Hij zegt vaak 'weet u' maar laat nooit het achterste van zijn tong zien, speelt met klanknabootsingen en heeft zichtbaar binnenpretjes. Hij is onberispelijk geschoren, zit strak in het pak, met de al even strakke Vatermörder-kraag. Later zal hij uitleggen hoe hij verliefd werd op die bijna hiëratische stijl. Hij rijgt de woorden aan elkaar en kijkt me van tijd tot tijd even aan door zijn onafscheidelijke zonnebril. Eén keer zet hij hem af, om een tekening op zijn tablet te verwijderen, een weerbarstige schets die zich niet zomaar laat wissen. Maar hij blijft proberen met zijn handen in zijn vingerloze handschoenen, want de tekening moet en zal gewist worden.
...