Jeroen Olyslaegers, schrijver: 'Altijd een ridder willen zijn'
...

"Begin jaren tachtig was de cold wave nog in volle glorie, je had denew romantics: mannen droegen ringen en andere juwelen. Maar zelf ben ik een laatbloeier op dat vlak. Juwelen draag ik nog maar sinds de kennismaking met mijn vrouw Nikkie, acht jaar geleden. In het begin gebruikte ik al eens stukken van haar, en toen ze me een verlovingsring gaf, vormde dat het begin van een verzameling. Ik hou van het tactiele aspect - tien ringen geven je handen wat gewicht - en al mijn ringen beelden iets anders uit. Soms ben ik op zoek naar een symbool, zoals een slang of een doodshoofd, maar over het algemeen moeten ringen me gewoon roepen. Ze moeten wel van zilver zijn, het enige metaal dat mijn huid verdraagt, en bij mijn andere stukken passen. Bij de wat abstractere ringen aan mijn rechterhand, of bij de meer ridderlijke stukken aan de linker - ik heb altijd al een ridder willen zijn (lacht). Alleen met hangertjes ben ik bijgelovig. Veel theaterteksten en romans zijn geschreven met hetzelfde hangertje rond mijn nek.""Vroeger kreeg ik minder opmerkingen over mijn oorbellen, armbanden en ringen dan nu. Op mijn achttiende dacht men 'hij is nog aan het zoeken', en op de modeacademie was het geen issue. Als volwassen man ervaar ik toch een verschil. Niet bij kinderen - die zijn gewoon nieuwsgierig en spelen met die dingen, of zeggen me vlakaf dat ze mijn stretchers maar niks vinden. Maar voor sommige leeftijdsgenoten ben ik een geval apart. Nochtans doe ik niets anders dan wat mensen altijd al deden. En zoals elk kledingstuk een verhaal heeft, geldt dat ook voor mijn juwelen. Armbanden van mijn reizen naar Peru en India, of die ik van vrienden gekregen heb, erfstukken en zelfontworpen ringen die een stuk familiegeschiedenis vertellen : zulke persoonlijke objecten hebben zowel emotionele als esthetische waarde. Klanten vragen ons wel eens naar juwelen voor mannen, maar dat zegt me weinig. Juwelen zijn voor mij in de eerste plaats unieke stukken, iets wat ik blijkbaar niet zo gemakkelijk deel." "De eerste gaatjes in mijn oren maakte ik rond mijn zestiende, met een stukje ijzerdraad en een passer. Ik had in die tijd lang haar, zodat mijn vader ze pas jaren later ontdekte.Oorringen waren toen nog een big deal, een beetje alsof je een tatoeage had laten zetten. Bovendien volgde ik Latijn-Wiskunde aan een jongensschool, het Sint-Amands-college Noord in Kortrijk, waar ze het niet zo begrepen hadden op mijn oorringen en punkschoenen. De ouders van mijn klasgenoten zagen me vast niet als het typevoorbeeld van een goede kameraad.Als tiener droeg ik ook armbanden en halskettingen, maar daar ben ik mee gestopt. Aan de gitaar of de piano zaten ze alleen maar in de weg, en als ik ze uitdeed, raakte ik ze kwijt. Maar ik ben wel gehecht aan mijn stukken van Ann Demeulemeester en aan mijn oorringen die ik heb laten maken door Kathleen Frisson en aan de binnenkant de namen van mijn twee kinderen vermelden. Als ik die zou uitdoen, zou ik me naakt voelen - alsof ik zonder broek over straat loop.""Schoonheid beperkt zich voor mij niet tot schilderkunst, muziek of theater. Ook mode, juwelen en tatoeages horen erbij. Alleen is mannenmode vaak saai, zeker als je op de centen moet letten. Dus ontwerp ik mijn kleren en juwelen zelf. Zo verzamel ik al jaren kralen waarmee ik halskettingen maak. Tegenwoordig draag ik er een met handgemaakte amberparels en kralen van mat glas die ik in 2009 meebracht uit Burkina Faso. De materialen nemen snel je lichaamstemperatuur over en geven een donkere outfit toch kleur. Verder draag ik eenvoudige oorbellen, een duimring die ik al sinds mijn veertiende heb, en een Mexicaanse zilveren ring met een motief van een konijn. Dat is geen toeval, want ik ben gefascineerd door de Antwerpse Konijnenwei, een symbolische plek aan de rand van de stad die steeds meer ingesloten raakt maar toch standhoudt. Mijn andere juwelen hangen aan de inkom van mijn studio of bewaar ik thuis. Ik werk te veel met mijn handen om ze allemaal te dragen, maar van hun positieve energie wil ik geen afstand doen."