In de Vlaamse huiskamers speelt een stille revolutie: we koken met restjes, kopen lokaal en dromen met z'n allen van een beter morgen. Morgen, het land van hoop en hoop doet leven.

De huidige crisis is een voorbode van de klimaatcrisis, ook die kent geen grenzen en sluipt gestaag binnen in ons alledaags bestaan. We kunnen niet blijven doormodderen en vasthouden aan het economische model dat ons hier heeft gebracht. We hebben nood aan systeemverandering.

De voorbije weken werd duidelijk dat het mogelijk is om grote verandering door te voeren op korte termijn. De vraag is dus niet langer of verandering mogelijk is, maar wat we zullen doen om te bouwen aan een eerlijke, groene toekomst.

Er verandert niets als er niets verandert

Met argwaan kijken sommigen naar de lange wachtrijen bij wegwerpwinkels eerder deze week. Waren we net een stap vooruit met onze stille revolutie, nemen we er plots twee terug. De consument wil blijkbaar graag duurzaam, maar niet duur...

Een consument is volgens het economisch woordenboek een eindverbruiker van goederen en diensten. En daar, in deze lineaire aanpak, knelt het schoentje. We delven grondstoffen, verwerken ze tot een product en gooien dat na een kort gebruik weg, de zogenaamde "take-make-waste".

Circulaire initiatieven moeten de mode uit de crisis trekken

Maar er is hoop, we kunnen overstappen van een lineaire naar een circulaire economie. Een economie waar niets verloren gaat en grondstoffen eindeloos in het systeem blijven circuleren.

Meer met minder

De overstap naar een circulaire economie vereist veel meer dan grondstoffen recycleren. Het gaat over nieuwe waardecreatie en -behoud. Anders ontwerpen, meer nadruk op (her)gebruik, herstel en nieuwe bedrijfsmodellen.

Zo legt de huidige crisis de pijnpunten van de mode-industrie bloot. De sector is vervuilend, kwetsbaar door de lange waardeketen, er wordt te veel geproduceerd en er is gebrek aan transparantie. Wereldwijd is ze verantwoordelijk voor 10 procent van de CO2 uitstoot, dat is meer dan de scheep- en luchtvaartindustrie samengeteld.

Op dit moment wordt wereldwijd minder dan 1 procent van de ingezamelde kledij tot hoogwaardig textiel gerecycleerd. Een onderzoek van Labfresh toont aan dat elke Belg per jaar ongeveer 15 kilogram textiel weggooit, hiermee zijn we Europees kampioen kleding dumpen. Erger nog: vier op de tien Belgen draagt een vijfde van zijn kleding nooit.

We staan voor een enorme uitdaging, of is het een opportuniteit?

Voor de crisis betaalden steeds meer mensen om tijdelijk toegang te hebben tot producten of diensten, of om ze te delen, in plaats van te kopen. Bekende voorbeelden zijn Airbnb en Cambio maar ook in de mode-industrie is leasen aan een opmars bezig. Bij het denimlabel MUD Jeans betaal je een vast bedrag per maand. Uitgekeken op je jeans? Dan kan je ruilen voor een ander model of hem gewoon terug brengen. Je kan er ook voor kiezen om je jeans te houden met statiegeld, dan krijg je korting op een nieuw model bij inlevering van de oude. Deze oude jeans dient dan weer als grondstof voor een nieuwe.

Ook vanuit ons kot kunnen we slimmere keuzes maken, die niet eens veel moeten kosten. Websites zoals The next closet en Labellov spelen in op de groeiende e-commerce trend en bieden tweedehands, of beter preloved, items aan. Liever een kleinere kledingkast, maar wél genoeg keuze? Dan kunnen we binnenkort hopelijk even langs de kledingbibliotheek. Zo heb je bij de Noorderburen in Amsterdam LENA, waar je kleding kan lenen én kopen uit een hoogwaardige collectie van opkomende designers en duurzame labels.

Tachtig procent van de milieu-impact van een product wordt bepaald in de ontwerpfase

Digitalisatie, hergebruik en innovatie zullen een prominente plaats innemen. Maar ook samenwerking is cruciaal. Het is onmogelijk om een product circulair te maken zonder de hele waardeketen erbij te betrekken.

