In memoriam: Issey Miyake, de ontwerper die zichzelf verplichtte een optimist te worden

Issey Miyake na zijn show in 1992 in Parijs.

Issey Miyake, die vrijdag in Japan overleed, hield van mensen, van lichamen, van onderzoek, en van ongebreidelde creativiteit. Hij maakte naar eigen zeggen kleren, geen mode. Hij was een van de belangrijkste ontwerpers van zijn generatie.

Issey Miyake is geboren, op 22 april 1938, in Hiroshima. Noteer geboorteplaats en datum. Hij was ter plekke op 6 augustus 1945, een jongen van zeven, toen de provinciestad grotendeels werd vernietigd door een Amerikaanse atoombom, met 140.000 slachtoffers tot gevolg.

De ontwerper schreef er in 2009 een essay over, voor The New York Times, nadat hij al die jaren had gezwegen over de ervaring. ‘Als ik mijn ogen sluit, zie ik nog altijd dingen die niemand ooit zou moeten meemaken: een helder rood licht, de zwarte wolk kort nadien, mensen die in alle richtingen lopen, wanhopig op zoek naar een uitweg. Ik herinner me alles. Mijn moeder overleed nog geen drie jaar later door blootstelling aan de straling.’

Miyake schreef dat hij nooit over de atoombom had gesproken omdat hij zich concentreerde op ‘dingen die gecreëerd kunnen worden, niet vernietigd, en die schoonheid brengen en vreugde.’ Mode, vond Miyake, was modern en optimistisch. Uiteindelijk bleef de herinnering aan de bom zijn hele leven aan hem knagen. Maar hij bleef modern én optimistisch, tot op het eind. Bij een show van Miyake ging je zelden zonder glimlach naar buiten.

De recentste show van Issey Miyake, op 23 juni tijdens de mannenmodeweek in Parijs
Een sfeerbeeld uit de recentste show van Issey Miyake tijdens de mannenmodeweken in Parijs

Vijftig à honderd schetsen per dag

Miyake, die aanvankelijk danser wou worden, studeerde grafisch ontwerp, in Tokyo. Hij deed daarna mee aan het toegangsexamen van het Bunka Fashion College, de belangrijkste Japanse modeschool. Ook dat was zonder succes. Hij trok naar Parijs, waar hij circa 1964 terechtkwam op de schoolbanken van de Chambre syndicale de la couture parisienne, het huidige IFM. Hij liep stage bij Guy Laroche en kreeg vervolgens een baan bij Hubert de Givenchy, waar hij vijftig à honderd schetsen per dag tekende.

In 1969 ruilde hij Parijs voor New York, en Givenchy voor Geoffrey Beene. Een jaar later keerde hij terug naar Tokio, waar hij op 2 november 1971 de Miyake Design Studio opende, en zijn eigen label lanceerde. Hij opende zijn eerste boetiek in Puzzle Aoyama Building in de wijk Gaienmae in Tokio in maart 1974, en zijn eerste overzeese winkel aan de place du Marché Saint-Honoré in Parijs, in september 1975. Vier jaar later, parallel met zijn internationale doorbraak, opende hij een afdeling van zijn bedrijf in Parijs, Issey Miyake Europa S.A.

Doorbraak

In 1982 plaatste het invloedrijke Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum een jurk van zijn collectie ‘Body Works’ op de cover. Dat was een belangrijk moment. De kunstwereld had tot dan toe nooit tijd voor mode. Amper vijf jaar later kreeg Miyake een tentoonstelling in de Fondation Cartier in Parijs, Making Things.

De bewuste Artforum-cover

In 1993 introduceerde hij Pleats Please, een lijn waarvoor hij een nieuw fabricatieproces had ontwikkeld. Kledingstukken van polyester werden op voorhand en geknipt en genaaid en vervolgens in een oven geplooid tussen twee lagen papier. Pleats Please werd een gigantisch succes, met toegewijde winkels. De kleren waren licht en kreukvrij, maar ook geschikt voor een breed gamma lichamen, van balletdansers tot vollere vrouwen. ‘Ik ben het meest geïnteresseerd in mensen en de menselijke vorm’, zei Miyake in een interview. ‘Kleding komt het dichtst in de buurt van alle mensen.’ Er kwam later ook een mannenlijn, Plissé Homme, waarmee het label sinds een paar jaar showt tijdens de mannenweek van Parijs, in plaats van de hoofdlijn, laatst nog in juni.

