De kleinschalige editie van de Copenhagen Fashion Week lokte heel wat minder internationale bezoekers dan gewoonlijk. De fysieke aanwezigheid op de modeweek beperkte zich voornamelijk tot lokale journalisten, retailers en influencers. Slechts enkelingen zakten af vanuit steden zoals Stockholm, Parijs of Londen. De Scandinavische merken waren talrijk aanwezig, al dan niet met een fysieke show. Ze nodigden een select publiek uit op een show, picknick of tentoonstelling en zorgden ook voor een digitaal luik.

Het Deense label Samsøe Samsøe presenteerde zijn nieuwe collectie met een fashion film, getiteld 'Local Love'. Omdat de collectie werd geïnspireerd door de wijk Nørrebro, een bruisende en multiculturele buurt in Kopenhagen, werd de video ook daar opgenomen, met locals die ons hun favoriete plekken tonen.

Gestuz maakte ook een fashion film, 'The Journey'. De reis uit de titel van de film speelt zich af in het hoofd het model, met nostalgische kleuren en een wisselend doek als achtergrond. Nu eens op het strand, dan weer aan het cruisen in een oldtimer: in je fantasie kan het allemaal.

Ook Stine Goya presenteerde de nieuwe collectie met een film. Dansers en werknemers dansten in de kantoren in de felgekleurde prints die het merk karakteriseren. Om toch een fysiek luik aan de presentatie te breien nodigde het merk een klein publiek uit voor een veilige lunch in de showroom.

Ganni organiseerde een expo in plaats van een modeshow, Getty
Ganni organiseerde een expo in plaats van een modeshow © Getty

Ganni verving z'n show door een expo, waar een allegaartje werd tentoongesteld, van essays tot installaties, films en fotografie. De opvallende levensgrote cut-outs werden gemaakt door een resem internationale kunstenaars. Er was ook plaats voor textielkunst, gemaakt van overgebleven stoffen van vorige Ganni-collecties.

De buitenlucht was uiteraard ook erg populair. Zo showde Remain by Birger Christensen in het openluchtgedeelte van het Thorvaldsen Museum, onder begeleiding van frisse drankjes en ijs. Henrik Vibskov trok naar het park, met een front row op het malse gras. De joggers, spelende kinderen en koppeltjes in het park konden de show ook meepikken, wat zorgde voor een democratisering van de mode.

Birger Christensen, Getty
Birger Christensen © Getty

Duurzaamheid en diversiteit

Hoewel de coronacrisis natuurlijk heel wat aandacht en energie vreet, vergaten ze in Kopenhagen niet om aandacht te schenken aan twee andere relevante onderwerpen, namelijk diversiteit en duurzaamheid. Al een tijdje buzzwords in de mode, maar tijdens de voorbije maanden zijn deze onderwerpen nog meer op de voorgrond getreden.

Op de Copenhagen Fashion Week werden enkele panelgesprekken georganiseerd rond diversiteit en inclusiviteit, met gasten zoals Naima Yasin, de host van de podcast 'A Seat at The Table' en de mensen achter Fiiri, het eerste modellenagentschap in Scandinavië dat gerund word door een zwart team. Maar ook fashion films, catwalk shows en campagnebeelden zetten duidelijk in op activisme en diversiteit. Zo koos het Noorse merk Holzweiler ervoor om geen klassiek défilé te hosten, maar lanceerde in de plaats daarvan een documentaire te vertonen met activisten in de hoofdrollen. De nieuwe SS21 collectie wordt privé getoond aan buyers, in plaats van tijdens een evenement.

Ook aan het doel van de modeweek in Kopenhagen om tegen 2022 honderd procent zero waste te zijn, werd verder getimmerd. In januari kondigde de organisatie van de fashion week aan dat hun duurzaamheidsdoelstellingen in een hogere versnelling werden geschakeld. Naast volledig afvalvrij, willen ze ook hun ecologische voetafdruk met vijftig procent verminderen en moeten alle deelnemers voldoen aan zeventien minimumnormen, zoals de belofte dat minstens de helft van hun stoffen biologisch of gerecycleerd zijn.

De Scandinavische merken steken dus massaal een tandje bij en labels zoals Stine Goya en Ganni experimenteren met het verhuren van hun kleding en gebruiken afgedankt materiaal in hun collecties. Het dromerige merk Cecilie Bahnsen lanceerde deze week haar tweede 'Encore'-collectie, een minilijn van stuks gemaakt van deadstock textiel.

