Normaal staat hier bijna niks van Margiela uitgestald. Maar speciaal voor jullie heb ik in mijn archieven gesnuisterd', zegt Nicola Vercraeye. Als we in zijn Brusselse appartement rondlopen, valt inderdaad meteen het kledingrek met historische Margiela-stukken op. Daarnaast op de grond: een ensemble van Margiela-schoenen, van tabi's ( de iconische schoenen met aparte grote teen, red.) tot betonlaarzen en stiletto's van 'fragile'-plakband. Alles staat uitgestald op witte schoenendozen. 'Heb je de expo over de Hermès-jaren van Martin Margiela gezien? Zowel in Antwerpen als in Parijs kwamen al die dozen van mij', lacht Nicola. 'Er zijn stukken uit mijn collectie permanent uitgeleend voor tentoonstellingen of shoots.'
...

Normaal staat hier bijna niks van Margiela uitgestald. Maar speciaal voor jullie heb ik in mijn archieven gesnuisterd', zegt Nicola Vercraeye. Als we in zijn Brusselse appartement rondlopen, valt inderdaad meteen het kledingrek met historische Margiela-stukken op. Daarnaast op de grond: een ensemble van Margiela-schoenen, van tabi's ( de iconische schoenen met aparte grote teen, red.) tot betonlaarzen en stiletto's van 'fragile'-plakband. Alles staat uitgestald op witte schoenendozen. 'Heb je de expo over de Hermès-jaren van Martin Margiela gezien? Zowel in Antwerpen als in Parijs kwamen al die dozen van mij', lacht Nicola. 'Er zijn stukken uit mijn collectie permanent uitgeleend voor tentoonstellingen of shoots.' Vercraeye verzamelt lang niet alleen kleding en accessoires van Margiela. Op zijn keukentafel staan vier kartonnen archiefdozen klaar, vol met invitaties voor defilés, nieuwjaarskaarten, videocassettes en andere souvenirs van het modehuis. Samen met hem in zijn privéarchief graaien is een regelrechte trip down memory lane, die de eigenaar van de Margiela-boetiek in Brussel duidelijk ontroert. De verzameling vintage Margiela sprokkelde hij tijdens de laatste dertig jaar bijeen, zonder er - naar eigen zeggen - zot veel geld aan te besteden. 'Als belangrijke stukken onverkocht blijven na de solden, koop ik ze op. Vooral vrouwenkledij, want daar vind ik de silhouetten het interessantst. Ik speur ook veel in tweedehandsboetieks of online. Soms krijg ik van klanten oude stukken. Het gilet, gemaakt van kapotgeslagen borden, kocht ik van iemand die financiële problemen had en mij kwam vragen of ik het wilde kopen. Het is een stuk uit zijn tweede collectie, winter 1989. Meteen ook een van de oudste items uit mijn verzameling.' Nicola haalt een ander legendarisch ontwerp boven: een jasje gemaakt van recuperatie-sandalenleer (zomer 2006). En een topje, bouwjaar 2001, dat uit aan elkaar gestikte oude kledingetiketten bestaat. 'Ik leende het uit voor de Margiela-expo in Palais Galliera, het Parijse modemuseum. Net als die oversized schoenen, glimmend als een discobal, die je opzettelijk te groot moet dragen. Waarom? Omdat modellen ook altijd te ruime schoenen aantrekken op fotoshoots. Margiela stelde de codes van de modewereld graag in vraag', zegt hij. 'Kijk maar naar deze handtas: het is gewoon een langwerpige witte doos, waar binnenin drie pochetjes zijn gekleefd. Dat is Margiela ten voeten uit: hij zocht het nooit te ver, de inspiratie lag altijd voor het grijpen. Hij zou bij wijze van spreken een collectie én een defilé kunnen organiseren met wat er in mijn keuken te vinden is.' Fans weten het al: tussen 26 februari en 7 maart is er in Parijs een grote verkoop van archiefstukken van Margiela. Wie de privépersoon is die zo'n verzameling in één keer lost, weet zelfs Vercraeye niet. Maar hij gaat er uiteraard wel naartoe. 