Alsof ik de wereld kon veroveren, zo voelde ik me toen ik de jas van Hugo Boss in de winkel aantrok. Dus kocht ik hem, ondanks het peperdure kaartje. Ik was net op de redactie van Knack Weekend begonnen en wou er professioneel uitzien. Alleen, ik heb hem amper een tiental keer gedragen. De strakke snit, de sjaalkraag, de riem, hij is me te keurslijverig. Plus, ik wil de wereld helemaal niet veroveren. Nu hangt hij dus al een paar jaar nutteloos in de kast. Ik ben uiteraard niet de enige die al eens een kledingstuk niet draagt. Uit een enquête over onze modegewoontes die we bij iets meer dan 3000 Belgen deden, blijkt dat 87% van de vrouwen en 45% van de mannen iets in de kast heeft hangen dat nooit gedragen is. En dan zijn er nog de spullen die ons niet meer passen, die we niet meer modieus vinden of doodgewoon beu gedragen zijn.
...

Alsof ik de wereld kon veroveren, zo voelde ik me toen ik de jas van Hugo Boss in de winkel aantrok. Dus kocht ik hem, ondanks het peperdure kaartje. Ik was net op de redactie van Knack Weekend begonnen en wou er professioneel uitzien. Alleen, ik heb hem amper een tiental keer gedragen. De strakke snit, de sjaalkraag, de riem, hij is me te keurslijverig. Plus, ik wil de wereld helemaal niet veroveren. Nu hangt hij dus al een paar jaar nutteloos in de kast. Ik ben uiteraard niet de enige die al eens een kledingstuk niet draagt. Uit een enquête over onze modegewoontes die we bij iets meer dan 3000 Belgen deden, blijkt dat 87% van de vrouwen en 45% van de mannen iets in de kast heeft hangen dat nooit gedragen is. En dan zijn er nog de spullen die ons niet meer passen, die we niet meer modieus vinden of doodgewoon beu gedragen zijn. We vroegen de deelnemers wat ze deden met die kleding. 20% laat ze gewoon in de kast hangen, 41% geeft ze door aan vrienden of familie, 65% geeft z'n spullen aan goede doelen en nog eens 34% gaat ermee naar de kringloopwinkel. 18% verkoopt kleding op websites of apps, en 7% op tweedehandsbeurzen. Amper 6,5% zegt kleding gewoon in de vuilnisbak te gooien. Franstaligen gooien nog minder weg, amper 3% tegenover 8% van de Nederlandstaligen. Vrouwen zijn iets actiever met hun miskopen en afdankertjes, ze delen meer uit en verkopen meer dan de doorsneeman. Hoe jonger, hoe vaker we onze spullen online verkopen. Bij de min 34-jarigen verkoopt 40% kleding online, dat cijfer zakt hoe ouder we worden, en is bij de 65-plussers nog maar 5%. Dezelfde trend zien we bij kleding weggeven: hoe jonger we zijn, hoe meer we dat doen. Van de min 34-jarigen geeft 57% spullen weg, bij 65-plussers is dat 28%. De dure maar nutteloze jas weggooien, er is uiteraard geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt. Wel gebeurt het al eens dat een oud T-shirt in de vuilnisbak terechtkomt. Omdat het te versleten is om weg te geven en ik al verfdoeken genoeg heb. En ik ben niet alleen. Uit onderzoek van het duurzame Amsterdamse modelabel Labfresh van de Eurostat-afvalcijfers bleek begin dit jaar dat wij Belgen gemiddeld 14,8 kilogram kleren weggooien. We zijn daarmee de meest enthousiaste weggooiers van Europa. Maar we blijken ook de beste recycleerders, want van die bijna 15 kilo is 1,2 kilo herbruikbaar en wordt 1,5 kilo gerecycleerd. Bovendien 'exporteren' we gemiddeld ook 16,7 kilo textiel, door het weg te geven aan goede doelen via bijvoorbeeld kledingcontainers. Een deel van die containers wordt geplaatst door organisaties als Oxfam, Rode Kruis, Wereldmissiehulp en de kringwinkel, die gemiddeld een vierde van de kleding recupereren, wegschenken of verkopen. De rest wordt per