De fundamenten voor haar modehuis legde Marine in oktober vorig jaar. Toen nam ze samen met haar team - met vijftien zijn ze nu - haar intrek in een flat in het tweede arrondissement in Parijs, een appartement dat zich enkel onderscheidt van de andere door de naam 'Marine Serre' in rode neonletters boven de deur. Het meubilair is een elegant allegaartje, voor een prikje tweedehands gekocht en zero waste. Een bewuste keuze, zoals ze ook in haar collectie bewust voor upcycling kiest.
...

De fundamenten voor haar modehuis legde Marine in oktober vorig jaar. Toen nam ze samen met haar team - met vijftien zijn ze nu - haar intrek in een flat in het tweede arrondissement in Parijs, een appartement dat zich enkel onderscheidt van de andere door de naam 'Marine Serre' in rode neonletters boven de deur. Het meubilair is een elegant allegaartje, voor een prikje tweedehands gekocht en zero waste. Een bewuste keuze, zoals ze ook in haar collectie bewust voor upcycling kiest. Op een paneel op de grond liggen de vijfendertig silhouetten van haar herfst-wintercollectie 2018 geordend, haar eerste show ooit. Met die silhouetten lanceerde ze haar merk, net nadat ze in juni 2017 de LVMH-prijs won. Geruggensteund door die erkenning - waaraan 300 .000 euro én een mentorship van het luxeconcern vasthangen - zette de 26-jarige Française alles op alles. Vandaag blikt ze terug op dat debuut, een drieluik met de naam Manic Soul Machine. En ze kijkt vooruit, naar haar tweede Parijse defilé, naar een collectie die ze met een ferm statement FutureWear doopte. Je begon de show met outerwear. Welk silhouet vat dit eerste hoofdstuk van je drieluik het best samen? MARINE SERRE: De soldatenjas in serge. Ik wilde een praktisch kledingstuk voor elke dag maken, Een item waarin je je geboetseerd voelt, maar ook heel erg op je gemak. Deze jas zet je silhouet in de verf, zonder je in een keurslijf te dwingen. En je maakt er een statement mee: met deze vrouw valt niet te sollen...Verwijst deze jas op de een of andere manier naar je werkstukken als studente aan La Cambre? MARINE SERRE: In de volumes en in de snit zitten vooral verwijzingen naar wat ik heb gezien bij Maison Martin Margiela, Rei Kawakubo, Dior of Balenciaga. Kunnen spelen met snit - hoe techniek zich ten dienste stelt van uitstraling -, dat is iets wat me altijd heeft geboeid. Mode is een kwestie van proporties en van evenwicht. Maar het geheel moet wel vrouwelijk blijven. Of misschien is dynamisch een beter woord. Welke look kies je om het tweede hoofdstuk van je drieluik te illustreren? MARINE SERRE: Nummer 22: een katoenen T-shirt met de allures van een kort jurkje en met een koersbroekje eraan vast. Dat silhouet ligt me na aan het hart, omdat het vertrekt van de realiteit. Vrouwen zijn actief, ze fietsen, nemen de bus, zweten... Ik wil geen conceptuele, afgelikte en esthetisch perfecte show brengen, maar een show die voeling heeft met de werkelijkheid, én ik wil dat wat ik toon tijdens het defilé rijmt met wat ik verkoop. Wie Marine Serre draagt, is geshapet. Ik had eigenlijk nooit belangstelling voor mode: ik speelde tennis en droeg vooral sportswear. Ik was een halve jongen, maar wanneer ik de mantelpakjes van mijn moeder leende, veranderde ik in een chique meid. Het was als een rollenspel. Sindsdien houd ik ervan om verhalen te vertellen via kleren. En het laatste deel van je drieluik? MARINE SERRE: Een jurk die Cate Blanchett droeg tijdens het Filmfestival van Cannes. De bovenkant is uitgevoerd in nauw aansluitende jersey, met een zwarte rug en zeer smalle mouwen in dezelfde tint. De uitstraling en dynamiek doen wat denken aan Balenciaga. De onderkant is een patchwork van gerecyclede foulards. Elke jurk is uniek. We hebben vierduizend tweedehandsfoulards in zijde gekocht en die gesorteerd op kleur: rood voor silhouet 18, blauw voor 31, veelkleurig voor 29, zwart voor 35 en bleke tinten voor Cates jurk. Al die verschillende zijden foulards werken ongelooflijk inspirerend. Op sommige foulards heeft Juliet Merie het woord FutureWear gezeefdrukt met witte inkt. Waarom koos je voor upcycling? MARINE SERRE: Ik wil anders ontwerpen en anders produceren. Upcyclen geeft mij creatieve input en bovendien is mijn werk er onmogelijk door te kopiëren. Ik vind het fijn wanneer klanten er pas in de showroom achter komen dat een item dat ze gezien hebben tijdens het defilé een geüpcycled stuk is.Je kruist graag sportswear