Dat we na anderhalf jaar in joggingbroeken weer zin hebben in jeans, is niet echt verrassend. ' We are living in the age of sweatpants and never going back', kopte het Amerikaanse mannenblad GQ halverwege de pandemie. De jeansbroek leek uitgeteld, knock-out geslagen door de meer comfy jogging.
...

Dat we na anderhalf jaar in joggingbroeken weer zin hebben in jeans, is niet echt verrassend. ' We are living in the age of sweatpants and never going back', kopte het Amerikaanse mannenblad GQ halverwege de pandemie. De jeansbroek leek uitgeteld, knock-out geslagen door de meer comfy jogging. Maar dat bleek dus onzin. Geen wonder ook. De jeansbroek is in zekere zin de kakkerlak van de textielindustrie. De jeansbroek overleeft alles, zelfs een wereldwijd dodelijk virus. Ter herinnering: Levi Strauss lanceerde zijn eerste versie van de 501 circa 1890. De moderne jeansbroek maakte zo'n honderd jaar geleden opmars in het westen van de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog, toen de Verenigde Staten begonnen aan een wereldwijde campagne van cultureel imperialisme met kauwgom, cola, 'bluejeans' en rock-'n-roll, gingen ook Europa en Japan voor de bijl. Zelfs de USSR volgden: Amerikaanse jeans was er blijkbaar erg gegeerd op de zwarte markt. Sinds enkele maanden scoort denim dus opnieuw, op sociale media, op catwalks en in winkels. 'Broeken met buttons en ritsen verkopen weer meer dan broeken met elastieken tailles of koordjes', rapporteerde Wall Street Journal onlangs met dodelijke ernst. De verkoopcijfers van joggingbroeken zouden tijdens de pandemie bijna verdubbeld zijn, blijkt uit allerlei cijfers. Het appeal van jeans valt gemakkelijk te verklaren. We zijn collectief op zoek naar aanknopingspunten met het tijdperk voor covid, toen we nog zorgeloos en onwetend door drukke winkelstraten konden lopen. Jeans is zo'n aanknopingspunt. Jeans voelt vertrouwd aan. Jeans is 'gewoon' en dat doet deugd. Jeans staat, kort gezegd, symbool voor een terugkeer naar een 'normaal' leven. Jeans is daarnaast gewoon van alle tijden. Zie James Dean in de jaren vijftig of Nick Kamen dertig jaar later: Kamen droeg zijn 501 in bad, in een ophefmakende campagne voor Levi's. Tussenin waren er nog John Travolta in Grease, maar ook de Ramones, die op de hoes van hun debuutalbum poseerden in af-gedragen Levi's 505's. Een exemplaar van hetzelfde model prijkte vijf jaar eerder, in 1971, op de door Andy Warhol van een authentieke rits voorziene platenhoes van Sticky Fingers van The Rolling Stones. Even tussendoor: de 505 is niet meer verkrijgbaar in Europa, tweedehandswinkels bieden soms soelaas. En dan zijn er nog jeansgodinnen als Gloria Vanderbilt, de moeder van CNN-anker Anderson Cooper, die haar naam gaf aan 's werelds eerste succesvolle celebrity-jeanslijn; actrice Brooke Shields, die in een reclamecampagne voor Calvin Klein uit 1981 suggereerde dat ze niets droeg onder haar jeans. ' Nothing Comes Between Me And My Calvins', luidde de slogan. Of nog de jonggestorven, enigszins tragische Anna Nicole Smith, die in de vroege nineties wereldberoemd werd met haar campagnes voor Guess Jeans. Het merk brengt deze maand een collectie uit ter ere van Smith. Een van de overlevingsstrategieën van denim is dat het zich voortdurend aanpast. Neem dat vooral letterlijk: jeansbroeken krimpen en groeien, gaan op dieet en zetten dan weer uit. De seventies hadden olifantenpijpen en in de eighties wilde iedereen een 501, nog steeds de standaard van het denimwezen. In de nineties droegen we onze jeans dan weer baggy en oversized. Levi's, de historische vaandeldrager van de industrie, ontwikkelde daar destijds zelfs een aparte lijn voor, SilverTab. Rond de eeuwwisseling ging jeans door een barokke, zeg maar groteske periode, met flares, extreem lage tailles en extravagante wassingen, gedragen door onder anderen Britney Spears en Justin Timberlake. Kort daarna volgde de opkomst van de skinny jeans. De historische merken, Levi's op kop, leken