'Kopen wil ik niet. Ik snap zelfs niet dat iemand zoveel archiefmateriaal wegdoet. Zelf zou ik mijn privécollectie nooit verkopen.' Zijn collectie brengt hij het liefst zo veel mogelijk tot leven. Door stukken uit te lenen voor internationale museumshows, maar ook door er artistieke projecten mee te doen. Bijvoorbeeld met kunstenares Linder, die in 2015 een video maakte en foto's met archiefstukken beschilderde. 'Suzy Menkes vond dat videokunstwerk super, Martin trouwens ook.'Een ander kunstproject was een verrassing van formaat voor Nicola. Toen een graffitiartiest in november 2012 onverwacht de gevel van zijn boetiek in de Vlaanderenstraat had getagd, haalde dat de internationale pers. De Franse street artist Kidult bleek de dader. Hij had het gemunt op modemerken die graffiti gebruiken als instrument om cool te zijn. 'Hij bekladde ook al winkels van Agnès b., Marc Jacobs en Louboutin. Het was schrikken, maar het haalde enorm veel publiciteit.' Nicola Vercraeye is niet alleen verzamelaar van Margiela. Hij maakte ook alle defilés mee, op een na: winter 1998 in La Défense. 'Toen zat ik in Miami, omdat Axelle Red me gevraagd had voor de styling van haar album Toujours Moi', vertelt hij. 'Martin studeerde in 1979 af en werkte tussen 1985 en 1987 voor Jean Paul Gaultier. Zijn eerste eigen defilé - lente-zomer 1989 - was een onvoorstelbaar momentum. Rauw en radicaal.' Om een idee te geven: de modellen wandelden, het hoofd ingepakt, over een strook wit katoen. Er hing verf aan hun schoenen, waardoor hun tabi's rode voetstappen achterlieten op de catwalk. Het seizoen erna showde Margiela kledij gemaakt van dat bestempelde katoen. 'De tijdgeest was helemaal anders. Het was de periode van Madonna's Vogue en George Michaels I Want Your Sex. De modewereld zat toen ook in die glamoureuze, schreeuwerige vibe. Geld, seks, powerdressing, extravaganza alom. Margiela deed iets compleet nieuws.' 'Ik studeerde toen aan de Antwerpse Modeacademie en we mochten backstage helpen op die show van 1989. Wij keken naar elkaar en dachten: wat is hier in godsnaam aan het gebeuren? We voelden dat het een belangrijk modemoment was. We gingen die week ook naar andere defilés in Parijs. Doordat ik tijdens mijn studie op woensdagnamiddag en zaterdag in de winkel van Linda Loppa werkte ( die sinds 1985 de Modeacademie leidde, red.), had ik uitnodigingen voor een aantal shows. Soms schreef ik ook zelf modehuizen aan voor invitaties. Weken waren we bezig om die uitnodigingen zo goed mogelijk na te maken, zodat we met een paar klasgenoten binnen raakten. Fotokopiëren, knippen, plakken: er was toen nog geen sprake van computers of Photoshop. We reden met een paar mensen in mijn witte Volkswagen naar Parijs, de koffer gevuld met outfits voor verschillende shows, en logeerden in een spotgoedkoop hotelletje. En 's nachts was het feest in befaamde nachtclubs zoals Les Bains Douches, waar we sterren als Grace Jones en Kate Moss tegenkwamen. Overdag deden we defilés van Helmut Lang, Thierry Mugler, Jean Paul Gaultier, Comme des Garçons en Chanel. We sneakten overal naar binnen. Maar niks was vergelijkbaar met Martin Margiela.' Dertig jaar geleden debuteerde de Belg met zijn eerste eigen collectie, waarvan - behalve het legendarische tattoo-T-shirt - nauwelijks iets in productie ging. Tien jaar geleden verliet hij het modepodium in stilte. Zonder afscheidsspeech of interview, want de Limburgse ontwerper speelde twee decennia verstoppertje met de modewereld. Hij bleef altijd bewust onzichtbaar, om de focus op zijn oeuvre én op het teamwerk te leggen. Martin weigerde consequent om gefotografeerd te worden. De paar officieuze foto's die van hem circuleren, zijn nog altijd voer voor speculatie. 