Honderd keer Pitti Uomo: van Armani en Dries Van Noten tot duurzame ‘new kids on the block’

Thebe Magugu SS 2022 menswear collection - Pitti Uomo

De jonge Zuid-Afrikaanse ontwerper Thebe Magugu was eregast van de honderdste editie van Pitti Uomo, ’s werelds grootste evenement voor mannenmode in Firenze.

De Italiaanse minister van Economische ontwikkeling, Massimo Giorgetti klonk optimistisch tijdens de officiële openingsplechtigheid van Pitti Uomo, woensdagochtend. ‘Na de pandemie is het tijd voor een reset. We blijven geloven in Made in Italy en de mode is daar een essentieel onderdeel van.’

Er was goed nieuws: ’s werelds grootste beurs voor mannenmode is terug van weggeweest, na twee online edities.

En er was slecht nieuws, meldde de burgemeester op het eind van de persconferentie: de landing van een bataljon parachutisten van de Brigata Folglore van het Italiaanse leger op de beroemde Piazza della Signoria kon niet doorgaan, vanwege te veel wind.

Daarnaast was er dit seizoen minder volk in Firenze dan voorheen. Een grote verrassing is dat niet. Een aanzienlijk gedeelte van de duizenden professionele bezoekers komt doorgaans van heinde en ver. Enkele Amerikaanse buyers en journalisten reisden naar Europa, maar voor de Aziatische bezoekers is het nog wat vroeg.

Er waren dit seizoen ook beduidend minder exposanten: 395, tegenover meer dan duizend in normale omstandigheden. Vooral de Italiaanse merken kwamen opdagen. Ongeveer een derde kwam uit het buitenland.

Het aantal tentoonstellingshallen werd fors gereduceerd, en Pitti liet dit keer zijn verschillende beurzen samenvallen: het mannenluik, maar ook Pitti Bimbo, voor kindermode, en een garen- en textielbeurs, Pitti Filati.

Thebe Magugu SS 2022 menswear collection - Pitti Uomo
Thebe Magugu SS 2022 menswear collection – Pitti Uomo© Thebe Magugu

Eregast

Het is voor Pitti nochtans een belangrijke editie, de honderdste sinds 1972. De eregast was dit keer Thebe Magugu, de 27-jarige Zuid-Afrikaanse ontwerper die doorbrak met zijn nominatie voor de LVMH Prize, twee jaar geleden. Magugu toonde voor het eerst een mannencollectie, ‘DOUBLETHINK’, geïnspireerd door corruptie in Afrika.

“Ik kreeg het idee voor de collectie toen ik Mandy Wieners boek ‘The Whistleblowers’ las,” vertelde Magugu backstage. “Klokkenluiders worden zelden gecast als heldhaftige personages. In plaats daarvan worden ze behandeld als paria’s of onruststokers, achteraf vinden ze vaak ook geen werk meer. Ik heb er dus voor gekozen om de benarde situatie van klokkenluiders in Zuid-Afrika onder de aandacht te brengen, in de hoop dat er iets verandert.”

Van de politieke cartoonist Jonathan Zapiro werd een aantal illustraties als prints gebruikt. “Zapiro schetst het gedecimeerde democratische landschap van Zuid-Afrika door politieke boeven af te beelden als hyena’s.” Magugu vertelde voorts ook dat het voor hem een eer was om gevraagd te worden voor Pitti. “Al mijn helden hebben hier geshowd.”

Aandacht voor duurzaamheid

Dat er minder exposanten waren, was goed nieuws voor een aantal kleinere merken en ontwerpers. De selectie Sustainable Style, met vijftien jonge mannenmerken, bracht een mooi overzicht van de variatie in duurzame mannenmode.

Patrick Mcdowell
Patrick Mcdowell© Giovanni Giannoni

Bij de hoogtepunten:

Help, een collectie van Patrick McDowell en Katharine Hamnett, sinds de jaren tachtig wereldberoemd door haar t-shirts met politieke slogans (onder meer gedragen door Wham in de video voor ‘Wake Me Up Before You Go-Go’). “Ik werk altijd met gerecupereerd materiaal,” zei McDowell. “Hamnett heb ik tijdens een event voor duurzame mode leren kennen. Ze heeft me onverkochte kleren uit haar archief bezorgd, waar ik mee aan de slag ben gegaan. Het is een collectie waarmee we willen protesteren tegen brexit. Brexit is een ramp voor de Britse mode. Het ironische is dat we ze in Italië tonen, en dat we aandacht krijgen van de Europese pers, maar niet van de Britse.”

Arbo
Arbo© Giovanni Giannoni

Chloé Pariente van Arbo maakt mannenkleren met een vrouwelijke touch – zoals jurken, die ook als mantel kunnen worden gedragen. “Alles wordt in Parijs gemaakt, binnen een straal van vijf kilometer, met ongebruikte stoffen van couturehuizen. Daar ben ik wel trots op.”

Paulo Ruiz Munoz is minder lokaal: de in Parijs gevestigde Peruviaanse ontwerper werkt voor zijn label DNI met inspiratie uit zijn jeugd in een kleine provinciestad aldaar. De collectie wordt ook in ateliers ter plekke gemaakt.

DNI
DNI© Giovanni Giannoni

Daniel Olatunji doet aan slow fashion met Monad London. Hij vertelde onder meer over de twee meter diepe ‘dye’-putten in Nigeria, waarin met natuurlijke ingrediënten textiel gekleurd wordt. Zoals de meeste andere labels gebruikt hij reststoffen, en is zijn output als gevolg daarvan beslist kleinschalig.

