De vader van Jonathan Anderson was eerst rugbykampioen, en later coach van de Ierse nationale ploeg. "Ik ben opgegroeid in een gezin waar alles om sport draaide", zegt de 32-jarige ontwerper. Preciezer: op een boerderij in County Derry, Noord-Ierland. Magherafelt, de stad in de buurt waar kleine Jonathan schoolliep, werd gebombardeerd door de IRA. "Dat was in 1993 (op 23 mei, red.). Die namiddag kwam ik uit school: de stad was foetsie."
...

De vader van Jonathan Anderson was eerst rugbykampioen, en later coach van de Ierse nationale ploeg. "Ik ben opgegroeid in een gezin waar alles om sport draaide", zegt de 32-jarige ontwerper. Preciezer: op een boerderij in County Derry, Noord-Ierland. Magherafelt, de stad in de buurt waar kleine Jonathan schoolliep, werd gebombardeerd door de IRA. "Dat was in 1993 (op 23 mei, red.). Die namiddag kwam ik uit school: de stad was foetsie." Anderson was niet onmiddellijk een atleet, maar hij erfde wel het competitieve gen van zijn beroemde vader. Noem het drijfkracht, ambitie. "Toen ik achttien was, ging ik in Washington D.C. naar de acteerschool. Ik was er vooral geobsedeerd door de kostuums. Acteren boeide me minder. Ik herinner me dat ik op een avond dacht: ik word nooit de beste acteur aller tijden. Ik ben gestopt met acteren en teruggekeerd naar Dublin. Daar vond ik een baan in een grootwarenhuis, en ben ik verliefd geworden op kleren." Na een opleiding aan het London College of Fashion werd Anderson assistent van de intussen overleden styliste Manuela Pavesi, en ook de rechterhand van Miuccia Prada (ze leerden elkaar kennen op het werk: Anderson was kortstondig etalagist bij Prada). Tien jaar geleden begon hij zijn eigen merk, J.W. Anderson, met een mannenlijn, twee jaar later volgde een kleinere vrouwenlijn. In 2012 tekende hij twee uitverkochte collecties voor de Britse winkelstraatketen Topshop, en in 2013 een collectie voor Versus, de tweede, jongere lijn van Versace. Nog datzelfde jaar vertrouwde de luxegroep LVMH Anderson de creatieve leiding toe van het Spaanse huis Loewe. LVMH investeerde ook in zijn eigen merk. Sindsdien ontwerpt hij twaalf collecties per jaar. Als het er geen dertien zijn: met Andersons project voor Uniqlo, een capsulecollectie die eind september in de winkels ligt, schrijft Anderson een nieuw hoofdstuk aan zijn succesverhaal. De gewezen cultontwerper is een populaire vedette geworden: de donkerblonde jonge god van de mode. De zomer van Jonathan Anderson begint bij valavond, op een Toscaanse heuvel. De ontwerper is eregast van Pitti, de beurs voor mannenmode, en hij showt in de formele Italiaanse tuin van Villa La Pietra. Er zijn geen banken of stoelen voor de invités, alleen grote, witte kussens waarop het logo van J.W. Anderson is geborduurd. Op elk zitje ligt een folder met foto's van Baron Wilhelm Von Gloeden, de in Sicilië gevestigde Duitse fotograaf die in het begin van de twintigste eeuw pastorale naaktfoto's maakte van lokale jongens. Er is niet onmiddellijk een link met de kleren op de geïmproviseerde catwalk (wel met Firenze: Von Gloedens archief, of wat ervan overblijft, wordt er bewaard). De collectie is onverwacht commercieel: jeans, sweatshirts met hartjesmotief, Converse-sneakers versierd met felgekleurde glitter. De reacties zijn gemengd, maar Anderson weet wat hij doet. Hij is klaar voor zijn grote doorbraak. "Voor het eerst heb ik kleren ontworpen die ik ook zelf wil dragen", zegt Anderson achteraf aan enkele journalisten. "In het verleden deed ik dat nooit. Ik geef dat graag toe. Waarom? Ik ontwierp voor een fictief personage. Deze collectie is persoonlijker, echter misschien." "Ik heb me afgevraagd: wat is vandaag nog echt? Door de sociale media zijn we dingen vaak al beu voor we ze hebben gezien, voor we ze hebben aangeraakt. We zijn bevriend met mensen die we nooit ontmoet hebben. We leven online. Wat is echt? Wat is normaal? Wat hebben we écht nodig? Deze collectie is, net als mijn project met Uniqlo, het startpunt van iets nieuws." Hij noemt het, in het Engels: "A new kind of self-discovery." Of hoe de in het verleden vaak excentrieke, avontuurlijke Anderson (jongens in bandeautops) het idee van normcore heruitvindt. "Ik heb de voorbije twaalf maanden een beetje een kruistocht geleid. Ik was geobsedeerd