Jockstraps, k-pop en borsthaar: spektakel en grootheidswaanzin regeerden op de mannenmodeweken

Links: een look uit de show van Thom Browne, rechts: een look uit de show van Louis Vuitton © Belga Images

Dries Van Noten en Walter Van Beirendonck waren terug. We zagen een BTS-boy, Lisa van Blackpink, een dildo in denim en een hele reeks jockstraps. Tijdens de pas afgelopen mannenmodeweek van Parijs werden de kleren vaak overtroefd door spektakel, grootheidswaanzin en celebrities. Was dat jammer? Absoluut niet.

Louis Vuitton liet een leger modellen, twee Amerikaanse marching bands en een hoop cheerleaders stappen door een gigantische, in het Louvre gedropte flipperkast. Doublet, uit Japan, liet het sneeuwen in juni. Marine Serre organiseerde een hybride van Olympische openingsceremonie en rave in het woud, in de voorstad Vanves. David Beckham werd in Parijs gespot met minstens één zoon, Cruz, terwijl Victoria Beckham, respectievelijk echtgenote en moeder, maandag de verplaatsing maakte naar de Camargue voor de show van Jacquemus. Justin Timberlake kwam vergezeld van Jessica Biel naar de frontrow van Kenzo. We zagen jongens en mannen in jockstraps van lichtroze tweed, of poedelnaakt onder een badmantel.

Neen, we hadden echt geen enkele reden tot klagen. De pandemie leek vergeten, Parijs herleefde. De zon scheen, de terrasjes zaten vol, in de metro was het trekken en duwen als nooit tevoren.

Alexandre Mattiussi van Ami Paris trachtte de concurrentie te overtroeven met een catwalk op het voorplein van de Sacré Coeur. Naomi, Carla Bruni en Catherine Deneuve zaten frontrow. De legendarische modellen Cara Delevingne en Kristen McMenamy liepen mee. De show, voor mannen en vrouwen, werd geopend door Amélie Poulain in persoon, actrice Audrey Tautou. Na afloop konden gasten in een toeristentreintje naar de afterparty.

Wat hebben we verder onthouden van de mannenmodeweek?

De kleren leken vaak een bijgedachte

Echt bijzonder kon je de collectie van Mattiussi niet noemen. De kleren waren zeker oké, in hun evocatie van een geïdealiseerde, beetje clichématige Parisien of Parisienne — een figurant in Emily in Paris, misschien. Er was niets mis mee, maar ze verdwenen wel onder het bombast van de megashow.

Aan dat euvel leden ook andere shows in Parijs. Al is ‘euvel’ misschien niet het juiste woord. Megashows helpen een label aan aandacht, niet in het minst op sociale media. En die aandacht genereert verkoop. De mode evolueert snel. Tijdens een fashion week willen we toch vooral geëntertaind worden.

Bij Etudes, een ander Frans label, was de drang naar experiment dit seizoen helemaal weggevallen. Het trio ontwerpers toonde perfect draagbare, maar al bij al ordinaire workwear. Het verkoopsargument van de collectie liep niet op de catwalk, maar zat frontrow — tientallen influencers, van kop tot teen gekleed in de producten van het label (we telden twee sets tweelingen en verschillende Belgen).

De show van Etudes (c) Getty Images

Veel Franse modebedrijven lijken Jacquemus als lichtend voorbeeld te beschouwen. Bij dat bijzonder populaire label speelt marketing een grotere rol dan de kleren. Maar het is vooral de persoonlijkheid van Jacquemus — het personage — die het verschil maakt. Een aura kun je niet kopiëren.

De mastodonten bouwden luchtkastelen

De grote, gevestigde huizen investeerden zoals vanouds in het soort megashows waarvan je je kunt afvragen of ze in 2022 nog ethisch verantwoord zijn. Luxegroep Kering hield zich nochtans afzijdig: van Saint Laurent, Balenciaga, Bottega Veneta en Alexander McQueen was (opnieuw) geen spoor, en in Milaan nodigde Gucci kleine groepjes journalisten uit in een vintage boetiek van hoop en al zeventig vierkante meter voor de presentatie van een in omvang bescheiden capsulecollectie van artistiek directeur Alessandro Michele en popster Harry Styles.

Maar bij concurrent en marktleider LVMH gingen alle stoppen los. Dior liet een tuin planten met negentien duizend bloemen en een tribune van vochtig gras in een slecht verluchte (en verlichte) tent die was neergezet in een échte tuin, aan de voet van de kapel van het militair hospitaal van Val de Grace. Langs weerszijden van de catwalk waren replica’s van huizen gebouwd, het landgoed van wijlen Christian Dior in Granville, Normandië, en Charleston Farm in Sussex, ooit eigendom van Duncan Grant, een schilder die lid was van de Bloomsbury Group, het kunstenaarscollectief waarvan artistiek directeur Kim Jones boeken en kunstwerken verzamelt.

