In Milaan was het mannenseizoen eerder schraal, met opvallend minder shows dan voorheen. En ook in Parijs ontbrak een aantal voorname merken: Yves Saint Laurent, Raf Simons, het Japanse Kolor en Maison Margiela. Maar het aanbod op de modekalender van de Lichtstad was nog spannend genoeg om het verlies van die namen op te vangen. Wij doen onze vaststellingen uit de doeken.
...

In Milaan was het mannenseizoen eerder schraal, met opvallend minder shows dan voorheen. En ook in Parijs ontbrak een aantal voorname merken: Yves Saint Laurent, Raf Simons, het Japanse Kolor en Maison Margiela. Maar het aanbod op de modekalender van de Lichtstad was nog spannend genoeg om het verlies van die namen op te vangen. Wij doen onze vaststellingen uit de doeken. Ten eerste is het pak helemaal verdwenen. De textielindustrie is definitief gezwicht voor de Millennial. 'Echte' mannen, of wat daar tot nu toe onder werd verstaan (volwassenen?), tellen niet meer mee. Om een simpele reden, allicht, die doelgroep koopt geen kleren. Of tenminste, geen dure ontwerpersmode.Dat beamen in Parijs ook enkele Belgische buyers, de typische modeklant is vaak veertien, vijftien jaar en komt vergezeld van zijn grootmoeder. Jongens, zeggen diezelfde winkeluitbaters, zijn ook avontuurlijker in hun kledingkeuze dan meisjes.Voortaan zijn skaters in veredelde joggingbroeken de bevoorrechte prooien van de luxemerken. Ze vissen daarmee in dezelfde vijver als de streetwearlabels. Dat is in wezen een goede zaak, en het is op zijn minst verfrissend. De eenentwintigste eeuw heeft eindelijk zijn eigen stijl, en de grijze garderobe van managers en directeurs hoort nu thuis in de departementen geschiedenis van onze textielmusea, met de koepelrokken van prinses Eugénie en de tourkostuums van ABBA uit 1979. Vaststelling nummer twee: Vergeet wat hierboven staat, want de vale, banale kledingstijl van de 'echte' man wordt aan sneltempo geherinterpreteerd door een rist merken, van Balenciaga tot Dries Van Noten. Denk normcore, maar dan vervormd, overdreven: banale vaders, al dan niet met kids tijdens een wandeling in het park bij Balenciaga (waar we niet waren uitgenodigd); banale jeans en T-shirts bij Julien David; de ooit zo frisse, in Japan en Londen vertoevende Franse ontwerper lijkt wat ingeslapen. Vêtements opteerde dit seizoen voor een 'no-show' in de vorm van een tentoonstelling van foto's van banale Zwitsers in de gesublimeerd-banale kleren van het merk. Van Noten liet ons in volle hittegolf naar de achtste verdieping van een parkeergarage stappen (verzachtende omstandigheden: we kregen zakventilators, en op elke verdieping onderweg stond een kraampje met drank en snacks). In de nok van de garage aan place de la République had de krant Libération jarenlang zijn redactielokalen. De krant is onlangs gedownsized, en verhuisd, maar de bureaus staan nog vol kasten met dossiers, alsof de journalisten halsoverkop waren vertrokken. Dries gebruikte dat decor voor een collectie waarin hij op zijn manier de kantoorklerkstijl herinterpreteerde. Er was niet echt een thema ('een alliantie van mat en glans, van vloeiend en gestructureerd... geen regels', aldus de shownotities), en het kleurenpalet ging van roest tot mayonnaise.Ten derde zijn de jongens aan de macht en dat betekent streetwear en sportswear. Kim Jones van Louis Vuitton gaf vorig seizoen het streetlabel Supreme luxestatus en ging nu verder die weg op, dit keer zonder hulp van andere brands, want collabs zijn so last season. Jones liet zich inspireren door verafgelegen exotische eilanden, met Hawaii-hemden als resultaat. Maar de looks die bijbleven, waren pure sportswear: nylon leggings, jassen in vederlichte parachutestof, en logo's die nostalgisch naar de nineties keken. Bij Hermès, idem dito: trackpants en parka's in Toilbright, een glanzend synthetisch materiaal waar het bedrijf een patent op heeft. De Lanvin Boy van ontwerper Lucas Ossendrijver is al langer aan de