uitgepraat. Hun vaste stek in de populaire cultuur werd rond de eeuwwisseling ingenomen door onafhankelijke labels als April 77 uit Parijs en Cheap Monday uit Stockholm, beide gespecialiseerd in extreem spannende spijkerbroeken voor de kids. Ongeveer tezelfdertijd leverden A.P.C. en Acne minimalistische, ongewassen jeans aan trendy volwassenen en verhief Hedi Slimane denim naar luxeniveau voor het Franse erfgoedhuis Dior, waar hij destijds verantwoordelijk was voor de mannencollecties. Baggy, de essentiële fit van de nineties, was plots voorbijgestreefd en slim was in. Met gevolgen voor de volledige mannengarderobe, die plots veel dichter op het lichaam zat. Jeans beleefde een zoveelste glorieperiode. Plots zag je overal doodernstige denimliefhebbers opduiken, bijna uitsluitend mannen, die honderduit konden doorbomen over het belang van selvedge en graag uitpakten met hun erudiete kennis van obscure fabrikanten in Japanse provinciesteden, waar de perfecte brute jeansbroek werd gemaakt op vintage Amerikaanse weefgetouwen. Enkele jaren later verdiepten diezelfde mannen zich bijna allemaal in koffiebonen. 'De laatste denimcyclus heeft langer dan tien jaar geduurd,' verklaarde de CEO van Levi Strauss, Chip Bergh, onlangs in The New Tork Times, 'en dat was de cyclus van de skinny jeans.' 'Tight' blijft populair, zeker bij mannen, en vooral als ze absoluut niet in kleren zijn geïnteresseerd. Voor vrouwen is 'slim straight' denim, dat iets hoger op de heupen zit en een klein beetje losser zit dan een skinny, een populaire optie. 'We zien absoluut een toename van lossere fits,' zei Bergh, 'ook bij onze concurrenten. We zien allemaal hetzelfde fenomeen. Als die trend zich nog een seizoen of twee voortzet, is het goed mogelijk dat we aan een nieuwe denimcyclus zijn begonnen.' Voor de kids op TikTok of Instagram is de skinny jeans al lang dood en begraven, een afgesloten hoofdstuk. De doorsneejeans van 2021 is oversized, met een hoge taille en pijpen die precies tot aan je schoenen komen. Je jeanspijpen oprollen is passé; ruwweg afgeknipte pijpen zijn ook al een beetje oud nieuws; distressed jeans, met gaten en scheuren, is dan weer au courant. Half mom jeans, half skaterlook. Op de catwalk krijgt jeans hier en daar een belangrijke rol. Zoals bij Balenciaga, waar Demna Gvsalia afgelopen zomer couturejeansbroeken introduceerde, met zilveren knopen, al zit er ook geweldig denim in de gewone collecties van het merk. Zowel The Row als Molly Goddard combineerden tijdens de pas afgelopen modeweken stoere, wijde jeans met meer meisjesachtige tops. De Belgische ontwerper Glenn Martens werd vorig jaar benoemd tot artistiek directeur van het Italiaanse jeansmerk Diesel. Martens experimenteert al jaren met jeans voor zijn merk Y/Project, waar hij spijkerbroeken twist en draait tot draagbare sculpturen. Diesel, jarenlang het belangrijkste Europese jeansmerk, was het voorbije decennium min of meer weggedeemsterd. Ook belangrijk: de recente coup de théâtre van Hedi Slimane, de man die de wereld in skinny jeans stopte. De 'Elephant', het pronkstuk van zijn mannencollectie voor Celine voor lente 2022, is een extreem oversized jeansbroek. Slimane is een archivaris van jeugdcultuur, maar tegelijk ook geobsedeerd door TikTok, waar stijlen uit verschillende subculturen en tijdperken zonder enige aandacht voor, of besef van, geschiedenis door elkaar worden gemixt. De Elephant is allicht een zomerhit in wording en dan vooral: de goedkope interpretaties ervan. Tegelijk komt er al tegenwerking in de vorm van de bootcut, de laag op de heupen gedragen broek met lichtjes uitzwaaiende pijpen, al dan niet versierd met goedkoop kristal, alsof Y2K nooit is weggeweest. Kate Moss droeg er een sobere versie van tijdens de modeweek in Londen, gecombineerd met een donkerblauwe fluwelen blazer, een wit hemd en bruine boots. En zo blijft jeans zich bijna ongemerkt een weg door de geschiedenis wroeten, nu eens 'up' en dan weer 'down', maar nooit ver weg.