Een competitie kan wonderen doen voor je carrière. Vraag maar aan Agnetha, Björn, Benny en AnniFrid van ABBA. Dat geldt ook voor jonge ontwerpers. In 1954 waren zowel Yves Saint Laurent als Karl Lagerfeld laureaat van de tweede editie van de Woolmark Prize, met juryleden als Hubert de Givenchy en Pierre Balmain. Lagerfeld, nog maar net 21, won een prijs voor de beste wollen mantel. Saint Laurent, amper 18, had volgens de jury de mooiste jurk ontworpen.
...

Een competitie kan wonderen doen voor je carrière. Vraag maar aan Agnetha, Björn, Benny en AnniFrid van ABBA. Dat geldt ook voor jonge ontwerpers. In 1954 waren zowel Yves Saint Laurent als Karl Lagerfeld laureaat van de tweede editie van de Woolmark Prize, met juryleden als Hubert de Givenchy en Pierre Balmain. Lagerfeld, nog maar net 21, won een prijs voor de beste wollen mantel. Saint Laurent, amper 18, had volgens de jury de mooiste jurk ontworpen. De Gouden Spoel, de modeprijs van het Instituut voor Textiel en Confectie van België, met laureaten Ann Demeulemeester (1982), Dirk Van Saene (1983), Dirk Bikkembergs (1985), Pieter Coene (1987) en Véronique Leroy (1989), hielp in de jaren tachtig de Zes van Antwerpen door te breken. De jury van de tweede editie van die prijs werd voorgezeten door Jean Paul Gaultier: de Franse superster haalde Martin Margiela naar Parijs. Margiela werd zijn rechterhand, waarna hij met zijn eigen merk geschiedenis schreef. 'De wedstrijd was bedoeld om jonge ontwerpers te laten samenwerken met Belgische bedrijven', zegt Michèle Beeckman, die als adviseur bij het ITCB de prijs hielp opstarten, samen met de jonggestorven Helena Ravijst. 'Ze ontwierpen vijf silhouetten die moesten worden gemaakt door een Belgische fabrikant, met stoffen van Belgische textielbedrijven. De ontwerpers kregen geen geldprijs, alleen de trofee (een vergulde spoel van een antieke stikmachine, red.). Het was voor hen een unieke kans om hun tekeningen uit te voeren, met het geld van het ITCB.' De eerste wedstrijd, in 1982, was nog kleinschalig, maar wel een succes. 'Voor de tweede editie hebben we dankzij Linda Loppa en Jenny Meirens Jean Paul Gaultier kunnen strikken als juryvoorzitter.' Het ITCB werd opgedoekt in 1990, en de activiteiten verkocht: het magazine Mode dit is Belgisch werd ingelijfd door Knack Weekend, en de Gouden Spoel ging naar de toenmalige uitgever van Marie Claire, die er na één mislukte poging mee ophield. In Frankrijk helpt het modefestival van Hyères sinds 1985 pas afgestudeerde ontwerpers aan internationale aandacht. Het festival, dat huist in de Villa Noailles, een modernistisch meesterwerk van architect Rob Mallet Stevens aan de Côte d'Azur, is de voorbije dertig jaar gegroeid van een klein evenement tot een essentiële stop op de kalender van de modeprofessionals. Bij de Belgische winnaars: Christian Wijnants (2001) en Anthony Vaccarello van Saint Laurent (2006). Bijna even oud als Hyères is de in Parijs gevestigde ANDAM, de Association Nationale de Développement des Arts de la Mode, die sinds 1989 opkomende ontwerpers beloont met geldprijzen. Sinds 2013 is er ook de LVMH Prize, een initiatief van de luxegroep achter merken als Louis Vuitton, Dior en Givenchy. In de jury zetelen de ontwerpers van alle belangrijke merken van LVMH: van Karl Lagerfeld tot Marc Jacobs, via Maria Grazia Chiuri, Jonathan Anderson en Nicolas Ghesquière. De LVMH Prize is 300.000 euro waard, de ANDAM trok de voorbije jaren zijn prijzengeld op naar 250.000 euro voor de winnaar of winnares van de Grand Prix. Voor jonge ontwerpers zijn dat mooie bedragen, waarmee ze hun merk verder kunnen ontwikkelen. Beide initiatieven voorzien bovendien in een jaar doorgedreven mentorschap. Voor de verliezers zijn de wedstrijden toch een mooi lanceerplatform. De LVMH Prize organiseert tijdens de Parijse modeweek in maart een showroom waar alle genomineerden hun collecties, en zichzelf, kunnen voorstellen aan 's werelds meest gerespecteerde journalisten en modeprofessionals (we stonden er enkele