sportswear, en dat blijft zo te zien nog even zo.Ten vierde blijft Parijs een feest. In de nasleep van - of moet dat zijn: te midden van - de terroristische terreur, verklaarden verschillende merken hun liefde aan de Lichtstad. Etudes speelde met het groen van openbaarvervoersmaatschappij RATP, en liet er klassiekers uit de eighties bij schallen, van de Franse popgroep Taxi Girl vooral (Chercher le garçon, met name). Die new wave groep, en dat nummer, waren de week ervoor ook al te horen bij Prada. Bij Balmain ging het eveneens over Frankrijk, met Bretoense zeemanstruien en safari-outfits in de traditie van Saint Laurent, maar dan overwegend uitgevoerd in monochroom zwart en zilver. Olivier Rousteing leverde het bewijs dat Parisiens niet altijd cool en nonchalant zijn. Ze hebben soms verdomd slechte smaak. Zie ook de soundtrack, opnieuw grotendeels uit de jaren tachtig opgediept: schlagers uit de mainstream van Daniel Balavoine en Johnny Hallyday, met name. Alleen Michel Sardou ontbrak nog. Dior Homme, waar Kris Van Assche intussen tien jaar aan de slag is, suggereerde om drie uur 's namiddags een 'late night summer' in Parijs. Daarbij werden tailoringtechnieken gemengd met sportswear (korte, korte shortjes). Een Paris logo werd op de sweatshirts van Dior op zijn kop gezet, en vergezeld van een laurierkroon.Vijf: kleur, kleur, en nog eens kleur. Walter Van Beirendonck toonde, op een knalgele catwalk (de verf was nog niet helemaal droog) outfits die de Ziggy Stardust obsessie van de ontwerper linken aan kubistische kunst, met mouwen en pijpen die perfect zouden passen in een update van de Triadische Balletten van Bauhaus-kunstenaar Oskar Schlemmer. De ontwerper Angus Chiang uit Taiwan showde voor het eerst (hij was eerder dit jaar genomineerd voor de voorname LVMH Prize voor jong talent), een collectie die teruggreep naar het werk van Van Beirendonck tijdens zijn Wild & Lethal Trash periode; happy en pervers tegelijk. Meer technicolor bij Sacai (thans een van de grootste shows tijdens de mannenweek), Sankuanz (met verschillende outfits geïnspireerd door schilder Cy Twombly); en Paul Smith, die alle kleuren van de regenboog combineerde met Hawaii-motieven. Een van de sterkste shows was die van Kenzo, dat de modeweek afsloot met een gigantische gemengde show. Of beter gezegd, twee aparte shows. Die voor mannen was een eerbetoon aan Ryuichi Sakamoto, de muzikant en gewezen frontman van Yellow Magic Orchestra. De damescollectie was dan weer ingegeven door Sayoko Yamaguchi, een Japans supermodel en gewezen muze van Kenzo Takada, stichter van het huis. De twee shows, met alleen maar Aziatische modellen, werden ondebroken door een performance van gevelacrobaten. De mannencollectie, met baseballbroeken uit de jaren vijftig, door Sakamoto zelf geleverde prints, en vrolijk getint paisley, behoort tot de hoogtepunten van Carol Lim en Humberto Leons werk voor Kenzo. En voor zwartkijkers? Issey Miyake, met een overwegend zwarte collectie die soms uit de jaren tachtig leek te zijn overgebracht, maar dan wel met eenentwintigste-eeuwse technologue en textiel. En Thom Browne, die het grijs zag, maar wel met een twist. De Amerikaanse ontwerper stopte zijn mannen in items die doorgaans met de damesmode worden geassocieerd: rokken, hoge hakken, een bruidsjurk.Onze favoriete shows van het seizoen? Dries Van Noten voor het decor en het bijhorende uitzicht over Parijs; Rick Owens, die voor de gevel van het Palais de Tokyo een metershoge, eindeloze stelling liet plaatsen en de modellen van het dak van het museum tot helemaal beneden liet stappen; en Comme des Garçons. Rei Kawakubo heeft niet onmiddellijk de vrolijkste reputatie, maar deze show was de fijnste van het seizoen: een groepje onhandig dansende modellen op een vierkante dansvloer, gekleed in binnenste buiten gekeerde jasjes en glittershorts, met knallende disco. Waaronder, in de finale, opnieuw iets Frans: Supernature van Cerrone. Alle stoppen los.