Op de negende editie van de Brussels Fashion Days is het wegens de coronacrisis wachten tot volgend jaar, maar een nieuwe speler in de Brusselse modewereld waagt dit weekend wel de sprong: Brussels Fashion Week brengt van zondag tot en met donderdag zelfstandige ontwerpers uit binnen- en buitenland samen in de Ateliers des Tanneurs, een geklasseerd art nouveau-complex dat van 1900 tot 1956 de voormalige warenhuizen Merchie-Pède herbergde en nu onder meer een biomarkt en coworking spaces omvat. Naast 24 catwalkshows staan onder meer kortfilms op de affiche en talks rond thema's als duurzaamheid, storytelling, het lichaam als sociale constructie en inclusiviteit.

Hokjesdenken

Gevestigde Belgische labels en ontwerpers zijn niet te vinden op het evenement, zegt oprichter Melani Jaftha-Barnes, wel mannen- en vrouwenontwerpers uit binnen- en buitenland die zelden gehoor vinden in de traditionele modewereld. Voorbeelden zijn onder meer de vrouwencollecties van de Senegalese, in Brussel gevestigde Ndiaga Diaw, de Braziliaanse Josemar Rufino Santana uit Valkenswaard, en Rafael Dorian, een Arabisch-Andalusische ontwerper uit Brussel die zich in kaftans specialiseerde.

'Veel van onze deelnemers worden doorgaans in het hokje van de alternatieve of etnische mode gestoken', zegt de Zuid-Afrikaanse Jaftha-Barnes, die in 1998 van Kaapstad naar Brussel verhuisde en zich na jobs in hotelmanagement en de diplomatieke wereld toelegde op de organisatie van evenementen als het International Fashion Film Festival Brussels. 'Voor mij zijn zulke labels outdated en absurd. Waarom noemen we een collectie van een Indiase ontwerpster etnisch, maar die van een Franse ontwerpster niet? Zijn de collecties die in Parijs of Milaan getoond worden en vaak maar door een heel beperkt publiek gedragen worden dan niet alternatief? Voor mij is het echt tijd om komaf te maken met zulke hokjes en gewoon van mode, creativiteit en zelfexpressie te spreken, los van de afkomst van de ontwerper. Belgische labels staan in mijn ogen vrij voorzichtig en afwachtend tegenover een lokale modeweek met een inclusieve aanpak, maar mode is meer dan wat de gevestigde modeweken tonen.'

Brussel Fashion Week-oprichter Melani Jaftha-Barnes., Wim Denolf
Brussel Fashion Week-oprichter Melani Jaftha-Barnes. © Wim Denolf

Gesloten wereld

Inclusiviteit loopt als een rode draad door het ganse opzet, legt Jaftha-Barnes uit, van het deelnemersveld tot het beoogde publiek. 'Voor zelfstandige ontwerpers kost het handenvol geld om collecties te produceren, velen hebben gewoon niet de centen om een modeshow te organiseren, laat staan om deel te nemen aan de grote modeweken. Heel veel getalenteerde jonge ontwerpers starten vol goede moed een eigen label, om er na enkele jaren de brui aan te geven en iets totaal anders te gaan doen. Hier betalen ze zich niet blauw om zichtbaar te zijn. Om zoveel mogelijk mensen een kans te geven hebben we de prijs om deel te nemen bewust laag gehouden.'

Ook bij de modellencasting werd onder de noemer 'INCFAB - inclusive fashion, art and beauty' - zo breed mogelijk gezocht: naast jonge vrouwen en mannen met standaardmaten waren ook andere potentiële modellen en mensen met tatoeages, piercings of rimpels geïnteresseerden welkom. En anders dan de traditionele modeweken, mikt Brussels Fashion Week niet enkel op aankopers en andere modeprofessionals: iedereen met een hart voor mode kan een ticket kopen voor de shows in de Ateliers des Tanneurs.

