Van Parijs tot Milaan, we zagen linnen bij Dior, Fendi, Louis Vuitton en Thom Browne. Alsof de grote luxehuizen onderling hebben afgesproken om ontwerpers zoals Sofie D'Hoore en Marine Serre, die er al lang mee werken, te volgen.
...

Van Parijs tot Milaan, we zagen linnen bij Dior, Fendi, Louis Vuitton en Thom Browne. Alsof de grote luxehuizen onderling hebben afgesproken om ontwerpers zoals Sofie D'Hoore en Marine Serre, die er al lang mee werken, te volgen. Officiële cijfers uit de studie van Tagwalk, The Fashion Search Engine - een zoekmachine die in 2016 werd gelanceerd op vraag van de Europese Confederatie voor Linnen en Hennep - bevestigen dat linnen inderdaad steeds meer gebruikt wordt. In vergelijking met de lente van 2020 was er in de shows van de officiële modeweken een stijging van 102% in volledige linnen looks en maakte 49% van de ontwerpers ten minste één silhouet voor hun damescollectie in het materiaal. Maar liefst 64% van hen deed dit voor het eerst, 28% van hen waren labels die tot de luxegroepen behoren, zoals Fendi, Stella McCartney of Maison Margiela. De Belgische Sofie D'Hoore laat zich al lang inspireren door dit materiaal: 'Ik hou van dat verfrommelde, van de manier waarop linnen het licht vangt en beweegt. Zelfs wanneer ik linnen met kant combineer, hoeft het niet gestreken worden, het is het mooist als het rond het lichaam vloeit.' Marine Serre, Franse ontwerper en opgeleid aan La Cambre in Brussel, laat haar creativiteit er graag op los en tovert gebruikte linnen tafellakens, lakens, gordijnen en handdoeken om tot hedendaagse kleding. In haar onlangs gelanceerde Core-collectie vind je deze bijzondere stukken onder de noemer 'Household linen'. Ze houdt van het materiaal om 'zijn functionaliteit, zijn bruikbaarheid en zijn tijdloosheid. Ik vind het ook bijzonder van kleur, dit soort gebroken wit. In tegenstelling tot zijde of jeans wordt linnen zelden geverfd, en dat versterkt nog zijn neutraliteit en tijdloosheid.' Linnen roept herinneringen op: dat gevoel van een brocantemarkt bijvoorbeeld, waar je verrukt de uitzet van een Franse overgrootmoeder op de kop kunt tikken en verbaasd vaststelt hoe goed de geborduurde lakens de tand des tijds hebben doorstaan. Maar we kunnen nog verder teruggaan: paleontologen ontdekten in 2009 in de Dzudzuana-grot in Georgië minuscule stukjes van linnenvezels, die dateerden van 36.000 jaar vóór onze jaartelling. Sommige waren turkoois, roze, zwart en grijs gekleurd, andere waren duidelijk bewerkt, geknipt, gedraaid. Dit waren ongetwijfeld de sporen van het eerste textiel dat door de mens, toen jager-verzamelaar, was ontwikkeld. Wie linnen draagt, draagt dus een stukje geschiedenis, maar de stof heeft nog veel andere kwaliteiten. 'Het voldoet aan alle eisen', zegt Marie-Emmanuelle Belzung, algemeen afgevaardigde van de Europese Confederatie voor Linnen en Hennep. 'Deze plantaardige vezel wordt in Europa geteeld in een kuststreek die zich uitstrekt van Caen tot Amsterdam, via België, een gebied van 162.851 hectare dat 80% van de wereldproductie vertegenwoordigt. En dit linnen is het mooist.'Hoe dat komt? Deze streek bezit van oudsher alle troeven voor een veeleisende cultuur: een vochtig oceaanklimaat, temperaturen die tijdens de groei van de plant gemiddeld niet hoger liggen dan 25 graden, een gulle bodem, diepe gronden waarin leem overheerst en regenval die op natuurlijke wijze in alle waterbehoeften voorziet. 'Geen irrigatie, geen ontbladeringsmiddelen en geen afval', aldus Belzung. 'Want de plant wordt voor 100% gebruikt. Bovendien hebben de Europese producenten van vezellinnen zich ertoe verbonden geen genetisch gemanipuleerde organismen te gebruiken. De sector is nog niet volmaakt, maar wel uiterst duurzaam. Knowhow gaat hier hand in hand met innovatie.' Nieuwe technieken hebben er mee voor gezorgd dat linnen nu furore maakt op de catwalk in Milaan, Parijs of New York. 