De hele set had iets ouderwets. Karl Lagerfeld kon in zijn tijd bij Chanel nog ongestraft ijsschotsen transporteren van de pool naar het Grand Palais. In 2022 lijkt zulke overdaad nog even absurd, maar ook onverantwoord, al beloofde Dior dat de bloemen na afloop in een park geplant zouden worden. Maar het decor zorgde er ook voor dat de aandacht werd afgeleid van de kleren. Bij Lagerfeld was dat eerlijk gezegd een pluspunt. Kim Jones, daarentegen, hoeft zich nergens over te schamen. De collectie, die in het teken stond van (ta-dààà!) tuinieren, was misschien niet zijn sterkste, maar toch uitstekend. Een eervolle vermelding voor de shorts, die twijfelden tussen half-legging en culotte — immense hit of gigaflop? Het kan beide richtingen uit.

De show van Dior (c) Belga Images

Virgil Abloh moet nog even mee

Louis Vuitton bouwde een reusachtige constructie op de Cour Carrée van het Louvre: een kronkelende op en neergaande ‘yellow brick road’ die richting hemel leidde, ‘over the rainbow’ als het ware. Of een uitvergrote flipperkast, ook mogelijk. De show, ingeleid en afgesloten door niet één maar twee Amerikaanse ‘marching bands’ en cheer leaders, cirkelde terug naar Virgil Ablohs debuut voor Vuitton, geïnspireerd door de filmklassieker The Wizard of Oz. Superster Kendrick Lamar rapte live vanop zijn stoel over Abloh. Het showgehalte overstemde alweer de kleren, ontworpen door de studio van Vuitton in de stijl van de overleden ontwerper (er zaten bijzonder mooie, en soms ook gewoon grappige stukken tussen, zo konden we ’s anderendaags van dichtbij vaststellen tijdens een ‘re-see’ in de showroom van het label). Dit was minstens de derde hommage van Vuitton aan Abloh. Ongetwijfeld een gemeende geste aan een getalenteerd, veel te jong gestorven ontwerper. Maar het wordt stilaan wel écht tijd om de man in vrede te laten rusten, en aan een nieuw hoofdstuk te beginnen.

Louis Vuitton (c) Belga Images

Na vijfenveertig minuten in de felle middagzon bij Vuitton, waren we min of meer weggesmolten (misschien kan het label volgende keer investeren in water voor zijn gasten. Dat mag gewoon kraantjewater zijn, dank u). Ook bij Rick Owens, een paar uur eerder, speelde de zon parten. De Amerikaanse ontwerper liet bovendien met een hefkraan gigantische brandende vuurbollen de lucht in tillen, om ze vervolgens te laten neerploffen in de vijver op het plein achter het Palais de Tokyo. Alsof het nog niet warm genoeg was. En met als gevolg dat we onze ogen meer in de lucht hadden dan op de catwalk. Jammer, de kleren, onder meer in oogverblindend fluo, waren fantastisch.

Bij Comme des Garçons, dat voor het eerst sinds 2020 terug in Parijs was, werden we bijna geëlektrocuteerd door een industriële lamp, die dreigend begon te knetteren toen we er per ongeluk tegen trapten, op zoek naar een staanplaats met een redelijk uitzicht. De showruimte was claustrofobisch, pikdonker, en snikheet. Het plafond was te laag voor de modellen met hun torenhoge kapsels, zodat ze soms naast de catwalk liepen, in plaats van erover. Een show van Rei Kawakubo is bijna een mystieke ervaring. Daar heb je al eens iets voor over.

Comme des Garçons (c) Belga Images

Kpoppers in het Bauhaus

Céline bouwde voor één keer geen bijzondere structuur op een historische plek, maar huurde een zaal in het Palais de Tokyo. De cultuurtempel in een art deco gebouw uit de jaren dertig viert zijn twintigste verjaardag. Hedi Slimane showde er destijds al eens een show van Dior Homme en wou die ervaring nog eens overdoen. De meeste aandacht ging naar de invités op de front row, met onder anderen Lisa van Blackpink en V van BTS. Het gebeurt zelden dat leden van die twee kpop-sensaties op één en hetzelfde event worden gesignaleerd, en de hysterie van fans was navenant. Voor de poorten van het gebouw stonden duizenden gillende tieners, zo op het eerste gezicht een recordopkomst.

Terwijl Hedi Slimane met zijn video’s tijdens de pandemie een nieuwe, opwindende richting uitging, geïnspireerd door TikTokkers, keerde hij dit keer terug naar zijn vertrouwde, donkere esthetiek van punk met een snuifje glamrock. Slimane gaf zijn collectie de titel ‘Dysfunctional Bauhaus’ maar wat hij daarmee bedoelde was niet helemaal duidelijk.

