Mode Marginale: ging Vetements dit keer te ver?

© AFP

Hoe dichtbij is de mode-apocalyps? Om de hoek, leek het tijdens de coutureweek van Parijs, die vandaag afloopt. En dan in het bijzonder tijdens de show van Vetements.

Vetements, het label van Antwerpse Academie alumnus Demna Gvsalia en zijn collectief van creatieve vennoten, is geen couturelabel. Het hoort thuis in een ondergrondse parkeergarage, niet in een hôtel particulier met vergulde lambrizeringen. Maar sinds vorig seizoen showt het zijn collecties wel tussen de sprookjesjurken van Elie Saab en Chanel.

Gvsalia is ongetwijfeld een genie. Hij heeft van Vetements het meest invloedrijke merk van de textielindustrie gemaakt. De opmars van extreme, ietwat vettige normcore? Dank, of vervloek, Gvsalia. De rehablitatie van Justin Bieber en Céline Dion? Idem. Als creatief directeur van Balenciaga heeft Gvsalia dat luxemerk geherpositioneerd en opnieuw relevant gemaakt.

De oudere generaties fashionista’s schudde meewarig het hoofd en zuchtte collectief: Martin Margiela. Maar de kids blijken dol op de gritty, oversized streetwear van Vetements.

De Belgische pers is jammer genoeg niet welkom op de shows van Balenciaga (waar Gvsalia dit seizoen een sweatshirt met logo van luxegroep Kering de catwalk opstuurde; Kering is de eigenaar van Balenciaga: heel erg meta). Maar ik heb wel alle shows van Vetements gezien: de zombiemars in de kelder van de gay sexclub Le Dêpot (met de Parijse brandweertrui en het Antwerpen t-shirt), de triomftocht in het Chinese restaurant Le Président (het DHL t-shirt, de omajurken met bloemetjesprint), de desacralisatie van de American Church (het You Fuckn Asshole t-shirt en het Titanic sweatshirt), en de marathon van Galeries Lafayette, vorige zomer, waar het merk tussen de beauty counters van het grootwarenhuis samenwerkingen met een waslijst andere merken introduceerde, van Brioni over Manolo Blahnik tot Eastpak en Canada Goose (het trainingpak van Juicy Couture in rood velours). Vetements stelde het modesysteem in vraag, en werd daarbij zelf ook in vraag gesteld. De oudere generaties fashionista’s schudde meewarig het hoofd en zuchtte collectief: Martin Margiela. Maar de kids blijken dol op de gritty, oversized streetwear van Vetements.

Mode Marginale: ging Vetements dit keer te ver?
© Jesse Brouns

Deze week huurde Vetements de inkomhal van het Centre Pompidou. Er was geen decor: alleen een frontrow van goedkope conferentiezaalstoelen, met de vloer als catwalk. De uitnodiging was een gepersonaliseerde identiteitskaart of rijbewijs van een Europees land (ik kreeg een identiteitskaart van de Tsjechische Republiek, geboortedatum 8 oktober 1996: goedkoper dan Botox). De modellen werden aangevoerd met een roltrap, wat deed denken aan de intussen terecht mythisch geworden show van Raf Simons aan de Géode van het Parc de la Villette, in 1998.De mannen en vrouwen, 37 in totaal, waren verschillend en divers: oud en jong, groot en klein, dun en dik. Ze waren: gewoon. En dan niet: gewoon in modeversie, maar écht gewoon. Mannen en vrouwen die je net zo goed tegenkomt in de gangen van de metro.

De collectie, Stereotypes, was deels geïnspireerd door het project Exactitudes van fotograaf Ari Versluis en profiler Ellie Uyttenbroek. Dat is een in 1994 begonnen onderzoek naar verschillende sociale types, waarbije individuen van eenzelfde groep of subcultuur tegen een neutrale achtergrond worden gefotografeerd, een beetje zoals natuurwetenschappers verschillende specimens categoriseerden.

“Toen ik begon te studeren,” vertelde Gvsalia backstage aan i-D magazine, “was sociologie mijn favoriete onderwerp, en ik denk dat dit seizoen een beetje een gevolg is van die fascinatie voor sociale uniformen en hoe mensen zich kleden. Dat is een gegeven waar ik altijd mee heb gewerkt, maar dit keer hebben we er nog meer de nadruk op gelegd, en elke look beschouwd als een afzonderlijk personage.”

Mode Marginale: ging Vetements dit keer te ver?
© AFP

Er was een Couch Potato (“Padded bathroom coat worn over a woolen cardigan, stretched out white t-shirt and wollen pyjama pants,” aldus de heel precieze beschrijving van de shownotities, in pure couturetraditie). Er was een Gabber (“Nylon tracksuit worn over a t-shirt with white sneakers”), een broker (“The outfit is accessorized with a fountain pen and worn with classic lace-up shoes”), een Vagabond (“Accessorized with a sleeping bag”), en een Milanesa, die de show opende (“Knee-length mink coat worn over a cashmere polo neck and a tailored pencil skirt. The look is accesorized with leather gloves and oversized sunglasses”). Er was zelfs een bruid, in een tweedehandse, afzichtelijk lelijke jurk. Ook dat is een couturetraditie (de jurk, niet de tweedehandse jurk).

De modellen liepen niet in een klassieke opstelling, netjes achter elkaar, maar door elkaar, op hun eigen ritme, alsof ze in hun eigen wereld leefden. Het leek in zekere zin een performance in de stijl van Vanessa Beecroft , de Italiaanse kunstenares die recent shows voor onder anderen Kanye West choreografeerde.

Maar vooral: het zag er allemaal nogal marginaal uit, en goedkoop.

Dit waren mensen, en outfits, die zero joie de vivre uitstraalden. Dat was grappig, maar het was ook triest. Omdat het eigenlijk niet hoort om te lachen met marginale mensen. En ook omdat de kleren van Vetements zo duur zijn: wat moeten échte gewone mannen en vrouwen daarmee, laat staan marginalen.

Vetements is als een driesterrenrestaurant dat een voze kebab voorschotelt, met diepvriesfrieten en Cara bier.

In het kader van de coutureweek was het opzet interessant: je kunt stellen dat Vetements breekt met het classicisme van couture, met ‘perfecte’ meisjes (in modetermen), in onberispelijk mousseline en paillettes. En die verheven wereld, vol gebotoxte olieprinsessen en actrices op de front rows, verdient misschien wel een wake-up call à la Vetements (de grootste ster daar was de Zuid-Koreaanse megaster G-Dragon, die ook front row zat bij Chanel, en dezelfde avond Peaceminusone introduceerde, zijn eigen modemerk met oversized streetwear: de popster en Vetements delen een persattaché). Maar de boodschap leek dit keer belangrijker dan de kleren — waarbij de boodschap niet helemaal duidelijk was (voorhoofd krabbende emoji), en de kleren toch vooral banaal: je vindt dezelfde troep in goedkope tweedehandswinkels.

Vetements is als een driesterrenrestaurant dat een voze kebab voorschotelt, met diepvriesfrieten en Cara bier. Dat is natuurlijk wel cool.

Maar tegelijk slaat het nergens op.

Mode Marginale: ging Vetements dit keer te ver?
© AFP

Partner Content