Wie wil er nu geen job in de mode? Je detecteert als eerste de nieuwe trends, je werkt in een hypercreatieve omgeving en elk seizoen - in heel wat gevallen zelfs om de zes weken - liggen er nieuwe producten in de winkel. Toch ben ik telkens opnieuw verbaasd als iemand me vol vuur vertelt over zijn of haar plannen voor een nieuwe collectie, een nieuwe shop of een ander ambitieus modeproject. Ik zou ze veel sterkte en goede moed willen toewensen, maar dat klinkt zo negatief. Het feit dat jonge mensen de sprong durven te wagen, kun je alleen maar toejuichen. En dus geven we hun een verdiend duwtje in de rug met ons dossier Mode, durven en doen.
...

Wie wil er nu geen job in de mode? Je detecteert als eerste de nieuwe trends, je werkt in een hypercreatieve omgeving en elk seizoen - in heel wat gevallen zelfs om de zes weken - liggen er nieuwe producten in de winkel. Toch ben ik telkens opnieuw verbaasd als iemand me vol vuur vertelt over zijn of haar plannen voor een nieuwe collectie, een nieuwe shop of een ander ambitieus modeproject. Ik zou ze veel sterkte en goede moed willen toewensen, maar dat klinkt zo negatief. Het feit dat jonge mensen de sprong durven te wagen, kun je alleen maar toejuichen. En dus geven we hun een verdiend duwtje in de rug met ons dossier Mode, durven en doen. Een loopbaan uitbouwen in de modewereld is allerminst evident. Het is geen veilige carrièrekeuze, eerder een avontuurlijke uitdaging, en soms zelfs een hachelijke onderneming. De modesector is meer dan ooit een industrie waar verandering en onzekerheid de enige vaste waarden zijn. De sector is volop bezig zichzelf heruit te vinden: merken en multibrands twijfelen tussen een fysieke winkel, een online shop of beide. Labels weten niet meer hoeveel collecties ze nog moeten uitbrengen en wanneer ze die dan het best in de rekken hangen. En dan is er de steeds wispelturigere en kritischere consument die zich almaar meer vragen stelt bij de manier waarop en het materiaal waarmee de producten worden gemaakt. Maar dat schrikt ondernemende jongeren gelukkig niet af. Integendeel. Millennials (geboren tussen pakweg 1980 en 1995) en Generatie Z (geboren tussen 1996 en 2010), die weldra het gros van onze werkende bevolking zullen uitmaken, vinden uitdagingen en ontwikkelingskansen belangrijker dan geld en jobzekerheid. Daarin verschillen ze van vorige generaties. En dat is hoopgevend voor de modesector, waar innovatie, creativiteit en souplesse op alle echelons het hoogste goed zijn. Dankzij de digitalisering en de sociale media is het ook veel makkelijker geworden om als start-up door te breken en een wereldwijd succesverhaal te schrijven. De nieuwe generaties zijn opgegroeid in een digitale wereld en weten heel goed hoe ze de jonge trendsetters van vandaag moeten bereiken: via Snapchat , Instagram en YouTube. De grote modespelers kijken zeer geboeid naar de bedrijfjes van digital natives. Multinationals als LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy) en H&M investeren gretig in innovatieve modestart-ups. Ze zijn voortdurend op zoek naar nieuwe technologieën en alternatieve manieren van werken, want ze beseffen dat ze moeten innoveren om te overleven. Ze gebruiken steeds vaker de typische start-upmindset, de cultuur van 'ontwikkelen-testen-leren', om hun eigen bureaucratie te overwinnen en succesvol om te gaan met de almaar snellere veranderingen in de sector. Zelfs de trend van het consuminderen hoeft geen nadeel te zijn voor beginnende modespelers. Wat in eerste instantie onheilspellend klinkt, is vooral goed nieuws voor wie bijzondere, kwaliteitsvolle spullen op de markt wil brengen. Het is een veelbelovende niche die perfect aansluit op de tijdsgeest. En je kunt er met beperkte middelen, stapje voor stapje, je eigen plek veroveren. Zeker met het label 'Made in Belgium', want ondanks de hoge loonkost, blijven de vakkennis, het vakmanschap en de flexibiliteit van onze Belgische fabrikanten geweldige troeven.