Een mooi voorbeeld is The Jeans Redesign, vorige zomer opgericht door het "Make Fashion Circular" initiatief van de Ellen Macarthur Foundation. De richtlijnen van dit initiatief om denim circulair te maken werden opgesteld door veertig experts. Om loze beloftes te vermijden, dient ieder bedrijf een plan in ter goedkeuring van de Ellen Macarthur Foundation alvorens ze kunnen deelnemen. Afgelopen maand alleen al kwamen er nog 17 merken bij, maar ook de leveranciersbasis groeit, met twee nieuwe kledingfabrikanten en zeven nieuwe textielfabrieken en wasserijen.

Elk heeft een rol te spelen bij de transformatie van het huidige systeem: merken moeten anders ontwerpen, fabrikanten moeten veiligere chemicaliën gebruiken en kledingstukken anders bouwen, stofleveranciers moeten anders inkopen, weven en verven. Biomaterialen moeten komen van regeneratieve landbouw.

Politieke wil mag niet verdwijnen in communautair drijfzand en we zullen met z'n allen meer burgerzin moeten tonen

Het Belgische Resortecs heeft innovatie en anders ontwerpen alvast goed begrepen. Ze ontwikkelden een oplosbaar garen waarbij een kledingstuk makkelijk kan worden gedemonteerd. Op die manier hopen ze het hergebruik van textielproducten op industriële schaal mogelijk te maken. Op Vlaamse bodem heb je Close the loop, een tool waarmee Flanders DC de mode-industrie wil laten kennismaken met duurzaam ondernemen en circulaire economie. Neem een kijkje in hun case-databank en laat je inspireren door enkele Belgische ondernemers zoals La fille d'O, Café Costume, HNST en Caroline Biss.

In Brussel kan je dan weer terecht bij MAD, een plek waar samenwerking, innovatie en nieuwe ondernemingsvormen gestimuleerd worden. Of zoals ze het zelf zo mooi verwoorden, "Een plek waar makers de toekomst vormgeven". Het zijn zulke initiatieven die onze Belgische mode uit de crisis moeten trekken.

Don't fight the system - change the rules

De transitie is mogelijk, maar dan moeten we niet wachten tot morgen. Politieke wil mag niet verdwijnen in communautair drijfzand en we zullen met z'n allen meer burgerzin moeten tonen.

Europa nam het voortouw met de European Green Deal, de routekaart die Europa tegen 2050 klimaatneutraal zal maken. Het hoeft niet te verbazen dat het nieuwe Actieplan Circulaire Economie een prominente plaats krijgt binnen deze EU Green Deal.

Via circulaire economie wil men het concurrentievermogen van de Europese industrie versterken, consumenten machtiger maken en de natuurlijke omgeving beschermen. Textiel vormt een van de zeven focussectoren omdat het potentieel voor circulariteit hoog is.

Het zal ons een hoop keuzestress besparen als enkel groene en circulaire producten worden toegelaten op de markt

Het plan bevat een reeks onderling samenhangende initiatieven, om ervoor te zorgen dat circulaire modellen de norm worden. Denk aan circulair productdesign aangezien 80 procent van de milieu-impact van een product wordt bepaald in de ontwerpfase. Minder afval en meer secundaire grondstoffen. Maar ook een coherent productbeleid, waarbij circulaire producten, diensten en bedrijfsmodellen de norm worden en onze consumptiepatronen zodanig veranderden dat afval bij voorbaat vermeden wordt.

Het zal ons een hoop keuzestress besparen als enkel groene en circulaire producten zullen toegelaten worden op de markt. Versnel deze transitie door herstelmaatregelen af te stemmen op mens en klimaat, maak overheidssteun afhankelijk van concrete transitieplannen in lijn met circulaire economie en klimaatdoelstellingen.

Dit kan door groene overheidsopdrachten, steun aan circulair en duurzaam ondernemen of investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Vergeet ook zeker een tax shift van arbeid naar grondstoffen en vervuiling niet. Zet duidelijke internationale spelregels op en werk juridische barrières weg. Om meer secundaire grondstoffen te gebruiken zullen we bijvoorbeeld definities rond afval moeten herzien.

