wat Azzedine in veertig jaar tijd heeft opgebouwd. Je kunt hier geen plotse draai van 360 graden maken. Het merk zit goed in elkaar zoals het is. Maar tegelijk moet je een merk wel durven te verjongen en dat duurt gemakkelijk vier, vijf jaar.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Heb je Alaïa ooit ontmoet?

‘Azzedine kwam altijd naar onze shows bij Dior. Je ziet hem ook op alle video’s, op de eerste rij, altijd samen met Carla Sozzani. Hij is de enige die applaudisseert. Er wordt niet meer geapplaudisseerd op shows, iedereen is te druk bezig met filmen. Hij deed het wél, zelfs tijdens de show, wat heel mooi is om te zien. Ik heb hem een paar keer ontmoet, backstage, maar ik kende hem niet persoonlijk.’

Alaïa was heel sociaal. Je leest vaak over de spontane diners in zijn keuken.

‘Mensen vragen me vaak wanneer ik diners ga geven in de keuken. Maar dat is niet de bedoeling. Ik ben hier niet om hem te vervangen. Ik ben hier om de naam verder te zetten, om een toekomst te bouwen voor het huis. Het zou belachelijk zijn mocht ik plots beginnen te koken in zijn keuken en het zou ook niet respectvol zijn tegenover hem of zijn echtgenoot, die hier ook woont. Ik ben sociaal, maar op een ander niveau. Alles liep hier door elkaar. Azzedine werkte en woonde hier. Het was zijn huis, zijn keuken, zijn living. Ik denk dat het nu tijd is voor iets anders. Het mag allemaal iets minder persoonlijk worden.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Hoe zie je het merk evolueren?

‘Voor ik begon, anderhalf jaar geleden, heb ik lang gepraat met de CEO’s van Alaïa en Richemont over de toekomst van het huis. We waren het erover eens dat Alaïa nooit sneakers, logo’s of hoody’s zou maken. Bij LVMH (de groep achter onder meer Dior, red.) is dat precies het tegenovergestelde. Eerlijk: bij Dior begon ik me op het eind toch af te vragen wie al die spullen kocht. Bij Alaïa is dat veel duidelijker. Je weet wie de klant is. We moeten jongere vrouwen bereiken, dat zeker. Het is mijn job om uit te leggen wat Alaïa is, waar het huis voor staat. Mijn zus en mijn broer hadden nog nooit van Alaïa gehoord. Alaïa stond altijd voor perfectie. Hij toonde geen vrouwen, maar godinnen. Wat heel gevaarlijk kan zijn, omdat gewone vrouwen zichzelf daar niet noodzakelijk in herkennen. Vandaar ook dat we de eerste collectie op straat hebben geshowd, hier voor het hoofdkwartier. Die godinnen op straat zien lopen, een lelijke straat dan nog, maakte het net iets toegankelijker.’

Hoe verwant voel je je met de esthetiek van Alaïa?

‘Ik weet niet of ik het zo mag zeggen, want het klinkt negatief, al is het dat totaal niet. Maar de vormtaal van Azzedine, de sensualiteit erachter, ligt me persoonlijk beter dan de vormtaal van Raf. Het voelt natuurlijker aan.’

Pieter Mulier treedt in de voetsporen van ontwerper Azzedine Alaïa: 'Er is continuïteit in dit huis'
© GF/ALAÏA

Er zit meer seks in Alaïa?

‘Er wordt vaak beweerd dat de mode van Raf Simons niet seksueel zou zijn. Dat is bullshit. De sensualiteit van de Antwerpenaren is die van het noorden. Alaïa is zuiders, mediterraan. Azzedine ging soms heel ver, maar het resultaat was nooit vulgair. Hij was een beeldhouwer. Als een lijn iets weergaf, dan was het op de juiste plaats. Dat seksuele aspect was de laatste vijftien jaar wat verdwenen. We knopen er nu weer mee aan. Omdat het juist voelt voor dit moment.’

Buiten is het intussen donker geworden. In de kamer kun je een speld horen vallen. ‘Ik was soms nerveuzer bij Raf dan hier’, zegt Mulier nog. ‘Dit is een klein bedrijf. We zijn met zo weinig dat je de verantwoordelijkheid in zekere zin deelt. De naam Alaïa is belangrijker dan de mijne. Ik vind mijn naam niet zo belangrijk in heel het verhaal.’

En toch treed je voor het eerst uit de schaduw.

‘Dat wel.’

Hoe voelt dat?

‘Ik vind dat minder. Niet minder, maar het is niet iets waar ik ooit van gedroomd heb. Mensen vragen me vaak waarom ik vijftien jaar bij Raf ben gebleven en ik antwoord altijd hetzelfde: omdat ik me vijftien jaar geweldig geamuseerd heb. Ik was gelukkig daar. Zo simpel is het. Ik heb daar ook nooit echt over nagedacht. Als je ergens gelukkig bent, blijf je. Ik vond het leven in de schaduw eigenlijk heel aangenaam.’

Alle beelden op deze pagina’s: backstage en op de catwalk bij de eerste show van Mulier voor Alaïa, op het trottoir voor het hoofdkwartier van het huis in de Parijse Marais.

ID Pieter Mulier

– Studeerde architectuur aan Sint-Lukas in Brussel.

– Ging op stage bij Raf Simons in 2001 en kreeg er een jaar later een vaste baan als senior head designer. Hij werkte voor het label tot 2010.

– Volgde Simons naar achtereenvolgens Jil Sander ( director of accessories, 2005-2012), naar Dior (waar hij als design director de link vormde tussen Simons en de ateliers, 2012-2015) en Calvin Klein ( global creative director, 2016-2018).

– Debuteerde in juli als directeur de la création van Alaïa, met een show op straat.

– Werkt in Parijs en woont in het weekend in Antwerpen, met zijn partner en hond.

Partner Content