Thomas Burberry. Paul Smith. Gieves & Hawkes. Hackett. Het zijn maar een paar van de grote namen die geschreven staan op de kastjes in de coulissen van de Londense boetiek. 'Allemaal klanten aan wie het hoofdkwartier van Scabal stoffen verkoopt. Het zijn er honderden in meer dan zeventig landen', vertelt Ricky Sahota trots. Hij is de store manager van Scabal in Savile Row, dé straat waar alle traditionele kleermakers van Londen verzameld zijn. Scabal mag dan al bekendstaan als een merk van luxekostuums, de verkoop van stoffen aan collega-kleermakers en modemerken blijft een belangrijk deel van de omzet uitmaken.

© Klaartje Lambrechts

Eerst stoffen, dan pakken

Het begon allemaal in 1938, toen stoffenhandelaar Otto Hertz van Duitsland naar België verhuisde om er stoffen te verkopen op de Brusselse markt. Tijdens de oorlog stopte hij zijn activiteiten noodgedwongen gedurende een paar jaar, maar in 1946 richtte hij de Société Commerciale Allemande Belgo Anglaise Luxembourgeoise op. Afgekort tot, inderdaad, Scabal. 'Hij verkocht in het begin vooral Duitse stoffen', vertelt Gregor Thissen me in het Brusselse hoofdkwartier. 'Kleermakers waren in die tijd enorm belangrijk, want er waren amper of geen confectiepakken op de markt. Elke man liet een pak op maat maken en de zaken voor Scabal gingen bijgevolg decennialang erg goed, want al die kleermakers hadden uiteraard stoffen nodig.

Voor België zijn er geen cijfers voorhanden, maar ik kan je vertellen dat in het Duitsland van de jaren 60 maar liefst 15.000 kleermakers actief waren. Dat zegt genoeg.' Het succes is zodanig dat Hertz al snel Engelse en Italiaanse stoffen begint te verkopen aan landen in heel Europa. In 1973 koopt Scabal een weverij in het Engelse Huddersfield op waar sindsdien het grootste deel van de stoffencollectie geproduceerd wordt, goed voor zo'n 4500 verschillende designs. Elk seizoen wordt een tiental nieuwe stoffen geïntroduceerd - als je de variaties per stof meetelt, brengt dat de teller op ongeveer 500 à 600 nieuwe stoffen per jaar. Daarnaast worden ook elk seizoen nog stoffen aangekocht in Italië, voor wie zijn gading niet vindt bij de meer Brits georiënteerde stoffen uit de eigen productie.

© Beeld Klaartje Lambrechts

In de jaren 70 neemt Scabal een belangrijke beslissing: er worden vanaf dan ook pakken verkocht. Een logische en noodzakelijke zet. 'Met de daling van het aantal kleermakers ging onze omzet naar beneden', vertelt Thissen. 'Door zelf pakken aan te bieden konden we dat verlies counteren en ombuigen tot een constante groei. De kostuums werden aanvankelijk gemaakt in ons atelier in Molenbeek, later zijn we gaan samenwerken met een Duits atelier dat sinds 1989 ook tot Scabal behoort.'

Diamantpoeder

Terwijl ik een rondleiding krijg door de Londense boetiek, komt een klant langs voor zijn laatste passessie. Het is voor Ricky het uitgelezen moment om me uit te leggen hoe de klanten hier benaderd worden. 'Deze klant heeft gekozen voor onze bespoke service, waarbij het hele pak met de hand wordt gemaakt - elk stukje stof wordt met een schaar gesneden, wat uiteraard erg arbeidsintensief is. Dat is meteen een groot verschil met onze made to measure of semi-maatwerkcollectie, waar de stof met een laser wordt geknipt. Bij bespoke heb je verschillende passessies, bij made to measure maar één.

© Beeld Klaartje Lambrechts

Wie een pak van ons wil, begint met het kiezen van de gewenste stof, daar kruipt meestal al behoorlijk wat tijd in. Vervolgens wordt de snit bepaald - wordt het een smoking, een loungepak of nog iets anders? Dan gaan we over naar de details. Wat voor revers wil je? Welke knopen? Waar wens je dat de jaszakken worden geplaatst, noem maar op. Initialen in het jasje zijn erg populair, zo kan iemand zijn pak echt personaliseren. Het is ook al gebeurd dat iemand hier met een Instagramfoto van een pak aankwam waarvan hij een exacte kopie wou laten maken. En we hebben klanten die de Union Jack als voering wilden of een stof met hun portret erop, dat kan allemaal.'

Vervolgens worden de maten van de klant opgenomen en aan de kleermaker doorgegeven. Wie een bespoke suit besteld heeft, zal na een week of vier de eerste basisversie kunnen passen. Na die eerste sessie wordt alles definitief vastgenaaid en nog een tweede keer gepast, waarna het pak weer naar de kleermaker gaat voor een laatste aanpassing. Dat proces duurt ongeveer acht weken en het hoeft dan ook niet te verbazen dat de prijs start vanaf ongeveer 4500 pond (5125 euro). Afhankelijk van de gewenste stof, kan het bedrag oplopen tot een veelvoud daarvan. Zo zijn er pakken van maar liefst 40.000 pond (45.555 euro), maar daarvoor krijgt de klant wel een kostuum in vicuña, een stof die nog zachter en zeldzamer is dan kasjmier. Ook behoorlijk extravagant zijn de maatpakken in een stof die diamantpoeder bevat, om het kostuum een unieke glans te geven. Wie dat allemaal een beetje van het goede te veel vindt, kan zich vanaf 850 pond (968 euro) een confectiepak aanschaffen; voor made to measure starten de prijzen vanaf 1200 pond (1367 euro).