door het idee van normaliteit. Als ik naar de mode kijk, denk ik soms: I wish we would take a deep breath, get over it, and relax. Begrijp je?" "Ik ontwerp twaalf collecties per jaar voor J.W. Anderson en Loewe, ik heb een collectie voor Uniqlo ontworpen, een tentoonstelling gemaakt, met Converse gewerkt, drie winkelopeningen gedaan. Ik werk graag, maar als je de hele tijd bezig bent, heb je op den duur vooral behoefte aan heel normale dingen. Normaal is heel aantrekkelijk."Na de show wordt in een hoek van de barokke tuin A Room with a View geprojecteerd, de verfilming van de roman van E.M. Forster over de geheime liefdesaffaire van de jonge Britse Lucy Honeychurch in een Florentijns hotel. De meeste gasten staan verzameld aan bar en buffet; voor het scherm zit niet meer dan een handvol mensen. Maar dat geeft niet. Terwijl de duisternis valt, overschouwt Anderson het tafereel: de gasten in de verte, A Room with a View, en dat andere, ontegensprekelijk échte panorama: de fonkelende, twinkelende skyline van Firenze in de vallei beneden.Anderson toont zijn mannencollectie voor Loewe, zomer 2018, in het Parijse hoofdkwartier van het Spaanse merk, aan Place Saint-Sulpice. Cathérine Deneuve woont er enkele verdiepingen hoger. De vrouwenshows van Loewe vinden plaats in de publieke ruimtes. De presentaties voor de mannenlijn zijn intiemer: enkele vitrines en hooguit twee modellen. "Toen ik bij Loewe begon," vertelt Anderson, "was dat voor mij een enorme verandering. Bij mijn eigen merk gingen we van tien naar vijftig medewerkers." Kortom: hij heeft in korte tijd veel geleerd. Loewe was in zeker opzicht de Spaanse versie van Delvaux: degelijk, oud en vertrouwd, maar een beetje op de dool, met een beperkte afzetmarkt buiten de Iberische grenzen. Het merk versleet de voorbije twintig jaar een handvol creatief directeurs, onder wie de Belg José Enrique Ona Selfa, maar maakte nooit veel indruk. Intussen lijkt Loewe herboren. Anderson transformeerde Loewe schijnbaar in een handomdraai. In werkelijkheid wachtte hij een jaar voor hij zijn eerste collectie showde. "Eerst moest alles kloppen, van het briefpapier tot de deurklinken. Het moest authentiek lijken. Alsof het nooit anders was geweest." Opdracht geslaagd, met een nieuw logo van artdirectors M/M Paris en opmerkelijke reclamecampagnes met, onder meer, archieffoto's uit de jaren negentig van Steven Meisel. Calvin Klein voert op dit moment een gelijkaardige campagne voor het parfum Obsessed, met ongebruikte foto's van Kate Moss voor de legendarische Obsession- advertenties. Anderson heeft met Loewe op kleine schaal het pad geëffend voor wat Raf Simons nu probeert met Calvin Klein: een radicale reset, op maat van de millennials (terzijde: Anderson stopte ook lang vóór Alessandro Michele van Gucci jongens in kantwerk en zijde: hij was de eerste gender bender van zijn generatie). Loewe bestaat sinds 1846 - jonger dan Delvaux (1829), ouder dan Louis Vuitton (1854). Maar Anderson gelooft niet in de aanpak van andere erfgoedmerken. Hij is soms nostalgisch, maar niet op die manier. "Zeggen dat je leverancier bent geweest van de koninklijke familie is niet langer genoeg. Mensen zijn daar volgens mij immuun voor geworden. Het is tijd voor iets nieuws." Voor Anderson moet een luxemerk in het hier en nu geankerd zijn (en hier en nu gaat alles snel). En mode, vindt hij, moet boven alles cultureel zijn. "Toen ik jonger was, ging ik met de trein naar Dublin, en daar stapte ik de winkels van Louis Vuitton en Prada binnen. Ik vroeg er naar de brochures. Die waren gratis, en dat was geweldig, omdat je zo een inzicht kreeg in die toch wel aparte wereld. Ik geloof heel erg in het naar beneden halen van muren. Voor mij zijn winkels en websites openbaar domein. Iedereen is welkom." "Ik zie mezelf niet als een ontwerper", zegt hij. "Ik ben veeleer een curator. Ik breng nu eenmaal graag mensen en dingen bij elkaar. Dan zie ik wel wat eruit komt." Diezelfde avond geven Anderson en Loewe een feestje op het dak van het Institut du Monde Arabe: Fire of Youth, Summer of Loewe. Om schrijver Denton Welch te citeren: In Youth Is Pleasure, en de jeugd bezit de sleutels tot de toekomst van de luxesector. Blijft Anderson nog lang bij Loewe? De indruk heerst dat hij is voorbestemd om een groter