Dit vak was nooit mijn droom. Ik had geen naaiervaring toen ik aan de modeopleiding van Central Saint Martins begon, maar in 1978 mocht ik mijn achterstand inhalen bij het Londense couturehuis Lachasse. Ik begreep al gauw dat het veel leuker werken was bij de modisten in het hoedenatelier dan bij de serieuze en zwijgzame kleermakers, dus vroeg ik om een overstap. De liefde voor hoeden kwam meteen - een eurekamoment.
...

Dit vak was nooit mijn droom. Ik had geen naaiervaring toen ik aan de modeopleiding van Central Saint Martins begon, maar in 1978 mocht ik mijn achterstand inhalen bij het Londense couturehuis Lachasse. Ik begreep al gauw dat het veel leuker werken was bij de modisten in het hoedenatelier dan bij de serieuze en zwijgzame kleermakers, dus vroeg ik om een overstap. De liefde voor hoeden kwam meteen - een eurekamoment. Het internaat maakte een rebel van me. Die jaren in Liverpool waren goed voor mijn zelfredzaamheid en leerden me optrekken met anderen, maar de strenge Britse opvoeding was verschrikkelijk. Zoals elke jongere met gezond verstand in die tijd werd ik een punker, maar niet voor lang: ik wilde zelf creatief zijn en mijn eigen uitlaatklep creëren, in plaats van mee te surfen op andermans rebellie. Mode is zelfexpressie. Voor mijn generatie draaide het eind jaren zeventig, begin jaren tachtig helemaal daarom. De malaise in de Britse samenleving was groot en als je als jongere iets wilde in het leven, moest je er zelf voor zorgen. Dat moedigde ons aan om te breken met die oude wereld. De New Romantics, die enorme explosie van creativiteit in de undergroundclubs, van MTV, de beeldcultuur en jongerenmode: dat ging allemaal om het creëren van onze eigen wereld, vooral niet zoals je ouders zijn. Ik herinner me nog hoe dom en irrelevant ik mijn oudere zus vond, en die is maar zes jaar ouder. ( lacht) Toen ik mijn atelier opende, waren hoeden het lelijke eendje van de mode. Ze stonden voor etiquette en het establishment - te beginnen bij koningin Elizabeth. Dat was ook een deel van mijn rebellie: iets doen waar niemand zich aan wilde wagen. Maar wel op mijn manier: ik maakte hoeden om mee naar de discotheek te gaan en te dansen. De kunst is om te weten wanneer je moet stoppen. Te lang aan een hoed werken maakt hem zelden beter, ook al lijkt hij nooit op wat je in gedachten had. Om het even welk object groeit onafhankelijk van je oorspronkelijke idee, en uiteindelijk behoort alles tot een continuüm - voor je het weet werk je aan een ander model. Mensen geven je carte blanche, tot ze zeggen dat het niet goed is. ( lacht) Hoe dan ook is samenwerken met een ontwerper altijd onderhandelen, een beetje geven en nemen. Ik doe in Londen graag mijn eigen ding, maar daarom is precies het tegenovergestelde doen ook leuk. Dan laat je dat ego voor wat het is, en werk je louter op je talent. Je moet ook het verschil kunnen maken tussen wat je wilt en waar je goed in bent. Totale vrijheid bestaat niet: elke klant is een briefing op zich. Als een hoed af is, laat ik hem los op de wereld. Ik zal nooit een opmerking maken als mensen een ontwerp anders dragen dan hoe ik het zag, of als ze dingen zien in een hoed waarin ik me niet herken. Extravagant en excentriek genoemd worden is soms vermoeiend, maar dat zijn de regels van het spel: je doet iets, en vervolgens leidt het zijn eigen leven. Als designer is het niet gezond om grenzen te trekken: laat mensen hun eigen ding doen met je werk en sta open voor alles. Ik doe niet aan nostalgie. Het was geweldig om jong te zijn, om uit te gaan en in zo'n opwindende tijd in het midden van de actie te zitten, maar vervolgens begin ik aan een nieuw verhaal. Mode is constante verandering: zolang de wereld draait, zal er altijd een nieuw seizoen zijn. Een leuke outfit verzacht de donkerste momenten. Dat was zo in het homofobe Groot-Brittannië van mijn jeugd, tijdens de aidscrisis, en ook in deze tijden. De mode is frivool en soms onnozel, maar ook een geweldig tegengif. Als ik tijdens de lockdown dit voorjaar naar het atelier wandelde, haalde ik alles uit de kast: een driedelig pak met gouden knopen, diamanten manchetknopen, een nieuwe hoed - ik leek wel een kerstboom. ( lacht) Maar in het leven heb je altijd de keuze om te huilen of te lachen, en als alles morgen vergaat, wil ik er ten minste goed uitzien.