In de showroom van Stine Goya. Het dragen van een mondmasker is niet verplicht in Denemarken., Getty
In de showroom van Stine Goya. Het dragen van een mondmasker is niet verplicht in Denemarken. © Getty
Baum und Pferdgarten: een kleinere, intieme show met een select publiek, Getty
Baum und Pferdgarten: een kleinere, intieme show met een select publiek © Getty
Gasten nemen een selfie tijdens de show van Helmstedt, Getty
Gasten nemen een selfie tijdens de show van Helmstedt © Getty
De show van Helmstedt ging door op het Kongens Nytorv-plein, Getty
De show van Helmstedt ging door op het Kongens Nytorv-plein © Getty
De kleinschalige editie van de Copenhagen Fashion Week lokte heel wat minder internationale bezoekers dan gewoonlijk. De fysieke aanwezigheid op de modeweek beperkte zich voornamelijk tot lokale journalisten, retailers en influencers. Slechts enkelingen zakten af vanuit steden zoals Stockholm, Parijs of Londen. De Scandinavische merken waren talrijk aanwezig, al dan niet met een fysieke show. Ze nodigden een select publiek uit op een show, picknick of tentoonstelling en zorgden ook voor een digitaal luik. Het Deense label Samsøe Samsøe presenteerde zijn nieuwe collectie met een fashion film, getiteld 'Local Love'. Omdat de collectie werd geïnspireerd door de wijk Nørrebro, een bruisende en multiculturele buurt in Kopenhagen, werd de video ook daar opgenomen, met locals die ons hun favoriete plekken tonen. Gestuz maakte ook een fashion film, 'The Journey'. De reis uit de titel van de film speelt zich af in het hoofd het model, met nostalgische kleuren en een wisselend doek als achtergrond. Nu eens op het strand, dan weer aan het cruisen in een oldtimer: in je fantasie kan het allemaal. Ook Stine Goya presenteerde de nieuwe collectie met een film. Dansers en werknemers dansten in de kantoren in de felgekleurde prints die het merk karakteriseren. Om toch een fysiek luik aan de presentatie te breien nodigde het merk een klein publiek uit voor een veilige lunch in de showroom.Ganni verving z'n show door een expo, waar een allegaartje werd tentoongesteld, van essays tot installaties, films en fotografie. De opvallende levensgrote cut-outs werden gemaakt door een resem internationale kunstenaars. Er was ook plaats voor textielkunst, gemaakt van overgebleven stoffen van vorige Ganni-collecties. De buitenlucht was uiteraard ook erg populair. Zo showde Remain by Birger Christensen in het openluchtgedeelte van het Thorvaldsen Museum, onder begeleiding van frisse drankjes en ijs. Henrik Vibskov trok naar het park, met een front row op het malse gras. De joggers, spelende kinderen en koppeltjes in het park konden de show ook meepikken, wat zorgde voor een democratisering van de mode. Duurzaamheid en diversiteitHoewel de coronacrisis natuurlijk heel wat aandacht en energie vreet, vergaten ze in Kopenhagen niet om aandacht te schenken aan twee andere relevante onderwerpen, namelijk diversiteit en duurzaamheid. Al een tijdje buzzwords in de mode, maar tijdens de voorbije maanden zijn deze onderwerpen nog meer op de voorgrond getreden. Op de Copenhagen Fashion Week werden enkele panelgesprekken georganiseerd rond diversiteit en inclusiviteit, met gasten zoals Naima Yasin, de host van de podcast 'A Seat at The Table' en de mensen achter Fiiri, het eerste modellenagentschap in Scandinavië dat gerund word door een zwart team. Maar ook fashion films, catwalk shows en campagnebeelden zetten duidelijk in op activisme en diversiteit. Zo koos het Noorse merk Holzweiler ervoor om geen klassiek défilé te hosten, maar lanceerde in de plaats daarvan een documentaire te vertonen met activisten in de hoofdrollen. De nieuwe SS21 collectie wordt privé getoond aan buyers, in plaats van tijdens een evenement. Ook aan het doel van de modeweek in Kopenhagen om tegen 2022 honderd procent zero waste te zijn, werd verder getimmerd. In januari kondigde de organisatie van de fashion week aan dat hun duurzaamheidsdoelstellingen in een hogere versnelling werden geschakeld. Naast volledig afvalvrij, willen ze ook hun ecologische voetafdruk met vijftig procent verminderen en moeten alle deelnemers voldoen aan zeventien minimumnormen, zoals de belofte dat minstens de helft van hun stoffen biologisch of gerecycleerd zijn. De Scandinavische merken steken dus massaal een tandje bij en labels zoals Stine Goya en Ganni experimenteren met het verhuren van hun kleding en gebruiken afgedankt materiaal in hun collecties. Het dromerige merk Cecilie Bahnsen lanceerde deze week haar tweede 'Encore'-collectie, een minilijn van stuks gemaakt van deadstock textiel.