huis te leiden. Bijvoorbeeld als mogelijke opvolger van Nicolas Ghesquière bij Louis Vuitton, die tot nog toe een ietwat teleurstellend parcours liep. Anderson lijkt beter gepositioneerd om het merk aansluiting te doen vinden met een jonger publiek. Of, concreter: om een extreme verjongingsoperatie à la Gucci te leiden.Anderson ontvangt de internationale pers (Maleisië! Australië! België!) in de nieuwe, door architecten Herzog & de Meuron gebouwde vleugel van Tate Modern in Londen, voor de reveal van zijn 33 items tellende capsulecollectie voor Uniqlo. De Japanse keten speelde met het plan voor een lijn kleren die geankerd zijn in de Britse traditie: trenchcoats, tartanruiten, gestreepte scholierensjaals, Fair Isle-truien. "We wilden daarvoor de beste Britse ontwerper van het moment", lacht Yuki Katsuta, hoofd onderzoek en ontwerp bij Uniqlo. "Als Jonathan nee had gezegd, zouden we er wellicht niet aan zijn begonnen." "Ik koop al jaren mijn kleren bij Uniqlo, " zegt Anderson, "en ik draag die kleren élke dag. Ik heb enorm veel respect voor wat het bedrijf heeft opgebouwd. Toen ze me belden, was ik niet alleen vereerd, maar ook gelukkig: het idee om samen iets te doen klopt wat mij betreft helemaal. Het was een beetje een droom die uitkwam." "Uniqlo en ikzelf hebben hetzelfde uitgangspunt: you make the garment, the garment doesn't make you. Als consument geef je een kledingstuk leven. Dat heb ik altijd geloofd. Ik suggereer natuurlijk wel looks op de catwalk, maar in feite is het veel opwindender om iemand te zien, in een luchthaven of op straat, in kleren die jij hebt ontworpen. Daar gaat echt niets boven. Je kijkt even in iemands leven, en ziet hoe die persoon jouw werk interpreteert. Soms denk je: zo had ik het zelf niet gezien. Waardoor je opnieuw gaat nadenken. Je staat meteen weer met je voeten op de grond.""Toen ik tien jaar geleden mijn eigen merk begon, was ik geobsedeerd door die beroemde foto van Robert Mapplethorpe en Patti Smith, beiden in T-shirts. Ik vond dat gender geen rol zou mogen spelen in mode. Dat mode niet moest gaan over mannen of vrouwen, maar over kledingstukken die beide geslachten kunnen aanspreken. Ik wil grenzen neerhalen. Kleren maken waarmee zowel mannen als vrouwen zich kunnen identificeren. De collectie voor Uniqlo is grotendeels uniseks. Maar uiteindelijk moet je de consument wel de keuze laten. Als je alles dicteert, is er geen vrijheid meer." Anderson denkt niet dat hij deze collectie voor een ander winkelstraatmerk had kunnen maken. "Uniqlo is anders dan de andere winkelstraatmerken omdat ze heel precies werken. De formule is duidelijk. Wanneer ze iets nieuws lanceren, dan werken ze eraan tot het perfect is. Resultaat: als ik 's ochtends opsta, hoef ik niet na te denken over wat ik ga dragen. Omdat Uniqlo dat al in mijn plaats heeft gedaan." "Tezelfdertijd is het best moeilijk om iets te doen dat Uniqlo eigenlijk al gedaan heeft. Uniqlo hééft geweldige T-shirts, geweldige hemden, geweldige kasjmier truien. Hoe geef je een twist aan die klassiekers? Dat was voor mij de uitdaging." Hij is nog het meest trots op zijn geruite donsjas. "Ik wou altijd al een puffer jacket in mijn eigen collectie, maar ik ben er nooit ernstig aan begonnen omdat je als onafhankelijke ontwerper toch niet kunt opboksen tegen de technologie en de prijzen van Uniqlo." Ha, de democratische component. Met Uniqlo bereikt Anderson, net als met Topshop enkele jaren geleden, een enorm publiek. De kleren zijn bovendien, in vergelijking met Loewe, relatief goedkoop. "Uniqlo is voor iedereen, Converse is voor iedereen. Als ontwerper wil ik me engageren op elk niveau, en voor elk project dat ik onderneem, hoop ik dat mensen de producten kopen omdat ze zich erin kunnen vinden. Ik vind het al geweldig als ze er gewoon naar kijken.""Er is een grote transformatie bezig in de mode. De consumenten zijn veranderd, en de merken trachten de consumenten bij te benen. Het is, wat mij betreft, een geweldig moment. Mensen willen in de eerste plaats goed design. Ik stop alles in mijn werk. Omdat ik erin geloof, en omdat ik het graag doe. En het klopt ook allemaal: de kleren voor Uniqlo naast mijn eigen merk naast Loewe naast de schoenen voor Converse." "En als sommige mensen het maar niks vinden? Ook goed."