Miyake scoorde in de nineties ook met zijn parfums, in samenwerking met de Japanse beautykolossus Shiseido. L’eau d’Issey — lees: l’odyssée — werd gelanceerd  in 1992, in een minimale flacon van Fabien Baron. ‘Issey belde me op en vroeg, heb je al eens een parfumflacon ontworpen’, vertelde de machtige Franse art director ons ooit. ‘Dat had ik niet, maar ik ben beginnen nadenken, en het resultaat was een uitgepuurde versie van de Eiffeltoren, zoals Miyake die kon zien van het terras van zijn appartement in Parijs.’ L’Eau d’Issey kan worden beschouwd als een van de meest markante parfums van de nineties. Baron ontwierp later ook de fles, en de reclamecampagnes, van Calvin Kleins cK One, de andere essentiële geur van dat decennium.

Grenzeloze creativiteit

In 1999 kwam A-POC, kort voor A Piece Of Cloth, een lijn met kleren die worden geknipt uit een enkel stuk stof — een idee dat Miyake ontwikkelde met Dai Fujiwara, een textielingenieur en designer in de studio, die hem later opvolgde als hoofdontwerper. Voor A-POC opende hij in die periode een heel bijzondere winkel in de Marais in de Parijs die werd ingericht door Ronan en Erwan Bouroullec, een van de eerste grote projecten van de Franse designers.

Miyake was een groot designliefhebber. Hij was een van de stuwende krachten achter 21_21 Design Sight, een designcentrum in de schaduw van Tokyo Midtown, een wolkenkrabber. Het paviljoen was een ontwerp van Tadao Ando, en geldt als het eerste volwaardige designmuseum van Japan. Het opende in 2007. ‘Er zijn geen grenzen tussen kunst, design en andere creatieve activiteiten’, zei hij. ‘En ze lopen allemaal door elkaar.’

Samenwerkingen

De ontwerper werkte vaak en graag met andere creatieve genieën. In de eighties opende hij een hele reeks boetieks met de legendarische, vroeggestorven designer Shiro Kuramata. Grafisch ontwerper en kunstenaar Tadanori Yokoo, de meest prominente beoefenaar van pop art in Japan, tekende zowat àlle uitnodigingen voor de shows van Miyake in Parijs.

Uitnodiging Miyake show 7 april 1997, ontworpen door Tadanori Yokoo

Miyake werkte ook meer dan tien jaar nauw samen met Irving Penn. Elk seizoen stuurde hij zijn collectie naar de studio van Penn in New York, alwaar de veelgeprezen fotograaf ermee aan de slag ging. Miyake kon zo door andermans ogen naar zijn kleren kijken. ‘Ik vind dat je dingen altijd anders ziet als je anderen toelaat om een deel te worden van het creatieve proces’, zei hij. De foto’s werden jaren geleden in boekvorm gebundeld, de uitnodigingen van Yokoo idem dito.

Er waren ook kortere samenwerkingen, zoals die ene collectie met Yaoi Kusama, die de jurken van Pleats Please met haar beroemde stippen bedrukte, jàren voor haar collab met Louis Vuitton. Met dochterbedrijf A-Net bouwde hij een mini-conglommeraat, met eigen labels voor medewerkers en discipelen. Ne-Net en mercibeaucoup hadden vooral in Japan succes, maar Zucca en Tsumori Chisato showden hun collecties jarenlang in Parijs. Final Home werd een legendarisch streetwearmerk. Zijn Baobab-handtassen waren, en zijn, fenomenaal succesvol.

De succesvolle Baobab-handtas.

Passie voor materiaalontwikkeling

Issey Miyake was altijd hands-on, al liet hij het ontwerpen van de verschillende lijnen van zijn eigen merk, al in de nineties over aan jongere ontwerpers. Hij wou zich concentreren op research en materiaalontwikkeling, zijn passie. Maar hij bleef alles nauwgezet in de gaten houden. Er ging niets buiten zonder dat hij eerst zijn goedkeuring had gegeven. Er ging ook geen dag voorbij zonder minstens één telefoongesprek met zijn trouwe medewerkster in Parijs. Naar zijn appartement aan de Seine, met uitzicht op de Seine, kwam hij op het eind van zijn leven niet zo vaak meer.

Issey Miyake overleed op 5 augustus, een dag voor de herdenking van de rampspoed in Hiroshima, in een hospitaal in Tokio, aan de gevolgen van kanker. Hij wou bloemen noch kransen, en er komt geen begrafenis of herdenkingsdienst. Hij werd 84.

Design is not for philosophy’, zei Miyake, ‘it’s for life.

Partner Content