kilo verkocht. Iets wat ook de commerciële bedrijven die kledingcontainers plaatsen doen. Die maken vaak nadrukkelijk reclame over hun donaties aan liefdadigheid, maar zamelen toch vooral kleding in omdat ze daar geld mee verdienen. Niets mis mee, maar als je wilt dat de opbrengst van je oude plunje maximaal naar een goed doel gaat, kies je je container en organisatie best zorgvuldig uit. Veel landgenoten denken eerst aan familie en vrienden als ze hun kleerkast opruimen en natuurlijk deel ook ik spullen uit. Mijn probleem is dat de meeste vrouwen in mijn omgeving een paar maatjes kleiner zijn dan ik. Mijn jas is al door een zestal vriendinnen gepast en allemaal verdronken ze erin. Daar heeft Sarah (48) iets op gevonden. 'Al een paar jaar organiseer ik samen met vier vriendinnen een of twee ruilavonden per jaar. We nodigen allemaal een paar vrouwen uit, zodat we een diverse groep van pakweg vijfentwintig mensen hebben. Iedereen brengt mee waar zij vanaf wil, van spullen die ze willen weggeven tot duurdere items waar ze graag nog iets voor willen. Alles wordt op rekken gehangen en terwijl we een wijntje drinken, wordt er gepast, geruild en eventueel onderhandeld over de prijs. Het is een fijn idee dat de jeans waar ik niet meer in kan nu in Leuven woont en de Natan-jurk die ik voor het jubileum van mijn ouders kocht nu ook naar een bruiloft in Vielsalm is geweest.' Sarah raakt daar een belangrijk punt. Ik wil mijn jas eigenlijk niet weggeven, daar was hij te duur voor. Ik zou hem liever verkopen. Vanessa (40) is daarom fan van rommelmarkten. 'Nu kan dat natuurlijk even niet, maar het is een prima plek om kleding te verkopen. Ik verkoop kinderkleding, omdat mijn kinderen daar zo snel uit groeien, maar ruim ook altijd mijn eigen kleerkast op. Je kunt er bijvoorbeeld ook skikledij of sportspullen kwijt. Meestal verkoopt alles vlot, en ik doe dat graag, met een koffietje in de hand mensen zien passeren, een praatje maken en wat onderhandelen over de prijs. Het voordeel is dat de hele opbrengst voor jou is, en dat er geen strenge voorwaarden zijn, zoals bij tweedehandswinkels.' Streng, zo omschrijft ook Frauke (36) tweedehandswinkels. 'Ik heb twee vaste adressen, eentje voor de dure spullen en eentje voor wat niet van een topdesigner is. Bij beide winkels mag het maximaal twee jaar oud zijn. Ik doe dat liever dan via websites verkopen, omdat ik dat toch te veel gedoe vind. Nu verzamel ik twee of drie keer per jaar wat ik kwijt wil, ik maak een afspraak en daarmee is de kous af. Wat niet verkocht wordt, krijg ik gewoon terug. Enige nadeel is dat je meestal minder dan de helft van de opbrengst krijgt.' Tweedehandswinkels heb je in ons land in veel maten en gewichten, van pure vintage over een exclusief aanbod van topdesigners of Belgische ontwerpers tot een brede waaier van middensegmentmerken en alles wat je in de doorsneewinkelstraat kunt kopen. Sommige zaken kopen niet van particulieren, zoals de Think Twice-keten, en de rest heeft meestal duidelijke voorwaarden die je best uitpluist voor je je waar aanbiedt. 'In goede staat: dat is het belangrijkste voor ons', legt Karen Maas van Re-Marques in Doornik uit. 'Wij verkopen merken zoals Tommy Hilfiger, Xandres, Esprit, Ralph Lauren, IKKS, Hollister en ook duurdere namen zoals Chanel of Burberry. Mensen brengen binnen wat ze kwijt willen, ik kijk alles na en kies wat er in de winkel komt. Er zijn winkels die maximaal tien stukken aanvaarden, maar wij hebben geen limiet. Sommige verkopers brengen tot 150 stukken binnen. Onze winkelprijzen liggen rond de 25% van de nieuwprijs, en de verkopers krijgen 45% van de verkoopprijs. Alles blijft een seizoen hangen, we doen uiteraard ook solden, en als de spullen dan niet verkocht zijn, kunnen de verkopers kiezen: ofwel komen ze hun spullen opnieuw halen, ofwel doneren wij ze aan organisaties hier in de buurt.' Hoe exclusiever het aanbod, hoe strenger de voorwaarden, bevestigt Emma Busschaert van het Leuvense Cyaankali. 