Lou Doillon stapt het Brusselse appartement van fotografe Martina Bjorn en architect David Van Severen binnen. Er valt geen tijd te verliezen: er wordt geshoot bij daglicht en dat moet snel gaan, voor de zon te zwak wordt. Lou werpt een deskundige blik op het kledingrek en gaat er samen met de stylist even door. Ze heeft ook zelf een koffertje bij zich, met enkele persoonlijke stukken die haar na aan het hart liggen. De laarzen die haar vriend Haider Ackermann ontwierp voor Berluti, bijvoorbeeld. Accessoires of ringen heeft ze niet mee. 'Normaal ben ik een wandelende ijzerwinkel,' glimlacht ze, 'maar ik ben vanmorgen nogal gehaast vertrokken.'
...

Lou Doillon stapt het Brusselse appartement van fotografe Martina Bjorn en architect David Van Severen binnen. Er valt geen tijd te verliezen: er wordt geshoot bij daglicht en dat moet snel gaan, voor de zon te zwak wordt. Lou werpt een deskundige blik op het kledingrek en gaat er samen met de stylist even door. Ze heeft ook zelf een koffertje bij zich, met enkele persoonlijke stukken die haar na aan het hart liggen. De laarzen die haar vriend Haider Ackermann ontwierp voor Berluti, bijvoorbeeld. Accessoires of ringen heeft ze niet mee. 'Normaal ben ik een wandelende ijzerwinkel,' glimlacht ze, 'maar ik ben vanmorgen nogal gehaast vertrokken.' Voor ze aan de make-uptafel gaat zitten, begroet ze de twee katten die op een vlinderstoel liggen te dommelen. Ze geeft een paar instructies over wat ze wil. Haar haar met de eeuwige pony kan maar beter niet geborsteld worden, want dan staat het alle kanten op. Ze wil strakke lijnen voor haar oogmake-up, en liever geen smokey eyes. Haar mond kleurt ze zelf met een bijna lege tube lipstick die ze uit haar tas vist. Poseren kost Lou geen enkele moeite. Ze is het gewend, want op haar zestiende was ze al het gezicht van Givenchy. Ze werd gefotografeerd door beroemde fotografen als Inez & Vinoodh, Bruce Weber en Mario Testino. Ze speelt met een bloem, gaat op een vensterbank zitten, schudt op verzoek haar haar... Niet één keer kijkt ze naar de computer om te zien hoe ze erop staat. 'Veel mensen begrijpen niet waarom ik niet elk detail in de hand wil houden', geeft ze toe. 'Dat heeft waarschijnlijk te maken met mijn verleden als model, toen niemand op mijn mening zat te wachten. Ik ben ook begonnen met poseren voor mijn halfzus Kate (Barry, red.), die fotografe was. Het was duidelijk dat zij haar eigen visie had en ik wilde haar niet opdringen wat ik al dan niet mooi vond. Dat zou ik zelfs niet gedurfd hebben. We vergeten weleens dat een foto of een interview in de eerste plaats een samenwerking is. Het is boeiend om mensen hun gang te laten gaan en te ontdekken hoe anderen je zien.' 'Ik zit op de eerste rij bij de defilés omdat ik het werk van de ontwerpers wil steunen en hen wil aanmoedigen. De modewereld is voor mij als een familie, die ik al twintig jaar ken. Ik heb erg veel respect voor mensen in de mode: ze hebben me gesteund en gedragen. We hebben samen plezier gemaakt. Ze zijn ook heel trouw. Net als ik zijn het workaholics die inspiratie nodig hebben. Bij hen ben ik als een vogeltje dat zich voedt. Zij hebben me de meeste fotografen, rockbands en regisseurs helpen ontdekken. Op het laatste defilé van Gucci heb ik bijvoorbeeld kennisgemaakt met regisseur Kenneth Anger, zanger Nick Cave, actrice Faye Dunaway, fotograaf Martin Parr, kunstenares Sophie Calle... Ik heb het geluk dat ik een jaar lang het gezicht van Gucci mag zijn. Het merk steunt me in wat ik doe, ik ga naar diners en naar brainstormsessies. Dat vind ik heerlijk, vooral omdat het gaat om een bijzonder creatief merk. Er straalt zoveel geluk van uit. Maar bij Gucci zijn ze ook de eersten om alles te relativeren en om te zeggen dat het niet alleen om kleren gaat.' De derde plaat van de zangeres ligt sinds 1 februari in de winkels. Haar eerste twee albums werden warm onthaald, en in 2013 werd ze bekroond tot vrouwelijke artiest van het jaar op de Franse Victoires de la Musique. Deze plaat is anders: ze verruilde haar akoestische gitaar voor slagwerk en haar stem klinkt dierlijker, maar heeft nog altijd dat typische hese timbre. De titel van de plaat, Soliloquy, verwijst naar het stemmetje dat ieder van ons in zijn hoofd heeft, dat ons dingen influistert en ons uitlacht: de stem van de toeschouwer dus. Het woord past perfect bij Lou's persoonlijkheid. 