met couture. MARINE SERRE: Ik maak couture graag toegankelijk en minder stijf. Daarom is mijn werk ook zo eigentijds. Ik focus op proporties, op details, op de manier waarop een kledingstuk valt. Misschien heeft dat te maken met mijn eerste passie voor Alexander McQueen? Naast ontwerpster ben je ook bedrijfsleider en eis je je plaats op in de mode-industrie. Hoe voelt dat? MARINE SERRE: Ik heb enorm veel geleerd tijdens mijn stages. Op al mijn stageplekken - van de kleinste tot de grootste merken, en van Marseille over Brussel en Parijs tot Londen - zag ik hoe mode vandaag in elkaar zit. Voor mijn collecties op school moest ik op zoek naar sponsors - net zoals wanneer je een modehuis opstart, maar dan is het nog duizend keer erger! Je moet mensen vinden die in je geloven en hen overtuigen dat wat je doet belangrijk is. Al moet ik wel zeggen dat ik niet de pretentie had om mijn eigen merk te lanceren, ik dacht dat ik eerst tien jaar ervaring moest opdoen... Ik zou zelfs niet hebben meegedongen naar de LVMH-prijs. Het was een headhunter die me dat voorstelde. Het leek me een beetje hooggegrepen voor een meisje dat net van school kwam en dat in België produceert. Uiteindelijk heb ik dan toch mijn collectie voorgesteld op het festival van Hyères en tijdens de wedstrijden van de ANDAM en van LVMH. Ik heb zes maanden stage gelopen bij Balenciaga en mocht er in december 2016 aan de slag als junior designer dameskleding. In juni 2017 won ik dan de LVMH-prijs.Heeft die prijs alles veranderd? MARINE SERRE: We hadden voordien al duizend vijfhonderd stuks verkocht in vijftien winkels, maar zonder die prijs zouden we nooit deze vliegende start hebben genomen. We zouden nog altijd met ons drietjes in mijn woonkamer werken. Die prijs heeft mij de kans gegeven om meteen - en niet stapje voor stapje - alles te doen wat ik wilde doen. Ik bezat weinig tot niets, ik woonde in een optrekje van vijftien vierkante meter in Parijs, ik werkte op mijn bed. De collectie was klaar, dat wel. Maar ik had totaal niet verwacht dat ik zou winnen, ik had niets gepland. Misschien was dat ook wel wat de jury zo beviel, die eerlijkheid. Je werkt al lang samen met je partner Pepijn van Eeden. Is het leuker met zijn tweetjes? MARINE SERRE: Daar hebben we nooit bewust voor gekozen, het kwam gewoon vanzelf. We hebben altijd al veel gepraat, we stellen vragen, denken samen na. Ik vind dat verrijkend. Pepijn heeft politieke wetenschappen gestudeerd en is heel goed in het schrijven en vertellen van verhalen. Ik van mijn kant weet precies welke boodschap ik met een kledingstuk wil brengen. Samen komen we tot een soort van symbiose. Pepijn is een meerwaarde voor het merk, zoals ik dat ook ben, en elke medewerker dat is. Ik wil bouwen aan een team waarin iedereen boven zichzelf uitstijgt, waarin iedereen kan groeien in datgene waar hij of zij in uitblinkt. Eind september zal je tijdens de Parijse Fashion Week je tweede echte collectie voorstellen. Hoe pak je dat aan? MARINE SERRE: Ik ben geen stresskip. Ik heb hoe dan ook niets te verliezen! In deze nieuwe collectie wil ik de ontwerpprocessen en de categorieën die me na aan het hart liggen leesbaar maken. Mode is veel meer dan elk seizoen een nieuw kledingstuk ontwerpen, het is een werk van lange adem. Voor de tweede show hebben we een verrassing in petto, we doen nog altijd aan upcycling en laten de collectie evolueren met andere procedés, met andere materialen en met extreem veel aandacht voor traceerbaarheid. Er zal ook outerwear bij zitten, die in het verlengde ligt van mijn vorige werk. Ik wil de dingen die ik al deed perfectioneren.Durf je al te denken aan waar je over vijf of zelfs over tien jaar zult staan? MARINE SERRE: Nee, maar ik wil op lange termijn anders gaan produceren. Als alles klopt - de kleding, het materiaal, de mensen die aan mijn ontwerpen werken en de mensen die ze kopen - dan is dat een rijkdom. Voor mij is dat belangrijk. Hoe kun je massaal en tegelijkertijd 'goed' produceren? We gaan het alleszins proberen. We willen het merk verder uitbouwen langs drie verschillende lijnen: een eco-futuristische lijn met biologisch rubber en katoen, een bewuste en geüpcyclede lijn - vertrekken van wat al een keer werd gebruikt en weggegooid en daarmee nieuwe kleding maken - en een exclusieve couturelijn waarin we ons uitleven met de prille aanzetten van wat we ontwikkelen. Veel werk. Maar we bruisen van de ideeën.