Leonneke Derksen en Matthias Medaer zijn niet alleen privé een duo, ook professioneel werken ze als een tandem: zij het creatieve brein, hij het zakelijke. Voor hun label Léo verdiepen ze zich voor iedere collectie in een nieuw universum: van Twin Peaks tot The Forbidden Planet, hun inspiratie spreekt tot de verbeelding. Recent zorgden ze bovendien voor de podiumoutfit van de nieuwe muzikale sensatie Tsar B, een rijzende ster die qua look en enthousiasme perfect aansluit bij Léo.
...

Leonneke Derksen en Matthias Medaer zijn niet alleen privé een duo, ook professioneel werken ze als een tandem: zij het creatieve brein, hij het zakelijke. Voor hun label Léo verdiepen ze zich voor iedere collectie in een nieuw universum: van Twin Peaks tot The Forbidden Planet, hun inspiratie spreekt tot de verbeelding. Recent zorgden ze bovendien voor de podiumoutfit van de nieuwe muzikale sensatie Tsar B, een rijzende ster die qua look en enthousiasme perfect aansluit bij Léo. Voor mij zitten twee gedreven jonge ondernemers, die honderduit vertellen over hun meest geliefde onderwerp: mode. Het gesprek gaat verschillende kanten uit, van eerlijk produceren, langs het opgedreven tempo van de mode-industrie tot hun obsessie met de Léo Girl. Maar bij ieder thema dat we aansnijden wordt duidelijk: Leonneke en Matthias weten wat ze willen en volgen hun eigen ritme en visie om er te geraken. L: 'Soms denk je: 'Is het wel de moeite?' is dit wat klanten willen?' Je hebt ook merken die een heel consistente stijl hebben en dat werkt ook. Ik denk altijd vanuit wat ik zelf graag wil. En ik heb zelf altijd zin om iets vernieuwends te zien. Je hebt merken die groot zijn geworden door één ding neer te zetten, waarbij je het gevoel krijgt dat het net zo goed één grote collectie zou kunnen zijn.''Ik heb daar geen zin meer in. Je merkt dat mensen graag vernieuwing hebben. Zeker de generatie die is opgegroeid met het internet, wil graag steeds nieuwe dingen zien. We hebben natuurlijk wel een soort van identificatie, we ontwerpen voor De Léo Girl. De collecties draaien telkens rond één bepaald verhaal, vandaar de verschillen in toon en thema in de nieuwe lijnen. Dat helpt ons tijdens het ontwerpen heel erg vooruit. Soms hebben we zoveel ideeën en dan worden knopen doorgehakt dankzij het duidelijke verhaal.'M: 'Die manier van werken, is ook een tactiek om de aandacht van de buyers te trekken. Ze kijken vaak maar enkele seconden naar een collectie voor ze beslissen of ze hem aankopen of niet. De collectie moet op het rek al een coherent verhaal vertellen om de aandacht te grijpen. Als het niet klopt en ze snappen het niet, dan haken ze af. Er zijn zoveel merken en mensen worden gebombeerd door beelden van nieuwe collecties, ook via sociale media. Ze hebben ook steeds minder tijd. Je moet dus opvallen met je verhaal.' 'Daarom stoppen we in iedere collectie van Léo een nieuwe insteek, die past bij La Fille Léo. Ooit, na jaren, zullen mensen daar misschien ook een rode draad in gaan zien. Dat moet groeien. Dat is het verschil tussen een jonger en een meer gevestigd merk.'L: 'We willen niet in twee collecties al alles prijsgeven wat we in huis hebben. Het moet op lange termijn interessant blijven.' M: 'We volgen de klassieke seizoenen in de mode. Is dat een strategie? Misschien, maar ook niet helemaal 100 procent. We bekijken hoe we het moeten aanpakken zodat we niet uit de boot vallen. Tegenwoordig hebben aankopers nog maar een heel klein budget, één à twee procent, over voor nieuwe merken. Dat was vroeger anders.''Door de precollecties hebben multimerkenwinkels het ook heel moeilijk omdat hun cashflow verkeerd zit. Wanneer ze leveringen moeten betalen, hebben ze geen geld meer. De klant kan niet volgen en de winkels kunnen niet volgen. Het systeem is heel moeilijk geworden, voor alle spelers. Ze hebben het Amerikaanse systeem overgenomen, waar mensen kleren kopen om op cruise te gaan. Hier in Europa werkt