In 1925 won de Fransman René Lacoste zowel Roland Garros als Wimbledon in de tennistenue van toen: lange broek, das en een volledig toegeknoopt hemd met lange mouwen. Een jaar later mepte hij zich naar de eerste plaats op de wereldranglijst in korte mouwen, een look die volgens Lacoste comfortabeler was om in ...

In 1925 won de Fransman René Lacoste zowel Roland Garros als Wimbledon in de tennistenue van toen: lange broek, das en een volledig toegeknoopt hemd met lange mouwen. Een jaar later mepte hij zich naar de eerste plaats op de wereldranglijst in korte mouwen, een look die volgens Lacoste comfortabeler was om in te tennissen. Wanneer hij in 1933 het modelabel Lacoste oprichtte en daarmee het poloshirt op de wereld losliet, noemde hij het witte kledingstuk gewoon 'tennisshirt'. Het katoen was luchtdoorlatend dankzij de petit piqué-techniek, en de stijve kraag bleef netjes op zijn plaats tijdens het sporten. Dat laatste had hij afgekeken van de traditionele uniformhemden met vastgeknoopte kraag die de Britten meebrachten uit India, het geboorteland van de polosport. Op Lacostes shirt prijkte een lachende krokodil, naar zijn bijnaam, die hij volgens uiteenlopende geruchten kreeg door zijn grote neus, verbeten tennisstijl of een verloren weddenschap om een tas van krokodillenleer. Het poloshirt groeide uit tot het symbool van de levensstijl van de welgestelden. Dat de mods het net een anti-establishmentboodschap meegaven in de fifties en sixties, veranderde daar weinig aan. Het kledingstuk bleef het toonbeeld van casual chic, ook in andere kleuren dan het originele wit. Intussen is Lacoste lang niet de enige met poloshirts in zijn collectie. Zo krijgt Le Crocodile onder meer concurrentie van Ralph Lauren, die in 1972 een volledige kledinglijn vernoemde naar de polosport. Door die zet won de benaming 'poloshirt' nog meer aan populariteit.