Ik ben, al zeg ik het zelf, een redelijk sober mens. Een glaasje wijn bij het eten gaat er wel in, maar straffer spul, daar heb ik de constitutie niet voor. Twee Irish coffees en mijn onfortuinlijk tafelgezelschap krijgt er een akelig accurate imitatie van de stervende zwaan bovenop. Verdovende middels idem dito. De paar keer in mijn leven dat ik een trekje van een passerende joint accepteerde, had ik twee dagen later nog de slappe lach. Vermoeiend op de duur, en een sterk staaltje van autosuggestie, want ik kan niet eens inhaleren. Voor de vorm probeer ik de r...

Ik ben, al zeg ik het zelf, een redelijk sober mens. Een glaasje wijn bij het eten gaat er wel in, maar straffer spul, daar heb ik de constitutie niet voor. Twee Irish coffees en mijn onfortuinlijk tafelgezelschap krijgt er een akelig accurate imitatie van de stervende zwaan bovenop. Verdovende middels idem dito. De paar keer in mijn leven dat ik een trekje van een passerende joint accepteerde, had ik twee dagen later nog de slappe lach. Vermoeiend op de duur, en een sterk staaltje van autosuggestie, want ik kan niet eens inhaleren. Voor de vorm probeer ik de rook een paar tellen binnen te houden, terwijl die eigenlijk langs alle mogelijke orificen weer naar buiten wil. Een beetje een dom gezicht, bepaald niet bevorderlijk voor de street credibility. En nu ik toch bezig ben : nooit ofte nimmer foute champignons gegeten, en spacecake is ook al een poosje uit de mode. Laat het duidelijk zijn : bewustzijnsverruiming is niet echt mijn ding, ook bloednuchter vind ik het menselijk bestaan al verbijsterend genoeg. Groot was dus mijn verbazing toen ik vorige week ineens begon te hallucineren. Het was na het tv-nieuws van zeven uur en ik had net een broodje krabsla met augurken op waarvan de versheidsdatum nog niet verstreken was. Daar kon het dus niet aan liggen. En toch, wat ik op scherm waarnam, was erger dan een film van David Cronenberg. U weet wel, die van The Fly. Maanden na visie durfde ik nog altijd geen vlieg doodmeppen, uit angst dat het Jeff Goldblum was. Nu goed, sprekende vliegen nog tot daar aan toe, maar een sprekende gehaktbal, dat overschrijdt toch alle grenzen van het welvoeglijke. Een bijzonder onsmakelijke gehaktbal dan ook nog, van het soort dat je in Holland enigszins bemost in automaten aantreft. Luidruchtig bovendien en met een slechte dictie, zelfs voor een gehaktbal. En laat die babbelziekte dan ook nog aanstekelijk zijn, want kijk, daar begon op hetzelfde bord ook de aardappelpuree zijn (haar ?) mond te roeren. Waarna van de weeromstuit ook de doperwtjes begonnen te kwekken. Eén en ander speelde zich af in een reclamespotje van een mobieletelefoonoperator dat mensen ertoe moet aanzetten om naar huis te bellen als ze te laat zijn voor het eten. Maar nu vraag ik u, wie wil er zich de les laten lezen door een geplette aardappel ? Of door ingeblikte groenten ? Nauwelijks was ik van mijn verontwaardiging bekomen of in het volgende spotje ontwikkelde er zich een geanimeerde dialoog tussen bubbels in een waterfles. Sprekende waterbubbels, wie bedenkt nu zoiets ? Simon Vinkenoog misschien, of Meneer Spaghetti ? Zijn interactieve eetwaren de nieuwste trend in de reclame soms ? In elk geval : dit is een dringende oproep tot de Voedingswareninspectie : in het belang van de volksgezondheid moeten gehaktballen hun bakkes houden en doperwtjes niet te veel complimenten maken. En anders : uit de handel, die handel. Er is al miserie genoeg in de wereld. Linda Asselbergs