Geestige mop of knappe foto? Afhankelijk van het medium waarop hij de wereld ingestuurd wordt, wordt dat doorgaans beloond met een duimpje of hartje. Vervolgens treedt er een indrukwekkend algoritme in werking: hoe meer van die goedkeurende icoontjes een post oogst, hoe verder hij reist en hoe meer mensen hem te zien krijgen. Op die manier weet je niet alleen wat je vrienden op dat moment hip vinden, maar ook wat de hele online wereld over iets denkt.

In de strijd om aandacht vallen er evenwel slachtoffers. Het perfect ogende leven waarmee veel likes te scoren vallen, heeft immers een bittere nasmaak. Wie dergelijke kleurrijke posts naast zijn eigen leven legt, concludeert al te vaak dat dat er maar grijs uitziet, en dat zelfs zonder Moon- of Tokyo-filter. Dat is een van de redenen waarom Instagram beslist heeft om de like-cultuur aan te pakken. Bij wijze van experiment is het in Japan, Italië, Ierland, Brazilië, Nieuw-Zeeland en Australië sinds deze week niet meer mogelijk om te zien hoeveel hartjes een post heeft gescoord.

Het idee daarachter is dat het de sociale druk die sociale media met zich hebben meegebracht zou kunnen verlagen. 'We willen dat vrienden focussen op de foto's en filmpjes die je deelt, niet op hoeveel likes ze krijgen', klonk het in een tweet van het bedrijf.

Businessmodel

Dat klinkt dan wel erg gezellig, het is wel een verandering die veel teweeg kan brengen. Vandaag zijn die likes op Instagram immers de bouwstenen van een sterk groeiend businessmodel: dat van de influencers. Hoe meer volgers en likes zij krijgen, hoe belangrijker ze worden in de ogen van grote merken en hoe meer ze zullen worden aangesproken om online een goed woordje te doen voor een bepaald product. Onder andere de modesector is vandaag amper nog denkbaar zonder hen.

Toch zal het voor influencers moeilijker worden om in het oog te springen bij marketingbureaus en merken, en zullen die laatsten het moeilijker hebben met het vinden van nieuwe gezichten die het landschap wat diverser maken. Bovendien lijkt het niet ondenkbaar dat ze hun budgetten dan liever spenderen aan gerichte advertenties, waarvan de resultaten wel meetbaar en meer controleerbaar zijn.

Het is niet altijd interessante inhoud die de meeste likes scoort

In een artikel op Business of Fashion moedigt marketingexpert Joe Gagliese influencers en merken aan om hun volgers te vragen om meer commentaar te geven op hun posts, in plaats van snel op dat hartje te duwen. 'Dat is betekenisvoller dan een luie like'. Dat vergt echter een aanpassing van verschillende van de filmpjes en foto's die het sociaal medium halen. Zo zegt hij dat kwaliteit het nog meer dan vandaag zal winnen van kwantiteit.

Geen 'kuddedieren' meer

Wie zelf foto's plaatst, zal daar dus wat meer over moeten nadenken om er evenveel resultaat uit te halen, maar wat met iemand die liever gewoon wat meekijkt en zich in zijn eigen keuzes graag laat inspireren door wat hij ziet? Zal die zich ook moeten aanpassen? Hoe kunnen we zonder te weten hoeveel likes een bepaalde outfitpost haalt nog begrijpen wat in trek is bij de online gemeenschap, en bij uitbreiding: wat we zelf moeten dragen om daarbij te horen? Op dat vlak lijkt Instagram met de koerswijziging aan te sturen op meer individuele keuzes. Je zal nog steeds de mensen kunnen volgen wiens stijl jou aanspreekt en scrollen tussen mooie plaatjes. Alleen zal je zelf moeten beslissen wat je mooi vindt en wat niet, in plaats van de likende goegemeente te volgen.

Hoe dan ook is het nog afwachten of Instagram zijn experiment verder zal ontplooien. Sommige stemmen menen immers dat het weghalen van likes de doodsteek is voor dergelijke sociale platformen, omdat die momenteel een wezenlijk deel uitmaken van de interactie. Toch is er ook een belangrijke tegenstem: anderen beweren namelijk dat het niet uitmaakt of je die hartjes zal kunnen zien of niet. De meest gelikete foto op Instagram vandaag is tenslotte nog altijd die van een ei. De conclusie van dat experiment was duidelijk: het is niet altijd interessante inhoud die de meeste likes scoort.

Hoe dan ook roept het experiment veel vragen op. Wij zijn alvast benieuwd of het de start kan zijn van een meer diverse (mainstream) mode, waarin iedereen lekker zijn eigen ding doet.