Carine Gilson heeft haar atelier in Anderlecht tot in de kleinste details uitgekiend. Wit zet hier de toon, van de muren tot de schorten van haar zeer geconcentreerde medewerkers. Terwijl sommigen de laatste hand leggen aan de productie van de lente-zomercollectie, bereiden anderen de komende wintercollectie voor. Een collectie die ze enkele weken later zal voorstellen in Parijs. Het is dus de hoogste tijd om alles af te ronden, vooral dan het meesterwerk van de collectie: een chique avondjurk met bustier, in somptueus tapisseriewerk. Toen ze eraan begon, vroeg Carine Gilson aan de zijdefabrikanten uit Lyon, met wie ze al ruim twintig jaar samenwerkt, om haar te helpen om in hun archieven 'een ruiker bloemen te vinden geïnspireerd op een werk van een grote schilder'. Ze vonden voor haar een romantisch schilderij, olieverf op doek, van Jan Frans van Dael uit de 18de eeuw en vertaalden dat naar een monumentaal tapisseriewerk. 'Ik stond paf ', herinnert Carine Gilson zich. 'De tranen sprongen in mijn ogen, er was alleen nog dat tapisseriewerk en mijn collectie die vorm kreeg in mijn hoofd. Ik wist dat het een challenge zou worden om de stof op de een of andere manier te transformeren, maar ik hou van uitdagingen.' Ze heeft de stof al op de kniptafel gelegd, een zware, imposante stof, net als het motief. Ze werkt bewust tegen de draad in. Wanneer het tijd is om te knippen, probeert ze haar angst weg te lachen. 'Met die tuberoos hebben we al heel wat te stellen gehad.' Ze legt het patroon op de stof, verschuift het een paar centimeter, speldt het vast...

Carine Gilson heeft haar atelier in Anderlecht tot in de kleinste details uitgekiend. Wit zet hier de toon, van de muren tot de schorten van haar zeer geconcentreerde medewerkers. Terwijl sommigen de laatste hand leggen aan de productie van de lente-zomercollectie, bereiden anderen de komende wintercollectie voor. Een collectie die ze enkele weken later zal voorstellen in Parijs. Het is dus de hoogste tijd om alles af te ronden, vooral dan het meesterwerk van de collectie: een chique avondjurk met bustier, in somptueus tapisseriewerk. Toen ze eraan begon, vroeg Carine Gilson aan de zijdefabrikanten uit Lyon, met wie ze al ruim twintig jaar samenwerkt, om haar te helpen om in hun archieven 'een ruiker bloemen te vinden geïnspireerd op een werk van een grote schilder'. Ze vonden voor haar een romantisch schilderij, olieverf op doek, van Jan Frans van Dael uit de 18de eeuw en vertaalden dat naar een monumentaal tapisseriewerk. 'Ik stond paf ', herinnert Carine Gilson zich. 'De tranen sprongen in mijn ogen, er was alleen nog dat tapisseriewerk en mijn collectie die vorm kreeg in mijn hoofd. Ik wist dat het een challenge zou worden om de stof op de een of andere manier te transformeren, maar ik hou van uitdagingen.' Ze heeft de stof al op de kniptafel gelegd, een zware, imposante stof, net als het motief. Ze werkt bewust tegen de draad in. Wanneer het tijd is om te knippen, probeert ze haar angst weg te lachen. 'Met die tuberoos hebben we al heel wat te stellen gehad.' Ze legt het patroon op de stof, verschuift het een paar centimeter, speldt het vast, taxeert het geheel en vraagt de mening van Antoinette, haar trouwe medewerkster die al sinds de start, nu 28 jaar geleden, haar steun en toeverlaat is. 'Ik heb nooit gewikt en gewogen', bekent Carine Gilson. Wanneer ze op haar parcours terugblikt, moet ze wel toegeven dat ze zich altijd heeft laten leiden door haar instinct. En daarbij heeft ze de lat altijd erg hoog gelegd. Dat heeft ze van haar moeder, die naaister was en haar klanten thuis ontving, toen er nog geen sprake was van prêt-à-porter, laat staan van fast fashion. 'Ik ben opgegroeid met een moeder die voortdurend in de weer was met naald en draad. En uiteraard was ik haar petite main, haar hulpje.' Dat ze zich zou inschrijven aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen lag haast genetisch vast: de liefde voor mooie materialen zit haar nu eenmaal in het bloed. Eenmaal haar diploma op zak, kon ze maar aan één ding denken: een lingeriecollectie creëren. Ze ging aankloppen bij Maille France, een klein Brussels atelier waar kant werd ingezet en ontdekte er een heel bijzonder universum. 'Ik kan het niet verklaren, het was liefde op het eerste gezicht. Ik ben verliefd geworden op een vak. En op kant, waar ik nooit eerder mee had gewerkt.' Het atelier lag vlak bij het Noordstation. Het dateerde al uit 1928 en was eigendom van twee oude heren, tachtigers, die van plan waren het een maand later te sluiten. 