'Maar waarom toch?' zucht Nicola. 'Zelf sta ik er niet bij stil dat hij tien jaar weg is. Hoe komt het toch dat dat nog steeds boeit? Ik snap ook niet dat mensen zo geobsedeerd zijn door hoe hij eruitziet. Of wat hij in het dagelijks leven doet. Of waar hij nu woont. Dat is toch totaal irrelevant? Ik heb me in al die jaren nooit afgevraagd wat voor iemand hij was. Zijn werk interesseert me meer dan zijn persoon. Laat hem met rust. Madonna zul je je toch ook herinneren om haar liedjes, niet om haar woonplaats? Stel dat je hem ontmoet en je vindt hem geen leuke persoon, zou je zijn kleren dan minder boeiend vinden? Intussen is John Galliano hoofdontwerper van Maison Margiela. Hij doet zijn eigen ding, maar begrijpt heel goed het DNA van het huis. Waarom al die nostalgie? Mode gaat niet over vroeger, maar over het nu en over de toekomst. Martin zou nu ook totaal niet meer ontwerpen zoals toen. Hij was zijn tijd gewoon ver vooruit. Over- sized mode, knipogen naar DHL, tattoo-T-shirts, defilés op ruwe plaatsen, straatcasting: bijna alles waarmee een aantal ontwerpers nu scoren, is al gedaan door Margiela. Twintig jaar geleden welteverstaan. Weet je trouwens dat Margiela de eerste modeontwerper was die via postorder zijn collecties verkocht bij 3Suisses?' Vercraeye kent het modehuis door en door. Niet alleen omdat hij in Brussel de boetiek runt, maar ook omdat hij een bevoorrechte getuige is sinds het prille begin. 'Ik werkte soms voor Maison Margiela. Onbetaald natuurlijk, maar we hadden toch niks anders te doen. De helft van artistiek Brussel stak af en toe wel een handje toe. Dan zaten wij de hele nacht zijn denim wit te verven bijvoorbeeld. Of borden te breken. Vriendinnen en meisjes uit de buurt defileerden. Het was gewoon fun. En ook al droegen alle medewerkers altijd een witte labojas, toch was het geen sekte.' 'Margiela was een klein bedrijfje met weinig middelen. Maar juist dat gebrek maakte hen supercreatief. Alles wat ze maakten, had stijl. Elke brief of videocassette die het huis verliet, zat in een katoenen rechthoekige enveloppe verpakt. Die was manueel dichtgenaaid en handgeschreven geadresseerd. De lookbooks - ook altijd handwerk - waren echte foto's, gekleefd op wit katoen. De eerste showroom was een barak van een achterhuis, waar alles in tinten van wit was geschilderd, tot en met de meubels van de rommelmarkt. Verwarming ontbrak, dus verwarmden ze met gasflessen. Maar omdat die zo lelijk waren, hulden ze die in twee witte stoffen hoezen. Het was altijd improviseren. La Maison had niet genoeg geld om defilé-invitaties te drukken, dus kochten ze voor het winterdefilé in 1989 advertentieruimte in een gratis krant, haalden vervolgens tientallen kranten op en knipten die advertentie uit als uitnodiging. Zijn modehuis had ook nooit budget om een dure, exclusieve locatie af te huren voor zijn defilé. Dus hielden ze de shows op gratis plekken: onder een brug, op een braakliggend terrein, bij het Leger des Heils, in een afgedankt goederentreindepot, in een circustent in Bois de Boulogne, in het