dat zo niet. Wij hebben veel meer aan seizoenen op zich en mensen kopen niet voor ieder evenement een nieuwe garderobe. Onze cultuur is anders. Zelfs voor producenten wordt het moeilijk. Als de winkels en de klanten niet kunnen volgen, lopen de betalingen achter. We zijn heel benieuwd hoe het gaat evolueren.' L: 'Wij maken geen precollectie. Enerzijds omdat we daar voor onszelf niet in geloven nu. We willen eerst focussen op de main line, die perfectioneren en er de juiste aandacht voor krijgen vooraleer we een soort afkooksel gaan maken voor de precollectie. Anderzijds hebben we er ook de middelen nog niet voor.'M: 'Bepaalde merken kunnen dat wel doen omdat ze in een bepaalde stroomversnelling zitten. Ze hebben het budget en de connecties. Zij bepalen wanneer de pers en de buyers komen. Ze mogen dat putje winter in een boerengat doen, maakt niet uit, ze zullen komen kijken.' L: 'Het is een moeilijk circuit voor jonge ontwerpers.' M: 'Tien jaar geleden was het ook niet makkelijk, maar er was minder concurrentie, met een goed product kwam je al heel ver.' L: 'Ik weet niet of er minder concurrentie was. Ik denk dat het ligt aan het huidige systeem. De invloed van het internet en het tempo zorgen voor meer druk. Winkels konden tien jaar geleden nog met minder risico's nieuwe merken aankopen, zonder dat ze er hun broek aan scheurden. Nu moet een merk al een hype zijn vooraleer het in de rekken ligt. Winkels hebben geen tijd om zelf merken te gaan hypen.' M: 'Je moet sociale media op de juiste manier gebruiken, je moet op de juiste momenten getoond worden en door de juiste mensen gedragen worden. Die dingen worden alsmaar belangrijker. Bij modellencastings sturen agenten niet alleen de maten door van de modellen, maar ook hun aantal volgers op Instagram.' 'Als je begint met een groot budget en investeerders aantrekt, dan kan je het groots en snel aanpakken. Wij verkiezen om het iets rustiger te doen. We zijn op dit moment onze eigen investeerders, omdat we willen dat het organisch kan groeien. Op termijn kunnen daar dan investeerders van buitenaf bijkomen. We moeten niet te snel gaan, onszelf niet voorbij hollen. Daarom is het goed dat we met twee zijn, om kritisch te waken over onze eigen aanpak.' L: 'Ik wil soms sneller gaan. Wanneer ik in een flow zit in mijn ontwerpproces, heb ik het gevoel dat het nog tien keer beter zou kunnen zijn, met accessoires erbij en een topmodel die de kleren toont.' M: 'Met Tsar B hadden we meteen een goede klik. De eerste keer dat we met haar samenwerkten, was er nog geen sprake van een soloproject. Toen trad ze nog op met Vuurwerk en School is Cool. We vonden haar gewoon super cool en we geloven ook echt in haar. Ze gaat er volledig voor. Daarin lijken wij op haar.' 'Haar podiumoutfit is in samenspraak tot stand gekomen. Het begint vanuit Léo, het merk, maar zij geeft veel aan. Ze vertelt ons waar ze zich comfortabel in voelt en we hebben ook in haar kledingkast gekeken. Zo wisten we wat ze effectief draagt. Het heeft geen zin om met iets geks aan te komen draven, wat ze nooit zou dragen. Ze moet zich er relaxed in voelen, anders merk je dat op het podium. We hebben een wederzijds vertrouwen in elkaar, en dat maakt het makkelijker.' M: 'Ondanks de zware tijden in het modelandschap, zijn we heel blij met hoe het gaat. We hebben de goede winkels in België bereikt en de internationale pers schenkt aandacht aan ons. Er zijn ook heel wat stilisten die ons merk opvragen, zoals de persoonlijke stilist van Lena Dunham. Wat niet meteen wil zeggen dat er iets mee zal gebeuren, maar al die aandacht is toch al een stap in de goede richting. Ook de respons van de buyers was positief. We geloven er zelf in en het komt wel in orde. Het heeft gewoon wat tijd nodig. In de mode moet je je realiseren dat je pas na tien seizoenen, en dus na vijf jaar, begint te rentabiliseren. Dat is erg lang. Maar we genieten er elke dag van.'L: 'We stellen een