'Ik heb het overgenomen, ik kon me gewoon niet voorstellen dat het allemaal afgelopen zou zijn.' Op dat moment waren er nog vier ambachtslui aan het werk. Aan hun zijde leerde Carine Gilson het vak. Geduldig, gretig en vol overgave maakte ze zich de technieken eigen. 'Ik was gelukkig. Mijn ouders waren bang. Het was absoluut geen gewonnen zaak. Ik had geen geld, was 23 jaar en in een tijd waarin lingerie weinig voorstelde - alles was gemaakt uit rondgeweven nylon - kwam ik aanzetten met mijn dromen over Hollywoodglamour uit de jaren 40. Ik wilde absoluut dat raffinement, ik wist niet hoe ik het zou aanpakken, maar het was wel precies wat ik voor ogen had.' Heel behoedzaam ontwikkelde ze een eigen signatuur. In 1994 stelde ze voor het eerst een echte collectie voor die ze Vanités doopte. 'Ik heb mijn merk beetje bij beetje geweven, mijn vocabularium zat in mijn werk. Ik wist dat ik couture wilde brengen, maar dan op een andere manier, via peignoirs, onderjurkjes en lingeriesetjes. Ik heb moeten vechten, maar ik heb er altijd in geloofd. Ik heb mezelf altijd voorgehouden dat ik er met veel moed en wilskracht wel zou komen.' Haar merk van bij het begin op de kaart zetten, deed ze door in Anderlecht haar intrek te nemen in een voormalige papierhandel, die ze van boven tot onder ombouwde tot een atelier en een privéappartement. Want Carine Gilson trekt geen grenzen rond zich op. Leven, vriendschap en liefde vloeien naadloos in elkaar over. Haar creaties worden gefotografeerd door Stéphane Borremans, haar man en rechterhand, en ze heeft zich met een klein en toegewijd team omringd waar ze vandaag nog altijd op kan bouwen. Dat team is inmiddels uitgebreid: nu telt haar atelier een twaalftal ambachtslui en acht heel aparte métiers - hier wordt geknipt, kant opgelegd, ingezet en opengewerkt, hier worden luchtige niemendalletjes en korsetten gemaakt en hier wordt gestreken (want ja, ook dat is een kunst). Ze bracht in het pand ook een creatieve studio onder, want dat is de manier waarop couturehuizen tot stand komen. 'Het gaat nu echt hard', zegt ze. 'De eerste vijftien jaar heb ik gefocust op het product: ik moest die kennis onder de knie krijgen, ik moest met de fraaiste zijde en kant leren werken en uitmuntendheid bereiken bij het inzetten ervan. Ik was altijd in het atelier, ik zag mezelf eerder als een chef in zijn keuken. Vandaag ben ik in de studio en gun ik mezelf de tijd om te creëren.' Antoinette en Léa hebben de tuberoosstof over een Stockman-paspop gelegd. Een speld hier, een speld daar, de rok krijgt vorm. Ze zetten een stapje achteruit om het resultaat te bewonderen. 'Het is mooi', zegt Carine. 'Magnifiek', klinkt het daarna zachtjes. 'Het positioneren van de grote motieven, dat is echt een huzarenstukje', glimlacht ze. We verdenken haar ervan dat ze dol is op dergelijke uitdagingen. Ze doet dit delicate werk dan ook al heel lang. Ze heeft haar uit paradijselijke tuinen en bloemen opgebouwde universum altijd al verrijkt met dergelijke motieven, die ze liefdevol op haar kimono's, setjes, hemdjes en peignoirs aanbrengt. 'Ik vind het fantastisch dat ik bij elke collectie kan wegdromen. Het is alsof ik een deel van mijn droom vertaal via het kantwerk dat ik door de motieven meng. En naast mijn Intemporels wil ik dat tonen in mijn haute couture, want daar kan ik mijn verbeelding meer de vrije loop laten dan in de prêt-à-porter.' Die verbeelding viert ze trouwens ook bot in haar nieuwe winkel, die weldra wordt ingehuldigd in Brussel, aan de Waterloolaan 28. Het architectenduo David Raffoul en Nicolas Moussallem zette mee de schouders onder het project. Carine Gilson trakteert zichzelf meteen ook op een verfijnd logo: twee vleugels die symboliseren dat haar merk opnieuw een hoge vlucht neemt. In haar kantoor en in het souterrain (waar ze haar archieven heeft ondergebracht) heeft ze alles geklasseerd, geordend, gefotografeerd, geïnventariseerd en in kaart gebracht. Ze wil helemaal bevrijd met dit nieuwe hoofdstuk starten. Net als wanneer ze aan een nieuwe collectie begint. 'Alles moet clean zijn, ik hou ervan om opnieuw van nul te vertrekken. Ik krijg dan een opruimbui. Deze zomer ben ik uren aan het redderen geweest.' Ze is er klaar voor. Niets kan haar nog beletten haar vleugels uit te slaan. Het grote glazen blad dat dienstdoet als werktafel rust op poten in gietijzer, uit het oude en schitterende atelier dat ze, nu bijna dertig jaar geleden, van een stille dood heeft gered.