Pr- en communicatiemanager bij Flanders DC
...

'Ik kies geen kleding omdat ze me vrolijk of zelfverzekerd maakt, ik kies kleding die past bij wie ik ben. Ik wist als kleuter al exact wat ik wilde en als tiener dook ik in de kleerkast vol jarenzeventigklassiekers van mijn moeder. Ik heb drie jaar diergeneeskunde gestudeerd en daar viel ik op met mijn hakken en vrouwelijke kleding. Ik had een 'stijl'. Pas op de Gentse Modeacademie KASK kon ik zijn wie ik wilde zijn. Of het nu een sportbroek is, een hoody of een jurk voor de Fashion Talks, ik denk bij alles: past dat bij mijn persoonlijkheid? Mijn kleerkast en persoonlijkheid praten ook met elkaar. Ik weet steeds beter wie ik ben en dus wordt mijn kleerkast almaar scherper. Kleiner, maar beter gecureerd. Zelfs geblinddoekt weet ik op de tast wat wat is. Ik investeer in goede stukken, want ik wil alleen nog kleren wegdoen omdat ze echt tot op de draad versleten zijn. Lingerie is mijn geheim wapen. In iets van La Fille d'O voel ik me al mooi terwijl ik me aankleed, en dat geeft me een soort superkracht. Natuurlijk hou ik rekening met hoe mijn dag eruitziet. Ga ik ergens naartoe of is het een bureaudag, ga ik met de fiets, en vooral ook, wat doe ik vanavond? Ik kleed me niet graag om, dus moet een outfit voor dag én avond goed zijn. Ik ben dan ook geen impulskoper. Ik denk na, plan en koop alleen dingen die passen bij wat ik al heb. Natuurlijk word ik weleens verliefd op een stuk, en in een tweedehandszaak als Rosier 41 kan ik mijn tijd nemen en verdwalen. Maar als ik iets mooi vind, stel ik mezelf altijd de vraag: heb ik het nodig? Soms ben ik gewoon blij met een aankoop, maar vaak hebben kleren ook een specifieke associatie. Deze broek komt uit de Lemaire-collectie van Uniqlo, waar een goede vriendin van mij werkt. Ik denk altijd aan haar als ik ze draag. De laarzen van Y/Project kocht ik tijdens de Parijse mannenmodeweek. Ze zijn heel krachtig. Pure powerdressing. Diezelfde avond ging ik bovendien met Glenn Martens eten. Ze zullen daarom altijd een speciale betekenis hebben.' 'Ik ben altijd een mood dresser geweest. Hoe ik mij kleed, hangt af van dag tot dag, van hoe ik me voel. Soms ga ik voor chic en elegant, iets van Dries Van Noten of Christian Wijnants, kleren die stijlvol zijn zonder dat je op het feestje bewust de aandacht naar je toe trekt. Maar soms mag het - ook op een gewone dag - opvallen. Als ik mijn zoon ga afhalen in een outfit van Y/Project, weet ik dat de andere ouders aan de schoolpoort op zijn minst zullen kijken. Sommigen gaan het leuk vinden, anderen niet, maar de koppen zullen draaien. (lacht)Op een goede dag maakt het me minder uit wat ik draag. Dan kan ik me even goed voelen in een eenvoudige legging en mijn Uggs uit het jaar 2001, waarvan ik het niet over mijn hart krijg ze weg te gooien. Voel ik me minder, dan denk ik weleens: komaan, herpak je, doe iets moois aan. Een wowoutfit geeft kracht. Vanaf het moment dat je iets aantrekt, vertel je een verhaal. Kleed je je zelfverzekerd, dan straal je dat ook uit. Ik heb jarenlang geleefd in sportkleren. Maar ik kon er ook van genieten om af en toe, naast de piste, een andere kant van mezelf te laten zien. Hoge hakken droeg ik toen bewust niet. Als je twee keer per dag moet trainen, kun je het je niet permitteren om met pijnlijke kuiten op de piste te staan. Na mijn carrière ben ik door een fase van overcompensatie gegaan, ik ging zelfs naar kantoor op mijn Saint Laurent Tribute- plateauschoenen, die ik mezelf cadeau had gedaan na de Olympische Spelen. Dan liep ik te schuifelen over de parking tot aan mijn bureau, op hakken van dertien centimeter. (lacht)Mijn moeder was naaister en maakte al mijn kleren. Mijn eerste trainingspak heb ik samen met haar ontworpen. Ik besefte toen al dat een toffe outfit een grote impact kan hebben op je gemoed, en daardoor misschien zelfs op je prestaties. Mijn sportverleden drukt nog altijd een stempel op mijn stijl. Een van mijn favoriete kledingstukken momenteel is er eentje van ons eigen merk: een truitje met extreem lange mouwen. Dat zit zo lekker dat het moeilijk is de verleiding te weerstaan om het elke dag aan te trekken. En het valt ook nog eens met alles te combineren: met een sportieve legging of met een flashy broek van Y/Project, met sneakers of met mijn lieslaarzen van Saint Laurent. Alles kan: casual en over the top. Ik kan er overal mee binnenstappen en voel me nooit over- of underdressed, maar altijd precies juist gekleed.' 