Aan de eigenaar zal het niet gelegen hebben dat de allereerste Maison Margiela-boetiek enkele weken geleden de deuren moest sluiten. Nicola Vercraeye was jarenlang een van de meest enthousiaste en gepassioneerde verkopers van Brussel. Hij belde zijn vaste klanten op zodra de nieuwe collectie binnen was, organiseerde feestjes en expo's en was zelf de grootste fan van het merk dat hij verkocht.
...

Aan de eigenaar zal het niet gelegen hebben dat de allereerste Maison Margiela-boetiek enkele weken geleden de deuren moest sluiten. Nicola Vercraeye was jarenlang een van de meest enthousiaste en gepassioneerde verkopers van Brussel. Hij belde zijn vaste klanten op zodra de nieuwe collectie binnen was, organiseerde feestjes en expo's en was zelf de grootste fan van het merk dat hij verkocht. Vanaf het prille begin woonde hij elk defilé bij. Zijn verzameling kleding en objecten van Margiela is zo indrukwekkend dat hij ze geregeld uitleent aan musea. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij een emotioneel bericht de wereld instuurde om de sluiting aan te kondigen. Net als in het nieuwsbericht eerder deze maand over de grote leegstand in de Antwerpse Schuttershofstraat, haalde hij de moordende concurrentie van e-commerce en de moeilijke bereikbaarheid van het centrum aan als oorzaak voor het faillissement. Het lijdt geen twijfel dat deze zaken mee aan de basis liggen van de teloorgang die exclusieve boetieks en labels momenteel kennen, in België en ook elders. Het iconische luxegrootwarenhuis Barneys New York vroeg onlangs bescherming aan tegen de schuldeisers in de hoop een faillissement af te wenden en alsnog een overnemer te vinden. 2019 is geen eenvoudig jaar voor de modesector. Naast verkeersproblemen en de exponentiële toename van onlineverkoop spelen er ook een paar socio-economische tendensen mee. Consumenten zijn niet langer bereid om veel geld aan kleding te besteden. Het geld rolt vooral als er iets te beleven valt: een reis, een uitzonderlijk restaurant, een uniek concert. En dat kan net zo goed in een broek en hemd uit de collectie van vorig jaar. Ook het waanzinnige overaanbod aan merken speelt mee. Waar mode vroeger voornamelijk uit Europa kwam, heb je nu uitstekende merken in elke uithoek van de wereld. Voor elke stijl, item of kleur heb je honderden verschillende mogelijkheden. Om het verschil te maken, moeten designers hun stinkende best doen, en dan nog. Wie naast een overdosis talent niet beschikt over een goed verhaal, de nodige kennis van de sociale media en een portie geluk is eraan voor de moeite. Wat je echter zelden hoort als verklaring voor de crisis is het prijskaartje. Nochtans niet onbelangrijk, want designerkleding en accessoires zijn de afgelopen jaren voor de meeste consumenten eenvoudigweg onbetaalbaar geworden. Voor een paar designerschoenen ben je makkelijk 600 euro kwijt. Een jurk van 800 euro is echt geen uitzondering. Handtassen worden zelfs gezien als een goede investering; alleen jammer dat je ze dan in de doos moet laten zitten. De prijzen zijn zo gestegen dat alleen een puissant rijk kosmopolitisch cliënteel het zich nog kan veroorloven om geregeld in exclusieve winkels te shoppen. In steden als Antwerpen en Brussel zijn, zelfs als we de toeristen meerekenen, gewoonweg te weinig klanten voor zoveel luxe. Moeten designerkleren echt zo duur zijn? Er wordt geschermd met het argument dat ze beter gemaakt zijn, met superieure materialen, dat ze langer meegaan en je dus eigenlijk minder moet kopen. Dat klopt, gedeeltelijk. Niet elk luxelabel springt helaas even zorgzaam om met die voorwaarden. Als modeliefhebber met een hart voor duurzaamheid probeer ik me wel consequent te houden aan de criteria tijdloos en kwalitatief. Maar de laatste tijd moet ik toch steeds vaker slikken als ik de prijs van sommige designerkleren zie. Dan is zelfs één kledingstuk per seizoen al te veel.