De schaduwzijde van de modesector werd de laatste jaren steeds meer zichtbaar. Van onveilige arbeidsomstandigheden tot hongerlonen: prijzenoorlogen tussen westerse merken zorgen voor heel wat onmenselijke toestanden. Na de instorting van de Rana Plaza-fabriek in Bangladesh, die het leven kostte aan 1138 arbeiders, werden er verschillende initiatieven opgestart om dit soort rampen in de toekomst te vermijden. In Nederland leidde dit tot een convenant, dat opgericht werd door de overheid, vakbonden, ngo's en modebedrijven.

Open communicatie

Door het convenant te ondertekenen, beloven alle spelers dat ze de arbeidsomstandigheden van textielarbeiders zouden verbeteren en milieuschade beperken. Een deel van de Nederlandse merken, zoals de Bijenkorf, Kuyichi, Kings of Indigo, Zeeman en Hunkemöller, publiceerde alvast een lijst met adressen van fabrieken waar ze mee samenwerken.

Naast de publicatie van adressen, moeten modebedrijven die het convenant hebben ondertekend ook rapporteren over risico's op wantoestanden in hun productieketen en welke acties zij ertegen ondernemen. Dit wordt internationaal als 'due diligence' bestempeld. Richtlijnen rond de verantwoordelijkheid van bedrijven om schendingen tegen de mensenrechten tegen te gaan, worden opgetekend door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Trage revolutie

De Nederlandse tak van de Schone Kleren Campagne maakt zich zorgen over de duidelijkheid en werkelijke transparantie van de rapportages door modemerken. In het convenant staat immers niet hoe deze bedrijven hierover moeten communiceren. Op de website van de organisatie lezen we dat het een enorm werk zal zijn voor SKC en gelijkaardige actiegroepen om de komende maanden na te gaan of de rapporten voldoen aan de OESO-richtlijnen. Op die manier gaat het proces om de mode-industrie te verduurzamen wel erg traag vooruit.

'Het eerste jaar zal het rapporteren over risico's nog niet overal perfect zijn'

Pierre Hupperts, voorzitter convenant

Pierre Hupperts, voorzitter van het convenant, licht in een interview met AD toe dat het inderdaad traag gaat, maar hij ziet ook positieve verandering: 'We zien bedrijven die bijvoorbeeld in een paar fabrieken het leefbaar loon hebben weten te verhogen. Zijn alle problemen in de hele textielindustrie daarmee opgelost? Nee! Het gaat traag, heel traag. Dat vind ik ook. Het is niet de revolutie die we graag zouden willen. Maar de weg die we zijn ingeslagen, is onomkeerbaar.'

Concrete acties ontbreken

De weg naar een volledig duurzame keten is nog lang. Bovendien leert een eerste blik op de rapporten dat er heel wat informatie ontbreekt. Zo stelt de Schone Kleren Campagne dat er niet gerapporteerd wordt over vakbondsvrijheid in Bangladesh en China, terwijl dit een groot probleem vormt. Ook zouden ze graag meer concrete acties zien die een leefbaar loon voor de arbeiders garanderen. Het is uiteraard nog maar een eerste stap en SKC geeft aan dat er nog ruimte is om de rapportering en de acties in de nabije toekomst te verbeteren.

Dat beaamt ook Pierre Hupperts. 'Het eerste jaar zal het rapporteren over risico's nog niet overal perfect zijn, we zitten samen in een leerproces om bedrijven hierin verder te helpen. We nodigen maatschappelijke organisaties uit om hun bevindingen met ons en de merken te delen', klinkt het bij de voorzitter van het convenant.

Duurzame materialen

Sommige zaken gaan gelukkig iets sneller vooruit. Het gebruik van duurzame materialen zit namelijk in de lift. De Nederlandse bedrijven die vorig jaar ook rapporteerden, hebben aangegeven dat ze in het voorbije jaar meer duurzaam textiel zijn gaan gebruiken. Van 29 procent vorig jaar tot 37 procent afgelopen jaar. Het gebruik van duurzaam katoen steeg van 44 procent naar 57 procent.

Benieuwd naar de fabrieken waar Nederlandse modebedrijven produceren? Via deze link kan je ze bekijken. Meer informatie over de ondertekenaars en de websites waar ze hun vooruitgang publiceren vind je hier. En Belgische variant bestaat voorlopig nog niet.