seizoenen geleden zij aan zij met Anna Wintour en Kanye West). Een gouden opportuniteit om als eerste jong talent te spotten. Een modemerk lanceren blijft moeilijk, maar het was lang geleden dat er nog zoveel aandacht was voor jong creatief talent. Dat heeft te maken met de grote nieuwshonger van millennials, en van Chinese fashionista's in het bijzonder. De prijzen helpen het kaf van het koren te scheiden, en een soort curatorschap toe te passen op het enorme aanbod van ontwerpers (meer dan 1200 inzendingen voor de LVMH Prize). De luxesector, die de mode steeds meer domineert, heeft er natuurlijk alle baat bij om jonge ontwerpers te steunen. Groepen als LVMH en Kering controleren tientallen merken: daar is voortdurend vers bloed nodig. Voor de bonzen van de mode zijn de prijzen dan ook een manier om de vinger aan de pols te houden, en om al vroeg contacten te leggen met de volgende generatie Saint Laurents en Lagerfelds. De grote prijs van de wolindustrie is Australisch, en werd in 2012 na een lange pauze opnieuw in het leven geroepen. In elk continent wordt een voorronde gehouden. De Europese ronde werd vorige maand gewonnen door het Zweedse L'homme rouge (mannencollectie) en de Nederlander David Laport (vrouwencollectie). Beiden krijgen 70.000 Australische dollar, en zijn automatisch geselecteerd voor de finale, volgend jaar. Die prijs is 200.000 dollar waard.Het festival lanceerde de carrières van onder anderen Viktor & Rolf, Sébastien Meunier (die tegenwoordig Ann Demeulemeester ontwerpt) en Felipe Oliveira Baptista van Lacoste.Dit jaar won de Zwitserse Vanessa Schindler de grote prijs (15.000 euro) voor haar collectie Urethane Pool, Chapitre 2. Schindler rijfde ook de prijs van het publiek en de stad Hyères, de prijs van Petit Bateau (10.000 euro, plus capsulecollectie) en een partnership met de Métiers d'Art-divisie van sponsor Chanel binnen. De Chloé-prijs (15.000 euro), uitgereikt door het merk met dezelfde naam, ging naar de Duitse ontwerper Gesine Försterling, en de Swarovski-prijs voor accessoires (15.000 euro) was voor de Zwitserse Marina Chedel. Maria Korkeila uit Finland kreeg een eervolle vermelding, en 10.000 euro van Schiaparelli.De Association Nationale de Développement des Arts de la Mode hangt af van het Franse ministerie van cultuur, en wordt gesponsord door zowat alle belangrijke luxegiganten. Deelnemers moeten minstens drie internationaal verdeelde collecties hebben gemaakt, en een zakencijfer tussen de 100.000 euro en de acht miljoen euro. Bij de Belgische winnaars: Martin Margiela in 1989, Véronique Leroy in 1991, Sami Tillouche in 1993, Patrick Van Ommeslaeghe in 1999, Cathy Pill en Bernhard Willhelm in 2005, Christian Wijnants in 2006, Bruno Pieters in 2007, en Anthony Vaccarello in 2011.Tot 2008 bekroonde de ANDAM elk jaar verschillende ontwerpers, sinds 2008 is er nog maar één grote prijs, aangevuld met kleinere awards voor creativiteit, innovatie en accessoires. Glenn Martens won dit jaar de Grand Prix voor zijn label Y/Project (250.000 euro, plus 10.000 euro kristal van sponsor Swarovski). Het jonge Franse duo Avoc kreeg de prijs voor creatief label (100.000 euro). Ana Khouri werd beloond met de accessoireprijs (50.000 euro).De LVMH Prize ontving dit jaar meer dan 1200 inzendingen, uit een negentigtal landen. De laureaat: Martine Serre, een Française die heeft gestudeerd aan La Cambre en tot voor kort in Brussel woonde. Haar lijn is opgepikt door onder meer Dover Street Market en ssense.com, en ze werkt aan een capsulecollectie voor grootwarenhuisketen Galeries Lafayette (het resultaat van een ander concours: dat van het festival van Hyères). Serre won 300.000 euro, een jaar mentorschap, en een trofee van beeldhouwer Jean-Michel Othoniel (uitgereikt door Rihanna).Kozaburo Akasaka kreeg voor zijn merk Kozaburo een speciale prijs (150.000 euro en een jaar mentorschap).De LVMH Prize onderscheidt elk jaar ook drie studenten (met elk 10.000 euro), onder wie dit keer Mariam Mazmishvili van La Cambre in Brussel.