Michael Kors brengt zijn kinderjaren door in Merrick, Long Island, op een halfuur van New York. Zijn moeder Joan is een gewezen model voor beautygigant Revlon en een beetje een rebel. Ze haalt hem soms op aan de schoolpoort, vertelt hij, 'aan het stuur van een cabriolet, een nachtjapon onder haar mantel, sigaret tussen de lippen, Be My Baby op de autoradio'. Zijn grootmoeder is geobsedeerd door ontwerper Bill Blass en de kleur beige, en hij heeft ook twee tantes in crop tops die Cher idoliseren. 'Geobsedeerd door mode waren ze,' zegt Michael Kors, 'nog meer dan mijn moeder. En zelf was ik dat ook. Natuurlijk besefte ik dat ik anders was. Een baseballwedstrijd was voor mij nooit het paradijs op aarde. Maar ik trok me op aan de steun van mijn familie. Mijn tantes vonden dat je, als je anders bent en talent hebt, daar iets bijzonders mee kunt doen in je leven.'
...

Michael Kors brengt zijn kinderjaren door in Merrick, Long Island, op een halfuur van New York. Zijn moeder Joan is een gewezen model voor beautygigant Revlon en een beetje een rebel. Ze haalt hem soms op aan de schoolpoort, vertelt hij, 'aan het stuur van een cabriolet, een nachtjapon onder haar mantel, sigaret tussen de lippen, Be My Baby op de autoradio'. Zijn grootmoeder is geobsedeerd door ontwerper Bill Blass en de kleur beige, en hij heeft ook twee tantes in crop tops die Cher idoliseren. 'Geobsedeerd door mode waren ze,' zegt Michael Kors, 'nog meer dan mijn moeder. En zelf was ik dat ook. Natuurlijk besefte ik dat ik anders was. Een baseballwedstrijd was voor mij nooit het paradijs op aarde. Maar ik trok me op aan de steun van mijn familie. Mijn tantes vonden dat je, als je anders bent en talent hebt, daar iets bijzonders mee kunt doen in je leven.' Kors is in veel opzichten een typisch voorstadjongetje. Met een appetijt voor de grootstad. Hij verslindt van jongs af aan Vogue en de modepagina's van The New York Times. Hij heeft al evenveel passie voor theater. A Chorus Line verandert zijn leven. Op zijn dertiende volgt hij een acteercursus in Greenwich Village, Manhattan. Hij mag er van zijn moeder alleen naartoe, met trein en metro. Als het laat wordt, mag hij met de taxi. Hij gaat liever te voet, spaart ook zijn lunchgeld. Hij investeert liever in kleren. Na anderhalf jaar houdt hij de acteerlessen voor bekeken, nadat hij heeft vastgesteld dat hij nauwelijks gevoel voor ritme heeft en ook al geen geweldig zanger is. En vooral: hij is veel minder gedreven dan zijn klasgenootjes op het podium. Zijn lot ligt elders. Hij voelt zich thuis in de department stores van New York, omringd door mooie dingen. Hij zwerft er rond op zijn eentje, of in het gezelschap van zijn grootvader, die hij beschrijft als een 'olympisch shopper', en zijn grootmoeder, die tijdens een marathonsessie bij Bergdorf Goodman, zo herinnert hij zich nog precies, twee dozijn paar suède handschoenen past. 'Ik was een enorme shopaholic', zegt Kors. 'Als we met de familie naar een museum gingen, wilde ik eerst weten of er ook een giftshop was. Ik voel nog altijd die rush als ik in een winkel iets moois vind.' Hij skipt het eindejaarsbal van zijn middelbare school; die avond brengt hij liever door op de dansvloer van Studio 54. Hij is dan zeventien, en gaat mode studeren aan het gereputeerde Fashion Institute of Technology. De voorstad lijkt ver weg. Frank Sinatra's New York, New York klinkt door alle luidsprekers. If you can make it there, you can make it anywhere. Sinatra is, naar het schijnt, ooit weggestuurd door de buitenwippers van Studio 54. Voor Kors en zijn gezelschap gaat de deur van 's werelds beroemdste discotheek onmiddellijk open. 