In april 1989 staat Margaret Thatcher op de cover van Tatler, het Britse societyblad voor de upper class. De eerste minister staart naar de lezer in een mantelpakje van het prestigieuze Londense huis Aquascutum, een blouse met pussy bow, een parelketting. 'Deze vrouw was ooit een punk', staat er in grote letters bij. De Iron Lady, een punk? De cover blijkt een stunt. De vrouw met geföhnd kapsel en klassieke handtas is ontwerper Vivienne Westwood in vermomming. De gelijkenis is treffend. Westwood lijkt meer op Thatcher dan Gillian Anderson dat doet in The Crown.
...

In april 1989 staat Margaret Thatcher op de cover van Tatler, het Britse societyblad voor de upper class. De eerste minister staart naar de lezer in een mantelpakje van het prestigieuze Londense huis Aquascutum, een blouse met pussy bow, een parelketting. 'Deze vrouw was ooit een punk', staat er in grote letters bij. De Iron Lady, een punk? De cover blijkt een stunt. De vrouw met geföhnd kapsel en klassieke handtas is ontwerper Vivienne Westwood in vermomming. De gelijkenis is treffend. Westwood lijkt meer op Thatcher dan Gillian Anderson dat doet in The Crown. Westwood, die de voorbije vijftig jaar punks, prinsessen, actrices en eerste ministers heeft gekleed - Siouxsie Sioux, prinses Eugenie, Pamela Anderson, Theresa May - is tegelijk het spiegelbeeld en de nemesis van de zestien jaar oudere Thatcher. Beide vrouwen zijn vastberaden en radicaal, dragen de titel van ' dame', zijn kruideniersdochters. Ze hebben allebei hun stempel gedrukt op de naoorlogse geschiedenis van Groot-Brittannië. 'Margaret Thatcher was een hypocriet', schrijft Westwood in haar autobiografie uit 2016, Get a Life! Maar tegelijk bewondert ze de stijl van de premier en dat is enigszins verwonderlijk. In een interview met de Daily Telegraph zegt ze: 'Op dat moment van de geschiedenis was Thatcher zonder enige twijfel de best geklede vrouw.' Vivienne Swire wordt - vanzelfsprekend - niet als punk geboren. Ze ziet het licht op 8 april 1941, in een dorp met de lieflijke naam Tintwistle. Haar vader, ex-kruidenier, werkt als magazijnier in een vliegtuigfabriek. Ze volgt een opleiding juwelenontwerp aan de kunstschool, maar stopt na een jaar. 'Ik wist niet hoe een meisje uit de arbeidersklasse ooit carrière zou kunnen maken in de kunstwereld', zegt ze daarover in een interview. Ze vindt een baan in een fabriek, keert later terug naar school, wordt onderwijzeres, blijft juwelen maken. In 1962 trouwt ze met Derek Westwood, een stagiair bij stofzuigerfabriek Hoover. Ze ontwerpt zelf haar bruidsjurk. De Westwoods krijgen een zoon, Ben. Enkele jaren later ontmoet ze Malcolm McLaren, een student die nauw betrokken is bij de revoltes van de late sixties. Zijn moeder en stiefvader werken in de textielindustrie, ze hebben een eigen kledingfabriekje en een groothandel. McLaren en Westwood gaan samenwonen in een sociale flat in de Londense wijk Clapham. Daar wordt in 1967 hun zoon Joseph Corré geboren (hij begint, vele hoofdstukken later, het lingerielabel Agent Provocateur). In 1971 openen ze hun eerste zaak in een achterpand in Chelsea: In The Back of Paradise Garage. Ze verkopen er grammofoonplaten en vintage kleren, vooral deadstock. Niet veel later nemen ze het volledige winkelpand over. Let It Rock wordt het uitverkoren adres van de zogeheten Teddy boys, de subcultuur die is geïnspireerd door fiftiesrockers. In 1973 krijgt de zaak een nieuwe naam: Too Fast to Live, Too Young to Die, met veel zwart leer en zilveren studs. Dat jaar reizen McLaren en Westwood naar New York voor een modebeurs, de National Boutique Fair. Ze ontmoeten er de New York Dolls, een van de eerste punkgroepen (met onder meer de Ramones en Richard Hell, die gescheurde