'Aanbieden gebeurt bij ons enkel op afspraak, en we verkopen alleen miskopen, geen kleding die afgedragen is. Het aanbod is enorm en dus kunnen we kieskeurig zijn. Dat moet ook, want onze klanten zijn kritisch, ze willen voor onze prijzen ook kwaliteit. Alles moet in perfecte staat zijn, schoon gewassen, geur- en kreukvrij. We zien liefst dingen die zo recent mogelijk zijn en de stukken blijven 2,5 maand hangen. We bepalen de prijs tijdens de afspraak en de verkoper krijgt net iets minder dan de helft van de verkoopprijs. Wat niet verkocht wordt, wordt weer opgehaald.' Op de website staat nadrukkelijk dat je een afwijzing niet persoonlijk mag nemen. 'Omdat mensen dat vaak doen. Misschien omdat het om designerstukken gaat waar ze veel voor betaald hebben, of die ze voor een speciale gelegenheid kochten. Duurdere kledingstukken hebben vaak een persoonlijk verhaal en als wij dan zeggen dat het niet zal verkopen, schiet dat weleens in het verkeerde keelgat. Vandaar dat we zo nadrukkelijk zeggen: het zijn maar kleren.' Marie (32) koopt bijna alleen tweedehandskledij en verkoopt ook zelf spullen. 'Ik hou van Belgische designers en probeer ze overal te vinden. Bij het Leger des Heils, in de kringwinkel en op stockverkopen. Dingen die ik niet draag verkoop ik en soms koop ik zelfs stukken gewoon om ze door te verkopen. Omdat je bij een tweedehandswinkel minder dan 50% van de verkoopprijs krijgt, is dat alleen voordelig als je het item zelf goedkoop op de kop getikt hebt.' Wat bij mijn jas dus niet het geval is. Bovendien is het dan wel een klassiek model, hij is toch al een jaar of vier oud en dus niet interessant voor kritische klanten. 'Dan kijk je beter online,' raadt Marie aan, 'daar ben je vrijer en het brengt meer op.' 'Wat wil een mens met winkels als er apps en websites zijn?', lacht Vanessa. 'Nu er geen rommelmarkten zijn, zet ik alles op Vinted. Dat is heel gebruiksvriendelijk. Je neemt foto's met je gsm, laadt ze op, bepaalt een prijs en als een item verkocht is, krijg je van Vinted een label en breng je het pakketje naar een verzendpunt. Soms stellen klanten extra vragen, over de maat of de samenstelling van een stof. De verzendkosten zijn voor de koper, en Vinted houdt een klein bedrag in, iets minder dan 10%. Daarna storten ze het geld op je rekening. Ik heb ondertussen zo'n honderd positieve commentaren gekregen van kopers, de meeste zijn Belgen, maar vaak gaan mijn pakjes ook naar Frankrijk en Nederland. Je moet uiteraard een beetje strategisch denken. Geen bikini's in de winter, niet te veel nieuwe dingen tijdens de solden.' Ook Yung (43) is actief op Vinted. 'Vroeger gaf ik veel meer kleren weg, maar nu met de coronacrisis verkoop ik mijn spullen liever. Een trui voor 5 euro of een jas voor 10 euro, het lijkt spotgoedkoop, maar het loopt op. In het begin van de lockdown verkocht ik in 48 uur 15 stukken. De reacties van kopers zijn fijn. Een meisje dat blij was met een roze winterjas of iemand die bij mij een T-shirt kocht dat ze nooit in haar maat had gevonden, ik word blij als ik weet dat mijn spullen goed terechtkomen.' Tijdens de lockdown ruimde Gaelle (18) haar kasten op, en verkocht een deel daarvan op Vinted. 