'In New York had ik voortdurend het gevoel in The Wizard of Oz te zijn binnengestapt. New York was mijn Oz: de energie, de mix van mensen met verschillende looks, de nachten in Studio 54. Alles was mogelijk, je wist niet wat er kon gebeuren.' Hij draagt in die periode, onder meer, een mouwloos lijfje en daarover een linnen blazer van Giorgio Armani met zwarte en witte ruiten, mouwen opgerold tot aan de ellebogen. Gescheurde jeans, cowboylaarzen en een gigantische zonnebril van Polaroid, dezelfde als Yoko Ono in die periode droeg (zoals op de hoes van haar cultalbum It's Alright). De jonge Michael Kors heeft lange, blonde krullen. Na anderhalf semester geeft hij de brui aan het FIT. Hij vindt een baan als etalagist en verkoper bij Lothar's, een kledingwinkel langs Fifth Avenue, waar hij onder anderen Jacqueline Kennedy Onassis, Diana Ross en Rudolf Noerejev aan nieuwe outfits helpt. Hij werkt ook verder aan zijn eigen ontwerpen. Hij wordt toevallig ontdekt door Dawn Mello van Bergdorf Goodman. Het respectabele grootwarenhuis torent over Lothar's, aan de overkant van de straat. 'Ik was op weg naar mijn kantoor bij Bergdorf, toen mijn oog viel op een jonge etalagist in een fantastische outfit', aldus Mello, die vorig jaar overleed. 'Ik ben op hem toegestapt, heb hem gevraagd waar hij zijn kleren had gekocht. Hij antwoordde dat hij ze zelf had gemaakt. Ik heb hem uitgenodigd voor een gesprek.' Kors verscheen op de afspraak met een koffer kleren en zijn moeder. 'We hebben hem een plekje in de winkel gegeven en dat was het begin van Michael Kors.' Dawn Mello heeft overigens een neus voor talent: enkele jaren later ruilt ze Bergdorf Goodman voor Gucci, waar ze in 1990 Tom Ford binnenhaalt, en opnieuw scoort. Kors debuteert in 1981, met een kleine resortcollectie. Hij werkt hard. Voor uitgaan heeft hij geen tijd meer. Zijn mode blijkt typisch Amerikaans, zeker voor die periode: veredelde sportswear, modern, maar tegelijk ook een tikje conservatief. Zijn universum situeert zich ergens tussen Ralph Lauren en Calvin Klein. Hij speelt met de codes van de jetset, laat modellen poseren in een privévliegtuig, of op safari. Dat wil niet zeggen dat hij zelf elitair is, of pretentieus. 'Ik ga zelf naar de supermarkt. Ik denk dat ik mensen begrijp. Ik weet waar ze mee bezig zijn en wat ze belangrijk vinden. Hoe ze leven.' Hij is goed in wat hij doet. Hij heeft een visie en hij weet precies wat hij wil. 'Ik wist wat ik wilde zeggen. Ik moest mezelf niet zoeken. Daardoor had ik een zekere voorsprong.' Michael Kors heeft het altijd belangrijk gevonden dat zijn kleren draagbaar zijn, dat je ze kunt combineren met wat je al in je kast hebt hangen. 'Ik ben niet geïnteresseerd in kleren waarmee je alleen naar de Oscars kunt.' Tegelijk neemt hij zijn tijd. Het duurt drie jaar voor hij zich aan een catwalkshow waagt. Hij wil helemaal klaar zijn. Een collectie kunnen produceren en leveren, zonder nare verrassingen. Je wordt geen 'merk' van de ene dag op de andere. Je moet geduld hebben, een cliënteel opbouwen. De eerste show vindt plaats in de herfst van 1984 in een galerie in Chelsea, op dat moment nog een sjofele wijk. Topmodel Iman loopt mee. Alles gaat goed -- zijn merk groeit, en groeit -- tot het plots niet meer goed gaat. In 1993 gaat zijn bedrijf in 'Chapter 11', een soort reorganisatiebankroet. De nineties staan in het teken van grunge en heroin chic. Glamour en jetset lijken plots passé. Kors verliest bovendien een belangrijke investeerder. 