luxeproduct voor, het is geen fast fashion.' M: 'We zouden het onszelf makkelijker kunnen maken en breder kunnen gaan, maar we houden het bewust ook sterk afgelijnd.'L: 'De vrouw waar wij aan denken tijdens het ontwerpen, noemen we de Léo girl. En dan gaat het niet zozeer over een meisje dat een bepaalde look heeft, het heeft meer te maken met een bepaald karakter. De Léo Girl is iemand met een bepaalde esprit, iemand die niet bang is om zichzelf te kleden en haar gevoel te volgen. Het komt puur van binnenuit.'M: 'Dat maakt het ook mogelijk om voor een breed doelpubliek te ontwerpen. Aan het eind van de dag moet je ook gewoon een grote doorverkoop willen en kunnen hebben. Door met karakters en sferen te werken, kan je ontwerpen voor een brede groep. De Léo Girl kan een zestienjarige zijn, maar even goed een vrouw van in de vijftig. Wanneer we een collectie ontwerpen, proberen we ook na te gaan of er voor verschillende leeftijden iets aanwezig is.' 'Het zoeken naar de Léo Girl is een beetje een obsessie geworden. Overal waar we komen, proberen we er te spotten en stoten we elkaar aan wanneer we er eentje zien. Zo hebben we al heel wat mensen leren kennen.' L: 'Ik laat me voor nieuwe collecties altijd inspireren door films en televisiereeksen. Regisseurs zoals Luc Besson, Hitchcock en David Lynch spreken me aan omwille van hun visuele stijl en de sterke vrouwelijke personages die ze neerzetten. Het zijn stuk voor stuk badasses. Denk maar aan de personages in Twin Peaks, het zijn allemaal mooie, mysterieuze vrouwen met een duistere toets.' M: 'Onze voorbereiding is dan ook altijd tof, we bingewatchen series en films. Maar soms is het ook een uitdaging (lacht). Voor de vorige collectie werd ik verplicht om alle science fiction films te bekijken uit de tijd dat special effects nog niet op punt stonden. Dat was tegelijkertijd heel grappig en een heuse beproeving. Dat gaat dan over films zoals 'The Forbidden Planet' en 'Barbarella'. L: 'Maar Barbarella vond ik te dom. Onze Léo Girl was daarom een soort Babarella turned intelligent.'L: 'Ik had de tatoeage waarop het logo is gebaseerd al vooraleer we het merk startten. We werken heel visueel en we zochten een symbool dat dat kon visualiseren. Ik heb deze tattoo laten zetten als een soort ode voor mijn familie. Ik heb een erg toffe jeugd gehad. Ik was een kind dat erg veel verbeelding had en mijn ouders lieten me daar vrij in. In artistieke kringen heb je dat wel vaker, dat mensen teruggrijpen naar hun kindertijd omdat dat de periode was dat je het meest naïef naar de wereld kon kijken en het meest kon dromen. Als ik inspiratie zoek, komt dat vaak terug.' 'De symbolen komen van een radiootje dat mijn ouders me hadden gegeven om in slaap te komen. Er stonden diertjes op die achter elkaar aanliepen. Naast een ode aan mijn kindertijd, is het ook een reflectie op de wereld waarin ik nu leef: de modewereld is evengoed een ratrace. 'Ons logo heeft een schattigheid en een hardheid. Léo is ook zo, het zit tussen tussen gangster music en cuteness. Iets stoers gecombineerd met iets zacht.' M: 'We hebben in Parijs gewoond en houden er wel van om met mensen van daar of elders te werken. Dat geeft een frisse wind. We zijn een Belgisch merk, maar vinden die internationale input ook belangrijk. Je komt anders vaak dezelfde mensen tegen. Hoe trots we ook zijn op België, de realiteit is dat we ons ook op internationale kopers moeten richten.' L: 'We pinnen ons niet vast op dat Belgische. Brussel is een goede, centraal gelegen uitvalbasis en we voelen ons hier op ons gemak, maar je moet verder kijken dan dat. Het is trouwens ook zo dat als je als Belg iets in het buitenland bereikt hebt, de Belgen zelf meer interesse gaan tonen.'M: 'Brussel is een stad vol uitdagingen en beweegmogelijkheden. In Antwerpen heb je dat minder. Vroeger was er daar nog meer een underground scene, nu is alles properder. Het komt nog niet altijd bovendrijven, maar er is