Eveneens aanwezig op Brussels Fashion Week is Kumesu, het Nigeriaanse handtassenlabel van Betu Kumesu., GF / Kumesu
Eveneens aanwezig op Brussels Fashion Week is Kumesu, het Nigeriaanse handtassenlabel van Betu Kumesu. © GF / Kumesu

'De mode-industrie is al bij al een gesloten wereld', zegt Jaftha-Barnes. 'Bij ons gaat het niet om wat je doet, wie je bent of wie je kent. Bij ons kan iedereen een show bijwonen en vervolgens de showrooms bezoeken. Daar kun je de collectie dan van dichtbij zien, kennismaken met de ontwerpers en het verhaal achter de stukken ontdekken.' De aanpak maakt mode toegankelijk voor een publiek dat er zich anders misschien nooit voor zou interesseren, meent de initiatiefneemster. 'Het hele aura van exclusiviteit rond mode komt niemand ten goede. Zeker niet op een moment dat zoveel zelfstandige ontwerpers met geannuleerde bestellingen en onverkochte stukken zitten.'

De sprong wagen

Van de 56 ontwerpers die zich aanvankelijk inschreven, bleven er door de coronacrisis en de aanhoudende onzekerheid rond internationale reizen uiteindelijk 24 over, legt Jaftha-Barnes uit. 'Covid-19 stuurde ons oorspronkelijke plan om het evenement in april te lanceren in de war, en door de voortdurend veranderende regels moesten we zowel de locatie als het programma tot het laatste moment bijsturen. Een meevaller was dat onze modeweek altijd zowel een fysiek als een digitaal evenement zou zijn, terwijl anderen zich meer moesten aanpassen.'

Aan een voorspelling van bezoekersaantallen wil Jaftha-Barnes zich niet wagen. 'Op een bepaald moment werd het onmogelijk om daar nog voorspellingen over te doen, maar daar heb ik me bij neergelegd. Het belangrijkste is dat we er staan en dat Brussels Fashion Week doorgaat. Omdat de hoofdstad van Europa en de ontwerpers een dergelijk mode-evenement nodig hebben, maar ook omwille van het grotere plaatje. Mijn twee kinderen zijn net als ikzelf mixed-race, zij weten dat mijn ouders onder het apartheidssysteem niet konden trouwen met elkaar. Dit is mijn manier om hen te tonen dat je soms gewoon de sprong moet wagen, maar ook dat de wereld verandert. We zijn allemaal anders en allemaal gelijk, en een gemeenschappelijke passie volstaat om mensen uit de ganse wereld samen te brengen.'

Brussels Fashion Week loopt van 4 tot 7 oktober in de Ateliers des Tanneurs, Huidevettersstraat 60A, 1000 Brussel.