T-shirts draagt waarop staat gekrabbeld: Please Kill Me). Ze ontwerpen podiumoutfits voor Johnny Thunders en zijn band, waaronder een reeks outfits in rood leer met een hamer-en-sikkelmotief in Sovjetstijl. McLaren wordt kortstondig manager van de Dolls. De groep split in 1975 - 'Malcolms fout', preciseert Thunders. In Londen is Too Fast to Live, Too Young to Die intussen herdoopt tot SEX, met kleren in rubber, pvc en leer - ergens tussen fetisj en mode. McLaren ontfermt zich als manager over de Sex Pistols. Bassist Glen Matlock is verkoper bij SEX, groepsleden Paul Cook en Steve Jones zijn klant aan huis. Volgens McLaren is de groep opgericht als een soort marketinginstrument voor de winkel, maar zanger Johnny Rotten spreekt dat later tegen. In 1976 volgt alweer een nieuwe naam, Seditionaries. Het duo verkoopt T-shirts met schokkende slogans en collages (de Queen met een veiligheidsspeld door de neus), broeken met Schotse tartanprints en combatlaarzen. Eén belangrijke bijdrage tot de punkgarderobe is het bondagepak, geïnspireerd op een legerbroek die McLaren meebrengt van zijn trip naar de Verenigde Staten. Hij voegt er straps aan toe, en ritsen op onverwachte plekken. Het resultaat is half dwangbuis, half sm-tenue. Only anarchists are pretty, staat in blokletters op een hemd uit 1976, thans in de verzameling van het Metropolitan Museum in New York. Grijze, verticale strepen, die met de hand geschilderd lijken, als een versleten gevangenisuniform. Op de borst prijkt een foto van Karl Marx, aan de kraag een swastika. Op een armwikkel: het woord CHAOS. Het hemd is een SEX ORIGINAL, preciseert het label binnenin, van Malcolm McLaren en Vivienne Westwood, Seditionaries. Er bestaan foto's van zowel Johnny Rotten als Sid Vicious in het hemd. Ze delen één exemplaar. De kleren van Seditionaries zijn veel te duur om in veelvoud weg te geven. Westwood draagt in die periode 'leren jodhpurs, of minuscule leren minirokjes met badges, een fluffy trui in mohair en puntlaarsjes', schrijft Nils Stevenson in Vacant: A Diary of the Punk Years 1976-79. Ze heeft met waterstofperoxide gebleekt haar in pieken, een huid die zo bleek is als een porseleinen theekopje, paars geschilderde lippen. Ze kleedt onder meer de meisjes van The Slits (die besmeurd met modder maar verder naakt poseren op de cover van hun debuutalbum), popsterren Adam & The Ants (in piratenkostuums), en Bow Wow Wow (zangeres Anabella Lwin, vijftien destijds, is ook naakt op de cover van haar eerste album met de groep en verwijst hiermee naar Manets Déjeuner sur l'herbe). Circa 1983 gaan Westwood en McLaren elk hun eigen weg. De winkel wordt voor het laatst herdoopt, tot World's End. Die boetiek bestaat overigens nog steeds, op hetzelfde, historische adres, 430 King's Road in Chelsea. McLaren begint een solocarrière als popster, met een combinatie van hiphop, linedancing en opera. Zijn The World's Famous Supreme Team, met wie hij de hit Buffalo Gals maakt, draagt kleren uit de Buffalo-collectie van Westwood. (Ik ontmoet hem tijdens een bezoek in Brussel circa 1989. 'Ik heb Vivienne geleerd hoe een broek te maken', lacht hij; hij is tegelijk onuitstaanbaar en hilarisch. Hij overlijdt in 2010, na onder meer een duet met Catherine Deneuve en een gooi naar het Londense burgemeesterschap). Vivienne Westwood concentreert zich voortaan op pure mode. 'Pogoën en spuwen was niet genoeg', vertelt ze in 2015 aan The Independent. 