verlaten metrostation Saint-Martin, in een centrum van de mutualiteit. Fantastisch eigenlijk, want anders zou je daar nooit komen. Aan de locatie zelf werd bijna niks aangepast, het draaide om de kleren en niet om het decor, dat tegenwoordig miljoenen kost. Vaak was het chaotisch op de shows, omdat iedereen per se binnen wilde. Er waren te weinig stoelen, het defilé begon soms met uren vertraging. Aan front row-behandeling voor vips of sterren deed Martin niet. Iedereen was gelijk voor de wet.' Tegenwoordig zou men dat rebelse marketing noemen, maar in Martins team was het gewoon improviseren uit armoede. Hij dacht niet: hoe kan ik het modepubliek nu eens choqueren? 'Veel ontwerpers van nu breken zich het hoofd over hoe ze in godsnaam nog kunnen opvallen met hun collecties of defilés. En dan huren ze maar een gay sekssauna in Parijs af voor een modeshow of maken ze een kopie van de Eiffeltoren. Margiela en zijn team zochten die controverse niet op. Ze hadden gewoon geen middelen. Alles vertrok vanuit de kledij zelf, niet vanuit een of andere exotische inspiratiebron. De basisvraag was: wat kun je allemaal met een kledingstuk doen? Binnenstebuiten of ondersteboven draaien, openknippen, vernietigen, vergroten, verkleinen, versmallen, oprekken, een kwartslag draaien, inscannen, recycleren: die basisingrepen paste Margiela toe in al zijn collecties. Zonder compromissen voor verkoopbaarheid, al is zijn kledij altijd extreem draagbaar. Dat is nu juist wat Margiela zo belangrijk maakt.' Margiela: the Hermès Years: de tentoonstelling in Antwerpen, Parijs en Stockholm werd vorig jaar een onverwachte hit, net als het bijbehorende boek. Nicola leende stukken (en dozen) uit voor die expo, die trouwens nog steeds rondreist. Hoe herinnert hij zich die Hermès-periode? 'Tussen 1997 en 2003, toen Martin er creatief directeur was van de vrouwenlijn, zagen we hem niet vaak meer in de showroom. Ik raakte ook niet binnen op zijn Hermès-presentaties in Parijs. Voor mij was Hermès tot dan synoniem met bommakledij. Maar wat Martin ervoor ontwierp was onvoorstelbaar vakmanschap. Peperduur wel. Na een tijdje kwamen ook de Hermès-klanten langs in onze winkel in Brussel, soms met privéchauffeur. Negen op de tien keer kleurden ze lijkbleek en stapten ze snel weer in. De blootliggende elektriciteitskabels, de onaangeklede paspoppen, de witgeschilderde recuperatiedeuren, de tabi-schoenen met tenen: alles straalde antiluxe uit. En dat choqueerde het Hermès-cliënteel duidelijk.' Is het zinvol om Martin Margiela's oeuvre als kunst te beschouwen? Zijn defilés hadden de urgentie van een performance, zijn collecties rekken de grenzen van de mode telkens verder op. 'Neem nu deze ribfluwelen broek uit de Barbiecollectie (zomer 1995), die ik veel heb gedragen. Het idee erachter is even simpel als geniaal: Martin en zijn team legden Barbies kledij op de kopieermachine, vergrootten alles uit en produceerden dat ontwerp op mensenmaat. Uit zijn replicareeks heb ik ook enkele stuks. Hij en zijn team reproduceerden archetypische kledingstukken van bekende mensen. Ik heb bijvoorbeeld de nagemaakte cardigan van Marilyn Monroe. Margiela stelde zo auteurschap binnen de mode in vraag. Of mode kunst is, weet ik niet. Maar Martin heeft me leren kijken naar alledaagse dingen. Handvatten van een diepvrieszak, de verpakking van een chocoladereep, een plastic bekertje... voor hem zijn het allemaal inspiratiebronnen. Voor mij overstijgt Margiela mode.'