De kleren maken de film: zo gebruikt Phantom Thread mode om het verhaal vorm te geven

Vicky Krieps als Alma en Daniel Day-Lewis als ontwerper Reynolds Woodcock, naar eigen zeggen zijn allerlaatste rol. © .
Anke Wauters
Anke Wauters Journaliste Knack Focus en Knack Weekend

In Phantom Thread, de recentste worp van regisseur Paul Thomas Anderson, is couture de taal van de liefde, en die van de obsessie.

In Phantom Thread, de nieuwste film van Paul Thomas Anderson, goed voor zes Oscarnominaties, ontmoet de jonge Alma (Vicky Krieps) de excentrieke Britse ontwerper Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) aan zee, in het schilderachtige Victoria Hotel waar zij als serveerster werkt.

Op een date met Reynolds later die avond, vraagt Alma waarom hij nog niet getrouwd is. Het antwoord van de ontwerper is vaag: ‘Ik maak jurken.’

Hij begeleidt Alma naar boven, waar hij haar maten opneemt om een uniek exemplaar voor haar te maken. Reynolds drapeert stoffen over haar schouders en probeert om een zijdetint te vinden die precies bij haar huidskleur past. Met veel aandacht speldt hij de stof vervolgens op.

Het had net zo goed een intieme scène kunnen zijn: couture is de taal van liefde voor Reynolds. Maar het is ook een obsessie. In zijn manische zoektocht naar de perfecte vorm blijkt de ontwerper bijna harteloos voor het lichaam van zijn muze, een levende paspop.

‘Ik heb mezelf nooit mooi gevonden’, geeft Alma toe. ‘Mijn schouders zijn te breed, mijn hals is dun, mijn heupen breder dan nodig, mijn armen te gespierd. Maar in zijn ontwerpen word ik perfect.’

Dit is geen film die enkel stilstaat bij stijl. Het is een verhaal bezeten door de angst dat stijl alleen, of de zoektocht ernaar, de ziel kan verkrampen

Anthony Lane, filmcriticus

De it-ontwerper

Het personage van Reynolds Woodcock is deels gebaseerd op de temperamentvolle Amerikaanse ontwerper Charles James, vertelt Oscargenomineerd kostuumontwerper Mark Bridges: ‘In het midden van de twintigste eeuw was James een gegeerde ontwerper voor Amerikaanse it-girls als Babe Paley en Millicent Rogers.

Hoewel zijn bijtende persoonlijkheid hem vaak op ramkoers bracht met het grote succes, werd de couturier door niemand minder dan Christian Dior als een kleermakersgenie beschouwd. Dior omschreef het werk van James als ‘een voorloper van zijn New Look’.

Een deel van hun blijvende aantrekkingskracht is dat de ontwerpen van Charles James er vandaag net zo opmerkelijk uitzien als tijdens het toppunt van zijn populariteit in de jaren vijftig. Het duurde vaak jaren voor hij zijn ingewikkelde, gebeeldhouwde jurken kon perfectioneren: de constructie was het resultaat van complexe wiskundige berekeningen over de gelaagdheid en plaatsing van stoffen en onderrokken.’

Mark Bridges, die in 2012 al een Oscar won voor zijn kostuums voor de film The Artist van Michel Hazanavicius, ging op zoek naar de meest zeldzame stoffen. Het meest adembenemende ontwerp dat Alma in de film draagt, is de lavendelkleurige jurk, gemaakt van een stof die Reynolds tijdens de oorlog in Antwerpen redde. ‘Iedereen hield de adem in toen ze hoorden dat we erin zouden knippen’, zegt Bridges over die drie meter kostbare zeventiende-eeuwse Vlaamse kant.

De acteur

Reynolds Woodcock wordt vertolkt door Daniel Day-Lewis, in wat zijn laatste rol zal zijn voor hij Hollywood vaarwel zegt en met pensioen gaat. De acteur stond er tijdens de opnames op om mee te werken aan de outfitkeuze van de fictieve ontwerper.

Bridges vulde op zijn vraag de trailer van de acteur tot de nok met onberispelijke geruite vesten, sportieve tweedjasjes, frisse zwarte smokings, satijnen vlinderdasjes en opvallende, met juwelen bedekte fuchsia sokken van Gammarelli, de winkel in Rome die de paus van zijn garderobe voorziet.

Een lavendelkleurige jurk uit eeuwenoude Vlaamse kant steelt de show.
Een lavendelkleurige jurk uit eeuwenoude Vlaamse kant steelt de show.

Het was ook Day-Lewis die op het idee kwam om ‘zijn’ kleding te laten maken in de Londense modestraat Savile Row. Zijn oog viel op Anderson & Sheppard, een kleermakerswinkel die werd opgericht in 1906, en waar prins Charles en ontwerper Tom Ford vaste klanten zijn. De invloed van die keuze is zichtbaar in de typisch gedempte, houten tonen.

De transformatie

In de film zien we hoe de silhouetten van de jaren vijftig het figuur volledig konden transformeren. Als bescheiden serveerster wordt Alma veelal ruw in beeld gebracht, maar in de nieuwe ontwerpen is ze plots een adellijke verschijning. Zelfs de manier waarop ze beweegt verandert: terwijl ze eerst voorovergebogen door het Engelse platteland stompte, schrijdt ze nu gracieus door balzalen.

De transformatie geldt echter niet voor iedereen. Alma walgt bijvoorbeeld van de alcoholverslaafde, voluptueuze socialite Barbara Rose: ‘Deze jurk hoort hier niet thuis. Ze verdient hem niet.’

Filmcriticus Anthony Lane vatte het perfect samen in The New Yorker: ‘Dit is geen film die enkel stilstaat bij stijl. Het is een verhaal bezeten door de angst dat stijl alleen, of de zoektocht ernaar, de ziel kan verkrampen.’

Phantom Thread, vanaf 14 februari in de bioscoop.

Partner Content