'Luipaardprint, blinkertjes, als het iets is wat The Nanny zou dragen, dan vind ik het waarschijnlijk geweldig. Kleren zijn oppervlakkig, hoor ik weleens. Wel, dat zijn ze niet. Ze kunnen mijn dag maken en me zelfs sterker doen voelen. Ik ben er al van kleins af aan mee bezig. Ik was me er toen nog niet van bewust, maar wat ik droeg als kind had al een effect op hoe ik me voelde. Ik herinner me een volledig roze outfit met strikjes waarin ik me vanaf de eerste seconde echt feestelijk voelde. Heerlijk. In een vintagewinkel in New York vond ik bijvoorbeeld een Las Vegas-jurk, paars met glitters, het soort jurk waar Dolly Parton dol op zou zijn en waar ik me fantastisch in voel. Acht jaar geleden kreeg ik borstkanker en er volgde chemotherapie. Je haar is toch een beetje je identiteit, vind ik. In zo'n 'kankerpotske', gewoon een jeans en T-shirt zag ik er ziek uit. Ik voelde wat mensen dachten: zo jong, dat is zo zielig. Dus draaide ik de volumeknop naar rechts. Ik knoopte kleurige sjaals met veel volume op mijn hoofd en als ik daarvoor één opvallend kledingstuk droeg, koos ik nu voor drie excentrieke dingen. Als mensen denken: wow, wat een coole schoenen, of: het lijkt wel Amy Winehouse-make-up, merken ze soms helemaal niet dat je ziek bent. Kleren waren in die periode een vorm van controle, ik bepaalde zelf waarom mensen naar mij staarden. Gelukkig hoefde ik niet van stijl te veranderen, ik ging er gewoon wat over. Soms is extravagante kleding overweldigend, daar hou ik dus rekening mee. Ik heb bijvoorbeeld een leren salopette die ik als mijn 'zakelijke werkbroek' zie. Ze is stijlvol, maar niet intimiderend. Want een gewoon broekpak, dat is niets voor mij. Ik geniet ervan om voor mijn kleerkast te staan en te kiezen wie ik die dag wil zijn. Met de juiste outfit ga ik met veel meer zelfvertrouwen de deur uit. Al is er soms ook frustratie, als ik net niet heb wat ik wil aandoen. Maar dan koop ik in de loop van de dag een nieuwe lippenstift en is het probleem opgelost.' 'Kleren zijn sferen voor mij. Ik doe eigenlijk nooit zomaar iets aan, maar ga af op de sfeer die ik voel. Meestal is dat een onbewust proces en komt de sfeer spontaan aanwaaien, soms onder invloed van een film die ik zag of een liedje dat ik hoorde. Terwijl ik voor mijn kast sta, sprokkel ik mijn outfit bij elkaar. Dat begint met één stuk en zo zoek ik verder tot het plaatje klopt. Tien minuutjes, meer heb ik meestal niet nodig. De sfeer op de foto hiernaast: zangeres Dalida drinkt een martini op een terrasje. Het is valavond in Cannes, straks moet ze optreden, maar nu heeft ze nog even tijd voor zichzelf. Het concept hoeft niet noodzakelijk glamoureus te zijn. Soms draag ik een eenvoudige broek met een donkere blazer en is het verhaal: Charlotte Gainsbourg doet de boekhouding.Ik koop veel tweedehands. Die kledingstukken komen al met een sfeertje eromheen. Je laat ze door je handen glijden en de beelden komen: après-ski in Garmisch-Partenkirchen (dikke trui en toffe muts) of tennissen in de jaren tachtig (veel wit en vintage Adidas-sneakers). Onlangs kocht ik in de kringwinkel een geel jasje dat me het gevoel gaf deel uit te maken van een collectief jazzdansers, als in Fame. Het mag wel geen verkleedpartijtje worden. Het is niet de bedoeling dat anderen de verhalen of concepten kunnen raden, ze zitten vooral in mijn hoofd. Ik vind het prettig om een sfeer om mij heen te hebben hangen. Het kleurt mijn dag en kan het verschil maken tussen een geslaagde of een saaie avond. Het is een manier om de banaliteit te overstijgen, een vlucht. Felgekleurde kleren, bijvoorbeeld, daar kun je niet omheen: die kleur is er en heeft een zeker effect. Kleur doet de dag meer glanzen. Zwart is een harnas, waar ook ik vaak naar teruggrijp. Als je een zwarte coltrui draagt, straal je uit: kijk vandaag maar niet naar mij en laat mij gewoon mijn ding doen. Op het werk vind ik het helemaal niet erg om voorzichtige kleren te dragen, daar mag het neutraler. Eigenlijk heb ik twee stijlen, twee gezichten. Ik merk wel dat ik bewuster kleuren aantrek, naarmate ik ouder word. Dat zouden meer mensen moeten doen. Kleuren zijn voor jonge mensen, hoor je weleens. Maar waarom zou je jezelf kleuren ontzeggen en alleen maar beige en grijs dragen? Dat is zelfkastijding.'