Leasen en delen worden het nieuwe hebben, dus we herbekijken best de juridische regels rond eigendom en productaansprakelijkheid. Als we samen opkomen voor verandering, dan zorgen we vandaag voor een beter morgen. Morgen, het land van hoop en hoop doet leven.

In de Vlaamse huiskamers speelt een stille revolutie: we koken met restjes, kopen lokaal en dromen met z'n allen van een beter morgen. Morgen, het land van hoop en hoop doet leven.De huidige crisis is een voorbode van de klimaatcrisis, ook die kent geen grenzen en sluipt gestaag binnen in ons alledaags bestaan. We kunnen niet blijven doormodderen en vasthouden aan het economische model dat ons hier heeft gebracht. We hebben nood aan systeemverandering.De voorbije weken werd duidelijk dat het mogelijk is om grote verandering door te voeren op korte termijn. De vraag is dus niet langer of verandering mogelijk is, maar wat we zullen doen om te bouwen aan een eerlijke, groene toekomst. Met argwaan kijken sommigen naar de lange wachtrijen bij wegwerpwinkels eerder deze week. Waren we net een stap vooruit met onze stille revolutie, nemen we er plots twee terug. De consument wil blijkbaar graag duurzaam, maar niet duur...Een consument is volgens het economisch woordenboek een eindverbruiker van goederen en diensten. En daar, in deze lineaire aanpak, knelt het schoentje. We delven grondstoffen, verwerken ze tot een product en gooien dat na een kort gebruik weg, de zogenaamde "take-make-waste".Maar er is hoop, we kunnen overstappen van een lineaire naar een circulaire economie. Een economie waar niets verloren gaat en grondstoffen eindeloos in het systeem blijven circuleren. De overstap naar een circulaire economie vereist veel meer dan grondstoffen recycleren. Het gaat over nieuwe waardecreatie en -behoud. Anders ontwerpen, meer nadruk op (her)gebruik, herstel en nieuwe bedrijfsmodellen.Zo legt de huidige crisis de pijnpunten van de mode-industrie bloot. De sector is vervuilend, kwetsbaar door de lange waardeketen, er wordt te veel geproduceerd en er is gebrek aan transparantie. Wereldwijd is ze verantwoordelijk voor 10 procent van de CO2 uitstoot, dat is meer dan de scheep- en luchtvaartindustrie samengeteld. Op dit moment wordt wereldwijd minder dan 1 procent van de ingezamelde kledij tot hoogwaardig textiel gerecycleerd. Een onderzoek van Labfresh toont aan dat elke Belg per jaar ongeveer 15 kilogram textiel weggooit, hiermee zijn we Europees kampioen kleding dumpen. Erger nog: vier op de tien Belgen draagt een vijfde van zijn kleding nooit.Voor de crisis betaalden steeds meer mensen om tijdelijk toegang te hebben tot producten of diensten, of om ze te delen, in plaats van te kopen. Bekende voorbeelden zijn Airbnb en Cambio maar ook in de mode-industrie is leasen aan een opmars bezig. Bij het denimlabel MUD Jeans betaal je een vast bedrag per maand. Uitgekeken op je jeans? Dan kan je ruilen voor een ander model of hem gewoon terug brengen. Je kan er ook voor kiezen om je jeans te houden met statiegeld, dan krijg je korting op een nieuw model bij inlevering van de oude. Deze oude jeans dient dan weer als grondstof voor een nieuwe. Ook vanuit ons kot kunnen we slimmere keuzes maken, die niet eens veel moeten kosten. Websites zoals The next closet en Labellov spelen in op de groeiende e-commerce trend en bieden tweedehands, of beter preloved, items aan. Liever een kleinere kledingkast, maar wél genoeg keuze? Dan kunnen we binnenkort hopelijk even langs de kledingbibliotheek. Zo heb je bij de Noorderburen in Amsterdam LENA, waar je kleding kan lenen én kopen uit een hoogwaardige collectie van opkomende designers en duurzame labels.Digitalisatie, hergebruik en innovatie zullen een prominente plaats innemen. Maar ook samenwerking is cruciaal. Het is onmogelijk om een product circulair te maken zonder de hele waardeketen erbij te betrekken. Een mooi voorbeeld is The