'Als ik vier T-shirts voor 5 euro verkoop, heb ik 20 euro om iets anders mee te kopen. Een van mijn beste vriendinnen is toevallig ook een van mijn beste klanten. Zij weet dat ik te veel koop en winkelt zelf niet graag, vandaar.' Gaelle gebruikt ook Instagram om kleding en accessoires te verkopen. 'Ik zet foto's in mijn stories en dan onderhandelen we over de prijs. Ik weet dat mijn vriendinnen geïnteresseerd zijn en de volgers die ik niet persoonlijk ken hebben dezelfde stijl en zijn van dezelfde leeftijd, dus dat werkt vrij goed. Veel dingen verkopen binnen de 24 uur en als dat niet zo is, zet ik ze soms ook nog eens op mijn gewone feed. En daarna dus op Vinted.' Nathalie (34) gaat nog iets verder, en heeft een apart Instagram-account voor de kleren die ze wil verkopen. 'Vinted en Vestiaire Collective vragen toch een beetje werk, dus toen ik zag dat een vriendin haar Instagram gebruikte, besloot ik dat ook te doen. Ik heb op mijn stories één keer promotie voor mijn kledingaccount gemaakt en heb nu zo'n 60 à 70 volgers, allemaal mensen die dezelfde stijl hebben als ik en die me vonden via mijn stories of mond-tot-mondreclame. Ik houd de prijzen laag, want het gaat me niet om veel geld verdienen. Wie iets koopt, haalt het bij mij thuis op. Zo bespaar ik werk en tijd.' Goed idee, maar niet handig voor een eenzame jas. En ook Vinted is niet het juiste medium voor een Hugo Boss-jas, denken de fans. 'Ik heb er een tas van Louis Vuitton te koop gezet waar ik 500 euro voor wil', vertelt Vanessa. 'De foto wordt vaak bekeken, mensen zetten hem in hun favorieten, maar kopers zijn er niet.' Ook Yung had geen succes met een jas van Moncler. 'Voor spullen van Dries Van Noten of Ann Demeulemeester wil ik een goede prijs en appreciatie voor het ambacht en het design. Dat is misschien minder het publiek van Vinted.' Waar zit het juiste publiek dan wel? Bij sites die zich specialiseren in designerkledij, raden Marie en Louise (25) me aan. En zo zijn er een paar. Het Antwerpse Labellov is vooral bekend voor zijn handtassen en accessoires en mikt met zijn kledingaanbod op een hoog segment. Denk Balenciaga, Prada, Hermès en Chanel. Het Nederlandse The Next Closet wil een soort Vinted van de lage landen zijn, maar dan voor duurdere spullen. Dé aanrader is Vestiaire Collective, vindt Louise (25): 'Daar aanvaarden ze alles wat van een mooi merk is en van goede kwaliteit, het maakt niet uit hoe oud. De site is goed georganiseerd en veel makkelijker dan bijvoorbeeld Ebay of Tweedehands.be. Eens ingeschreven duurt het maar een minuut of vijf om er een item op te zetten. Ik ben modestudent en koop vaak kleren van Belgische designers op stockverkopen. Vaak moet het daar snel gaan en dan blijk ik sommige dingen toch niet te dragen. Die verkoop ik opnieuw. Ik heb er ook al kleren verkocht uit de kleerkasten van mijn modebewuste oma's. Vestiaire Collective houdt 20% commissie af, en ze betalen pas als de klant je item gekregen heeft en tevreden is. Het is een drukbezochte site, ooit verkocht ik iets in twee uur tijd, maar soms staan dingen er een maand of vier op. Vooral Dries Van Noten is ontzettend populair, van hem stuurde ik zelfs al stukken naar Azië op. Mijn praktische advies is: zorg dat het er goed uitziet, strijk je spullen voor je ze fotografeert en maak duidelijke foto's, ook van bijvoorbeeld labels.' Je begrijpt, ik heb mijn jas gestoomd, de knopen gecheckt, de foto's gemaakt en duim nu dat iemand ergens in Europa op zoek is naar een mooie zwarte winterjas maatje 46, die haar het gevoel geeft dat ze de wereld kan veroveren.