Sofie Van de Velde: 'Anne en ik kennen elkaar al even. We hebben elkaar ontmoet op een kunstbeurs, vijf jaar geleden. We maakten toen allebei een moeilijke periode door. Annes toenmalige echtgenoot kon elk moment overlijden aan kanker en mijn vader was zwaar ziek, ook kanker. Toen hebben we ons eerste en meteen erg serieuze gesprek gevoerd. Herinner je je dat nog?

Anne Kurris: 'Natuurlijk. En de jaren daarna hebben we veel gemeenschappelijke interesses ontdekt. Zo houden Sofie en ik allebei enorm van champagne. (lacht) Maar we delen ook een passie voor kunst en mode. Sofie is bovendien onderwijswetenschapster van opleiding, ik geef les aan mode- en illustratiestudenten en we vinden het allebei belangrijk om andere vrouwen te inspireren.'

Van de Velde: 'Maar ik heb je nog nooit officieel mogen interviewen en eigenlijk heb ik wel wat vragen voor je. Zoals: wat maakt dat je al twintig jaar blijft doorgaan, in een toch wel moeilijke sector?'

Het is belangrijk dat vrouwen elkaar helpen.

Kurris: 'De passie voor mijn vak. Ik wil creëren, mezelf kunnen uitdrukken en omgaan met andere mensen die creatief bezig zijn. Zo eenvoudig is het. Dat is toch ook wat jou drijft?'

Van de Velde: 'Ja, maar je had ook in dienst van een grote ontwerper kunnen werken. In plaats daarvan koos je voor een eigen label.'

Kurris: 'Ik ben eigenlijk grafisch vormgever van opleiding en heb het geluk gehad dat ik in het begin mocht werken voor fantastische mensen als Dries Van Noten, Walter Van Beirendonck en Dirk Van Saene. Tot ik op een dag mijn uitgesproken ideeën niet langer kwijt kon. Dat frustreerde me, dus besloot ik een eigen label te beginnen. Ontwerpen die eigenlijk bedoeld waren voor papier begon ik op textiel te drukken en met mijn eerste posterjurkjes ben ik meteen bekend geworden. Ik kende nochtans weinig van mode. Ik ben echt een autodidact.'

Van de Velde: 'Haalde je je drive uit het feit dat je geen klassieke modeopleiding had genoten?'

Kurris: 'Aanvankelijk wel, maar al snel kwamen de hindernissen op mijn pad. Ik wist niets van textiel, of van werken met fabrikanten. Ik was vastbesloten die obstakels te overwinnen, maar toch heb ik me in het begin vaak slecht gevoeld. Uiteindelijk vond ik mijn draai en vandaag ben ik blij dat ik mijn terrein heb kunnen verschuiven. Dat heb jij uiteindelijk ook gedaan, Sofie. Je bent onderwijswetenschapster; pas vijf jaar geleden stapte je de kunstwereld in. Waarom die omweg?'

Van de Velde: 'Dat had met mijn vader te maken, Ronny Van de Velde, die in Antwerpen al jaren een succesvolle galerie had. Op mijn achttiende begon ik te werken voor hem en mijn moeder, zijn rechterhand, maar mijn ouders wisten zoveel over kunst dat ik al snel merkte dat ik het verschil niet kon maken. Omdat ik graag iets wou toevoegen aan de wereld ging ik met kansarme jongeren werken, zonder de kunstsector uit het oog te verliezen. Ik bleef voor mijn vader naar veilingen gaan en de wereld rondvliegen. Toen hij in 2010 erg ziek werd, heb ik een promotie in de sociale sector opgegeven om weer voor hem te gaan werken. In 2013 opende ik mijn eigen galerie. Ik wou met levende kunstenaars werken, terwijl mijn vader een passie koestert voor het werk van reeds overleden kunstenaars.'

Kurris: 'Wat maakt jouw galerie anders dan de anderen? Waarom kreeg jij op Art Basel die award voor meest creatieve en innovatieve galerie?'