'Als ik niet door de kamer dans, zit ik graag als een kat in een hoekje alles wat er gebeurt te observeren. Ik ben niet iemand die altijd sociaal is, ik heb momenten van stilte nodig. Beroepshalve ben ik veel onderweg en dat is mijn grote geluk, want onderweg beleef ik het absolute alleen-zijn. Ik kan trouwens rustig vier dagen alleen thuis zijn, terwijl iedereen denkt dat ik ergens anders ben. Dan lees ik, teken ik en laad ik mijn intellectuele batterijen op. Dat vind ik heerlijk.' Als je de dochter bent van filmmaker Jacques Doillon en de mythische zangeres Jane Birkin, is een eigen carrière uitbouwen niet zo evident. Lou was eerst model en actrice, en besloot toen zangeres te worden. Om de vooroordelen meteen de kop in te drukken, maar vooral ook om zichzelf te aanvaarden als zangeres, voelde ze zich verplicht om een ander beeld van zichzelf te creëren. 'Nadat mijn eerste album uitkwam, kreeg ik een bepaald imago voor de buitenwereld en dat wilde ik niet meer. Ik wilde alleen mijn stem laten horen, en verstopte me in enorme jassen op het podium.' Haar tweede album was intiemer. 'Ik zonderde me af. Ik vond het niet leuk meer om op de foto te staan. Ik wilde met rust gelaten worden, en wilde dat mensen naar mijn muziek luisterden.' Met Soliloquy is het anders. Lou heeft niets meer te bewijzen. En daarom durft ze nu al haar facetten te tonen. 'Ik wilde dat de ware kleuren van mijn leven op de plaat terug te vinden zouden zijn.' Haar muzikale inspiratie dus, maar ook het plezier dat ze erin schept om telkens anders te zijn en telkens een ander personage te worden. 'Daarbij zijn kleren een fantastische hulp, ze zijn de eerste fase in een rol die je aanneemt. Je kunt meteen iets bijzonders zijn.' In haar clips en op de hoes draagt ze dan ook ongewone cocktailjurken, vintage of van Gucci. Ze amuseert zich graag, en wil dingen durven. Het is een soort erfenis uit haar jeugd, toen ze zich moest verzetten tegen het uniform dat haar hele familie droeg - een wit T-shirt, jeans, Converse-sneakers - om te laten zien dat ze anders was. 'Ik vond het vreselijk om net zo te zijn als de anderen, ik rebelleerde daartegen. Toen ik vijf was, leek ik net een kerstboom, want ik droeg alle sieraden die ik maar vinden kon. Ik had een heel uitgesproken smaak en liet me inspireren door wat ik zag als ik op reis was met mijn vader, in Japan, India en Marokko.' Ze was geïntrigeerd door de jonge meisjes die ze onderweg tegenkwam, in de Ourika-vallei in Marokko bijvoorbeeld, en probeerde de vreemdste combinaties uit. Een rok over een roze legging, het T-shirt van haar opa, een hoed of een jas die ze ergens gevonden had, rolschaatsen die halfzus Charlotte ( Gainsbourg, red.) gecustomized had. 'Ik hield alleen van dingen die oversized of juist te klein waren. Ik droeg toen al hoeden en liet mijn haar voor mijn gezicht hangen. Als ik de foto's terugzie, moet ik lachen, want eigenlijk is er niets veranderd.' Indertijd zaten er in de klerenkoffer van haar moeder Jane Birkin alleen nog kledingstukken uit de sixties en seventies. Haar halfzussen Kate en Charlotte, respectievelijk zestien en dertien jaar ouder, hadden er al een en ander uitgehaald. 'Wat nog overbleef was bijna komisch, het waren meer verkleedkleren. In het Engels bestaat er trouwens geen verschil tussen de woorden voor 'je aankleden' en 'je verkleden', ze noemen het allebei 'dressing up'. En dat past bij mij.' Ze heeft zo ongeveer alle stijlen gehad. De reggaelook met een Kangol-baret in oranje mohair en een mosgroene minishort. De punkperiode, met Dr. Martens, een ketting met spikes, een piercing door haar tong en de tatoeage 'le diable pour toujours' die ze op haar veertiende liet zetten. De androgyne trend, met kleren die ze per kilo kocht en een voorkeur voor mosterdgeel en lycra. En dan de overgang naar rock... voor ze rond haar twintigste haar eigen stijl vond. 'Ik heb een heel slecht geheugen voor namen, maar kledingstukken herinner ik me altijd perfect. Het is een universele taal. Vandaag is mode een commerciële machine geworden met haar eigen taal, maar in het begin was kleding er om iets te verkondigen. Dat je weduwe was, of je van een hogere of een lagere klasse was, je muzikale stijl, de stad waar je vandaan kwam... Mode brengt mensen ook samen. Ik heb groene kousen gedragen omdat ik dol was op de tekeningen van Egon Schiele, en zware schoenen als verwijzing naar de laarzen bij Degas en Van Gogh. Maar ik heb ook de trui van mijn vriend en spullen van mijn zoon aangedaan, en zij droegen mijn kleren. Dat vind ik fantastisch.' Achteraf gezien beseft Lou Doillon dat er indertijd zoveel van haar verwacht werd dat ze niet langer zichzelf kon zijn. 'Ik had al die verschillende beroepen en dacht dat alles even serieus moest zijn. Laatst las ik een zin in een boek: Ik ben weer bij mezelf gekomen. Dat sprak me aan, en ik besloot dat het mijn mantra voor 2019 zou worden. Ik wilde terug naar een plek waar ik me amuseer en waar ik ook anderen amuseer.' Plezier in zijn zuiverste vorm, zonder bijgedachten.