Op de negende editie van de Brussels Fashion Days is het wegens de coronacrisis wachten tot volgend jaar, maar een nieuwe speler in de Brusselse modewereld waagt dit weekend wel de sprong: Brussels Fashion Week brengt van zondag tot en met donderdag zelfstandige ontwerpers uit binnen- en buitenland samen in de Ateliers des Tanneurs, een geklasseerd art nouveau-complex dat van 1900 tot 1956 de voormalige warenhuizen Merchie-Pède herbergde en nu onder meer een biomarkt en coworking spaces omvat. Naast 24 catwalkshows staan onder meer kortfilms op de affiche en talks rond thema's als duurzaamheid, storytelling, het lichaam als sociale constructie en inclusiviteit.Gevestigde Belgische labels en ontwerpers zijn niet te vinden op het evenement, zegt oprichter Melani Jaftha-Barnes, wel mannen- en vrouwenontwerpers uit binnen- en buitenland die zelden gehoor vinden in de traditionele modewereld. Voorbeelden zijn onder meer de vrouwencollecties van de Senegalese, in Brussel gevestigde Ndiaga Diaw, de Braziliaanse Josemar Rufino Santana uit Valkenswaard, en Rafael Dorian, een Arabisch-Andalusische ontwerper uit Brussel die zich in kaftans specialiseerde.'Veel van onze deelnemers worden doorgaans in het hokje van de alternatieve of etnische mode gestoken', zegt de Zuid-Afrikaanse Jaftha-Barnes, die in 1998 van Kaapstad naar Brussel verhuisde en zich na jobs in hotelmanagement en de diplomatieke wereld toelegde op de organisatie van evenementen als het International Fashion Film Festival Brussels. 'Voor mij zijn zulke labels outdated en absurd. Waarom noemen we een collectie van een Indiase ontwerpster etnisch, maar die van een Franse ontwerpster niet? Zijn de collecties die in Parijs of Milaan getoond worden en vaak maar door een heel beperkt publiek gedragen worden dan niet alternatief? Voor mij is het echt tijd om komaf te maken met zulke hokjes en gewoon van mode, creativiteit en zelfexpressie te spreken, los van de afkomst van de ontwerper. Belgische labels staan in mijn ogen vrij voorzichtig en afwachtend tegenover een lokale modeweek met een inclusieve aanpak, maar mode is meer dan wat de gevestigde modeweken tonen.'Inclusiviteit loopt als een rode draad door het ganse opzet, legt Jaftha-Barnes uit, van het deelnemersveld tot het beoogde publiek. 'Voor zelfstandige ontwerpers kost het handenvol geld om collecties te produceren, velen hebben gewoon niet de centen om een modeshow te organiseren, laat staan om deel te nemen aan de grote modeweken. Heel veel getalenteerde jonge ontwerpers starten vol goede moed een eigen label, om er na enkele jaren de brui aan te geven en iets totaal anders te gaan doen. Hier betalen ze zich niet blauw om zichtbaar te zijn. Om zoveel mogelijk mensen een kans te geven hebben we de prijs om deel te nemen bewust laag gehouden.'Ook bij de modellencasting werd onder de noemer 'INCFAB - inclusive fashion, art and beauty' - zo breed mogelijk gezocht: naast jonge vrouwen en mannen met standaardmaten waren ook andere potentiële modellen en mensen met tatoeages, piercings of rimpels geïnteresseerden welkom. En anders dan de traditionele modeweken, mikt Brussels Fashion Week niet enkel op aankopers en andere modeprofessionals: iedereen met een hart voor mode kan een ticket kopen voor de shows in de Ateliers des Tanneurs.'De mode-industrie is al bij al een gesloten wereld', zegt Jaftha-Barnes. 'Bij ons gaat het niet om wat je doet, wie je bent of wie je kent. Bij ons kan iedereen een show bijwonen en vervolgens de showrooms bezoeken. Daar kun je de collectie dan van dichtbij zien, kennismaken met de ontwerpers en het verhaal achter de stukken ontdekken.' De aanpak maakt mode toegankelijk voor een publiek dat er zich anders misschien nooit voor zou interesseren, meent de initiatiefneemster. 'Het hele aura van exclusiviteit rond mode komt niemand ten goede. Zeker niet op een moment dat zoveel zelfstandige ontwerpers met geannuleerde bestellingen en onverkochte stukken zitten.'Van de 56 ontwerpers die zich aanvankelijk inschreven, bleven er door de coronacrisis en de aanhoudende onzekerheid rond internationale reizen uiteindelijk 24 over, legt Jaftha-Barnes uit. 'Covid-19 stuurde ons oorspronkelijke plan om het evenement in april te lanceren in de war, en door de voortdurend veranderende regels moesten we zowel de locatie als het programma tot het laatste moment bijsturen. Een meevaller was dat onze modeweek altijd zowel een fysiek als een digitaal evenement zou zijn, terwijl anderen zich meer moesten aanpassen.'Aan een voorspelling van bezoekersaantallen wil Jaftha-Barnes zich niet wagen. 'Op een bepaald moment werd het onmogelijk om daar nog voorspellingen over te doen, maar daar heb ik me bij neergelegd. Het belangrijkste is dat we er staan en dat Brussels Fashion Week doorgaat. Omdat de hoofdstad van Europa en de ontwerpers een dergelijk mode-evenement nodig hebben, maar ook omwille van het grotere plaatje. Mijn twee kinderen zijn net als ikzelf mixed-race, zij weten dat mijn ouders onder het apartheidssysteem niet konden trouwen met elkaar. Dit is mijn manier om hen te tonen dat je soms gewoon de sprong moet wagen, maar ook dat de wereld verandert. We zijn allemaal anders en allemaal gelijk, en een gemeenschappelijke passie volstaat om mensen uit de ganse wereld samen te brengen.'