De show van Celine © Belga Image

Oef! De Belgen en de Japanners zijn terug

Wat de modeweken van Parijs zo interessant maakt, is dat er ruimte is voor alles. Franse luxe leeft er perfect samenleeft met de internationale avantgarde. Gevestigde labels staan er naast debutanten. Tijdens de pandemie waren de modeweken noodgedwongen Franser dan gewoonlijk. Het was afgelopen week dus een opluchting dat de Belgen en de Japanners terug van weggeweest waren. Vooral die laatste groep was voor het eerst sinds 2020 opnieuw massaal present, met shows van onder meer Taak, Issey Miyake Homme Plissé, Junya Watanabe Man, Comme des Garçons, Maison Mihara Yasuhiro, Kolor en Auralee. De show van Watanabe was een vrolijk hoogtepunt: de ontwerper gebruikte werk van Keith Haring, Andy Warhol, Roy Lichtenstein en Jean-Michel Basquiat — intussen bijna cliché geworden — maar mengde ze allemaal door elkaar, en voegde er ook nog eens de logo’s van Coca-Cola en Netflix aan toe. Met muziek van de Talking Heads. Een onweerstaanbare cocktail.

En dan er dus ook de Belgen. Dries Van Noten had al een voorzichtige comeback gemaakt tijdens de damesweek, met een statische presentatie in een oud herenhuis. Maar voor de mannencollectie was er eindelijk nog eens een volwaardige show, op het dak van een parkeergarage in Montmartre, bij zonsondergang, met een collectie die twijfelde tussen romantiek en hardcore techno — er waren wijde pyjama’s, cowboyboots en verwijzingen naar racersuniformen. Een van de mooiste momenten van de week.

Dries Van Noten (c) Belga Images

Walter Van Beirendonck, die eerder deze maand met pensioen ging als directeur van de modeacademie van Antwerpen, gaf een melancholische show in het Théâtre de la Madeleine. Hij liet zich inspireren door Icarus, die met zijn artificiële vleugels te dicht bij de zon vloog, en in zee stortte. De show begon eerder somber, met veel zwart en goud. Een tweede luik was meer in de typische technicolorstijl van Van Beirendonck. Op het eind van de show schoof het dak van de antieke theaterzaal open, en werd het licht. Het was, net als bij Van Noten, een fijn weerzien.

Bij Y/Project combineerde Glenn Martens zijn experimenten met denim, met zijn verder gezette collab met Gaultier en zijn typische, op verschillende manieren draagbare outfits. Een heel volwassen show: Martens, die ook Diesel ontwerpt en vorig seizoen een couturelijn tekende voor Gaultier, is een gevestigd ontwerper geworden, een van de belangrijkste van zijn generatie.

Jan-Jan Vanessche gaf een kleine presentatie in zijn showroom, perfect om de fijne materialen en technieken die hij gebruikt van dichtbij te ontdekken. Heel mooi: enkele chunky truien en beanies waarvoor Van Essche zich liet inspireren door het werk van Bauhaus-kunstenaar Annie Albers.

Best of

Bij de hoogtepunten in Parijs: de shows van Van Noten en Van Beirendonck, maar ook Hermès, misschien het enige luxemerk afgelopen week dat geen grootspraak nodig had om een verhaal te vertellen. Mannenontwerper Véronique Nichanian blijft haar esthetiek verjongen, dit keer met mooie regenjasjes in glanzende kunststof in bubblegumkleuren, in een eenvoudige show op de kasseien voor de ateliers van de Manufacture des Gobelins, waar onder meer wandtapijten worden gemaakt. Hermès houdt van discreet. In tegenstelling tot de meeste andere shows van luxelabels, waren de celebs op de frontrow niet van kop tot teen in het merk gekleed. Onze buur op de eerste rij, de jonge Deense acteur Lucas Lynggaard Tonnesen, droeg een pak van scandi-label Mark Kenly Domino Tan (de Brusselse muzikant David Numwami kwam wél in een prachtige geel en roze trui van Hermès). Mannenontwerper Véronique Nichanian blijft resoluut voor een jongere garderobe gaan. Hoogtepunt: een reeksje lichte jassen en regenmantels in felglanzende bubblegumkleuren.

De levende tableaux van Lemaire in een lege museumzaal gaven een uitstekende blik op tijdeloze garderobe van het label, iets lichter komende zomer. Hed Mayner, die in Tel Aviv is gebaseerd, behoort tot dezelfde school van designers die zich richten tot een eerder arty, intellectueel publiek: oversized linnen tunieken, ergens tussen misdienaar en militair.

Thom Browne stopte mannen in het soort tweed dat meestal met Chanel wordt geassocieerd, maar dan alleen in pastelkleuren. Hij combineerde ze met jockstraps, ook van tweed. Fabelachtig, niet voor iedereen, maar Browne durft tenminste nog dromen en grenzen verleggen. Op het eind was er een in denim uitgedoste cowboy, mét denim dildo. Bij Louis Gabriel Nouchi liepen eerder gewone, vaak behaarde mannen mee, uitzonderlijk op de catwalk. Eén model droeg alleen een badmantel, met niets eronder.

Jockstraps van tweed bij Thom Browne

De meest adembenemende show in Parijs was die van de Brit Craig Green, in een minimalistische witte ruimte, zonder special effects. De kleren waren op zich spectaculair genoeg. Green verstopt zijn looks graag onder ongemakkelijke, sculpturale constructies: parachutes, dit keer ook ladders en steigers. Maar de looks zélf, pakken en uniformen in een palet van wit tot alle kleren van de regenboog, tegelijk draagbaar en bijzonder — sexy, maar niet vulgair — waren onweerstaanbaar.

Partner Content