Jeans Redesign, vorige zomer opgericht door het "Make Fashion Circular" initiatief van de Ellen Macarthur Foundation. De richtlijnen van dit initiatief om denim circulair te maken werden opgesteld door veertig experts. Om loze beloftes te vermijden, dient ieder bedrijf een plan in ter goedkeuring van de Ellen Macarthur Foundation alvorens ze kunnen deelnemen. Afgelopen maand alleen al kwamen er nog 17 merken bij, maar ook de leveranciersbasis groeit, met twee nieuwe kledingfabrikanten en zeven nieuwe textielfabrieken en wasserijen. Elk heeft een rol te spelen bij de transformatie van het huidige systeem: merken moeten anders ontwerpen, fabrikanten moeten veiligere chemicaliën gebruiken en kledingstukken anders bouwen, stofleveranciers moeten anders inkopen, weven en verven. Biomaterialen moeten komen van regeneratieve landbouw. Het Belgische Resortecs heeft innovatie en anders ontwerpen alvast goed begrepen. Ze ontwikkelden een oplosbaar garen waarbij een kledingstuk makkelijk kan worden gedemonteerd. Op die manier hopen ze het hergebruik van textielproducten op industriële schaal mogelijk te maken. Op Vlaamse bodem heb je Close the loop, een tool waarmee Flanders DC de mode-industrie wil laten kennismaken met duurzaam ondernemen en circulaire economie. Neem een kijkje in hun case-databank en laat je inspireren door enkele Belgische ondernemers zoals La fille d'O, Café Costume, HNST en Caroline Biss.In Brussel kan je dan weer terecht bij MAD, een plek waar samenwerking, innovatie en nieuwe ondernemingsvormen gestimuleerd worden. Of zoals ze het zelf zo mooi verwoorden, "Een plek waar makers de toekomst vormgeven". Het zijn zulke initiatieven die onze Belgische mode uit de crisis moeten trekken. De transitie is mogelijk, maar dan moeten we niet wachten tot morgen. Politieke wil mag niet verdwijnen in communautair drijfzand en we zullen met z'n allen meer burgerzin moeten tonen.Europa nam het voortouw met de European Green Deal, de routekaart die Europa tegen 2050 klimaatneutraal zal maken. Het hoeft niet te verbazen dat het nieuwe Actieplan Circulaire Economie een prominente plaats krijgt binnen deze EU Green Deal. Via circulaire economie wil men het concurrentievermogen van de Europese industrie versterken, consumenten machtiger maken en de natuurlijke omgeving beschermen. Textiel vormt een van de zeven focussectoren omdat het potentieel voor circulariteit hoog is.Het plan bevat een reeks onderling samenhangende initiatieven, om ervoor te zorgen dat circulaire modellen de norm worden. Denk aan circulair productdesign aangezien 80 procent van de milieu-impact van een product wordt bepaald in de ontwerpfase. Minder afval en meer secundaire grondstoffen. Maar ook een coherent productbeleid, waarbij circulaire producten, diensten en bedrijfsmodellen de norm worden en onze consumptiepatronen zodanig veranderden dat afval bij voorbaat vermeden wordt.Het zal ons een hoop keuzestress besparen als enkel groene en circulaire producten zullen toegelaten worden op de markt. Versnel deze transitie door herstelmaatregelen af te stemmen op mens en klimaat, maak overheidssteun afhankelijk van concrete transitieplannen in lijn met circulaire economie en klimaatdoelstellingen. Dit kan door groene overheidsopdrachten, steun aan circulair en duurzaam ondernemen of investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Vergeet ook zeker een tax shift van arbeid naar grondstoffen en vervuiling niet. Zet duidelijke internationale spelregels op en werk juridische barrières weg. Om meer secundaire grondstoffen te gebruiken zullen we bijvoorbeeld definities rond afval moeten herzien. Leasen en delen worden het nieuwe hebben, dus we herbekijken best de juridische regels rond eigendom en productaansprakelijkheid. Als we samen opkomen voor verandering, dan zorgen we vandaag voor een beter morgen. Morgen, het land van hoop en hoop doet leven.