Van de Velde: 'De jury was onder de indruk van het feit dat ik zo opensta voor samenwerkingen, zowel met musea en kunstenaars als met andere galeries. De kunstwereld is een heel concurrentiële sector, maar de klassieke 'ieder voor zich'-manier van werken heeft volgens mij geen toekomst meer. Ik heb een eigen galerie in Berchem, maar op het Zuid in Antwerpen heb ik een tweede ruimte van vierhonderd vierkante meter die ik deel met een andere galerist, Jason Poirier van Plus-One Gallery. We delen onze kennis, contacten, maar ook praktische zaken zoals opslagruimte en een bestelwagen. Bij de opening van het pand hebben we samen één welkomstreceptie gegeven en mensen die de ene galerie bezoeken, kunnen meteen ook de andere ontdekken. Onze beide teams zien alleen maar een meerwaarde in die manier van werken, wat niet betekent dat er bij momenten geen gezonde concurrentie tussen ons hangt. Ook voor mijn kunstenaars ben ik voortdurend op zoek naar samenwerkingen met internationale galeries. Ik zie mezelf eerder als een ondernemer in kunst dan als een galerist en ik voel me oprecht gelukkig als een andere galerist perfect begrijpt wat ik wil doen en enthousiast mee begint te brainstormen. In de mode zijn samenwerkingen toch ook almaar belangrijker?'

Kurris: 'Zeker. Ik heb de Belgische kindermode internationaal mee op de kaart mogen zetten, maar dat was niet gelukt als andere Belgische kindermerken zoals Max & Lola, Maan of Rita co Rita niet mee aan de kar hadden getrokken. Intussen is de modewereld zodanig veranderd dat er vandaag heel nieuwe manieren van samenwerken nodig zijn. Het oude werkingsmodel, zoals ik het heb gekend, is in zijn slotfase beland. Dat is ook waarom ik er na twintig jaar bewust een punt achter zet. Het is aan de jonge generatie designers om dat nieuwe hoofdstuk te trekken.'

Van de Velde: 'Je hebt je laatste collectie heel openlijk aangekondigd?'

Kurris: 'Ja, ik wou niet in stilte een punt zetten achter mijn carrière. Ik ben trots op de voorbije twintig jaar en heb veel positieve reacties ontvangen op mijn beslissing, tot kindertekeningen toe. Ik zie stoppen niet als een mislukking, of als het einde van mijn leven. Ik blijf lesgeven aan studenten van de Modeacademie en studenten illustratie van Sint Lucas Antwerpen.'

Van de Velde: 'Je nieuwe echtgenoot heeft ook een kunstgalerie. Ga je hem daar in de toekomst in bijstaan?'

Kurris: 'Zeker, ik ga graag om met kunstenaars. Het zijn vaak mensen die anders denken en ik hou zowel van sterke persoonlijkheden als van mensen die zich kwetsbaar durven op te stellen. Is het voor jou altijd gemakkelijk om jezelf te zijn, in een mannelijke branche?'

Van de Velde: 'De kunstsector is nog altijd erg patriarchaal. Mijn collega Jason heeft net als ik een nieuw samengesteld gezin met vier kinderen en probeert werk en privé even hard te balanceren als ik. Alleen wordt hij daar nooit negatief op aangesproken. Als ik het even zwaar heb, wordt mij door iedereen, van de bakker tot de kapper, een schuldgevoel aangepraat: 'Zou je niet wat minder hard werken?' Het zegt veel over hoe geëmancipeerd onze samenleving is. Altijd als ik een vrouwelijke kunstenaar vooruit kan helpen, of een mooie deal sluit met een andere galeriste, voel ik me dan ook net ietsje gelukkiger. Het is belangrijk dat vrouwen kunnen bloeien en elkaar helpen. Ook mijn team bestaat enkel uit vrouwen. Ik geloof dat we het verschil kunnen maken.'

Kurris: 'Amen. En dan nu champagne?'