een gigantisch potentieel in Brussel. Veel van onze internationale kunstenaarsvrienden trekken naar hier. Berlijn is niet langer de enige stad waar artistieke Europeanen naartoe gezogen worden.' M: 'Onze kleren worden gemaakt in Turnhout. Made in Belgium? Ja, maar we doen het niet om dat labeltje erin te kunnen plakken. We zijn daar realistisch in, misschien kunnen we die Belgische productie ook niet volhouden. Het is heel aangenaam dat we het allemaal nauw kunnen opvolgen en dat de communicatie vlot verloopt. Als je productie in Oost-Europa gelegen is, is dat al veel moeilijker. Hier weten we perfect hoe het gemaakt wordt, in welke omstandigheden. En dat vinden we belangrijk. We weten dat de negatieve berichten over oneerlijke arbeidsomstandigheden in andere landen kloppen, we hebben dat met eigen ogen kunnen zien. Dat moeten we niet onder stoelen of banken steken.' L: 'Voor ons is het belangrijk om te weten dat de mensen die de kleren maken goed betaald en goed behandeld worden en dat ze in veilige omstandigheden kunnen werken. Dan maakt het me niet uit waar het precies wordt gemaakt: België, Portugal, Marokko, noem maar op, maar de arbeidsomstandigheden moeten in orde zijn.' M: 'Een rok kost bij ons bijvoorbeeld 250 euro. Dat is niet omdat we super veel winst maken, maar omdat onze productie en onze stoffen duur zijn. Het zou hypocriet zijn om kleren in ons prijssegment te verkopen en ze dan in onethische omstandigheden te laten maken door mensen die een hongerloontje verdienen. Ook werken we met hele goede stoffenleveranciers, omdat voor ons de stoffen heel belangrijk zijn. Daar betaal je dan wat meer voor. Dat is niet het geval voor alle luxemerken. Er zijn er bij die produceren in lageloonlanden en alle winst zelf opstrijken. Je moet trouwens ook niet ver reizen voor dit soort praktijken. Er wordt vaak gesproken over Indië en China, maar er zijn landen veel dichterbij waar het er even slecht aan toe gaat. 'Het is Europa, dus het is ok', geldt zeker niet altijd. Daar zouden ze eens een onderzoek naar moeten doen.''Er zijn merken die in lageloonlanden produceren en de afwerking in Europa laten doen, om er dan 'Made in France' op te zetten.' L: 'Wij willen dat niet en werken heel nauw samen met onze leveranciers. We hebben de fabrieken bezocht en kiezen heel bewust voor bepaalde fabrikanten. Ook werken we met stoffen waar zoveel techniek aan te pas komt, dat ze gewoonweg niet in massaproductie in sweatshops gemaakt kunnen worden.' M: 'Er is een opvoeding van de consument nodig. Iedereen weet ondertussen wel dat bepaalde winkels in onethische omstandigheden in sweatshops produceren, zoals Primark, en toch staan ze daar in rijen voor aan te schuiven.'L: 'Tieners, die zakgeld krijgen of weekendwerk doen, geven hun geld vaak uit aan zoveel mogelijk verschillende, goedkope dingen. Uiteindelijk geven ze veel geld uit aan producten die niet kwalitatief zijn, voor de ervaring van het shoppen. Dat is moeilijk om te doorbreken. Die shopervaring is heel erg belangrijk voor veel consumenten. En toch sparen ze dan weer wel voor Kenzo sweaters of een bepaalde handtas. Dat heeft te maken met bepaalde merken die gehypet zijn.' M: 'Het is interessant om na te denken over dit soort processen. Je moet je kunnen inleven in andere generaties, die op een andere manier denken. In het begin waren we heel erg tegen online shopping. Ik ben opgegroeid met echte winkels, waar je naar het interieur kijkt, de kleren past en aan de stoffen voelt. Maar de nieuwe generatie is het gewoon om alles online te kopen en hoeveel ik er ook tegen wil inbeuken, ik kan het niet tegenhouden. We moeten daarop anticiperen.''We spelen ermee om ook iets online te doen. Nu verwijzen we door naar de winkels waar we hangen, ook uit vorm van respect voor het feit dat ze ons inkopen, maar het online gebeuren wordt te belangrijk. Dat hadden we enkele jaren geleden niet zien aankomen.' (LP)Meer info: Leobyleo.com