'Vrij recent is men begonnen met de breitechniek, maar de eerste, zeer cruciale stap naar vernieuwing dateert van tien jaar geleden, toen gewassen linnen opgang maakte. Ineens hoefde je linnen niet meer te strijken en dat gaf een belangrijke moderne impuls aan het materiaal. Deze lente-zomer '21 waren we aangenaam verrast door de nieuwe toepassingen van de modeontwerpers. Als je de evolutie volgt, zie je hoe linnen ook steeds meer gebruikt wordt in Europees breigoed. Vóór de pandemie zag je al dat de modesector aan een versnelling is begonnen wat duurzame ontwikkeling betreft. Men zoekt naar eenvoud, duurzaamheid, authentieke materialen. Linnen beantwoordt aan al deze eisen. En nu lijken ontwerpers dit ook te willen doorgeven aan de consument.' Dit alles tot grote vreugde van de wevers, die dit zien als een erkenning van hun beroep en van hun liefde voor hun vak. Vaak wordt het beroep doorgegeven van generatie op generatie. Neem nu Libeco in Meulebeke, waar ze al toe zijn aan hun vijfde generatie. Het West-Vlaamse bedrijf gaat er prat op meer dan drie miljoen meter linnen per jaar te weven, op de beste machines ter wereld, en met nul uitstoot. Bart Vandamme, co-CEO, startte tien jaar geleden zijn loopbaan in deze sector en kent de kneepjes van het vak. 'Je hoort vaak dat het een koppige vezel is omdat hij niet erg elastisch is en dus niet gemakkelijk te weven is.' Toch weegt dat niet op tegen de voordelen, zegt hij. 'Linnen krijgt met de jaren een steeds mooier patina en als je het op de juiste manier bewerkt, zoals bijvoorbeeld bij stone washing (een proces waarbij linnen gewassen wordt met natuurlijke stenen waardoor het zachter wordt en het een pre-loved feel krijgt, red.), krijg je bijzondere resultaten. Ook hij merkt dat linnen steeds populairder wordt in de modewereld. 'Twee jaar geleden al zagen we een toename van het aantal aanvragen voor stalen, vooral van jonge ontwerpers die ecologisch denken en liever plaatselijke hulpbronnen gebruiken. Sindsdien is het geëxplodeerd. We werken met Icicle, Bottega Veneta, Hermès, Chanel. 'En nu volgen ook andere sectoren en andere producten, van meubels tot schildersdoeken: Van Eyck, Rubens en Picasso schilderden niet voor niets op linnen. Het gaat van huishoudlinnen tot tennisrackets en surfplanken, want het is een vezel die tegen een stootje kan en ook in een mix met andere materialen goede resultaten geeft, maar dat is dan weer een ander verhaal.' Ondertussen, op een Haspengouws veld niet ver van Sint-Truiden, kijkt Bert Wolfcarius, die voor het familiebedrijf Flaxbox werkt, bezorgd naar zijn wintervlas terwijl hij zijn voorjaarsvlas zaait - zijn antwoord op de opwarming van de aarde. 'Ik probeer het probleem van de klimaatverandering op te vangen door nieuwe variëteiten te kweken die misschien beter bestand zijn tegen vorst. Vlas heeft gematigdheid nodig: niet te veel vorst, maar ook geen temperaturen boven de 30 graden, een beetje zon, een beetje regen...' Wolfcarius is bang voor stormen, maar nog meer voor bladkevers, de verwoestende vijanden van vlas. Over ongeveer zeventig dagen zal het vlas volgroeid zijn en zal het gebloeid hebben. Dan duurt het nog dertig dagen vooraleer het wordt uitgetrokken om op de grond te worden geroot en ten slotte mechanisch gezwingeld (vezels worden gescheiden van het stro, red.) in de fabriek van Zulte. Om dan elders te worden gesponnen, geweven, geverfd, verbeterd, geknipt, genaaid. Dan pas kan het schitteren op de catwalk en in het straatbeeld. Het verhaal over dit duurzame twijgje met kleine blauwe bloempjes die maar één ochtend leven, zullen Bert en enkele collega's uit de sector vertellen in Parijs, zodra de warenhuizen weer opengaan, als het virus daar niet anders over beslist. Op 17 april start namelijk het event Jardinons in Parijs: de Europese vlastelers zullen dan in een vlasveld staan op het trottoir van de rue de Rivoli om daar een ode te brengen aan linnen.