...

Het verhaal leest als een soap, of op zijn minst een bijzonder tumultueuze liefdesaffaire met een plotwending die weinigen hadden zien aankomen. New York Times meldt dat Daniel 'Dapper Dan' Day en Gucci gaan samenwerken. Officieel. En dat nadat Gucci in juni nog beschuldigd werd van het kopiëren van Dapper Dan. Die in de jaren tachtig dan weer beschuldigd werd van het kopiëren van Gucci. Volgt u nog? Een kort geschiedenislesje. Daniel Day maakte furore in de jaren tachtig en negentig door de logo's van grote modehuizen als Gucci en Louis Vuitton te kopiëren op zijn eigen designs die hevig beïnvloed werden door rap- en street culture. Denk puffer jackets, hoodies, trainingspakken, catsuits en blousons, hevig versierd met luxe-emblemen die op bestelling gemaakt werden voor onder meer Mike Tyson, LL Cool J., Salt-N-Peppa, Jam Master Jay en KRS One. De designs van Dapper Dan waren ontzettend in your face en tegelijkertijd bijzonder underground. Als grondlegger van wat we vandaag kennen als 'swag' cureerde Dapper Dan hiphop culture. Hij slaagde erin om monogram couture cool te maken en wist de bruggen te bouwen tussen Harlem en 5th Avenue waar modehuizen vandaag de dag nog steeds vruchten van weten te plukken. Zijn grenzeloze creativiteit werd echter overschaduwd door zijn lef, en modehuizen daagden hem massaal voor de rechter voor de vruchten die hij plukte met hun branding. In 1992 sluit Daniel Day verplicht zijn boetiek op 125th street om verdere legale kosten te vermijden, en Louis Vuitton en Gucci cruisen verder op het pad dat hij geplaveid heeft. Het logo als accessoire ontploft en leidt tot de No Logo beweging, aangevoerd door de Canadese auteur Naomi Klein. Fast forward naar juni 2017. Alessandro Michele presenteert zijn Resort2018-collectie en stuurt model Alana Henry de catwalk op in een bontjasje met ballonmouwen, versierd met de bekende in elkaar gehaakte Gucci G's. Een kledingstuk dat wel heel erg leek op het ontwerp dat Daniel Day in 1989 onder zijn naaimachine vandaan haalde ter ere van Olympisch atlete Diane Dixon. Iets wat Dixon ook meteen zelf opmerkte op haar Instagramaccount. "Give credit to @dapperdanharlem", schreef ze bij een foto van het bewuste ontwerp. "He did it FIRST in 1989!" De heisa die daarop volgde hield de modewereld nog dagen in haar greep. 'Cultural appropriation', schreven zowel Vogue als Vice. 'Creatieve vrijheid', opperde Business of Fashion. 'Een eerbetoon!', klonk het bij Gucci zelf. "Ik vind het gesprek over cultural appropriation heel belangrijk, maar dat was niet wat dit was", aldus Michele destijds. "Ik heb de credits van Dapper Dan niet vermeld omdat het zo duidelijk was. Dat was net mijn hele bedoeling: dat mensen meteen Dapper Dan zouden herkennen op de catwalk. Ik vermeld Botticelli of Bronzino ook niet, terwijl zij ook mijn inspiratiebronnen zijn." Toch moeten ze bij Gucci ontzettend geschrokken zijn van de reacties. Zeker als de bedoelingen van Alessandro Michele zuiver waren, zoals hij beweert. Het label heeft volgens de New York Times daarna meteen contact opgenomen met Dapper Dan, het creatieve team is naar Harlem afgezakt en het modehuis en de fashion outlaw hebben de koppen bij elkaar gestoken. Resultaat? 'Dapper Dan' is het gezicht van de Gucci FW18 menswear campagne. Daniel Day en Gucci zullen volgende voorjaar bovendien samen een capsulecollectie uitbrengen, waarvan Day ook het gezicht zal zijn. Daarnaast sponsort Gucci de heropening van Days befaamde atelier met 'raw materials'. De studio zal enkel op afspraak werken, en enkele van de originele tailors van weleer weer in dienst nemen. "Het is tijd om te laten zien dat mode niet enkel de etalages op Fifth Avenue zijn. Het is cultuur. Het is zelfexpressie", aldus Michele tijdens de bekendmaking. Het lijkt alsof Gucci hier door het stof kruipt, maar een interview met Day in de New York Times toont aan dat de designer eigenlijk helemaal geen aanstoot nam aan het beruchte gekopieerde jasje."Ik vond het heel spannend om het op de catwalk te zien", aldus Day. "Alessandro en ik maken deel uit van twee heel verschillende werelden. Het was magisch om te zien hoe hij die twee werelden probeerde samen te brengen. Dat creëerde ruimte voor dialoog. We zijn beginnen praten en hebben ontdekt hoeveel we met elkaar gemeen hebben, hoe gelijkaardig onze achtergrond is. Hij gaf ook toe altijd al geïnspireerd te zijn door mijn werk. Echt, het waren mijn fans die boos waren. Ik had altijd al verwacht om gekopieerd te worden. Vanaf het eerste moment dat mijn winkel open ging. Ik ben heel opgewonden om nu eindelijk eens in het openbaar te kunnen werken", voegt de ontwerper er nog aan toe. Is deze samenwerking een spijtbrief van een label dat inzag dat het zijn bronnen had moeten vermelden, of was alle heisa gewoon een geweldig uitgekiende marketingcampagne? Voor de fans heiligt het doel ongetwijfeld de middelen.