Executive Chairman Gregor Thissen is sinds 1991 aan de slag in het familiebedrijf. © Beeld Klaartje Lambrechts

Titanic

Opmerkelijk detail: in de jaren 70 komt de vader van Gregor Thissen in het bedrijf werken. Hij zal er verantwoordelijk worden voor onder meer de uitbouw van de internationale markt, die almaar belangrijker zal worden. En de klanten zijn niet alleen zakenlui, ook Hollywood komt op dat moment in Brussel aankloppen. Zo levert Scabal stoffen voor de kostuums van onder meer The Godfather, The Untouchables, Casino en Titanic. 'Het contact verliep via onze Amerikaanse agent. De stylisten van die films hadden zware stoffen nodig, net zoals ze in de jaren voor de oorlog gemaakt werden. Die konden wij met gemak leveren.'

De schuifjes met de verschillende stoffen die Scabal aan grote modemerken verkoopt. © Beeld Klaartje Lambrechts

Na de Amerikaanse markt komt ook Azië aan de beurt, met Japan op kop, waar Scabal een grote naam wordt tijdens de economische boom van het land. Niet lang daarna volgt het Midden-Oosten en sinds een jaar of vier wordt ook ingezet op China. 'China werd lang gedomineerd door de grote luxemerken. Wij daarentegen zijn een nichemerk dat geen grote advertentiecampagnes kan doen en dat was in het begin een nadeel', aldus Thissen. 'Maar we zien dat de Chinese consument intussen veranderd is en echt geeft om nichemerken als Scabal. Dat creëert uiteraard mogelijkheden.'

DalÍ's visie

Om de tachtigste verjaardag in stijl te vieren, wordt dit jaar het Vision-project geherlanceerd, met dank aan Salvador Dalí. In 1971 werd hem door Scabal gevraagd om zijn visie te geven op mode in het jaar 2000. Resultaat: twaalf schilderijen waarin de extravagante Spanjaard zich eens goed liet gaan. Thissen: 'Volgens hem zou de mode van 2000 de mode van de clochard worden, een uitspraak die hier destijds niet al te best ontvangen werd. Sindsdien wordt er wel meer aan dressing down gedaan, dus voor een stuk klopt zijn voorspelling wel.' Hoe dan ook, het designteam van Scabal liet zich door die werken inspireren om twaalf stoffen te creëren, elk gebaseerd op een schilderij. Toegegeven, het zijn geen voor de hand liggende designs om te verkopen, maar de klanten zijn er heel enthousiast over. 'We merken dat de klant vandaag iets bijzonders wil. Mode is de laatste jaren te gestandaardiseerd geworden, mensen willen er op een goede manier uitspringen.'

Een passessie in de boetiek in Savile Row. © Beeld Klaartje Lambrechts

Na acht decennia is Scabal nog steeds een onafhankelijk familiebedrijf. Een vloek of een zegen? 'Ik vind het belangrijk dat we onafhankelijk blijven', zegt Gregor Thissen overtuigd. 'Het heeft natuurlijk ook nadelen. Zo hebben we niet dezelfde middelen als de grote spelers, maar het voordeel is dat we op lange termijn kunnen denken als het op investeringen aankomt. En al weet niemand waar de markt naartoe gaat, als kleine speler kunnen we sneller op de bal spelen wanneer de markt verandert. Bovendien is er in een kleiner bedrijf een persoonlijke benadering mogelijk: ik ken iedereen die hier werkt.'

Wat zijn de uitdagingen voor de toekomst? 'We merken dat mannen zich meer casual kleden, waardoor het kostuum wat onder druk komt te staan, zeker in Europa. Tegelijk dragen steeds meer jonge mensen weer een pak, dus dat schept mogelijkheden. Een andere uitdaging is de distributie: er wordt veel online gekocht en we kunnen echt niet in concurrentie gaan met de grote onlineshops. Volgens mij is de markt niet klaar om kostuums van 1500 euro online te verkopen. Maar tegelijk zijn er ook heel wat kansen. Afrika wordt na China een grote markt, ook al kan dat nog even duren.'

© Beeld Klaartje Lambrechts

Was het eigenlijk een logische stap dat hij net als zijn vader in het bedrijf zou stappen, vraag ik Thissen. Hij lacht. 'Het hing altijd een beetje in de lucht, maar het was zeker niet zo dat ik daar bewust naartoe heb gewerkt. Ik ben hier in 1991 beginnen werken, maar daarvoor heb ik een hele tijd voor andere bedrijven gewerkt. Ik heb er lang over nagedacht, want als het misloopt, heb je niet alleen een probleem in het bedrijf, maar ook in de familie. Ik ben hier uiteraard ook niet meteen als leidinggevende binnengekomen; ik heb op de marketingafdeling gewerkt, maar ook op de financiële cel en in de productie. Ik heb jarenlang met mijn vader samengewerkt en dat was fantastisch.'

Is er eigenlijk iets typisch Belgisch aan Scabal, wil ik nog weten wanneer we afscheid nemen. Thissen schudt het hoofd. 'Behalve dan dat het hoofdkwartier in Brussel ligt, kan ik niet zo meteen iets bedenken. Onze designs zijn eerder Brits, de hele look-and-feel van het merk is sowieso Brits. Maar als mensen naar onze herkomst vragen, zal ik altijd antwoorden dat we Belgisch zijn. En daar zijn we heel trots op.'

De Londense Scabal store manager Ricky Sahota. © Beeld Klaartje Lambrechts