Roy Halston Frowick had, zo werd weleens gezegd, handen van goud. Hij was knap, een all American boy uit Des Moines, en getalenteerd. Halston begon als hoedenmaker: Jacqueline Kennedy droeg zijn pillbox hat voor de inhuldiging van JFK, misschien de beroemdste hoed van de twintigste eeuw. Hij lanceerde een eerste kledingcollectie in 1966, scoorde met hotpants en met outfits van Ultrasuede, een in Japan vervaardigd, wasmachinebestendig imitatieleer. Hij kleedde Elizabeth Taylor, Pat Cleveland, Bianca Jagger en Katherine Graham van The Washington Post. "Hij maakte high fashion van de typisch Amerikaa...

Roy Halston Frowick had, zo werd weleens gezegd, handen van goud. Hij was knap, een all American boy uit Des Moines, en getalenteerd. Halston begon als hoedenmaker: Jacqueline Kennedy droeg zijn pillbox hat voor de inhuldiging van JFK, misschien de beroemdste hoed van de twintigste eeuw. Hij lanceerde een eerste kledingcollectie in 1966, scoorde met hotpants en met outfits van Ultrasuede, een in Japan vervaardigd, wasmachinebestendig imitatieleer. Hij kleedde Elizabeth Taylor, Pat Cleveland, Bianca Jagger en Katherine Graham van The Washington Post. "Hij maakte high fashion van de typisch Amerikaanse look", zei Liza Minnelli, zijn beste vriendin, die elk seizoen een nieuwe, op maat gemaakte zwarte fluwelen pantalon kreeg toegestuurd. In de seventies was Halston gigantisch. Hij handelde niet alleen in kleren, maar ook in cosmetica, handtassen, koffers, beddengoed en tapijten. En in uniformen: voor de Girl Scouts, voor de autoverhuurders van Avis, voor de stewardessen van Braniff Airways. Sister Sledge namedropte hem in de discohit He's The Greatest Dancer: " Halston, Gucci, Fiorucci." Halston was een vernieuwer, een verfijnde modernist. Hij was megalomaan, maar tegelijk ook onzeker. Hij bracht zijn nachten door in Studio 54 en zijn namiddagen in zijn glazen hoofdkwartier langs Fifth Avenue, op de 21ste verdieping van de Olympic Building. Zijn succes was relatief kortstondig. Het liep mis toen hij een collectie lanceerde voor de discountketen JCPenney, in die periode ook het moederbedrijf van de Belgische supermarkten Sarma en Nopri. High fashion voor bodemprijzen was op dat moment ongezien. Huisvrouwen in Albuquerque of Omaha zaten er, zo bleek snel, niet op te wachten. En erger: Halstons meest prestigieuze klant, warenhuis Bergdorf Goodman, liet hem vallen. Hij stopte met ontwerpen in 1984, een jaar nadat zijn bedrijf was opgeslokt door een textielgigant. Hij overleed in 1990, amper 57, aan de gevolgen van aids. Hij was een jaar eerder naar de westkust verhuisd, waar hij in zijn Rolls-Royce convertible met chauffeur langs de Pacific Highway reed. De American dream was toch vooral een nachtmerrie. Halston is sindsdien talloze keren van eigenaar veranderd. Er zijn meerdere pogingen ondernomen om het merk te herlanceren, onder meer door cosmeticagigant Revlon en, veel later, door filmproducer en boosdoener Harvey Weinstein, met Sarah Jessica Parker als chief creative officer. "Sarah en ik hebben wel iets beters te doen met onze tijd", sprak Weinstein in 2011 toen hij na vier jaar de stekker uit Halston trok. Tom Ford, die als achttienjarige twink weleens bij Halston over de vloer kwam, bleef altijd een fan: net voor de pandemie kocht hij het huis van de ontwerper, een adembenemende bachelor pad van cultarchitect Paul Rudolph in East 63rd Street in Manhattan. "Ik kopieerde de sofa's en stoelen van Halston al toen ik nog bij Gucci werkte", zei Ford onlangs in Interview. "Ik heb ze gekopieerd voor mijn eigen winkels. Ik ben er intens mee vertrouwd." De mythe kan niet stuk.