'Het was geen fijne periode. Tot op dat moment had ik er nooit bij stilgestaan dat het ook weleens verkeerd zou kunnen gaan.' Michael Kors is een vechter. Hij komt erbovenop. In 1997 wordt hij binnengehaald door LVMH, dat hem installeert als artistiek directeur van Céline, kort na de definitieve overname van het label door de luxegroep. Het is een goed jaar voor Amerikaanse designers, en een sleuteljaar voor de luxemode: Marc Jacobs debuteert ongeveer gelijktijdig bij Louis Vuitton. Kors blijft bij Céline tot in 2003, naar hedendaagse normen een eeuwigheid. LVMH investeert in die periode ook kortstondig in het bedrijf van Kors. Kors keert vervolgens voorgoed - al weet je natuurlijk maar nooit - terug naar New York. Hij doet zaken met Silas Chou en Lawrence Stroll, het duo dat een decennium eerder Tommy Hilfiger groot heeft gemaakt. Ze lanceren een betaalbaardere lijn, MICHAEL Michael Kors, en triomferen: de handtassen in het bijzonder, zijn een gigantisch succes. Kors opent honderden winkels, en wordt jurylid van de televisieshow Project Runway. Vanaf dat moment is hij niet langer gewoon een ontwerper: hij wordt een superster, een vedette. Hij zou zelf allicht huiveren van het idee, maar hij heeft wel wat gemeen met Donald Trump. Ook businessman en entertainer, ogenschijnlijk high class, maar tegelijk 'dicht bij de mensen'. Kors is, om elk misverstand te vermijden, een overtuigde democraat en lijkt, in tegenstelling tot de ex-president, totaal goedaardig. Uit een enquête van het vakblad WWD blijkt dat 89 procent van de respondenten in de Verenigde Staten op zijn minst al van Kors heeft gehoord. Dat is gigantisch. Op 4 februari 2014 kopt The New York Times: Michael Kors is now a billionaire. Hij is een miljardair en een zwaargewicht. Zijn imago is niet geweldig, en er wordt weleens op hem neergekeken, eigenlijk ten onrechte. Kors is dan wel een superster, zijn mode blijft, zeker in Europa, relatief onbekend, en dus ook onbemind: overschaduwd door de stortvloed aan betaalbare handtassen en zonnebrillen waarvoor hij natuurlijk zelf verantwoordelijk is. Zijn catwalkcollectie mag er zijn, zijn shows tijdens New York Fashion Week zijn van topniveau. Ook als ze, zoals eind april, zonder toeschouwers plaatsvinden. Voor zijn veertigste verjaardag in de mode, eind april, trok hij naar Broadway, het epicentrum van de Amerikaanse theaterwereld, en de bühne van zijn jeugd. Hij stuurde Naomi Campbell, Helena Christensen, Ashley Graham en Alek Wek over 46th Street, terwijl Rufus Wainwright in het Schubert Theater New York State of Mind en There's No Business Like Showbusiness zong. Hij toonde zijn nieuwe collectie, maar haalde ook zestien oude krakers uit de kast. Bella Hadid liep mee in een lipstickrode leren jas die Cindy Crawford in 1991 al eens op de catwalk had gedragen. Het was allemaal ' very Michael Kors', zei hij. 'Na veertig jaar mag je dat wel zeggen.' 'Je kunt knipogen naar het verleden,' liet hij vallen tijdens een van zijn previews voor de internationale pers, in een vergaderzaal van zijn hoofdkwartier, hoog in een wolkenkrabber met uitzicht op Bryant Park, 'maar je moet tegelijk wel beseffen dat je het verleden niet kunt overdoen. Je kunt vroeger niet recreëren, omdat alles evolueert. De tijden veranderen. Je kunt een bepaald moment geen tweede keer leven. Je moet altijd nieuwsgierig blijven naar wat komen gaat.'