Modestad sinds de fifties

Firenze speelt een hoofdrol in het Italiaanse modelandschap sinds de vroege jaren vijftig, toen entrepreneur Giovanni Battista Giorgini buyers van de Amerikaanse grootwarenhuizen naar de stad haalde om Florentijns modetalent te ontdekken. De Italiaanse mode was ook toen al toegankelijker, en commerciëler, dan de Parijse prêt-à-porter.

Uit de archieven: Giorgini Salabianca 1954
Uit de archieven: Giorgini Salabianca 1954© Courtesy Pitti Immagine’s Archive

Tussen 1954 en 1982 had Firenze een soort eigen modeweek, met shows in de legendarische Sala Bianca van het historische Palazzo Pitti, en op andere plekken in de stad, van onder meer Emilio Pucci, Missoni, Mila Schön, Valentino en Giorgio Armani. In de fifties en de sixties lag de focus op damesmode. Pitti Uomo werd in 1972 opgericht om mannenmode te promoten. De eerste editie vond plaats in een hotel. Drie jaar later werden de damesshows naar Milaan verplaatst, handiger voor internationaler buyers. Maar Pitti Uomo bleef in Firenze, en werd mettertijd een referentie voor de mannenmode.

Sinds 1988 huist de beurs in Fortezza da Basso, een enorm voormalig militair bastion vlakbij het station. De beurs nodigt elk seizoen één of meerdere gastontwerpers uit voor een catwalkshow of presentatie. In tegenstelling tot de andere modeweken krijg je in Firenze dus telkens andere labels en ontwerpers te zien, vaak in adembenemende palazzo’s en tuinen in de stad, maar ook in de heuvels van Toscane.

Uit de archieven
Uit de archieven© Courtesy Pitti Immagine’s Archive

Op de beurs zelf tonen honderden merken uit de hele wereld hun nieuwe collecties, van obscure Japanse outdoormerken tot gevestigde Europese namen als Bruno Cuccinelli of Kiton. Knack Weekend brengt verslag uit van de beurs sinds – op zijn minst – de vroege jaren negentig.

Een gigantische lijst sterontwerpers

Bij de grote namen in de geschiedenis van Pitti: Vivienne Westwood, die er in 1990 haar mannenlijn lanceerde, Jean Paul Gaultier (1991), Paul Smith (onder meer in 1993), Donna Karan (1994), Dolce e Gabbana (voor de lancering van hun alweer opgedoekte nevenlijn D&G, ook in 1994), Burberry, Hedi Slimane (2002, een tentoonstelling), Thom Browne (2009), Valentino (2012), Kenzo (2013), Marni (voor het debuut van de mannenlijn, in 2015), Virgil Ablohs Off-White (2017), Brooks Brothers (voor de honderdste verjaardag van het merk, in de spectaculaire grote zaal van het Palazzo Vecchio (2018), Givenchy (2019).

In het Palazzo Pitti — het paleis dat uitkijkt over de Boboli-tuinen werden tentoonstellingen gewijd aan onder anderen Giorgio Armani (in 1992, met een scenografie van architecte Gae Aulenti), Yohji Yamamoto (in 2005), en de fotografie van Karl Lagerfeld (in 2016). Gianni Versace en Maurice Béjart organiseerden een ballet in 1997.

Bij de Belgen die showden tijdens Pitti noteren we onder anderen Dries Van Noten (in 1995, intussen 26 jaar geleden, Raf Simons (twee maal voor zijn eigen lijn, in 2006 en en één keer met Jil Sander, in 2010), Haider Ackermann (2010) en Glenn Martens met Y/Project, in de kloostertuin van Santa Maria Novella. Die laatste show was opmerkelijk omdat hij uitsluitend met zaklampen werd verlicht.

Het verbluffende archief van Gucci

Ook Gucci viert een verjaardag: het luxehuis wordt dit najaar honderd. Vandaag opent het zijn nieuwe archieven, tweeduizend vierkante meter gevuld met spul uit tien decennia, in het zestiende eeuwse Palazzo Settimanni, half verstopt in de wijk Santo Spirito, op de linkeroever van de Arno. We kregen gisteren een exclusieve rondleiding. De familie Gucci kocht het paleis in 1953: het was de eerste fabriek van het merk. Er werden ook ateliers en een showroom in onder gebracht.

Gucci Archives
Gucci Archives© Gucci

Artistiek directeur Alessandro Michele leidde de restauratie: de interieurs werden kaal gestript, waarna sporen van fresco’s en trompe l’oeil wandschilderijen tevoorschijn kwamen. De vloeren werden belegd met een mix van terracotta en marmer. De verzameling werd ondergebracht in talloze vitrinekasten en aangepast archiefmeubilair. Het resultaat heeft meer van een museum dan van een doordeweeks archief. Er zijn drie verdiepingen met tentoonstellingsruimte, met kamers die telkens aan een productcategorie zijn gewijd: lederwaren op de gelijkvloerse verdieping (handtassen en koffers), zogezegde lifestyleproducten in de kelder (asbakken, paraplu’s en tafelgoed), en kleren, zijden foulards en schoenen op de eerste verdieping.

Honderd keer Pitti Uomo: van Armani en Dries Van Noten tot duurzame 'new kids on the block'
© Valentina Sommariva

De spectaculairste kamer bevat een handvol waanzinnige looks van Michele voor de rode loper, gedragen door Dakota Johnson, Björk en Lana Del Rey. Het archief is bedoeld voor onderzoek en opleiding. Er zijn voorlopig geen plannen om het gebouw open te stellen voor publiek.

Partner Content