'Subversief zijn vergt ideeën.' Ze put inspiratie uit de achttiende eeuw en elders. Ze vindt baljurken in de schilderijen van Antoine Watteau en François Boucher, tovert een hele collectie ( Vive la cocotte) uit Bouchers portret van Madame de Pompadour. Ze haalt een detail uit het Portret van Catharina Hooft en haar min van Frans Hals, geschilderd in 1620. Ze is dol op toile de Jouy, een antieke meubelstof. De ontwerpster maakt van ondergoed bovengoed - nog voor Jean Paul Gaultier Madonna in puntbeha's laat opdraven. Ze haalt het korset van onder het stof, voegt er een rits en elastische zijpanelen aan toe (dat ademt gemakkelijker). Ze lanceert de 'minicrini', een ingekorte versie van de victoriaanse crinoline of hoepelrok, een van haar greatest hits. Fans van Bridgerton: aandacht, alstublieft. In 1989 geeft ze een modecursus aan de School voor toegepaste kunsten van Wenen. Ze ontmoet er een student, Andreas Kronthaler, die haar werk- en levenspartner wordt. Kop van een interview met de Britse GQ: 'When I came to Britain, I was young and very, very sexy.' Westwood en haar hunk trouwen in 1993. In 2016 wordt de Gold Label-lijn - die ze in Londen showt - herdoopt tot Andreas Kronthaler for Vivienne Westwood. Ze werkt graag met mannen, vertelt ze aan The Observer, 'omdat die vrouwen altijd op een piëdestal willen plaatsen'. Dus mag het geen verrassing zijn dat Westwood zonder problemen poedelnaakt poseert voor het objectief van Jürgen Teller. De foto's zijn tegelijk confronterend en imposant (grappig ook, en dapper). En dan zeker de gigantische prints die onder meer op de beurs Paris Photo en in het Londense ICA worden tentoongesteld: ze zijn 3 meter en 40 cm wijd. Een zeventigplusser - Officier van het Britse rijk - en haar poes, zonder gêne. Ook geen Botox of Instagram-filters voor Westwood. 'Ik hou van het verouderingsproces en ik heb er geen probleem mee', zegt ze in 2002. Ze lijkt, twintig jaar later, niet van mening veranderd. Tegenwoordig komt Vivienne Westwood nog het vaakst in het nieuws met haar politieke acties. Ze is libertair en ecologist, neemt de verdediging op van onder anderen Julian Assange en Chelsea Manning. Ze heeft de voorbije vijftig jaar vooral de kaart van Labour getrokken, maar ze heeft ook de groenen gesteund, en er was zelfs een korte periode als vaandeldrager van de Conservatives, de partij van Thatcher.Met Pamela Anderson, de actrice uit Baywatch, strijdt ze voor het leefmilieu. Het is een rare match, maar wel een goede match. Anderson duikt op in een reclamecampagne van Westwood. Tijdens een van de laatste shows van het label in Parijs voor de pandemie, in een leegstaande supermarkt in het negentiende arrondissement, zit de actrice alleen op een bankje, discreet, in een verre hoek. Westwood blijft een tornado. Halverwege 2020 laat ze zich opsluiten in een gigantische vogelkooi. Ze heeft sinds maart vorig jaar een serie op YouTube, Save the World: The Big Picture, waarin ze haar kijkers onderhoudt, in korset en op gouden platformschoenen, over economie, Covid-19, klimaatverandering, de toekomst van de mensheid. ' Buy less, dress up, swap clothes', meldt ze in februari op Twitter. In maart duikt ze op in de digitale presentatie (gefilmd door Kronthaler met een iPhone) van de collectie voor komende winter, Mayfair Lady. Het is een van de hoogtepunten van de modeweek. Westwood staat in de vitrine van haar pas gerenoveerde winkel in Mayfair, geflankeerd door twee etalagepoppen. Ze draagt een zwarte pruik, een glanzende zwarte jurk en zilveren laarzen, en ze zingt. Eerst, met wijdse gebaren, als in een oude pantomine: Without You uit de soundtrack van My Fair Lady (het nummer, oorspronkelijk gezongen door Julie Andrews, eindigt met de regels I can do bloody well/Without you). En dan, zonder pruik, The White Cliffs Of Dover - een hit uit 1941, haar geboortejaar. ' There'll be joy and laughter/And peace ever after/Tomorrow, when the world is free.' Op 8 april viert ze haar tachtigste verjaardag. ' Tomorrow, just you wait and see.'